Posts tonen met het label vrijdag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrijdag. Alle posts tonen

23 november 2010

Complimenten voor NS

Klagen en mopperen over de diensten van onze nationale spoorwegen is soms op zijn plek, maar de verantwoordelijkheid die de NS nu neemt bij de toestanden van afgelopen vrijdag is lovenswaardig. Petje af voor de spoorwegen. Reizigers die het geld van hun hamburger terugkrijgen of de kilometers die pa voor zijn dochter moest omrijden krijgen terugbetaald. Het toont dat de NS zijn verantwoordelijk neemt.

30 oktober 2009

Kermis


De draaimolen draait rechtop
en zwaait de schoenen rond
meisjes gillen hun angsten hoog

Kleuren kletteren omhoog en zingen
mee op de diepe dreunen
van herrieschoppers en botsauto knallen

De kermis is te klein voor plezier
de beren wachten op het verlossende
schot dat ze bij hun jager brengt

Aan de andere kant kleurt de zon
mij gedag en speelt het avondrood
een zoete serenade voor mij alleen

26 september 2009

Station Herstel

Vrijdagmiddag, een middag waarop de medewerkers het allemaal niet meer zo helder hebben. Een week werken, de vrijheid van het weekend lonkt. Dan kan er nog weleens iets verrassends gebeuren.

We rijden in de richting van de Gooische bocht in de polder bij Weesp, de omroepinstallatie kraakt en de trein remt enigszins af. 'Dames en heren, over enkele ogenblikken station Herstel.' Waarna de verbinding onmiddelijk verbroken wordt. Het besef dat dit de trein naar Almere is in plaats van naar Weesp heeft hem net op tijd wakker gemaakt.

Als dan na de bocht de trein remt bij het passeren van de tegemoet komende trein hoop ik op een behouden aankomst. Een machinist die droomt dat hij naar Weesp rijdt, terwijl hij de bocht naar Almere neemt, is gevaarlijk.

16 mei 2008

Kletterende letteren

Zachtjes kletteren de letteren op het Amsterdamse Spui vanmorgen. De regen trekt zich niets aan van het papier, maar de boekhandelaren vermommen zich in gesloten tenten. 'Waar heb je die zijflap toch vandaan', vraagt een boekenverkoper aan de vrouw die naast zijn kraampje haar boeken verkoopt. Ze is de enige vrouwelijke handelaar. 'Nou, van zo'n markt die één maal in het jaar is. Dan mag je dat meenemen.'
- 'Wat bedoel je?'
- 'Nou, zo'n grote markt die ieder jaar is.'
- 'Mag je dat dan zo meenemen?'
- 'Nee, daar moet je natuurlijk voor betalen.'
Temidden van die onduidelijkheid voel ik mij thuis. Ik duw een flap opzij, die de rij boeken van de volgende handelaar vrij van regen houdt. Een man flapt aan de andere kant binnen. 'Zo Hans, heb jij die van Schiller ook al?' Hij grist het boek van de plank, kijkt op de titelpagina en zet het terug. 'He', krijst de handelaar, alsof zijn kind wordt ontvoerd.' Hij grist het vast. 'Wel weer rechtop zetten.' 'Verdorie mompelt de man. 'Hij heeft het door.' Hij bladert alweer in een ander boek en vertelt vanalles aan Hans. Ik zie een potlood achter zijn oor geklemd. Het schrijfwaar steekt schuin naar voren, half in zijn gezichtsveld. Grijze stoppeltjes wisselen zich af met zwarte op zijn gezicht.
Als ik het kraampje ernaast bezoek, merk ik dat de man met het potlood achter zijn oor de verkoper is van de boeken die hier liggen. Ik blader wat in het Sadistisch Universum van Hermans en vraag mij af of ik nu deel 1 of 2 heb. Ze liggen hier allebei. Voorin vermeldt een potloodkras '15/8'. Of hier nu een gulden-/europrijs staat, of dat het de boeken samen zijn, weet ik niet.
De 'peper en zout stoppels' komen naderbij als ik in een oudere druk van Ik heb altijd gelijk blader. 'Een heel leuk boek en het wordt weer veel gelezen', schudt het potlood voor hem uit. 'Ja, Hermans is heel leuk. Wist u dat dit één van de weinige boeken is waarin de Politionele acties beschreven worden, naast de Walgvogel van Wolkers.' Hij reageert niet. Een man schiet voorbij en roept: 'O, nou weet ik het, Pam.'
'Ja, Pam, Pim Pam Pet. Weet je het nou', wijst het potlood hem na. De man vlucht weg de regen in. Zijn jas wappert achter hem als een schimmelrijder in de storm. 'Ik raakte hem een tijdje aan de straatstenen niet meer kwijt, Hermans. Maar nu loopt hij heel goed. Vooral de jeugd leest hem veel.' Hij wijst naar een boek van Brakman, met een onheldere titel. 'Ik hoopte een beetje dat hij beter zou verkopen zo kort na zijn dood, maar dat valt tegen.' Hij blijft even onleesbaar, dood of levend, dat maakt niet uit, wappert op mijn tong. Ik neem mijn woorden terug voordat ik ze uitgesproken heb. 'Ja, valt u dat ook zo op, dat er zoveel aandacht is voor overleden schrijvers.' 'Inderdaad, er wordt veel aandacht besteed aan schrijvers in de media. Veel meer dan bij schilderen. Ook bij dichters die schilderen. Lucebert is in de necrologiën geroemd om zijn gedichten, over zijn schilderijen geen woord. Niet dat die zo mooi zijn. Ik vind zijn tekeningen veel mooier. Ook bij Claus nauwelijks iets over de schilderijen.'
'Ja, alleen over dat Verdriet en wat over zijn gedichten', beaam ik zijn monoloog. De regen klettert in een onafgebroken cadans op het zeil. De verkoper duwt een stukje zeil omhoog waar een plasje water in hangt. Hij klimt op het puntje van zijn tenen. De lichtgrijze krullen trillen na als hij met een schokje weer neerkomt. Hij behoeft gesprek, we zijn de enige in zijn boekentent.
'Behalve over De Koning. Daar is werkelijk een schitterend verhaal over zijn schilderijen in de krant. Een halve voorpagina. Maar dat was ook geschreven door een schilder.
Ik denk dat het daardoor komt.' 'Misschien', zeg ik en zoek naar een vertrekkend woord. Ik blader wat in een bundel gedichten. Hij begint door het flapzeil met zijn andere buurman te praten. Zachtjes knetteren de letteren, zucht de rug van een boek. 'Dag', roep ik iets te hard, alsof de groet mij van hem bevrijd. Ik probeer snel weg te rennen, maar zachtjes kletteren de letteren.

08 december 2007

Meer vrouwen dan mannen

De bouwmarkt op vrijdagavond. Gisteravond ben ik toch maar even naar de bouwmarkt gegaan om klusgerei voor dit weekend te halen. Kleurrijk zijn de gangpaden, boordevol lampjes die kerstsferen moeten oproepen. Ik wandelde er als enige man tussen een even kleurrijk arsenaal aan vrouwen. Klussen mannen nog wel, vroeg ik mij af.
Zoals dat gaat bij een bouwmarkt, liep ik vanmiddag weer door de gang van de Praxis met een zak geelband gips. Nu moest ik de keufelende moeders ontwijken. Ze snuffelden tevreden tussen het kerstgroen, schoven gordijnen uit de houders en roken aan een plank. De kinderen krioelden om hen heen, maar dat stond de winkelpret niet in de weg. Ik droeg de 25 kilo poeder in mijn armen en kon een vrouw ternauwernood ontwijken.
Een jaartje terug liep ik op zondagmiddag door de bouwmarkt. Overal liepen gezinnen en stelletjes, maar ook vrouwen alleen. Alsof het leuk is om in je vrije tijd door een bouwmarkt te slenteren. Ik ben altijd de weg kwijt in de bouwmarkt en kan de spullen die ik moet hebben niet vinden. Al loop ik zes keer de hele bouwmarkt af, pas als ik het vraag vind ik het. Dan brengt een medewerker mij in de gang waar ik al acht keer door liep, maar waar ik dat schroefje echt niet verwachtte.
De enige vrouw die de bouwmarkt verschrikkelijk vindt, is mijn schoonmoeder. 'Mogen we nu naar huis?' zeurde toen we nog geen minuut binnen stonden. 'Jullie mannen vinden al die schroefjes en nippeltjes leuk, maar wij hebben er niks mee', dramde ze toen we na vijf minuten buiten stonden. 'Wij houden niet van de bouwmarkt.'
Ze heeft niet om zich heen gekeken, giegelde ik in mijzelf. Er liepen namelijk meer vrouwen dan mannen.

07 november 2007

Mailloze vrijdag

Even een mailtje sturen. Hoe vaak schiet die gedachte niet door het hoofd van de hedendaagse werknemer. We worden overspoeld met mailtjes. Een heuse tsunami aan mailverkeer landt dagelijks in de e-mailbox.
Even voor de beeldvorming: iedere dag rollen er in mijn persoonlijke e-mailbox op het werk twintig tot dertig mailtjes, in de infobox die ik beheer, druppelt er dagelijks een mail of twintig en de webmaster-box heeft er ook nog eens tien mailtjes dagelijks.
Al die mailtjes vragen aandacht, een reactie en een liefdevolle knipoog. Genoeg om je werkdag elke paar minuten door te laten onderbreken. Dat kost veel tijd en concentratie. Amerikanen hebben er tabak van, las ik vandaag op de onderzoeksite infeite.nl. Sommige bedrijven hebben zelfs de vrijdag uitgeroepen tot 'no e-mail friday'. Nu is vrijdag bij ons heel rustig en zie ik bijna niemand, dus de mailloze vrijdag is al bijna realiteit bij mij op het werk.
Om zelfs eens te kijken hoe vaak ik mij eigenlijk schuldig maak aan de druk op die verzendknop in outlook, ben ik de mailtjes eens gaan tellen die ik gisteren verstuurde. Ik kwam op 22, geen gering aantal. Deze mailtjes vragen allemaal aandacht, een reactie en een liefdevolle knipoog van anderen.