Het zijn vrienden geworden met wie ik collectief de boekenmarkten van Nederland afloop. Ze zijn herkenbaar aan de stoffen tasjes die om de schouder bengelen. Plastic tasjes hangen aan de armen, boordevol met aankopen. Toch struinen ze verder en speuren naar nieuwe boeken.
Nu moet één van mijn vrienden zijn huis ontruimen op last van de woningbouwvereniging. Vierduizend boeken heeft hij al eerder weg moeten doen. Nu moeten vijfduizend volgen, vindt ook de rechter. De foto bij het artikel toont het beeld van de onverzadigbare boekenwurm, die koopt en koopt.
Aan een vriend geef je gratis advies. Op de foto bij het artikel zie ik schilderijen op de grond uitgestald staan. Als hij die nu begon op te ruimen, zou dat al aardig wat ruimte schelen. Bovendien kan hij de boeken makkelijk in dubbele rijen plaatsen in de boekenkasten. Evenveel boeken, alleen ziet de woningbouwvereniging dat wat minder goed. Teveel brandgevaar en onleefbaar, is de verklaring die de woningverhuurder geeft.
Overigens is het een beetje merkwaardig dat deze man zijn boeken moet wegdoen. Een boekenwurm als Martin Ros kan er ook wat van. En wat dacht je van Boudewijn Büch. Hij leefde eveneens in een huis met binnenburen van boeken. Alleen noemen deze mensen zich bibliofielen en noemen zij hun kamers vol gestapelde boeken bibliotheken. Dat zou Hans Bauer ook moeten doen.
Posts tonen met het label martin ros. Alle posts tonen
Posts tonen met het label martin ros. Alle posts tonen
29 september 2009
07 april 2008
Ik mis iets...
Stapels boeken staan op de grond. Ze zoeken steun aan elkaar en heffen de volgende stapel boven zich uit. De tafel is een woud van boekenstapels. Slechts een smal paadje slingert als een bospad naar de leesstoel in de kamer.
Getrokken door de naam van die ander, Boudewijn Büch, las ik laatst een column van Ischa Meijer, alias De Dikke Man. De verteller staat voor de etalage van een boekenwinkel. '[D]e allerleukste boekenetalage van Amsterdam', aldus een Boudewijn Büch die de Dikke Man net passeert op zijn fiets.
In het verhaal komt Martin Ros ter sprake, die een avond eerder op televisie is geweest met zijn garage vol met boeken: 'Dat was zo'n walgelijk gezicht - die garage vol ingepakte en in plastic zakken gestopte boeken.'
'Dat is geen bibliofilie meer - maar bibliomanie. Het betrof trouwens allemaal pocketboekjes', concludeert Büch. Als De Dikke Man dan refereert naar een man die volgens hem meer boeken had dan zijn vader, en die hij daarmee altijd pestte. Zijn vader gaf steevast antwoord op de pesterij: 'maar die vader van Bernard van Praag heeft alleen maar incomplete teksten.'Beide heren kanonneren in een bulderende lach, aldus de verteller.
Altijd als ik Martin Ros zie met boeken, dan mis ik iets, bedacht ik vanmorgen bij het ontwaken. De mussen in het kastje vlakbij ons slaapkamerraam tetterden. De stapels boeken, die tegen elkaar hangen en als loze pijlers de lucht in wijzen, bijna bezwijkend aan de zwaartekracht. Ik zag het beeld weer voor mij van de Jakhalzen die hem bezochten in december...
Ineens besefte ik wat ik miste: de boekenkast. Ik heb Martin Ros nog nooit bij zijn boekenkast zien staan. Dat scheidt de manie van de filie.
Getrokken door de naam van die ander, Boudewijn Büch, las ik laatst een column van Ischa Meijer, alias De Dikke Man. De verteller staat voor de etalage van een boekenwinkel. '[D]e allerleukste boekenetalage van Amsterdam', aldus een Boudewijn Büch die de Dikke Man net passeert op zijn fiets.
In het verhaal komt Martin Ros ter sprake, die een avond eerder op televisie is geweest met zijn garage vol met boeken: 'Dat was zo'n walgelijk gezicht - die garage vol ingepakte en in plastic zakken gestopte boeken.'
'Dat is geen bibliofilie meer - maar bibliomanie. Het betrof trouwens allemaal pocketboekjes', concludeert Büch. Als De Dikke Man dan refereert naar een man die volgens hem meer boeken had dan zijn vader, en die hij daarmee altijd pestte. Zijn vader gaf steevast antwoord op de pesterij: 'maar die vader van Bernard van Praag heeft alleen maar incomplete teksten.'Beide heren kanonneren in een bulderende lach, aldus de verteller.
Altijd als ik Martin Ros zie met boeken, dan mis ik iets, bedacht ik vanmorgen bij het ontwaken. De mussen in het kastje vlakbij ons slaapkamerraam tetterden. De stapels boeken, die tegen elkaar hangen en als loze pijlers de lucht in wijzen, bijna bezwijkend aan de zwaartekracht. Ik zag het beeld weer voor mij van de Jakhalzen die hem bezochten in december...
Ineens besefte ik wat ik miste: de boekenkast. Ik heb Martin Ros nog nooit bij zijn boekenkast zien staan. Dat scheidt de manie van de filie.
Labels:
bibliofielen,
bibliotheek,
boekenkast,
de dikke man,
ischa meijer,
martin ros
29 maart 2008
Nationale boekenstuntdag
'Zóó, die is er vroeg bij.' Als ik zijn gezicht niet herkend had, was het wel de stem die ik herkende. De pretoogjes keken mijn dochtertje Doris aan. Zij huiverde wat terug voor de grijze baard van enige dagen uit en het muffe uiterlijk.
Martin Ros liep met een voor zijn doen, zeer klein stapeltje boeken onder de arm. Hij schuivelde wat vooruit, zoals oudere mensen ook hun middagrondje lopen in de gang van het bejaardentehuis. Hij glimlachte naar mij en ik beaamde zijn woorden. Ik knikte mij van hem weg, Doris aan de arm en betaalde de drie euro entree.
Of Martin Ros het nu tegen Doris of tegen mij had, we waren allebei verreweg de jongsten in het gezelschap van de grote Nationale boekenstuntdag in de Amsterdamse RAI. Een hoeveelheid boekhandelaars ter grootte van een normale vrijdagmiddag op het Amsterdamse Spui, stond uitgestald in een bende kramen.
De kramen stonden keurig in lange rijen, zoals de bomen in een Nederlands bos staan aangeplant. Gezelligheid bestond niet, want er moest verkocht worden. Alle tweedehands boeken moesten de deur uit. Alleen de prijzen stonden mij tegen. Een boek, daar wil ik best voor betalen, maar het moet mij verleiden en vooral: de moeite waard zijn.
Het leek allemaal te mislukken. Een rolstoel tufte voorbij waarna een lange adem met de lucht van alcohol volgde. De mannetjes neurieden terwijl ze voor de kraampjes met hun vingers over de boekenruggen gleden. Of ze mompelden zachtjes de boektitels op, net hard genoeg om te horen.
Ondanks alles mocht ik 'Een keuze uit zijn verpreide geschriften' van J. de Kadt meenemen met een bundeltje Komrij's en Biesheuvels voor de verzameling. Wat verderop deed ik zowaar twee vondsten: een tweedelige De Afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, een Nederlandse vertaling van Darwins The descent of man, and selection in relation to sex uit 1871. Mijn vertaling dateert uit 1882 en is van Hartogh Heys van Zouteveen. Helaas ontbreekt deze vertaling op de website waar alle werken van Darwin staan, terwijl de Duitse en Deense vertaling van dit werk wel op de site staan.
Naast Darwin lag een boekje van Boudewijn Büch, Links!,een ontbrekend stukje in mijn verzameling. Mijn dag was goed en Doris begon het rennen tussen de kraampjes te vervelen. Al vond ze het erg leuk om al die grijnzende oude mannetjes te ontwijken. Een verkoper bij een kraampje probeerde mij nog een verschrikkelijk beduimeld, maar kleurrijk boekje, rond de eerste commune te verkopen. Het was leuk voor Doris, meende ze. Ik vond het boekje niet bepaald geschikt voor mijn dochter, de katholieke evangelisatiedrang droop van de bladzijden.
We stapten het cafeetje in dat net buiten de aanplant van kraampjes lag. 'Zóó, die is er vroeg bij.' Ik knikte weer vriendelijk in zijn richting. Doris deinsde wat voor hem terug, net als voor de man die net met zijn handen haar tegemoet liep, ter begroeting. We dronken lekker een kopje koffie en chocomel voor Doris. Genoeg boeken voor vandaag. Snel liepen we weer naar de trein, iets dat Doris veel leuker vond dan de ouderwetse lucht van boeken.
Martin Ros liep met een voor zijn doen, zeer klein stapeltje boeken onder de arm. Hij schuivelde wat vooruit, zoals oudere mensen ook hun middagrondje lopen in de gang van het bejaardentehuis. Hij glimlachte naar mij en ik beaamde zijn woorden. Ik knikte mij van hem weg, Doris aan de arm en betaalde de drie euro entree.
Of Martin Ros het nu tegen Doris of tegen mij had, we waren allebei verreweg de jongsten in het gezelschap van de grote Nationale boekenstuntdag in de Amsterdamse RAI. Een hoeveelheid boekhandelaars ter grootte van een normale vrijdagmiddag op het Amsterdamse Spui, stond uitgestald in een bende kramen.
De kramen stonden keurig in lange rijen, zoals de bomen in een Nederlands bos staan aangeplant. Gezelligheid bestond niet, want er moest verkocht worden. Alle tweedehands boeken moesten de deur uit. Alleen de prijzen stonden mij tegen. Een boek, daar wil ik best voor betalen, maar het moet mij verleiden en vooral: de moeite waard zijn.
Het leek allemaal te mislukken. Een rolstoel tufte voorbij waarna een lange adem met de lucht van alcohol volgde. De mannetjes neurieden terwijl ze voor de kraampjes met hun vingers over de boekenruggen gleden. Of ze mompelden zachtjes de boektitels op, net hard genoeg om te horen.
Ondanks alles mocht ik 'Een keuze uit zijn verpreide geschriften' van J. de Kadt meenemen met een bundeltje Komrij's en Biesheuvels voor de verzameling. Wat verderop deed ik zowaar twee vondsten: een tweedelige De Afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, een Nederlandse vertaling van Darwins The descent of man, and selection in relation to sex uit 1871. Mijn vertaling dateert uit 1882 en is van Hartogh Heys van Zouteveen. Helaas ontbreekt deze vertaling op de website waar alle werken van Darwin staan, terwijl de Duitse en Deense vertaling van dit werk wel op de site staan.
Naast Darwin lag een boekje van Boudewijn Büch, Links!,een ontbrekend stukje in mijn verzameling. Mijn dag was goed en Doris begon het rennen tussen de kraampjes te vervelen. Al vond ze het erg leuk om al die grijnzende oude mannetjes te ontwijken. Een verkoper bij een kraampje probeerde mij nog een verschrikkelijk beduimeld, maar kleurrijk boekje, rond de eerste commune te verkopen. Het was leuk voor Doris, meende ze. Ik vond het boekje niet bepaald geschikt voor mijn dochter, de katholieke evangelisatiedrang droop van de bladzijden.
We stapten het cafeetje in dat net buiten de aanplant van kraampjes lag. 'Zóó, die is er vroeg bij.' Ik knikte weer vriendelijk in zijn richting. Doris deinsde wat voor hem terug, net als voor de man die net met zijn handen haar tegemoet liep, ter begroeting. We dronken lekker een kopje koffie en chocomel voor Doris. Genoeg boeken voor vandaag. Snel liepen we weer naar de trein, iets dat Doris veel leuker vond dan de ouderwetse lucht van boeken.
Labels:
amsterdam,
Biesheuvel,
Büch,
doris,
Gerrit Komrij,
martin ros,
nationale boekenstuntdag,
rai
14 december 2007
Mijn halve zolder staat er vol mee
Pilaren van boeken zoeken een weg omhoog. Ze leunen scheef tegen elkaar in de stapels op de tafels. Je ziet de bedompte en muffe lucht opstijgen uit de opgestapelde boeken. De twee Jackhalzen van De wereld draait door bezoeken recensent Martin Ros. Ze moeten zich een weg banen door al het leesvoer heen.
'Al deze boeken wachten op mij om gelezen te worden', verzucht de lezer, die vanwege zijn leeftijd afscheid moet nemen van de Tros Nieuwsshow. De afkoopsom van 15.000 euro weerhoudt hem niet van kritisch commentaar. Zijn woorden spreken vooral over een triest verdriet en bovenal een holle frustratie.
Hij zoekt nu zelfs een boekenprogramma bij de EO. Hij moet toch iets met al die recensie-exemplaren in zijn zomerhuisje te Putten. De 70-jarige lezer heeft zoveel boeken staan in de scheve stapels dat hij meerdere levens nodig heeft om dat alles uit te krijgen. Zijn nieuwe vrije tijd kan hij goed gebruiken.
Ik herinner mij de anekdote van mijn docent Peter van Zonneveld. We hadden het over Amerika-deskundige Maarten van Rossum, maar hij hoorde in zijn slechthorendheid Martin Ros. 'Ja, dat is me er zeker eentje', reageerde hij. 'Die man heeft zoveel boeken dat de muren het van zijn huis begaven. Zijn huis stond op instorten, de scheuren werden met de dag groter en de vloer begon te kraken. In allerijl zijn stapels boeken afgevoerd. Die staan nog ergens bij Maarten 't Hart.' Het zou mij niet verbazen als de boeken nog bij 't Hart zijn. Jaren later las ik namelijk een interview met 't Hart. Ze waren inmiddels min of meer gebrouilleerd: 'Martin Ros, die moet nog eens die dozen met boeken ophalen. Mijn halve zolder staat er vol mee.'
Hij zoekt nu zelfs een boekenprogramma bij de EO. Hij moet toch iets met al die recensie-exemplaren in zijn zomerhuisje te Putten. De 70-jarige lezer heeft zoveel boeken staan in de scheve stapels dat hij meerdere levens nodig heeft om dat alles uit te krijgen. Zijn nieuwe vrije tijd kan hij goed gebruiken.
Ik herinner mij de anekdote van mijn docent Peter van Zonneveld. We hadden het over Amerika-deskundige Maarten van Rossum, maar hij hoorde in zijn slechthorendheid Martin Ros. 'Ja, dat is me er zeker eentje', reageerde hij. 'Die man heeft zoveel boeken dat de muren het van zijn huis begaven. Zijn huis stond op instorten, de scheuren werden met de dag groter en de vloer begon te kraken. In allerijl zijn stapels boeken afgevoerd. Die staan nog ergens bij Maarten 't Hart.' Het zou mij niet verbazen als de boeken nog bij 't Hart zijn. Jaren later las ik namelijk een interview met 't Hart. Ze waren inmiddels min of meer gebrouilleerd: 'Martin Ros, die moet nog eens die dozen met boeken ophalen. Mijn halve zolder staat er vol mee.'
Abonneren op:
Posts (Atom)