08 juni 2011

Romantiek versus neobarok in Stadsgehoorzaal

Het orgel in de Leidse Stadsgehoorzaal is gebouwd in 1966 door Flentrop
Het orgel in de Leidse Stadsgehoorzaal is gebouwd in 1966 door Flentrop

De instrumenten van de Pieterskerk en Waalse kerk lenen zich uitermate goed voor de muziek uit een bepaalde tijd. Hoeveel moeilijker ligt dat bij een instrument als het Flentrop-orgel in de Stadsgehoorzaal in Leiden? Cor de Jong deed een poging als derde organist op de Leidse Orgeldag van afgelopen zaterdag. Een poging waarbij hij balanceerde op de grens van het onmogelijke.

19e eeuws op een neobarok

Het programma dat De Jong gekozen had, bevatte 19e eeuwse muziek van Listz, Franck en Vierne. Een lastig genre op een typisch neobarok-orgel van de bouwer Flentrop. Het klankidioom ligt mijlenver van de muziek die Cor de Jong speelde. De gespeelde werken richten zich vooral op een klankideaal met veel klankkleuren en minimale klankschakeringen. Een neobarok-orgel zoekt veel meer de helderheid en doorzichtigheid van de klank.

De opening van zijn concert bewees dat al overduidelijk. Het werk Einleitung, Fuge und Magnificat aus der Symphonie zu Dante’s ‘Divina Commedia’ van Franz Listz is niet zozeer een werk waarbij je hard en zacht afwisselt. De dynamiek ligt namelijk in de minimale veranderingen. De als zwelkast gebruikte luiken van het borstwerk geven een te ruwe benadering. Daarom vraagt het naar mijn idee juist om andere radicale middelen.

Het orgel in de stadsgehoorzaal van Leiden staat tegen de achterwand van het podium
Het orgel in de stadsgehoorzaal van Leiden staat tegen de achterwand van het podium

Poging tot vertaling

Het is mogelijk, maar ik denk dat het programma van Cor de Jong zich onvoldoende leende voor een dergelijke aanpak. Hierdoor bleef het concert teveel hangen in een poging tot vertaling. Maar het beoogde effect bleef uit. Dat was heel jammer omdat naar mijn oordeel het heel goed mogelijk is om Franz Listz uit te voeren op een neobarok-orgel. Het vraagt alleen om veel zwaardere inspanningen dan het openen en sluiten van de borstwerkluiken.

Het neobarokke instrument werd bij het spel van dit orgelrepertoir tegen de haren in gestreken werd. Daarbij vormde vooral de als zwelkast gebruikte deurtjes van het borstwerk een flink obstakel. Het bood te sterke contrasten en te grote overgangen. Aan het spel van Cor de Jong kon het zeker niet liggen. Hij speelde de sterren van de hemel, maar naar mijn oordeel speelde hij te weinig in op de mogelijkheden van het instrument zelf. Hierdoor werd zeer spannende muziek langdradig en vervelend.

Op andere momenten werd het spel juist weer te onrustig door de vele wisselingen. Zoals bij de Berceuse van Vierne. Dit ingetogen werk vraagt op een neobarok om veel minder klankwisselingen. Ook was het lastig om in de kurkdroge ruimte van de stadsgehoorzaal een dergelijk stuk mooi te vertolken. De hoge klank van de fluit aan het einde van dit gebed, viel bij de uitvoering van Cor de Jong helemaal weg. Juist de elementen waarbij het orgel zich van zijn beste kant zou kunnen laten zien, vielen hierdoor enorm tegen.

De stadsgehoorzaal in Leiden is gebouwd in 1890 op de plek van het Sint-Catharinagasthuis. De naastgelegen Waalse kerk is de kapel van het gasthuis.
De stadsgehoorzaal in Leiden is gebouwd in 1890 op de plek van het Sint-Catharinagasthuis. De naastgelegen Waalse kerk is de kapel van het gasthuis.

Veel in huis

Dat terwijl de organist bij het laatste stuk, de Fantaisie van Camille Saint-Saëns, overtuigend liet horen wat hij allemaal in huis had. Het stuk veranderde onder zijn vingers in een heus spectakel. Net als het eerder gespeelde Scherzetto van Vierne. Hier mocht hij wat mij betreft nog meer de tonen in elkaar laten overvloeien.

De uitvoering van Cor de Jong heeft mij niet van de schoonheid van het orgel in de Stadsgehoorzaal overtuigd. Daarvoor werd het instrument teveel tegen de haren in gestreken. Bovendien is het heel lastig om een juist repertoire te vinden dat je op dit orgel kunt spelen. Ik zou denk ik heel sterk de neiging hebben gehad om allerlei bewerkingen van populaire orkeststukken te spelen. Ook leent het orgel zich goed voor improvisaties in hedendaags klankidioom. Daarbij komen de luiken van het borstwerk zeer goed van pas.

Programma

Franz Listz (1811-1886)Einleitung, Fuge und Magnificat aus der Symphonie zu Dante’s ‘Divina Commedia’
César Franck (1822-1890)Andantino in g
Louis Vierne (1870-1937)Uit ’24 Pièces en style libre’
– nr. 19 Berceuse
-nr. 14 Scherzetto
Camille Saint-Saëns (1835-1921)Fantaisie (1857)

Dispositie
Het orgel in de Stadsgehoorzaal van Leiden is gebouwd door Flentrop en opgeleverd in 1966. Het instrument is geschonken door de Leidse burgerij.

HoofdwerkBorstwerkPedaal
Prestant 8Quintadeen 8

Roerfluit 8

Octaaf 4

Speelfluit 4

Octaaf 2

Mixtuur IV

Cymbel III

Trompet 8

Holpijp 8Koppelfluit 4

Prestant 2

Quint 1 1/3

Sifflet 1

Sesquialter II

Regaal 8

Tremulant

Bourdon 16Prestant 8

Gedekt 8

Octaaf 4

Ruispijp III

Fagot 16

07 juni 2011

Finishen met rood hoofd op 2e avond avond4daagse

image

 

Met een rood hoofd van de inspanning arriveerde Doris vanavond op de finish. Helaas kon ik niet met haar meelopen op de 2e avond van de avond4daagse hier in Almere Stad. Gelukkig mocht ze met de juf meelopen. De schoenen zaten toch wat te krap gisteravond.

Daarom kocht Inge vandaag snel nieuwe schoenen. Ze zaten als gegoten want zonder blaren finishte Doris vandaag. Ik was zo trots op haar dat ik helemaal vergat een foto van haar te maken. Maar het opwachten bij het bruggetje vormde al een belevenis op zich.

Morgen de volgende 5 kilometer. Dan ga ik mee.

Spelen met middentoonstemming in Pieterskerk

Het orgel van de Pieterskerk in Leiden is in 1643 gebouwd door Van Hagerbeer

Een concert op het orgel van de Pieterskerk, is een spel met de middentoonstemming. Het instrument van de Pieterskerk is gebouwd door vader Galtus en zoon Germer van Hagerbeer in 1643. Ze gebruikten hierbij allerlei materiaal uit het oude orgel. Het mooie rugwerk stamt bijvoorbeeld uit 1629.

Het orgel van de hoofdkerk van Leiden bevat zodoende pijpwerk dat tot het oudste pijpwerk ter wereld gerekend mag worden. Er zijn namelijk nog orgelpijpen uit 1448 van Jacob van Bilsteijn. Daarnaast bezit het instrument nog orgelpijpen van Jan van Covelen. Van deze bouwer is alleen het koororgel in Alkmaar uit 1511 bewaard gebleven.

Huisorganist Leo van Doeselaar
Organist Leo van Doeselaar is sinds de restauratie de huisorganist van de Leidse Pieterskerk. Hij weet altijd weer een mooi programma samen te stellen. Het instrument biedt ongekende mogelijkheden. De middentoonstemming vormt hierbij een uitdaging in plaats van een beperking. Weliswaar is het lastig om muziek van na 1750 te spelen, maar voor de periode daarvoor is het orgel van de Pieterskerk uitermate geschikt.

De Pieterskerk in Leiden heeft van binnen een grondige restauratie ondergaan

Kerkrestauratie
Ik had het instrument niet meer gehoord sinds de kerkrestauratie die vorig jaar is afgesloten. Vlak voordat ik uit Leiden vertrok in 2002, kwam aan het licht dat de boktor in de kapconstructie van de Pieterskerk al jaren zat. Het was onduidelijk of de tor er nog altijd verbleef, maar de constructie was zwaar aangetast. Restauratie was onafwendbaar. Dankzij een financiële injectie van het rijk via de Kanjerregeling, stond de kerk de laatste jaren in de steigers.

Bij het concert van Leo van Doeselaar kreeg ik sterk de indruk dat het orgel aan kracht heeft gewonnen. Naast de kerk onderging ook de buitenkant van het orgel een grote restauratiebeurt. Grote orgelluiken sieren de hoofdwerkkas en de kas bezit mooie vergulde motieven op de stijlen.

De zon scheen op het rugwerk tijdens het concert van Leo van Doeselaar in de Pieterskerk

Lichtinval
Een genot om naar te kijken. Zeker met de prachtige lichtinval van afgelopen zaterdag. De zon scheen tijdens het concert op het rugwerk. Langzaam verschoof het licht van de linkertoren naar de middentoren om aan bij de rechtertoren te eindigen bij het slotstuk van het concert.

Het instrument heeft door de restauratie van de kerk en de orgelluiken vooral aan draagkracht gewonnen. Leek in het verleden het geluid nogal weg te vallen, nu hoorde je het instrument duidelijk de hele ruimte vullen. Dit kwam met name de lage tonen ten goede.

Het orgel van de Leidse Pieterskerk vanuit de zijbeuk gezien

Credo
Leo van Doeselaar illustreerde dit prachtig met het Credo van Hans Leo Hassler. De enigszins dof klinkende, diepe 24-voets prestant van het hoofdwerk in combinatie met de bijna strijkende prestant 8 van het rugwerk. Wat een klankrijkdom.

Het orgel van de Pieterskerk is een orgel met karakter. Het lijkt vele stemmingswisselingen binnen een concert te ondergaan. De boventoonrijke fluiten zijn een oorstreling waard. Leo van Doeselaar liet dat horen bij de Canzona noni toni van Hassler. Het programma bood alle mogelijkheden om de vele kanten van het instrument te demonstreren. En het zorgvuldige spel van Van Doeselaar stelde hierbij nooit teleur.

Programma: Stemmingswisselingen

Hans Leo Hassler (1564-1612)Toccata primi toni
Canzona noni toni
Uit ‘Lustgarten Neuer Teutscher Gesäng’ (1601):
– ‘Ach weh der schweren pein’
– ‘Ach Schatz ich sing und lache’
Credo in unum Deum (‘Wir glauben all’ an einen Gott’)
Heinrich Scheidemann (1595-1663)Orgelintavolatie (‘auff 2 Clavir Pedaliter’) van zesstemmig motet ‘Verbum caro factum est’ van Theo Hassler

Dispositie
Het orgel in de Pieterskerk is gebouwd in 1643 door Galtus en Germer van Hagerbeer. Ze gebruikten veel materiaal uit het oude orgel. In 1998 is het orgel door Verschueren gerestaureerd. Hiermee is het een toonaangevend instrument geworden dat een impressie geeft van het Hollandse stadsorgel uit de 17e eeuw. Een gespecificeerde dispositie is te downloaden op de website van de Pieterskerk.

HoofdwerkRugwerkBovenwerkPedaal
Prestant 24
Prestant 12
Bourdon 16 D
Octaaf 6
Mixtuur
Groot Scherp
Klein Scherp
Trompet 12 D
Koppel HW-RW B/D
Prestant 8
Quintadeen 8
Prestant 4
Holpijp 4
Superoctaaf 2
Quintanus 1 1/2
Sifflet 1
Mixtuur
Scherp
Sesquialtera D
Cornet
Schalmei 8
Tremulant
Prestant 8
Holpijp 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Superoctaaf 2
Gemshoorn 2
Nasard 1 1/2
Sifflet 1
Tertiaan
Sesquialter D
Trompet 8
Vox Humana 8
Tremulant
Octaaf 8
Octaaf 4
Trompet 16
Trompet 8

06 juni 2011

Nat pak op 1e avond avond4daagse

Voordat de regen ons zou nat maken bij de Avond4daagse in Almere Stad
Voordat de regen ons zou nat maken bij de Avond4daagse in Almere Stad

Vanavond de avond4daagse hier in Almere Stad gelopen met Doris. We hadden heel gezellige eetvisite. Daardoor verloor ik een beetje de regie over de tijd. Net als de controle over buienradar. Ik kon zo snel niet zien of het nu wel of niet zou gaan regenen. De lucht was overal even donkergrijs, dus die gaf weinig uitsluitsel.

Zonder paraplu
We vertrokken zonder paraplu en waren veel te vroeg. Onder de nieuwe naam Het Samenspel vertrokken we met de kinderen van de Waterlandschool om 18.20 uur. Veel te laat en niet voor de buien uit.

Wisten we het aanvankelijk droog te houden, aan het einde was het goed raak. De regen daalde neer en het gebed bleef beperkt tot een binnensmondse vloek. Het baatte weinig, de regen bleef neerdalen. De druppels veranderden snel in een heuse douche. Al vond ik het niet eens zo heel erg om daar in te lopen.


Met het nieuwe spandoek van Het Samenspel door Literatuurwijk in Almere

Blaren
De eerste blaren tekenden zich ook aan de voeten bij Doris. De laatste 1,5 kilometer werd de tocht zwaar. Blijkbaar was ze toch uit haar schoenen gegroeid. En misschien moet ik eens wat vaker met haar een lange wandeling trainen. Kan nooit kwaad natuurlijk.

Improviseren in stijl in de Waalse kerk

De Waalse kerk aan de Breestraat in Leiden

De Waalse kerk bereikte ik zaterdag te laat. Organist Erik van Bruggen speelde het openingsstuk al. Een praeludium in F van een anonieme componist uit de 17e eeuw. Ik hoorde bij binnenkomst het stoere plenum al klinken.

Veel te groot
Het orgel van de Waalse kerk is eigenlijk veel te groot voor deze kerk. Het is gebouwd door Gerard Steevens in 1748 voor de Onze Lieve Vrouwekerk. Toen deze kerk in de 19e eeuw werd afgebroken verhuisde het orgel naar de Breestraat. Hiervoor moesten flink wat aanpassingen worden gepleegd. Een deel van het tongewelf verbouwden ze tot spitsgewelf. Zo paste de imposante middentoren van het orgel in het kleine kerkje.

De restanten van de Onzelievevrouwekerk aan de Haarlemmerstraat in Leiden
De restanten van de Onze Lieve Vrouwe kerk aan de Haarlemmerstraat in Leiden

Overigens kun je nog altijd een restant van de OLV-kerk bewonderen. Dat is aan de andere kant van de Oude Rijn. Aan de Vrouwenkerkkoorstraat staat nog een deel van van de muur van het koor van de kerk. Op de muur prijkt een bordje over deze bijzondere kerk die helaas niet meer is.

Onmiskenbaar van zijn hand
Het programma van Erik van Bruggen was onmiskenbaar een programma van zijn hand. Zo speelde hij werken van J.K.F. Fischer (1656-1746) en Samuel Scheidt (1587-1654), maar ook 2 anonieme werken uit de 17e eeuw. Fischer speelt Van Bruggen ook op hetzelfde orgel op de cd Orgels in Nederland. Een interessante componist die niet zo vaak op het programma staat.

Het hoogtepunt van het programma waren wel de improvisaties in oude stijl. Erik van Bruggen speelt moeiteloos een imposante fuga. Zo maakte hij in zijn afsluitende Praeludium und fuge in d leuke verwijzingen naar J.S. Bach. Een aardige knipoog met veel vaardigheid. Waarin Van Bruggen dan bovenal uitblinkt, is het improviseren op thema’s die niet koraalgebonden zijn.

Het orgel van Steevens en Assendelft (1748) in de Waalse kerk te Leiden

Mogelijkheden en beperkingen
Zo demonstreerde hij in zijn suite in 18e eeuwse stijl hoeveel mogelijkheden het orgel van de Waalse kerk biedt. Naast het brede en uiterst volledige plenum van het hoofdwerk, biedt het bovenwerk uitermate veel mogelijkheden in verschillende klanken. Pieter Assendelft bouwde dit in 1750. Dit gebeurde omdat de werkzaamheden van Gerard Steevens waren afgekeurd. Assendelft heeft het hoofdwerk verbeterd en als aanvulling een bovenwerk gebouwd.

Erik van Bruggen bespeelt het instrument al sinds mensenheugnis en kent het orgel als geen ander. Hij is zich zeer bewust van de mogelijkheden en de beperkingen van het instrument. De Kirnbergerstemming zorgt ervoor dat het orgel een voor 18e eeuwse begrippen ‘ouderwetse’ uitstraling heeft.

Verwantschap
Het stoere plenum heeft namelijk heel veel verwantschap met het orgel van de Pieterskerk. Dat orgel is 100 jaar ouder, maar vertegenwoordigt heel sterk hetzelfde klankidioom. Gerard Steevens heeft heel duidelijk een voorbeeld in het achterhoofd gehad bij de bouw van het orgel. Wellicht dat hier ook de oorzaak ligt dat het orgel afgekeurd is: het voldeed niet aan de eisen van de moderne tijd.

Programma

Anoniem (17e eeuw)Praeludium in F
Samuel Scheidt (1587-1654)Courante
Anoniem (17e eeuw)Christ lag in Todesbanden
ImprovisatieSuite in 18e eeuws stijl
Praeludium
Courante
Gavotte
Menuet
Fuge
J.F.K. Fischer (1656-1746)Praeludium in a 2 fughettes
ImprovisatiePraeludium und Fuge in d in de stijl van Bach

Dispositie
Dispositie van het orgel in de Waalse kerk
Het orgel is gebouwd door Gerard Steevens in 1748 en in 1750 verbeterd door Pieter Assendelft. In 1987 is het instrument onder advies van Klaas Bolt en Henk Kooiker gerestaureerd door Flentrop.

Hoofdwerk (C-c3)Bovenwerk (C-c3)
Prestant 16
Prestant 8
Octaaf 4
Quint 3
Octaaf 2
Tertz (1 3/5)
Mixtuur III
Scherp (III-IV)
Cornet III
Trompet 8 B/D
Prestant 8
Holpijp 8
Quintadena 8
Octaaf 4
Fluit 4
Gemshoorn 2
Sifflet 1
Sexquial II D
Vox Humana 8
Tremulant
Het pedaal (C-c1) is aangehangen

Deze bespreking is onderdeel van een serie artikelen die deze week verschijnen over de 27e Leidse Orgeldag van zaterdag 4 juni. Ik bespreek hierin de instrumenten die zijn bespeeld afzonderlijk. Vandaag was de orgelbespeling van Erik van Bruggen in de Waalse kerk aan de beurt. Van Bruggen gaf zaterdag als eerste een bespeling van 10.00 tot 10.30 uur.

05 juni 2011

Leidse Orgeldag 2011 een belevenis voor oren en ogen

De 6 orgels bepeeld op de Leidse Orgeldag 2011

Een weerzien met mooie, maar ook ontroerende momenten. De Leidse orgels op de 27e Leidse Orgeldag hebben werkelijk karakter getoond. Soms waren de klanken verbluffend. Andere keren was het wat teleurstellend.

Het zwerven door de stad, de nauwe steegjes en de verbluffende uitzichten over het water. Het maakte de dag tot een feest der herkenning, waarbij ik vaak aan mijn studententijd moest terugdenken.

Verkeerde toonaard
Even dreigde de dag in een verkeerde toonaard te beginnen. De NS gooide vanmorgen roet in het eten door mijn intercity ineens te laten vervallen. Ik stond nota bene keurig op tijd op het station. De stoptrein naar Weesp reed net weg toen ik ontdekte dat mijn trein vervallen was.

Ik baalde verschrikkelijk. Dat was niet de bedoeling en bij voldoende voorkennis had ik het probleem kunnen verhelpen. Nu moest ik noodgedwongen de stoptrein na mijn intercity nemen. Met alle gevolgen en noodlot tot gevolg.

Het orgel van Steevens en Assendelft (1748) in de Waalse kerk te Leiden

Waalse kerk

Daardoor moest ik het welkomstwoord van Jan Krajenbrink missen. Door te rennen van station naar de Waalse kerk wist ik bij het Praeludium binnen te komen. Ik hoorde bij het openen van de deur al het stoere plenum van het orgel van Steevens en Assendelft. Een prachtig instrument dat dankzij de organist Erik van Bruggen beduidend meer bekendheid heeft gekregen dan eerder. Het is namelijk een juweel van een instrument.

Lees mijn bespreking van het concert van Erik van Bruggen: Improviseren in stijl in de Waalse kerk

Orgel van Hagerbeer uit 1628 en 1643 in de Pieterskerk te Leiden

Pieterskerk
De Pieterskerk is niet alleen de thuishaven van de universiteit. Het is ook voor mij een veilig thuis. Het binnenstappen van de belangrijkste kerk van Leiden, voelt als thuiskomen. Al ben ik niet meer in de kerk geweest sinds de omvangrijke restauratie die kortgeleden is afgerond. Dankzij de zogenaamde Kanjerregeling vanuit het Rijk was deze zeer noodzakelijke restauratie mogelijk.

De kevers en torren hadden zich tegoed gedaan aan de eeuwenoude balken. Bij het concerteren van huisorganist Leo van Doeselaar heb ik veel naar het rongewelf gekeken. Inderdaad zijn enige dwarsbalken helemaal vernieuwd. Andere zijn grondig opgeknapt. De kever is verdwenen.

De klank van het Hagerbeerorgel kwam eveneens vertrouwd op mij over. Wat een spel van organist Leo van Doeselaar. Ik kreeg sterk de indruk dat het instrument door de orgelluiken op de hoofdwerkkas en de opknapbeurt van de kerk beter klinkt dan ooit. Ik herkende het geluid, maar vond het veel verder klinken. Het orgel is veel meer een eenheid met de kerk geworden.

Lees mijn bespreking van het concert van Leo van Doeselaar: Spelen met de middentoonstemming in de Pieterskerk

Het orgel in de Leidse Stadsgehoorzaal is gebouwd in 1966 door Flentrop
Het orgel in de Leidse Stadsgehoorzaal is gebouwd in 1966 door Flentrop

 

Stadsgehoorzaal
Het orgel van de Stadsgehoorzaal kende ik niet, maar de ontmoeting met het instrument vandaag was niet zo positief. Ik was niet zo sterk onder de indruk van het orgel dat Flentrop in 1966 voor deze zaal bouwde. Een van de grootste oorzaken was de keuze van het repertoire van organist Cor de Jong.

Cor de Jong balanceerde op het randje wat betreft de mogelijkheden van het instrument. Naar mijn oordeel sloeg de balans de verkeerde kant op. Helaas, want ik ben ervan overtuigd dat het programma in combinatie met het orgel zeker veel kansen bood. Wellicht was het Franse en Duitse repertoire dat uitsluitende uit 19e eeuwse werken bestond, iets teveel van het goede.

Het orgel van de Hooglandse kerk uit 1565 is gebouwd door De Swart en in 1637 verbouwd door Hagerbeer
Het orgel van de Hooglandse kerk uit 1565 is gebouwd door De Swart en in 1637 uitgebreid door Hagerbeer

 

Hooglandse kerk
Theo Visser demonstreerde op zijn op en top (vroeg)barokke Hagerbeerorgel dat het weldegelijk mogelijk is om moderne muziek te spelen op een eeuwenoud orgel. Hij begon zijn concert op het orgel van de Hooglandse kerk met Franse operamuziek. Nog overtuigender klonken echter de orgelstukken Jehan Alain. Deze uitvoeringen mogen tot het hoogtepunt van de Leidse Orgeldag gerekend worden.

Het orgel van Maarschalkerweerd uit 1877 in de Hartebrugkerk te Leiden
Het orgel van Maarschalkerweerd uit 1877 in de Hartebrugkerk te Leiden

Hartebrugkerk
Het concert in de Hartebrugkerk van Jan Verschuren bracht mijn orgelhart op hol. Want wat een orgel heeft hij. En wat een overweldigende akoestiek bezit deze kerk op de kruising van de Haarlemmerstraat en de Lange Mare. De klank draagt tot ver. Dit is mogelijk ook een gevolg van het indrukwekkende gewelf dat door de vele insparingen het geluid in de hele ruimte brengt.

De kracht en energie van het Maarschalkerweerdorgel is het tweede element dat het concert tot een heuse belevenis maakte. Zeker in combinatie van het repertoire van organist Jan Verschuren. Vooral het werk van Andrew Carter en Duruflé brachten mij als luisteraar in extase. Muziek waarbij je het idee hebt even de hemel aan te raken.

Het onlangs gerestaureerde Garrels-orgel uit 1733 in de Marekerk te Leiden

Marekerk
Henk Gijzen was de hekkensluiter met een overtuigende uitvoering op het orgel van de Marekerk. Dit instrument van Garrels uit 1733/1735 is vorig jaar gerestaureerd. Weliswaar gebeurde dit vanuit de beslissingen die in de 60’er jaren zijn genomen door orgelbouwer Flentrop. Zo is de orgelkas zoals die in de 20e eeuw is gewijzigd, gehandhaafd. Ook is het door Flentrop gebouwde borstwerk in stand gebleven.

Een totale reconstructie van de situatie zoals Garrels die heeft gemaakt, is hierdoor helaas niet geweest. Het zou ook onbetaalbaar zijn geweest, maar de orgelkas ziet er ondanks alle goudverf en getinfoliede pijpen een beetje vreemd uit. De eenheid die het eens geweest is, is het hierdoor niet.

Probleem
Dat probleem vind je ook terug in de klank van het instrument. Zeker, het is werkelijk ongekend vooruit gegaan sinds de eerste keer dat ik het hoorde. De mixturen en vulstemmen dringen zich niet meer zo op als eerst. Ook laten de grondstemmen een heel mooi en gevarieerde klankrijkdom horen. Je kunt veel met dit instrument, maar historisch gezien klinkt het allemaal net niet als de eenheid die je ermee zou kunnen realiseren.

Het is kinderachtige kritiek, maar ik zie het ergens toch als een mogelijkheid die is blijven liggen. Jammer, omdat het naar mijn idee dan echt een groots instrument wordt, dat een mooie aanvulling zou vormen op het Garrelsbestand dat ons land nu al rijk is.

Mooie Leidse Orgeldag
Een mooie dag. Ze geeft een welkome aanvulling op alle concerten die in de zomermaanden over Nederland verspreid worden gehouden. Leiden geeft hier ook de uitstekende mogelijkheid toe. De historische orgels staan allemaal op loopafstand van elkaar en de hoeveelheid historische orgels geven vele mogelijkheden voor afwisseling.

Zo kun je volgend jaar 4 andere kerken of orgels in het programma opnemen. Daarom is het concept na 27 jaar zeker nog niet uitgewerkt. Zeker ook niet omdat de orgels de laatste jaren allemaal zo prachtig gerestaureerd zijn en veel mogelijkheden bieden aan uitvoerders en luisteraars.

Vooral dat laatste heeft me vandaag overtuigd. Want Leiden heeft niet alleen een grote hoeveelheid prachtige orgels binnen de stadspoorten, de hoeveelheid uitstekende organisten die deze instrumenten bespelen, liegen er eveneens niet om.

Mosterd
Wat ik wel aanbeveel, is in het boekje wat meer informatie over de orgels te geven. De informatie bleef nu beperkt tot de uitvoerders. Daarnaast denk ik dat de Leidse Orgeldag enorm aan kracht zou winnen als er een strakker overkoepelend thema gekozen zou worden.

Je kunt hierbij stilstaan bij een bepaalde componist. Jehan Alain was een goeie geweest en bruikbaar op alle orgels, zo heeft Theo Visser bewezen. Een psalm of iets als voorjaar, lekker eten of samenspel met een ander instrument (viool, fluit of zang).

Bindende factor
De bindende factor gisteren waren de euphonium-bespelers Dick Smit en Jan Tijsen. Ze speelden bij elke ingang van de kerk kort voor aanvang van het concert. Zo pikten ze ook nog enkele toevallige voorbijgangers op. Dit zou helemaal binnen een thema passen.

Lees de rest van de week de besprekingen van alle concerten apart.

04 juni 2011

Zwaan kleef aan

image

Op het hoekje van het Haarlemplein en de Alkmaargracht heeft een koppel zwanen zich genesteld. Bij hen vergezellen zich 6-tal jonge zwaantjes. Ze hebben nog donsveren en zien er schattig uit. Vanaf de Haarlembrug heb je een mooi uitzicht over de familie Zwaan. Ze hebben zich genesteld in de berg wilgentakken die in de hoek van de gracht drijven.

’s Avonds maken ze geregeld een uitstapje. Ze zwemmen dan met rustige slagen keurig in een rijtje achter elkaar. Vader voorop gevolgd door de 6 kleintjes. Moeder is de hekkensluiter van de stoet. Ze drijft als het nodig is de laatste wat vooruit. Daarnaast houdt ze de rest in het gareel.

Voorzichtigheid is geboden bij de zwanenfamilie. En ik waarschuw Doris ook voor de gevaren. Zwanen met jongen zijn extra waakzaam en zelfs agressief. Je hoort veel mensen klagen over zwanenfamilies die soms een hele buurt kunnen terroriseren. Het is de natuur, maar als een deel van jouw leefgebied inpikken en als hun territorium beschouwen, dan ben je behoorlijk de pineut.

Vooralsnog houdt de zwanenfamilie zich gedeisd. Het paar komt hier al jaren en heeft nog niet tot grote incidenten geleid. Het is zelfs mooi om te zien hoe ze door de gracht peddelen.

03 juni 2011

Orgeldag Leiden

image

Morgen bezoek ik de orgeldag Leiden. Het belooft een interessant programma te worden met mooie orgels en goede organisten. Een deel van de orgels en organisten ken ik. Anderen zijn onbekend voor mij. Dat zorgt voor een boeiende mix van vertrouwd en nieuw.

De Orgeldag Leiden brengt bij mij de herinnering terug naar 1996. Het was de eerste en laatste keer dat ik de orgeldag in Leiden bezocht. Ik wist nog niet dat ik in Leiden zou gaan studeren en komen wonen. Dat zou pas een maand later gaan spelen. Ik wist wel dat ik Nederlands wilde gaan studeren, maar ik wilde dat in eerste instantie in Nijmegen gaan doen.

Samen met mijn vader ging ik naar de orgeldag. Ik heb mij vandaag wezenloos gezocht naar het programma dat destijds opgevoerd werd. Ik weet het allemaal niet meer zo zeker welke orgels en organisten ik toen gehoord heb.

Waalsekerk
We begonnen in de Waalsekerk met een concert van Henk Kooiker. Hij speelde ondermeer Sei gegrüßet Jesu gütig, BWV 768. Een indrukwekkend werk van Bach dat op mij overkwam als een marteling voor organist, orgel en toehoorders. Hij bakte er weinig van. In elke aanslag klonk wel een fout. Hier was duidelijk iets aan de hand. Ik gaf destijds de schuld aan de autodidactische opleiding van Kooiker.

Lokhorstkerk
Daarna naar de Lokhorstkerk. Het Mitterreither-orgel uit 1774 was nog niet gerestaureerd. De vaste organiste van dat moment was verhinderd. Ze had een werkelijk voortreffelijk vervanging geregeld. Het was niets minder dan Arjen Leistra. Hij is nu organist van de Grote of Sint Janskerk in Schiedam, tot 2009 ook organist van de Hoflaankerk in Rotterdam-Kralingen. Hij speelde een overtuigend programma met ondermeer een sonate van Mendelssohn waarin hij onverminderd blijk gaf van zijn grote talent.

Marekerk
In de Marekerk concerteerde Ben Fey. Hij gaf een sterk programma ten gehore. Het orgel klonk niet bepaald overtuigend. Het bleef ergens steken in de klank. De restauratie van Flentrop in de jaren ‘60 liet een klank horen die onvoldoende draagkracht bood in het instrument. Ook leek het of het orgel te leiden had onder lekkages en hangers. Ben Fey wist deze mankementen niet altijd even effectief in zijn spel te omzeilen.

Luthersekerk
Het orgel van de Luthersekerk vond ik destijds vooral tegenvallen. De noodzaak voor een restauratie drong zich hier het sterkste op. Zelfs sterker dan de zeer noodzakelijke restauratie van het Mitterreither-orgel in de Lokhorstkerk. Misschien speelde het gegeven een rol dat het allemaal een beetje uitgeblazen en armetierig klonk.

Herengrachtkerk
En de Gereformeerd vrijgemaakte Herengrachtkerk. Hier speelde Ben Fey opnieuw een programma met enkele Nederlandse componisten en een paar werken van hemzelf. Geen indrukwekkend orgel, maar een heel aardig programma op dit orgel van De Jongh uit 1985 met een sterk jaren ‘60 klankidioom.

Hartebrugkerk
We eindigden in de Hartebrugkerk met een indrukwekkend concert van wijlen Folkert Grondsma. Een concert waarvan ik erg onder de indruk was. Niet in de laatste plaats doordat het ook een prachtig orgel is dat in de Hartebrugkerk staat. Grondsma concerteerde helemaal aan het einde van de dag, net na een mis. Het was een intens katholieke ervaring die ik toen meemaakte. Ik ben daarvan zo geschrokken dat ik nooit meer terugkeerde in de Hartebrugkerk.

Twijfels
Waar ik over twijfel is of we het Hill-orgel in de Pieterskerk gehoord hebben. Het zou heel goed kunnen, maar ik weet het niet meer zeker. Het Hagerbeerorgel was op dat moment nog volop in restauratie. De Hooglandsekerk viel buiten de organisatie van de orgeldag. Ze deden destijds niet mee met de Leidse orgeldag vanwege een ruzie. Over de aard en inhoud lieten de organisatoren weinig los. Het had iets te maken met geld. We zijn toen nog wel even op weg naar de Herengrachtkerk even de kerk binnengelopen.

Niet meer naar Leidse Orgeldag
Het grappige is dat ik vanaf augustus 1996 in Leiden woonde en tot 2002 in de stad verbleef. Maar nooit heb meer een Orgeldag bezocht. Het was uit mijn scoop verdwenen. Ik hield me met andere dingen bezig. Ik heb heel vaak nog orgels gehoord, zoals de Hooglandsekerk, de Waalsekerk en de Pieterskerk de Lokhorstkerk na de omvangrijke restauraties van beide instrumenten. Vooral het orgel van de Pieterskerk verwierf een onuitwisbare indruk op mij met de concerten van Leo van Doeselaar en Bert Matter.

27e Leidse Orgeldag
Morgen is de 27e Leidse Orgeldag. Een indrukwekkend evenement. Gelukkig is het geschil met de Hooglandsekerk opgelost. Ik geloof dat ze het al bijlegden in de tijd dat ik in Leiden woonde. Het programma van morgen laat zien dat de orgels aan kracht hebben gewonnen. Ik ben heel benieuwd naar de klankrijkdom van het Garrelsorgel in de Marekerk. De combinatie van de nieuwe organist Henk Gijzen met de restauratie van Verschueren vorig jaar maken het een spannende ervaring waar ik erg naar uitzie.

Nooit horen concerteren
Ook Theo Visser heb ik nooit horen concerteren op het orgel van de Hooglandsekerk. Wel hoorde ik hem bij een huwelijk. Hij was toen nog niet zo lang organist. De jaren die hij nu op het instrument speelt, zullen hem zeker vertrouwder met het instrument hebben gemaakt. En het is een ontzettend mooi orgel dat er staat.

Vertrouwd
De vertrouwde namen Erik van Bruggen in de Waalsekerk en Leo van Doeselaar in de Pieterskerk maken het ook een feest der herkenning. Ik heb nog een aantal lessen van Erik van Bruggen mogen genieten. Hij heeft me veel geleerd en nog meer afgeleerd. De combinatie met het luisteren naar een orgel waar ik regelmatig met veel plezier op heb mogen studeren, maakt dat ook tot een feest.

Overtreffen of zwakke schaduw?
Blijft over of de ervaring van de Hartebrugkerk te overtreffen is door de nieuwe organist Jan Verschuren. Het leek destijds wel of Folkert Grondsma een eenheid met zijn instrument vormde. Dat is nu dus afwachten. Net als het concert van Cor de Jong op het Flentroporgel in de Stadsgehoorzaal.

Kortom, het zal een feest van herinnering en nieuwe ervaringen zijn morgen daar in Leiden.

02 juni 2011

Meeloper

Nog maar amper op weg was ik afgelopen zondag bij het hardlopen, maar ik hoorde iets vreemds. Ik hoorde een vreemd ritmisch geluid dat leek op iemand die met een handzaag een stuk hout zaagt. Het geluid kwam van rechts. Het zou moeten wegsterven, maar het bleef naast mij klinken.

Ineens iets nats op mijn been. Ik keek naar beneden en zag een klein hondje naast me rennen. Een meeloper. Ik stopte, haalde het hondje even aan en keek om me heen of ik een baasje kon zien. De hele straat was uitgestorven. Geen baasje te zien. Ik probeerde het dier weg te sturen, maar hij ging op zijn rug liggen. Ik zag duidelijk iets roze opzwellen en puntig vooruit wijzen. Om de nek droeg het dier geen halsbandje of iets waarmee ik hem zou kunnen identificeren. Wat moest ik met dit beest?

Ik wilde verder lopen en hervatte mijn loop. Het dier liep met me mee, alleen bleef hij nu niet een eindje achter me. Hij ging voor mijn voeten lopen. Iets waar ik helemaal geen zin in had. Ik zag een drama voor me van een lange trainingsronde met een hond aan mijn zij.

Ik kwam bij een drukker fietspad. Hier liepen mensen met honden. Ik probeerde het dier terug te sturen, maar hij sprong in de richting van mijn hand. Het gebaar nodigde hem uit om een partijtje te gaan spelen. Iets dat ik helemaal niet zag zitten.

De verlossing kwam uit onverwachte hoek. Achter een bosje kwam een vrouw met een hond tevoorschijn. De hond vergat mij totaal en rende in de richting van de andere hond.

Ik gebaarde met mijn armen in de lucht. ‘Het is niet mijn hond. Ik weet niet van wie hij is.’ ‘Och’, zei de vrouw. Ondertussen dartelden 2 honden om haar heen. De halsband raakte verstrikt in haar benen. ‘Die vindt z’n baasje wel weer’, riep ze. Ze probeerde het draad los te maken. Hiervoor bewoog ze haar benen snel omhoog en omlaag.

Ik holde weer verder. Inderdaad, die kwam wel weer thuis.

01 juni 2011

Spuugbeestje

Het spuugbeestje zit verstopt in mijn voortuin

Als ik uit het raam kijk, zie ik al enige tijd het spuugbeestje bij ons op de lavendelstruik zitten. Het kwijlerige goedje dat een bijeengesponnen hoeveelheid spuug lijkt, deint mee op de wind. Het vormt een propje speeksel en dient als bescherming voor het spuugbeestje.

Spuugbeestje, zo noemt Jan Wolkers hem in De achtertuin. Het spuugbeestje dat in onze lavendel huist, is ook zo’n dier dat zich opblaast tot zo’n sappige klodder.