13 juni 2011

Elke dag een foto

Elke dag maakte Jamie Livingstone een foto met zijn polaroidcamera

Elke dag een blog, elke dag een foto, elke dag een teken van leven. Het is bijna een onbegonnen zaak. Zaterdag schreef Max Pam in het Parool over de polaroid en het levenswerk van de Amerikaanse fotograaf, filmer en circusartiest Jamie Livingston (1956-1997). In de laatste 18 jaar van zijn leven maakte hij dagelijks een polaroidfoto. Het is een heus kunstwerk geworden.

Het leven zelf als kunstwerk. Elke dag die druk op de knop volstaat blijkbaar om een waar levenswerk te bouwen. Het verhaal van Jamie Livingston is niet zozeer de foto die hij neemt, alswel het verhaal dat hij vertelt met al die foto’s. Hij geeft met de polaroids een inkijkje in het gezinsleven, het leven van alledag en de drang door te leven bij een ziekte als kanker. Kortom, zijn fotoserie is een document van een tijd, een leven en een mens.

Op internet
De enorme hoeveelheid polaroidfoto’s staan op internet. Helaas vermeldde Max Pam in zijn column niet waar de foto’s staan, want het is zeker de moeite te kijken naar deze foto’s. Elke dag een foto. Het vraagt discipline. Ik kan erover meepraten. Elke dag een blog is misschien net zo erg. Je moet een onderwerp zoeken, tast de hele dag in het duister en voelt dat de ingeving niet komt.

Waar zal ik vandaag over bloggen? Wat kan ik vandaag op de foto zetten? Niet elke dag leent zich voor een verhaal. De meeste dagen gaan voorbij als de vorige en hoe kun je dan iets apart zetten en zeggen dat dit verhaal deze dag typeert?

Andere dagen zitten vol met verhalen. Dan heb je niet genoeg aan 1 blog. Dan voelt het oneerlijk om de verhalen te sparen voor een dagje zonder verhaal. Alsof een lezer dat in de gaten heeft.

Eerlijkheid
Het is mijn eigen eerlijkheid waarmee ik mijn blog benader. Het laat zich vergelijken met een dagboek. Als je elke dag iets opschrijft van de dag. Een gedachte of een gebeurtenis, dan ontstaat het verhaal vanzelf. Het verhaal van alledag en tegelijkertijd het verhaal dat uit de dag getrokken is. Het laatste is misschien nog boeiender dan het eerste. Het levert in elk geval veel genoegdoening op.

En stil hoop je dat het een levenswerk wordt, dat bloggen. Je zult het echter nooit weten want daarvoor ontbreekt het overzicht en het einde. Mooi en triest tegelijk.

12 juni 2011

Politiek tussen de geiten

image

Vanmiddag met Doris naar de kinderboerderij en wie trof ik daar: mijn stadgenoot @Kanteldenker. Ik heb al heel vaak met hem getwitterd en nu mocht ik met hem in levende lijve praten. De discussie op twitter rond de PGB beheerste ons gesprek. Niet zomaar iets waar je over praat. Het gaat over de toekomst van je kind. Dingen waarbij je nooit genoeg kunt vooruit zien.

We stonden daar in de dierenweide, tussen de geiten die soms trokken aan onze kleren. Hongerig als geiten zijn. De nubische geit kwam af en toe langs voor een knuffel. De besparingen die het kabinet wil behalen via het persoonsgebonden budget is volgens @Kanteldenker een verkapte bezuiniging. Ze voeren de bezuiniging door en hopen dat wij onze kinderen thuishouden. Dan snijdt het mes aan 2 kanten. En je bespaart geld en de gehandicapten wordt de noodzakelijke zorg onthouden.

Bezuinigen op zwakkeren
Het blijft een vreemde gewaarwording. Bezuinigingen doorvoeren op groepen in de samenleving die het niet aankunnen. Op dergelijke dingen zijn we de afgelopen jaar onder Balkenende eindeloos getrakteerd. Nu onder Rutte gebeurt niet veel anders. De grote besparingen zoals de hypotheekrenteaftrek of verkapte subsidies zoals nu vaak gebeurt met grote bedrijven als Schiphol of nationale banken.

Daar tussen de geiten hoorde ik weer de bevestiging van mijn eigen denken. Politiek draait om belangen en vaker persoonlijke belangen dan je denkt. Het is heel goed om aan de hand van de PGB eens te kijken wie er belang bij heeft. Kijk eens goed naar de grote zorginstellingen. Hoe vaak worden ze bestuurd door CDA-politici. De PGB heeft direct een uitwerking op deze enorme instellingen.

Belangenspel
Het zou in de politieke discussie meer moeten gaan om de belangen van de groepen zelf. En niet zozeer om de belangen van instellingen en politici. De ontrafeling van deze bizarre wereld vol belangen en tegenstrijdigheden zou eens aangepakt moeten worden. Het zou de teleurstelling van veel mensen in de politiek kunnen voorkomen. Precies het onderwerp waarom zoveel mensen het stemvakje van de PVV inkleuren.

Dat terwijl de discussie niet over de bezuiniging van 900 miljoen zou moeten gaan. Is het probleem van de PGB niet het probleem van de vergrijzing? We zouden ons juist nu moeten bezinnen over de hoge kosten in de (gezondheids)zorg en wat we daaraan kunnen doen. Kortom, wie helpen we wel en wie niet. Waarom zou een oudere die het gewoon kan betalen zijn rollator niet zelf kunnen betalen? Mogen ouderen niet wat meer betalen voor hun hoortoestel?

Kortom, een discussie over de verzorgingsstaat.

11 juni 2011

Opknappen of afknappen in de Marekerk

Het onlangs gerestaureerde Garrels-orgel uit 1733 in de Marekerk te Leiden
Het onlangs gerestaureerde Garrels-orgel uit 1733 in de Marekerk te Leiden

De Leidse Orgeldag kreeg vorige week zaterdag een waardige afsluiting met de bespeling van Henk Gijzen op het orgel van de Marekerk. Gijzen bestiert sinds 2003 de 3 klavieren van het Garrelsorgel in deze kerk. De Marekerk vormt een mooi harmonisch geheel met de omgeving en is van binnen een genot om naar te kijken.

Dit komt niet in de laatste plaats door de eenvoud. De lichtinval van de koepel draagt hier ook aan bij. De Marekerk gebouwd door Arent van ‘s-Gravesande in samenwerking met zijn leermeester Jacob van Campen is wel een toonaangevend voorbeeld van Hollands Classisisme.

Weerbarstig
Het orgel van de Marekerk kende ik als een weerbarstig instrument dat misschien meer een nieuw orgel van oud materiaal was, dan een echt historisch instrument. Verstopt in een indrukwekkende orgelkas leek het groter dan het was. De kracht van het orgel werd mij nooit duidelijk.

Zeker is dat het orgel een heuse opknapbeurt heeft gekregen. Het instrument van Garrels staat er strak bij. De kas is geschilderd en opnieuw verguld. Daarmee sluit het naadloos aan bij de trend die al jaren heerst bij de restauraties. Naar mijn mening is deze trend ingezet bij de schilderbeurt van het Müllerorgel in de Bavokerk van Haarlem. Vrij onverwacht kreeg het orgel in 1986 een schilderbeurt. Van de lichtbruine kleur werd het Müllerorgel ineens een knalrode mahonie-imitatie.

Het Garrels-orgel van de Marekerk glimt van alle kanten
Het Garrels-orgel van de Marekerk glimt van alle kanten

 

Strak in de lak
Schilders zijn sindsdien niet meer huiverig om de oude verflagen te verwijderen en het instrument strak in de lak te zetten. Stijlen glimmen van de glanzende verf. Decoraties worden prachtig opnieuw verguld en de pijpen krijgen een glinsterend laagje tinfolie. Hetzelfde is gebeurd bij het orgel van de Marekerk. Het ziet er adembenemend uit. Net alsof het instrument gisteren is opgeleverd. Tegelijkertijd ziet het er tamelijk definitief uit.

Het leidt allemaal flink af van de inhoud, al dat uiterlijk vertoon. Ik bekeek de orgelkas nog eens goed en vroeg mij af wat het stenen console in de orgelkas deed. Het gaf mij een onbehaaglijk gevoel. Er klopte namelijk iets niet. Bestudering van het boek Het orgel in de Marekerk van Jaap den Hertog gaf het antwoord.

Ingangsportaal van de Marekerk in Leiden
Ingangsportaal van de Marekerk in Leiden

Gedraaide pedaaltorens
De pedaaltorens zijn 45 graden gedraaid ten opzichte van hun oorspronkelijke positie. Voor de opknapbeurt van Bik in 1929 stonden ze namelijk haaks op het hoofdwerk. Dan vormt het instrument plotseling een harmonisch geheel met zijn omgeving. De stenen portaallijst rond het raam komt dan prachtig uit aan weerszijden van de pedaaltorens. Nu zit er een vreemde knik in.

De restaurateurs hebben de bestaande situatie keurig geconserveerd. Het orgel ziet er mooi uit. Maar is er niet een heel mooie kans blijven liggen? Het instrument had in oorspronkelijke luister hersteld kunnen worden. De mogelijkheid lag voor het oprapen. Dat het verkleinen van de kas enorme consequenties voor het instrument zelf heeft, spreekt voor zich. Dat de kosten zeker 2 keer zo hoog waren opgelopen, is eveneens een gegeven. Maar wat een kans was er geweest het Leidse orgelbestand te verrijken met een heel indrukwekkend instrument.

Eenzelfde gevoel
Ook het beluisteren van dit orgel levert eenzelfde gevoel op. Zeker, de tongwerken sluiten beter aan bij het geheel. De mixtuur en scherp zijn milder. Het tutti is meer een eenheid. De prestanten spreken meer voor zich en de fluiten zijn mooi herintoneert. Toch mist het instrument aan karakter. Het is geen eenheid, maar losstaande elementen die toevallig bij elkaar komen.

Dit concert roept mij mij de vraag op: wat is de meerwaarde van een dergelijke opknapbeurt? Zeker, gezien vanuit de toestand waarin het orgel verkeerde, is de restauratie noodzakelijk geweest. Maar zit er niet veel in het instrument verborgen dat pas goed tot uiting komt door radicale keuzes te maken?

De Marekerk in Leiden is een ontwerp van Arent van 's Gravenzande
De Marekerk in Leiden is een ontwerp van Arent van 's Gravenzande

 

Genoeg mogelijkheden
Henk Gijzen speelde werken van de Franse barokcomponist Louis Nicolas Cléranbault. De delen uit de Suite du deuxieme ton gaven genoeg mogelijkheden het instrument te demonsteren. Zo demonstreerde hij het plenum in het Plein Jeu. De fluiten kwamen tot uiting in de Duo. Uitkomende stemmen in combinatie met de fluiten kregen een kans in Récit de Nazard. De tongwerken mochten opleven bij het Basse de Cromorne (Kromhoorn) en het Caprice (trompet van het hoofdwerk).

De tongwerken leven echt wel op van de opknapbeurt door Verschueren. De trompet was een mooi register, minder snijdend en beduidend ronder in klank. Hetzelfde vond ik terug in de kromhoorn. Het zijn aangename registers geworden. Dat vond ik ook terug in de uitvoering van Gijzen van de Sonate in a van Carl Phillip Emanuel Bach (1714-1788). Zo hoorde ik de verschillende fluiten van het instrument overtuigend klinken in het middendeel, het adagio. Dat gaat verder dan een verschil in hard en zacht.

Rondborstig met draagkracht
Ook in het tutti van Alexander Guilmants Grand choeur en ré majeur (Alla Handel), Op. 18 demonstreerde Henk Gijzen dat het orgel van de Marekerk er zeker op vooruit is gegaan. De klank is rondborstiger en heeft beduidend meer draagkracht gekregen. Alleen bleef de eenheid die zo kenmerkend is voor de orgels van Garrels weg. Het was een opgeknapt neobarok-orgel en niet een orgel dat de sfeer van het verleden weet op te roepen.

De Marekerk in Leiden gezien vanaf de Oude Vest
De Marekerk in Leiden gezien vanaf de Oude Vest

 

Met een katerig gevoel verliet ik de Marekerk. Vanaf de Oude vest heb ik nog goed gekeken naar hoe de zon speelde met de ramen in de koepel. De groenige kleur liet mij nog iets verder mijmeren en overwegen hoe het allemaal geweest zou zijn met radicale keuzes. Een instrument dat zijn weerga niet zou kennen. Daar kan geen schilderskwast tegenop.

Mooie aanvulling
Het orgel van de Marekerk blijft nu een orgel dat zeker een mooie aanvulling vormt op het orgelbestand in Leiden, maar niet dé aanvulling. Voor organist Henk Gijzen is het een uitdaging de kracht van dit instrument te zoeken en dat uit te dragen. Hij heeft me daar vorige week zaterdag nog niet van overtuigd. Het samenspel tussen orgel en organist kwam nog niet sterk tot uitdrukking. Wie weet bezit het Garrelsorgel wel meer, dan ik gehoord heb.

Programma

Louis Nicolas Clérembault (1676-1749)Uit: Suite du deuxieme ton
– Plein Jeu
– Duo
– Basse de Cromorne
– Récit de Nazard
– Caprice
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)Sonata in a
– Allegro assai
– Adagio
– Allegro
Alexandre Guilmant (1837-1911)Grand choeur en ré majeur (Alla Handel)

Dispositie
In 1733 bouwde Rudolf Garrels voor de Marekerk een orgel. Hij gebruikte hiervoor pijpwerk, windlades, claviatuur en een gedeelte van de orgelkas van het kleine orgel uit de Pieterskerk. In 1735 breidt Garrels het orgel uit omdat het Pieterskerkorgel te weinig draagkracht heeft voor de gemeentezang.

Na verschillende uitbreidingen, onder andere in 1929 van orgelbouwer Bik, wijzigt Flentrop het orgel in 1966 in de huidige toestand. De orgelbouwer voegt een borstwerk toe en wijzigt de dispositie grondig. Hierbij gebruikt Flentrop al het historisch pijpwerk in het orgel. In 2010 restaureert Verschueren het instrument. De situatie van Flentrop blijft hierbij volledig gehandhaafd.

HoofdwerkBovenwerkBorstwerkPedaal
Prestant 8
Bourdon 8
Octaaf 4
Quint 3
Superoctaaf 2
Mixtuur IV-VI
Scherp II-III
Trompet 8
Holpijp 8
Quintadeen 8
Prestant 4
Fluit 4
Nasard 3
Gemshoorn 2
Sifflet 1
Sexquialter II disc
Kromhoorn 8
Tremulant
Gedekt 8
Gedekte Fluit 4
Prestant 2
Roerfluit 2
Cimbel I
Regaal 8
Bourdon 16
Prestant 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Fagot 16
Trompet 8

 

10 juni 2011

Hemelpoort in klanken in Hartebrugkerk

Boven de ingang van de Hartebrugkerk in Leiden staat: Hic Domus Dei est et Porta Coeli, vertaald: Dit is het huis van God en de poort naar de hemel.
Boven de ingang van de Hartebrugkerk in Leiden staat: Hic Domus Dei est et Porta Coeli, vertaald: Dit is het huis van God en de poort naar de hemel.

De componist Jehan Alain zorgde onbedoeld voor 2 hoogtepunten op de 27e Leidse Orgeldag van afgelopen zaterdag 4 juni. In het concert van Theo Visser vormden orgel, organist en componist een overtuigend trio. Organist Jan Verschuren sloot zijn concert in de Hartebrugkerk af met het Prélude et fuge sur le nom d’Alain van Maurice Duruflé (1902-1986). De uitvoering van het slotstuk bracht na Alain in de Hooglandse kerk het tweede en laatste hoogtepunt van de Leidse orgeldag.

Ik was overweldigd door het samenspel van organist en registrant. Ze toonden een uitermate goede samenwerking. Daar was ik ervan overtuigd dat met een sublieme registrant die orgel en organist tot in de haarvaten kent, dergelijke muziek tot ongekende hoogte stijgt. Organist Jan Verschuren is de opvolger van de in 2002  plotseling overleden Folkert Grondsma.

Het orgel van Maarschalkerweerd uit 1877 in de Hartebrugkerk te Leiden
Het orgel van Maarschalkerweerd uit 1877 in de Hartebrugkerk te Leiden

Combinatie orgel en akoestiek
Het concert van Jan Verschuren begon met Bachs bewerking van Vivaldi’s concerto in C. De combinatie van orgel en akoestiek waren voor mijn oren erg wennen. Soms versmolten de snellere stukken zo sterk in de ruimte, dat het veranderde in een brei. De herhalingen speelde Verschuren tussen hoofdwerk en nevenwerk. Dat bracht weer een leuk effect teweeg.

Bij de werken van Andrew Carter (geb. 1939) en Maurice Duruflé kwamen organist, orgel en registrant in topvorm. Ik was onder de indruk van de romantische sfeer die Carters Aria opriep. De muziek zou zo uit een sentimentele film kunnen komen. Het tongwerk dat Verschuren gebruikte, de hobo/fagot van het nevenwerk, maakte het stuk nog melancholischer. De ruimte werkte bovendien extra stimulerend.

Andere kant bij Carter
Het tweede stuk van Andrew Carter Festal Fanfare and Processional liet weer een andere kant van het instrument horen. Hier kwam de trompet van het hoofdwerk in combinatie met de octaaf 4 in actie. Bij dit muziekstuk vormden organist en registrant een mooie eenheid. Het samenspel van de 2 overtuigde mij dat een goede registrant van onschatbare waarde is bij het spelen op een dergelijk instrument.

Datzelfde viel bij het slotstuk ook weer op. In het prelude van de Prélude et fuge sur le nom d’Alain koos Jan Verschuren voor het hoofdwerk als begeleidend werk. Hierdoor kon hij geen aanspraak maken op de trompet en cornet voor de uitkomende stemmen. Nu klonken opnieuw de fagot/hobo en andere vulstemmen. De fuga is dan tenslotte een geweldig muziekstuk om naar te luisteren. De muzikale verwoording van de naam Alain maakt het tot een feest voor het gehoor.

Kinderkopjes bij de opgang van de preekstoel in de Hartebrugkerk in Leiden
Kinderkopjes bij de opgang van de preekstoel in de Hartebrugkerk in Leiden

Poort naar de hemel
Zodoende wist Jan Verschuren eenzelfde soort mystiek op te roepen als zijn voorganger Folkert Grondsma in 1996 opriep. Daarvoor leent de ruimte zich ook heel erg goed. Misschien dat de woorden boven de ingang Hic Domus Dei est et Porta Coeli, vertaald: Dit is het huis van God en de poort naar de hemel. De hemelpoort meende ik bij het concert van Jan Verschuren echt even te hebben gezien.

Programma

Johann Sebastian Bach (1685-1750)Concerto IV in C, naar Vivaldi, BWV 595
John Stanley (1713-1786)Voluntary II in a
– Andante
– Allegro
Andrew Carter (geb. 1939)Aria
Andrew Carter (geb. 1939)Festal Fanfare and Processional
Andrew Carter (geb. 1939)Festal Fanfare and Processional
Maurice Duruflé (1902-1986)Prélude et fugue sur le nom d’Alain (1911-1940)

Dispositie
Het orgel in de Hartebrugkerk is gebouwd in 1877 door Maarschalkerweerd. In 1981 restaureerde Adema-Schreurs het instrument. In 2008 heeft Flentrop het orgel helemaal schoongemaakt na brandschade, vermeldt de website van Flentrop.

HoofdwerkBovenwerkPedaal
Prestant 16
Prestant 8
Bourdon 8
Harmoniefluit 8
Violon 8
Octaaf 4
Roerfluit 4
Quintfluit 3
Octaaf 2
Mixtuur III-V
Cornet V
Trompet 8
Prestant 8
Holpijp 8
Fernfluit 8 (zwevend)
Viola di Gamba 8
Octaaffluit 4
Salicet 4
Woudfluit 2
Fagot-hobo 8
Open Subbas 16
Gedekt 16
Octaafbas 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Bazuin 16

Youtube
Ook van Duruflé’s Prélude et fugue sur le nom d’Alain is een opname gemaakt die op youtube te bekijken is.

09 juni 2011

Medaille op 4e avond avond4daagse

image

Dan is daar de 4e avond van de avond4daagse. De avond van de medaille en de mooie binnenkomst. Een hele prestatie hoor: 4 keer 5 kilometer. Elke avond weer en dan finishen op je eigen schoolplein. De medaille die ze kreeg van directeur Paul was dan ook meer dan verdiend.

Haar vader was minstens zo trots.

Jehan Alain in Hooglandse kerk

Het orgel van de Hooglandse kerk uit 1565 is gebouwd door De Swart en in 1637 verbouwd door Hagerbeer
Het orgel van de Hooglandse kerk uit 1565 is gebouwd door De Swart en in 1637 uitgebreid door Hagerbeer

Geschrokken keek ik het programma van Theo Visser in de Hooglandse kerk: Jehan Alain en Franse barok. Dat was vragen om moeilijkheden. De vaste organist van de Hooglandse kerk moest in de knoei komen. Dat concludeerde ik op basis van het programmaboekje.

Ook in zijn verhaal voor de bespeling, wist Theo Visser mij niet te overtuigen. Jehan Alain mocht dan wel op puffende en krakende Franse barokorgels hebben gespeeld. Dat was nog iets heel anders dan het De Swart-orgel hier in de Hooglandse kerk. Een bewerking van een Franse barokopera van Jean-Philippe Rameau tartte al de grenzen van het betamelijke. Alain spelen was vloeken in de Hooglandse kerk.

De toren van de Hooglandse of Pancras kerk
De toren van de Hooglandse of Pancras kerk

Verbazing
Wat schetste mij verbazing bij het horen van dit alles. De overtuiging druppelde niet binnen, maar sloeg mij met een vuistslag in het gezicht. Wat een mogelijkheden en vooral wat een klankrijkdom bezit dit instrument zeg.

De bewerkingen van Yves Rechstein van operamuziek van Jean-Philippe Rameau (1683-1764) klonken als gegoten in de Hooglandse kerk. Soloregisters maar vooral registercombinaties boden ongekende mogelijkheden. De bewerkingen van delen uit opera’s van Jean-Philippe Rameau (1683-1764) lieten mij onbekende juweeltjes horen. Dat lag niet in de laatste plaats aan de bewerker Yves Rechsteiner die de muziek zeer overtuigend getranscribeerd heeft voor orgel.

Trommels en contrasten
In het muziekstuk Tambourins hoorde je de trommels slaan. De Vox humana van het bovenwerk vormde een mooi contrast met de terts van het hoofdwerk bij de Fuguette (Hippolyte & Aricie). Of de fluiten die intiem en ondeugend tegelijk klonken in het Air dans le goût de la romance sur les flûtes (Zoroastre). Theo Visser liet horen dat je voor een Frans barokstuk helemaal niet naar het Zuiden hoeft te trekken. Het orgel van de Hooglandse kerk biedt mogelijkheden genoeg.

orgel Hooglandse kerk Leiden
Niet alleen een lust voor het oor, de kas biedt ook veel vertier voor het oog

Als grote verrassing speelde Theo Visser 2 werken van Jehan Alain. Hij zou dit jaar 100 zijn geworden. Voor de concertant genoeg reden om de werken uit te voeren op de Leidse Orgeldag. En wat een overtuigend spel. Een muziekstuk als de Fantasmagorie dat de beelden van de toverlantaarn omzet in muziek. De tertsen, quinten en vox humana boden alle mogelijkheid om dit goed over te brengen. In combinatie met de milde fluiten en zangerige prestant van het hoofdwerk  ontstond werkelijk een betoverende klank in de Hooglandse kerk. Een ervaring die ik nooit verwacht had.

Vuurwerk van klanken
Theo Visser maakte een vuurwerk van klanken los bij de Deuxième Fantaisie van Alain. Hier hoorde ik het indrukwekkende pedaal, dat bij de restauratie van Jürgen Arend aan de oorspronkelijke opzet werd toegevoegd. Naar mijn oordeel vormt dit werkelijk een heel mooi geheel met de rest van het orgel.

Interieur van de Hooglandse kerk in Leiden

Vooral de subbas vormt een uitstekende basis. Ideaal om de gemeentezang ’s zondags in goede banen te leiden. Bij Jehan Alain kwam dit minstens zo goed van pas. De grote hoeveelheid registerwisselingen, Oosters aandoende ritmes en fraaie akkoorden maakten het stuk bijna tot een improvisatie.

Uitvoering vervoert en overtuigt
De uitvoering bracht mij in vervoering en tot de overtuiging dat dit soort muziek prima op een oud instrument uit te voeren is. Of dat nu aan de muziek, de uitvoerder of het orgel ligt, was een moeilijker raadsel. Ik laat het maar op de combinatie van de 3.

Programma

Jean-Philippe Rameau (1683-1764)– Prélude (Dardanus)
– Fuguette (Hippolyte & Aricie)
– Air dans le goût de la romance sur le flûtes (Zoroastre)
– Tendre amour, choeur de voix humaines (Les Indes Galantes)
– Tambourins (Hippolyte & Aricie)
– Tierce en taile en récit, trio et duo (Les Indes Galantes)
– Danse des Sauvages, dans le goût du concerto (Les Indes Galantes)
Jehan Alain (1911-1940)– Fantasmagorie
– Deuxième Fantaisie

Dispositie
Het orgel in de Hooglandse kerk te Leiden is gebouwd door De Swart in 1565. In 1637 verbouwde Van Hagerbeer het instrument grondig. Zo verzag hij het orgel van een bovenwerk. In 1980 restaureerde Jürgen Arend het orgel en voegde een pedaal toe aan de oorspronkelijke dispositie.

HoofdwerkBovenwerkPedaal
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaav 4
Quint 3
Octaav 2
Mixtuur (III-IV)
Scharp (III-IV)
Cornet III
Trompet 8
Holpijp 8
Quintad 8
Octaav 4
Fluit 4
Nasaet 3
Gemshoorn 2
Tertiaan 1 3/5
Siflet 1
Sexquialtra II
Vox Humana 8
Subbas 16
Octaav 8
Octaav 4
Trompet 8

Laat je overtuigen
Bij het speuren op internet, trof ik de uitvoering van Alains Fantasmagorie en Deuxième Fantaisie van Theo Visser op youtube.

08 juni 2011

Snelwandelen op 3e avond avond4daagse

image

‘Papa, ik wil snel lopen’, zei ze tegen mij en stevende voorbij de andere kinderen op weg naar de finish. Doris vond op de 3e avond van de avond4daagse het tempo van de lange sleur kinderen en ouders echt te langzaam. ‘Ik wil doorlopen’, herhaalde ze. Op haar nieuwe schoenen liep ze iedereen voorbij.

Thuiswedstrijd
Het voelde vanavond een beetje als een thuiswedstrijd. Op het kleuterplein van de Waterlandschool (vanaf september Het Samenspel, locatie Midden) kregen we een lekker pakje fris en kopje koffie.

Daarna zelfs even door de straat gelopen en langs de BSO. Via muziekwijk liepen we weer terug naar het startpunt. Doris moest heel nodig naar het toilet. Bij de sporthal konden we even toiletteren. Ik vond het overigens vreemd dat we daarvoor 20 cent moesten betalen. Je zou zeggen dat het café erg goed draait bij dergelijke drukte. Waarom dan nog geld van kleine kinderen gevraagd wordt, kan ik niet begrijpen.

Romantiek versus neobarok in Stadsgehoorzaal

Het orgel in de Leidse Stadsgehoorzaal is gebouwd in 1966 door Flentrop
Het orgel in de Leidse Stadsgehoorzaal is gebouwd in 1966 door Flentrop

De instrumenten van de Pieterskerk en Waalse kerk lenen zich uitermate goed voor de muziek uit een bepaalde tijd. Hoeveel moeilijker ligt dat bij een instrument als het Flentrop-orgel in de Stadsgehoorzaal in Leiden? Cor de Jong deed een poging als derde organist op de Leidse Orgeldag van afgelopen zaterdag. Een poging waarbij hij balanceerde op de grens van het onmogelijke.

19e eeuws op een neobarok

Het programma dat De Jong gekozen had, bevatte 19e eeuwse muziek van Listz, Franck en Vierne. Een lastig genre op een typisch neobarok-orgel van de bouwer Flentrop. Het klankidioom ligt mijlenver van de muziek die Cor de Jong speelde. De gespeelde werken richten zich vooral op een klankideaal met veel klankkleuren en minimale klankschakeringen. Een neobarok-orgel zoekt veel meer de helderheid en doorzichtigheid van de klank.

De opening van zijn concert bewees dat al overduidelijk. Het werk Einleitung, Fuge und Magnificat aus der Symphonie zu Dante’s ‘Divina Commedia’ van Franz Listz is niet zozeer een werk waarbij je hard en zacht afwisselt. De dynamiek ligt namelijk in de minimale veranderingen. De als zwelkast gebruikte luiken van het borstwerk geven een te ruwe benadering. Daarom vraagt het naar mijn idee juist om andere radicale middelen.

Het orgel in de stadsgehoorzaal van Leiden staat tegen de achterwand van het podium
Het orgel in de stadsgehoorzaal van Leiden staat tegen de achterwand van het podium

Poging tot vertaling

Het is mogelijk, maar ik denk dat het programma van Cor de Jong zich onvoldoende leende voor een dergelijke aanpak. Hierdoor bleef het concert teveel hangen in een poging tot vertaling. Maar het beoogde effect bleef uit. Dat was heel jammer omdat naar mijn oordeel het heel goed mogelijk is om Franz Listz uit te voeren op een neobarok-orgel. Het vraagt alleen om veel zwaardere inspanningen dan het openen en sluiten van de borstwerkluiken.

Het neobarokke instrument werd bij het spel van dit orgelrepertoir tegen de haren in gestreken werd. Daarbij vormde vooral de als zwelkast gebruikte deurtjes van het borstwerk een flink obstakel. Het bood te sterke contrasten en te grote overgangen. Aan het spel van Cor de Jong kon het zeker niet liggen. Hij speelde de sterren van de hemel, maar naar mijn oordeel speelde hij te weinig in op de mogelijkheden van het instrument zelf. Hierdoor werd zeer spannende muziek langdradig en vervelend.

Op andere momenten werd het spel juist weer te onrustig door de vele wisselingen. Zoals bij de Berceuse van Vierne. Dit ingetogen werk vraagt op een neobarok om veel minder klankwisselingen. Ook was het lastig om in de kurkdroge ruimte van de stadsgehoorzaal een dergelijk stuk mooi te vertolken. De hoge klank van de fluit aan het einde van dit gebed, viel bij de uitvoering van Cor de Jong helemaal weg. Juist de elementen waarbij het orgel zich van zijn beste kant zou kunnen laten zien, vielen hierdoor enorm tegen.

De stadsgehoorzaal in Leiden is gebouwd in 1890 op de plek van het Sint-Catharinagasthuis. De naastgelegen Waalse kerk is de kapel van het gasthuis.
De stadsgehoorzaal in Leiden is gebouwd in 1890 op de plek van het Sint-Catharinagasthuis. De naastgelegen Waalse kerk is de kapel van het gasthuis.

Veel in huis

Dat terwijl de organist bij het laatste stuk, de Fantaisie van Camille Saint-Saëns, overtuigend liet horen wat hij allemaal in huis had. Het stuk veranderde onder zijn vingers in een heus spectakel. Net als het eerder gespeelde Scherzetto van Vierne. Hier mocht hij wat mij betreft nog meer de tonen in elkaar laten overvloeien.

De uitvoering van Cor de Jong heeft mij niet van de schoonheid van het orgel in de Stadsgehoorzaal overtuigd. Daarvoor werd het instrument teveel tegen de haren in gestreken. Bovendien is het heel lastig om een juist repertoire te vinden dat je op dit orgel kunt spelen. Ik zou denk ik heel sterk de neiging hebben gehad om allerlei bewerkingen van populaire orkeststukken te spelen. Ook leent het orgel zich goed voor improvisaties in hedendaags klankidioom. Daarbij komen de luiken van het borstwerk zeer goed van pas.

Programma

Franz Listz (1811-1886)Einleitung, Fuge und Magnificat aus der Symphonie zu Dante’s ‘Divina Commedia’
César Franck (1822-1890)Andantino in g
Louis Vierne (1870-1937)Uit ’24 Pièces en style libre’
– nr. 19 Berceuse
-nr. 14 Scherzetto
Camille Saint-Saëns (1835-1921)Fantaisie (1857)

Dispositie
Het orgel in de Stadsgehoorzaal van Leiden is gebouwd door Flentrop en opgeleverd in 1966. Het instrument is geschonken door de Leidse burgerij.

HoofdwerkBorstwerkPedaal
Prestant 8Quintadeen 8

Roerfluit 8

Octaaf 4

Speelfluit 4

Octaaf 2

Mixtuur IV

Cymbel III

Trompet 8

Holpijp 8Koppelfluit 4

Prestant 2

Quint 1 1/3

Sifflet 1

Sesquialter II

Regaal 8

Tremulant

Bourdon 16Prestant 8

Gedekt 8

Octaaf 4

Ruispijp III

Fagot 16

07 juni 2011

Finishen met rood hoofd op 2e avond avond4daagse

image

 

Met een rood hoofd van de inspanning arriveerde Doris vanavond op de finish. Helaas kon ik niet met haar meelopen op de 2e avond van de avond4daagse hier in Almere Stad. Gelukkig mocht ze met de juf meelopen. De schoenen zaten toch wat te krap gisteravond.

Daarom kocht Inge vandaag snel nieuwe schoenen. Ze zaten als gegoten want zonder blaren finishte Doris vandaag. Ik was zo trots op haar dat ik helemaal vergat een foto van haar te maken. Maar het opwachten bij het bruggetje vormde al een belevenis op zich.

Morgen de volgende 5 kilometer. Dan ga ik mee.

Spelen met middentoonstemming in Pieterskerk

Het orgel van de Pieterskerk in Leiden is in 1643 gebouwd door Van Hagerbeer

Een concert op het orgel van de Pieterskerk, is een spel met de middentoonstemming. Het instrument van de Pieterskerk is gebouwd door vader Galtus en zoon Germer van Hagerbeer in 1643. Ze gebruikten hierbij allerlei materiaal uit het oude orgel. Het mooie rugwerk stamt bijvoorbeeld uit 1629.

Het orgel van de hoofdkerk van Leiden bevat zodoende pijpwerk dat tot het oudste pijpwerk ter wereld gerekend mag worden. Er zijn namelijk nog orgelpijpen uit 1448 van Jacob van Bilsteijn. Daarnaast bezit het instrument nog orgelpijpen van Jan van Covelen. Van deze bouwer is alleen het koororgel in Alkmaar uit 1511 bewaard gebleven.

Huisorganist Leo van Doeselaar
Organist Leo van Doeselaar is sinds de restauratie de huisorganist van de Leidse Pieterskerk. Hij weet altijd weer een mooi programma samen te stellen. Het instrument biedt ongekende mogelijkheden. De middentoonstemming vormt hierbij een uitdaging in plaats van een beperking. Weliswaar is het lastig om muziek van na 1750 te spelen, maar voor de periode daarvoor is het orgel van de Pieterskerk uitermate geschikt.

De Pieterskerk in Leiden heeft van binnen een grondige restauratie ondergaan

Kerkrestauratie
Ik had het instrument niet meer gehoord sinds de kerkrestauratie die vorig jaar is afgesloten. Vlak voordat ik uit Leiden vertrok in 2002, kwam aan het licht dat de boktor in de kapconstructie van de Pieterskerk al jaren zat. Het was onduidelijk of de tor er nog altijd verbleef, maar de constructie was zwaar aangetast. Restauratie was onafwendbaar. Dankzij een financiële injectie van het rijk via de Kanjerregeling, stond de kerk de laatste jaren in de steigers.

Bij het concert van Leo van Doeselaar kreeg ik sterk de indruk dat het orgel aan kracht heeft gewonnen. Naast de kerk onderging ook de buitenkant van het orgel een grote restauratiebeurt. Grote orgelluiken sieren de hoofdwerkkas en de kas bezit mooie vergulde motieven op de stijlen.

De zon scheen op het rugwerk tijdens het concert van Leo van Doeselaar in de Pieterskerk

Lichtinval
Een genot om naar te kijken. Zeker met de prachtige lichtinval van afgelopen zaterdag. De zon scheen tijdens het concert op het rugwerk. Langzaam verschoof het licht van de linkertoren naar de middentoren om aan bij de rechtertoren te eindigen bij het slotstuk van het concert.

Het instrument heeft door de restauratie van de kerk en de orgelluiken vooral aan draagkracht gewonnen. Leek in het verleden het geluid nogal weg te vallen, nu hoorde je het instrument duidelijk de hele ruimte vullen. Dit kwam met name de lage tonen ten goede.

Het orgel van de Leidse Pieterskerk vanuit de zijbeuk gezien

Credo
Leo van Doeselaar illustreerde dit prachtig met het Credo van Hans Leo Hassler. De enigszins dof klinkende, diepe 24-voets prestant van het hoofdwerk in combinatie met de bijna strijkende prestant 8 van het rugwerk. Wat een klankrijkdom.

Het orgel van de Pieterskerk is een orgel met karakter. Het lijkt vele stemmingswisselingen binnen een concert te ondergaan. De boventoonrijke fluiten zijn een oorstreling waard. Leo van Doeselaar liet dat horen bij de Canzona noni toni van Hassler. Het programma bood alle mogelijkheden om de vele kanten van het instrument te demonstreren. En het zorgvuldige spel van Van Doeselaar stelde hierbij nooit teleur.

Programma: Stemmingswisselingen

Hans Leo Hassler (1564-1612)Toccata primi toni
Canzona noni toni
Uit ‘Lustgarten Neuer Teutscher Gesäng’ (1601):
– ‘Ach weh der schweren pein’
– ‘Ach Schatz ich sing und lache’
Credo in unum Deum (‘Wir glauben all’ an einen Gott’)
Heinrich Scheidemann (1595-1663)Orgelintavolatie (‘auff 2 Clavir Pedaliter’) van zesstemmig motet ‘Verbum caro factum est’ van Theo Hassler

Dispositie
Het orgel in de Pieterskerk is gebouwd in 1643 door Galtus en Germer van Hagerbeer. Ze gebruikten veel materiaal uit het oude orgel. In 1998 is het orgel door Verschueren gerestaureerd. Hiermee is het een toonaangevend instrument geworden dat een impressie geeft van het Hollandse stadsorgel uit de 17e eeuw. Een gespecificeerde dispositie is te downloaden op de website van de Pieterskerk.

HoofdwerkRugwerkBovenwerkPedaal
Prestant 24
Prestant 12
Bourdon 16 D
Octaaf 6
Mixtuur
Groot Scherp
Klein Scherp
Trompet 12 D
Koppel HW-RW B/D
Prestant 8
Quintadeen 8
Prestant 4
Holpijp 4
Superoctaaf 2
Quintanus 1 1/2
Sifflet 1
Mixtuur
Scherp
Sesquialtera D
Cornet
Schalmei 8
Tremulant
Prestant 8
Holpijp 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Superoctaaf 2
Gemshoorn 2
Nasard 1 1/2
Sifflet 1
Tertiaan
Sesquialter D
Trompet 8
Vox Humana 8
Tremulant
Octaaf 8
Octaaf 4
Trompet 16
Trompet 8