10 augustus 2012

Etappe 5 - Van Zeewolde naar huis

image
De groene kathedraal, we zijn weer thuis

De laatste dag. De zon beschijnt ons tentje bijtijds. Uitslapen. Binnen de korste keren stijgt de temperatuur in de tent. Doris gaat naar de wc en bekletst mij al heel vroeg. We voelen de fietsrit van gisteren nog goed in onze benen en in ons gemoed. Nog even, de laatste etappe begint zo.

Eerst ontbijten, dan nog even lekker lezen. Doris speelt in de speeltuin, achter het kinderboerderijtje. Kwart voor 11. Het hoofdstuk is uit. Ik begin met het afbreken van het kampement. Eerst de hele tent uitruimen, dan de tassen inpakken en als laatste de tent zelf in het veel te kleine zakje krijgen. Waarom is alles als het meegaat zo compact verpakt en is het de laatste dag 3 keer groter opgeblazen?

image
Muisjes hebben hun buikjes rondgegeten aan de krentenbollen die voor de pauze bedoeld waren.

Kwart voor twaalf is alles ingepakt en staan de fietsen klaar voor vertrek. Eerst Doris bij de  speeltuin ophalen. Ze vindt het hier erg leuk, zegt ze. We drinken een chocomel, een koekje erbij. De krentenbollen die ik voor vandaag gepland had, zijn gisteren opgegeten door de muizen in Dronten. Dan de laatste plas. We zijn klaar om te gaan.

We rijden het bos weer in. De camping Het polderbos ligt keurig aan de rand van het bos. Precies aan de andere kant van Zeewolde als waar we er gisteren het dorp inreden. We rijden een groot stuk dezelfde route. Dan komen we een groen bordje tegen met Almere 22 kilometer. Het is niet ver meer voor de laatste dag.

Dan is het lange fietspaden afrijden. Als we uiteindelijk het bos uit zijn en door de landerijen fietsen, gaat de lol er ook een beetje vanaf. Doris vraagt hoe ver we zijn. Ik probeer een inschatting te maken. We fietsen op 80 kilometerwegen. Het verkeer raast langs ons en de zon brandt op de bolletjes.

Als ik uit de bordjes ‘Almere 18 kilometer’ en ‘Almere Hout 9’ kilometer zie, twijfel ik. Het laatste voert langs de vaart tussen Almere en Zeewolde, zie ik. Ik kies de eerste optie, maar als we 100 meter verder een nieuwe 80 kilometerweg zien, keren we. We gaan langs de vaart. Heerlijk door een strook wild bos. Essen en wilgen groeien langs het fietspad. De weg wordt zelfs versperd door een omgevallen boom. We kunnen eromheen.

Dan doemt daar de A27 op. De bakermat en de grens met Almere. We zingen ons lijflied. ‘En van je helahola helaho lala’. De coupletten verzinnen we zelf. Over meisjes die ver kunnen fietsen en vaders die ook heel ver kunnen fietsen met een fietskar.

De groene kathedraal. Nooit geweest, alleen langsgereden. Het is een imposant bouwwerk van bomen dat je niet per auto kunt bereiken. Ik ben onder de indruk. Doorrijden naar de Kemphaan, waar ik met Inge heb afgesproken voor een lunch. Al is het voorbij half 3 geweest. Het brood is op en de tussendoortjes zijn we ook zat.

De bruggetjes onderweg kan ik maar net over met de brede fietskar. Het is passen en meten. Soms ook een beetje trekken en drukken aan de balken. We bereiken de Kemphaan. Het is half vier. De lunchkaart is net gesloten, maar we mogen nog poffertjes van de eigenaresse van dit nieuwe pannenkoekrestaurant Dubbel-op.

Wat een ontmoeting. De laatste etappe van de laatste etappe begint. We zijn er bijna, maar nog niet helemaal. We fietsen de route die we vorige week ook reden. Maar nu met meer dan 100 kilometer in de benen. Wat een ervaring rijker.

09 augustus 2012

Etappe 4 - Elburg, Harderwijk en Zeewolde

image

Een zware etappe, van Dronten naar Eburg, dan Harderwijk en dan door naar Zeewolde. We zitten net voor de tent uit te blazen.

Een tocht tractors, dagjesfietsers, wandelaars en voorbij scheurende auto’s. Zelfs een twijfelende vader, nemen we deze of die camping. Wel of niet met de veerpont. Het werd even teveel, van boord.

We gingen een boot later. De laatste en fietsen nog een uur voor we er waren. Camping Polderbos. Een camping waarbij je het idee hebt in een film van Arjan Ederveen te zij  terechtgekomen.

08 augustus 2012

Etappe 3 - Dagje camping

image

Het betreden van de camping De ruimte en de mooie weersvooruitzichten maken het makkelijk vandaag: we blijven een dagje op de camping.

Voor mij bijlezen en voor Doris lekker spelen, haar ogen zijn gefixeerd op een groot waterspel. Mocht bij haar de verveling toeslaan, er is een heel dagprogramma, dus die vermaakt zich wel.

07 augustus 2012

Etappe 2 - Van de regen in de ruimte

image
Doris voor de nieuwe tent

Regen, regen, regen. Vandaag viel het met pijpestelen uit de hemel. Het begon al bij het opstaan. Een dreigende hemel hing boven ons hoofd. Toch de tent ingepakt. Het beviel matig, zo’n piepklein trekkerstentje. Het condens van de slaap droop naar beneden. We hielden het amper droog. Bovendien was het wel erg krap voor 2 personen. Je moest er echt uit kruipen. Ik ging dus omzien naar een tentje.

Eerst Lelystad uit zien te komen. Niet makkelijk, zeker met de dreigende luchten. We hebben er meer dan 2 uur over gedaan. Buien ontwijkend in speelplaatsjes gestaan. Of in de zojuist geopende snackbar naar de wc gevraagd. Fietsen in deze kou levert veel plaspauzes op.

Wat waren we blij eindelijk Lelystad uit te zijn na meer dan anderhalf uur trof ik pas bordjes met Dronten erop. Maar het vooruitzicht langs een lange eentonige weg te moeyen rijden bracht mij in een uitdagend stukje bos. Daar daalde de regen neer. Net op het plekje waar even geen bos was. We zijn zeiknat geregend.

Dan Dronten. In de natte broek erheen en de lucht klaarde iets voor Dronten op. Plaspauze in een sauna. Vlak langs het reclamebord met het moeder-dochter-arrangement. Nu zoeken naar de campingwinkel. Langs het Eppo van Veldhuizenbos. De hoofdweg zoekend. Dronten mag voor mij geen tweede Lelystad worden.

Het nieuwe station van de Flevolijn onderdoor. Even de weg kwijt, maar dan vinden. De 80 euro voor de tent is even schrikken, maar ik denk dat kampeerplezier ook wat waard is.

Daarom gaan we ook naar de leukste camping die Inge gisteren opzocht: camping De Ruimte aan de Stobbenweg. De Engelse fietsers die we in Dronten tegenkwamen, passeerden ons vlak voor de camping. Wij reden per ongeluk naar de andere, maar keerden om naar De ruimte te gaan. De beproevingen van vandaag waren dat wel waard.

06 augustus 2012

Fietsvakantie - Van Almere naar Lelystad

image

Kort voor het middaguur rijden we weg. De fietskar wil niet door de poort waardoor ik weer alles moet losmaken en leeghalen. Als we rijden, ontdek ik dat de telefoon nog thuis ligt. Omdraaien, Doris moet wennen dat haar draaicirkel groter is met de tassen achterop. Daarna langs Inge, die aan het werk is. En dan fietsen. Natuurlijk ben ik mijn petje vergeten. Maar daar gaan we niet voor terug.

Mensen zien ons belangstellend voorbij rijden. Over het drukke fietspad naar Almere Buiten. Bij het station dreigen we even uit de koers te raken, maar we krijgen het te pakken. Het luchtalarm gaat, de eerste maandag van de maand. Een hobbel, Doris verliest haar fietstas.

Bij de vaart, vlak na de rode flats, gaan we op een bankje lunchen. De broodjes kaas verdwijnen snel in de kelen. Gauw weer door. We rijden het Kotterbos in. De zon schijnt heerlijk. Het mooie Wilgenbos in.

Als we uit het bos komen, schiet het pad kaarsrecht omhoog. De dijk en de sluizen. De hemel trekt dicht en zet een donker smoel op. Help, het gaat regenen. We kiezen de weg naar Lelystad. Als we onder het spoortunneltje rijden, laat de hemel alles vallen. Wat een geluk.

Het is weer droog en fietsen over de dijk. De Oostvaardersplassen geven vergezichten tot aan Almere. We zien wat we gefietst hebben. De lucht verteld er dreigend bij dat we snel een camping moeten zoeken.

Tussen de buien door zetten we het tentje op bij camping ’t Oppertje in Lelystad. Een attentie van thuis via de telefoon. Het is niet slecht. Nu bedenken waar we morgen naartoe zullen gaan.

05 augustus 2012

Nippeltje

Het nippeltje om de fietskar aan te bevestigen

De fietskar gaat mee op de fietsvakantie. Het vertrek staat morgen gepland. IJs en weder dienende. Vooral het laatste kan aardig roet in het eten gooien, merk ik. Tussen alle buien door deed ik vandaag de laatste voorbereidingen.

Toch even naar de Xenos voor een grotere reishanddoek. De slaapzakken wassen en bij de Albert Heijn nog snel broodjes halen.

Ook moet even de fietskar worden getest. Het ding had een paar jaar werkeloos op de camping in Delden gestaan. Bij de overdracht in november ging hij weer mee naar huis. Je weet nooit waar hij goed voor is. Hiervoor dus. Voor een weekje fietsen door Nederland met Doris komt hij uitstekend van pas.

Omdat het best veel bagage is en Doris nog niet heel veel zelf kan meenemen, haal ik de fietskar van stal. Ik maak het ding los uit de wirwar van klemmen en hangers in de schuur. Eerst probeer ik het op te bouwen. De handleiding is verdwenen. Zo goed en kwaad als het gaat schroef ik het ding in elkaar. De boutjes en nippeltjes vinden elkaar snel.

Hij staat. Nu nog de nippel van de andere fiets afhalen en op mijn fiets zetten. Maar er zit helemaal geen nippel op de fiets. Een zoekactie is begonnen. Nog een keer kijken op de bewuste fiets, daarna het hele arsenaal aan fietsen doorgenomen. Nergens.

De gereedschapskist boven, de lades in de keuken en de hal. Geen nippel. De nippel is nodig om de fietskar te kunnen trekken. Nergens is het ding. Zonder nippel, geen fietskar. Zonder fietskar geen fietsvakantie. Het zweet staat op mijn voorhoofd. We zoeken, maar vinden niks.

Nog even nadenken. Er liggen boven 2 tassen met spullen uit Delden die nog opgeruimd moeten worden. Misschien ligt hij daar. Ik hol naar boven en vind het ding gelijk in een bakje. Het nippeltje is op het nippertje gevonden. Ik monteer het ding vast aan de fiets. Donkere luchten waaien mij tegemoet. Snel gaan lopen met de honden voor het losbarst.

Ik ben met de eerste regendruppels weer thuis en zet de fietskar in de schuur. Die blijft droog en mag morgen aan het nippeltje mee.

04 augustus 2012

Divina Commedia

Divina Commedia van Dante in de vertaling van Hein Boeken, uitgave Wereldbibliotheek (5e druk 1922)

Hij stond er nog, de Goddelijke komedie van Dante. Divina Comedia sierde in goudgele letters op de donkerblauwe kaft. De rug liet los. Of dit nu kwam omdat de vorige eigenaren het hebben stukgelezen. Of dat het kapot ging in het eindeloze gesleep van boekenkast naar boekenkast, verhuisdoos naar verhuisdoos. Ik kon het wel raden.

De gebruikssporen verrieden een leven van doos naar doos, van boekenkast naar boekenkast. Als steun voor een kop koffie en in de vrije val bij het verschuiven van de rij lotgenoten. Al bladerend stuitte ik op pagina’s die al een paar decennia op de naastgelegen pagina hadden gekleefd. Ongelezen letters trok ik voorzichtig los. Het drukinkt gaf haar woorden en zinnen prijs.

En elke vertaling legt weer een ander aspect bloot van dit prachtige boek dat veel mensen in de boekenkast hebben staan, maar weinig echt hebben gelezen. Ik lees altijd een paar canti, leg het weg en ga een paar werken later weer wat zangen verder. Zo kom ik traag vooruit. Als er dan een nieuwe vertaling op mijn komt, raak ik geïnspireerd. De betovering van de eerste regels, is overweldigend.

In deze vertaling van dr. H.J. Boeken luidt de eerste terzine: ‘Op het midden van den weg onzes levens, hervond ik mij in een donker woud, omdat de Rechte Weg verloren was.’

03 augustus 2012

Bellenblazer

image

Ze stapte van haar fiets en ging op het bankje zitten. Iets wat ze altijd deed op zo’n middag als deze. Ze boog heimelijk naar haar fietstas. Achterin lag haar handtasje. Daar zat het verstopt. Het potje zeepsop.

Ze ging zitten blies de lucht voor zich uit en zag de bellen denkbeeldig uit haar getuite lippen vliegen. Eerst rechtte ze haar bril en tuurde het fietspad af in de richting van het tunneltje. In de verte liep een hardloper haar tegemoet. Hij kwam net het tunneltje uit. Ze schroefde het potje open en zag hoe bovenop het bellensop haar al begroette.

Ze gleed met het puntje van haar tong over de lippen, tuitte de lippen goed en schoof haar benen over elkaar. Het rokje sloot strak om haar bovenbenen. Elke vorm van inkijk was uitgesloten. Zoals haar benen tegen elkaar drukten, zo vatten haar duim, wijsvinger en middelvinger het stokje met de cirkel aan het einde. Daar ging hij in het sop vooronder.

Ze trok behendig het stokje uit de zee van bellen. Een straaltje sop droop naar beneden. Ze hield het stokje net iets voor haar benen. Zo voorover gebogen tuitte ze haar lippen nog meer en blies. Ze blies bellen. De bellen van goud kropen traag uit de ring. Ze blies ze groter. De eerste liet los. De tweede volgde.

Ze keek in de bellen, haar eigen gezicht vervormde. De bril leek groter. Net als haar voorhoofd. Het haar was verder  naar achteren. Terwijl ze het vanmorgen zo zorgvuldig gekamd had. Devoot zat ze erbij. Alsof elke bel een dierbare uitdrukte die er niet meer was. De tijd vloog met de bel. De wind nam haar mee.

De hardloper sjokte voorbij. Vermoeide ogen keken haar aan. Hij kon helemaal niet zo’n eind lopen. Ze keek hem niet aan, tuurde in de richting van het andere fietspad op deze kruising. Daar dreven haar bellen. Ze doopte het stokje in het potje.

De hardloper rende verder en nam haar verhaal mee zoals de bellen van haar dreven op de wind.

02 augustus 2012

Spelen - #wot

image
In de vakantie kun je ook een spel spelen. Doris zit helemaal klaar voor Monopoly, in de junior-variant.

Geen grotere vreugde dan spelen. Je fantasie helemaal de vrije loop laten en aan de slag gaan. Dat is een kenmerk van goed spelen. Werken is ongezond. De verplichting drukt. Het moet iets opleveren. Je krijgt ervoor betaald. Daar moet je wel iets voor doen. Als je geld verdient met spelen, dan klopt er iets niet, vinden veel mensen.

Werken zou moeten lijken op spelen. Spelen doe je samen en al lijkt het er soms doelloos aan toe te gaan, het eindresultaat kan verbluffend zijn. Hoe vaak ik met vriendjes iets heel moois had opgebouwd na een uurtje spelen. We braken het even enthousiast ook weer af. Op naar het volgende.

Het gevoel, de trots en vooral het tevreden terugkijken op een geslaagde middag. We hadden ons vermaakt. De fantasie vermengde zich met de werkelijkheid. Geen regels die restricties geven, gewoon de fantasie volgen. Het idee kreeg gaandeweg gestalte en elk idee sloot erop aan. Het spel was geslaagd. Ik heb dit gevoel niet vaak meer. Soms bekruipt mij dat gevoel als je echt iets moois aan het maken bent met een groep mensen. Jammergenoeg niet zo vaak.

De mooiste vorm van spelen op een orgel of harmonium is improviseren. Vorig jaar volgde ik een improvisatiecursus bij Gerben Mourik. Het enthousiasme waarmee we het instrument verkenden en op ideeën kwamen, liet zich vergelijken met het spelen als kind.

Spelen vraagt wel om een flexibel geheugen. Als volwassene verlies je die flexibiliteit snel. In vacatureteksten noemen ze dat ‘snel schakelen’. Ik merk het als ik met mijn dochter meespeel. Ik reik een idee aan en ze gaat in haar fantasie helemaal mee. Je krijgt het idee op een heel eigen manier weer terug. Daar kan geen brainstorm tegenop.

#WOT
WOT staat voor Writing on Thursday, een schrijfinitiatief dat in Nederland wordt gevoed door met-k.com. Vandaag is het onderwerp: spelen.

01 augustus 2012

Buitenplas in krange onderbroek

Het duurt zo lang voordat je de deur uit bent. Altijd is er iets. Dan knellen de schoenen, zit de onderbroek krang of zitten de knoopjes van de jas net eentje te hoog, zodat ik niet uitkom. Dat komt ook omdat ik in het midden begin met het dichtdoen van de knoopjes. De onderbroek die krang zit, komt volgens haar omdat ik niet oplet bij het uit de was halen van het ondergoed.

Ik ben er ook niet goed in. Heb het nooit gedaan. Zij zorgde voor de kinderen, het eten en de was. Ik stapte elke morgen klokslag kwart over 7 op de fiets. Broodtrommeltje achterop. Geen gedoe. Op mijn weg trof ik slechts 1 stoplicht. Als hij op groen stond, kon ik in een ruk door. Zonder stoppen.

De tegenwind over won ik. Nu loop ik traag achter de wagen. Ze schuurt met haar voeten over het troittoir. Omdat het te hard gaat. Als het haars ziens te langzaam gaat, schuiven haar voeten over de grond om de vaart erin te krijgen.

Nu ik tussen 2 struiken van de hortus in sta, trekt zij ongedurig aan de banden. Ze komt traag in beweging. Natuurlijk rijdt ze in de richting van de weg. Ik zie het niet. De plas spettert op mijn schoenen. Ik zie het en hoop dat zij het straks niet ziet. Ik heb alleen maar gezegd. ‘Ik moet even.’

Een fietser belt. Ze rolt in de richting van de weg. Ik trek mijn gulp dicht. Voel dat mijn onderbroek krang zit en zet hem op een sukkeldrafje naar haar. De rolstoel heeft genoeg gang om weer verder te lopen. ‘Waar bleef je nou?’ zegt ze. Ik geef een zacht kusje op haar grijze haren. Precies zoals toen als ik van het werk thuiskwam. Te laat en zij de deksels op de pannen sloeg om te vertellen wat zij dacht.