10 februari 2013

Stilte

image
Citaat uit Jan Mulders essay Doodstil, uitgekomen ter gelegenheid van de maand van de spiritualiteit

‘De stilte in de kamer is ook zonder geluid in orde wanneer het de redactie van een krant betreft’, schrijft Jan Mulder in het boekje Doodstil. Het boekje schreef hij speciaal voor de maand van de spiritualiteit vorige maand. Na deze opmerking citeert de oud-Volkskrant-columnist uit een interview met Heldring (94 jaar).

‘Ik ben altijd vroeg opgestaan, om een uur of zes. Er is een tijd geweest dat ik om vijf uur wakker werd, dan stond ik maar op. Ging ik douchen, ontbijten en stapte ik op de fiets naar de Haagse redactie van de NRC. Zat ik daar in mijn eentje, dat was prettig, het was stil en ik stoorde niemand.’ (19)

In de tijd dat ik solliciteerde bij de Twentsche Courant Tubantia 10 jaar geleden, bestierde Jan van Nus de hoofdredactie. Van Nus begon nog altijd op het tijdstip waarop de krant ’s middags werd gedrukt. De krant was al enige tijd een ochtendkrant, maar hij liep in de vroege morgen rond half 6 ter redactie en maakte zijn vaste ronde. Zo liep hij vanuit de postkamer met de post en bezorgde deze op alle lege bureaus.

Van Nus moet de stilte gekend hebben waar Heldring over spreekt in het interview. Al die lege bureaus en geen enkele telefoon die gaat. Geen stem, alleen maar de voetstappen van Van Nus. Ik kan ook zo genieten van een leeg kantoor. Het liefste op een zomerochtend. Als buiten alle vogels fluiten. Het verkeer nog niet op gang. De totale rust, omdat de mens nog niet actief is.

Het was op zo’n morgen begin december dat Van Nus mij tegen 8 uur belde. ‘Ik heb slecht nieuws en goed nieuws’, zei hij. Ik was na de recruitmentdag in Amersfoort op gesprek geweest in Enschede. Daar waren ze erg onder de indruk geweest over mijn verhaal dat je schrijft voor je lezers.

Ik hield een lang betoog over de lezer en de verwachtingen die de lezer koestert. Allemaal rechtstreeks uit mijn studie van ALW. De lezer die betekenis geeft aan de tekst. Daarom moet een journalist zich bewust zijn van de lezer. Hij schrijft de krant voor de lezer.

Het verdrietige nieuws was dat ik niet op 1 februari kon beginnen als WEP’per. ‘Het goede nieuws is dat we alledrie de kandidaten een plek willen geven. In oktober komen nog 2 werkervaringsplekken vrij. We willen je dan heel graag hebben.’ Ik was diep onder de indruk van het aanbod. ‘Ik bel je in het voorjaar nog een keer en vraag of je nog belangstelling hebt. Zolang blijft die plek voor jou.’

In juli belde hij nog een keer. Eveneens iets voor 8 uur. Het was voor mij onzeker of ik bij mijn werkgever mocht blijven. Daarom zei ik dat ik er nog even over moest nadenken. Ik vroeg hoe laat ik hem het beste kon bellen. ‘Doe maar op dit tijdstip’, antwoordde hij. ‘Maar eerder mag ook. Ik ben hier altijd om half 6.’

Later – ik werkte een paar maanden bij Tubantia – vertrok Jan van Nus. Hij had een paar jaar als hoofdredacteur gewerkt omdat niemand anders wilde. Ik vertelde mijn chef Jan Bengevoort over het vroege tijdstip waarop Van Nus altijd belde. Hij lachte. ‘8 uur. Dat is nog laat. Hij belde eerst iedereen al om half 7. Dan was hij verbaasd dat hij iedereen wakker maakte.’

09 februari 2013

Hotz en Theroux - #50books

image
De boeken van Hotz in mijn bibliotheek

De vierde vraag in de serie #50books: Van welke auteur lees je alles, maar dan ook alles wat uitgebracht wordt?

Mijn bibliotheek vult zich meer en meer met boeken van dezelfde auteurs. Regelmatig komt er een boek bij. Gelukkig niet zoveel als de vele boeken die Martin Ros naar binnen sleepte aan het eind van zijn werkdag. Ik concentreer mij meer en meer op een aantal vaste auteurs. Soms omdat het aanbod verleidelijk is. Zo zie je bepaalde boeken heel vaak in kringloopwinkels liggen. Het is dan heel verleidelijk de hele auteur te gaan verzamelen.

Vaker enthousiasmeert een bepaald boek van een auteur mij. Zo ontdekte ik in 2011 bij het uitkomen van de Hotz-biografie van Aleid Truijens de verhalen van F.B. Hotz. Ik las de bloemlezing van Truijes, Mannen spelen, vrouwen winnen. Maar ik wilde meer lezen. Vooral de novelle De voetnoot – waarover Aleid Truijens en Maarten ’t Hart erg enthousiast over zijn – lonkte in al mijn begeerte. Ze noemden het allebei de mooiste novelle van de Nederlandse literatuur.

image
Compartiment Hella Haasse in mijn bibliotheek

Ik zag de stapels Hotz’en voorbijkomen die ik in de loop van de kringloopjaren had genegeerd. In mijn boekenkast stonden slechts 2 titels van deze bijzondere schrijver. Het boek Ernstvuurwerk in een lelijke pocket-uitgave en het die zomer in Goor aangeschafte Proefspel.

De begeerte dreef mij kringloopwinkel in en uit. Ik speurde, ik zocht. En ineens zag ik al die rijen boeken van Hotz in gedachten langskomen. Waarom had ik ze allemaal laten staan. Ik dacht altijd dat ik het boek wel zou hebben. Of dat het niet interessant was. Hotz is voor oude mannetjes die stinken naar zweet, vond ik. Van die mannetjes die op boekenmarkten neurien en in zichzelf praten als ze hun vingers langs de rijen boektitels glijden.

image
Aantal delen van de 46 delen Bilderdijk uit de bibliotheek van Boudewijn Buch

Ik speurde en zocht, maar vond niks. Alleen in Almere Haven had ik beet. Ik stuitte op het debuut en sloeg gelijk aan het lezen. Wat een prachtige verhalen stonden er in Dood weermiddel. Ik speurde verder. Al snel vond ik op internet een paar bundels, weliswaar wat duurder dan in de kringloop, maar voor een goed prijsje. Daarna ging het snel. Alleen lukte het niet De voetnoot te vinden.

Een paar keer viste ik achter het net bij een antiquariaat in Nijmegen. Ik stuurde een mailtje of hij een volgend exemplaar voor mij apart wilde houden. Een paar weken later, kwam het bevrijdende mailtje. Het was er: De voetnoot. Een prachtige novelle. Ik heb het vorig jaar een keer of vier gelezen.

Gelukkig houdt het hier op bij Hotz. Het hele literaire archief van Hotz is namelijk verbrand door de erfgenamen op nadrukkelijke wens van de overledene. Op de 2 delen van zijn verzamelde werken en de bloemlezing van Maaten ’t Hart na, bezit ik alles. En ik ben er ontzettend gelukkig mee.

image
Paul Theroux, voornamelijk de reisverhalen met de nadruk op treinreizen.

Hetzelfde geldt voor een andere verzamelwoede van een auteur waar ik werkelijk gek op ben geworden: Paul Theroux. Enthousiast geworden door zijn De grote spoorwegcarrousel, vond ik spoedig andere boeken van hem bij kringloopwinkels. De verzameling boeken van hem is nog lang niet compleet. Maar hier neem ik de tijd voor. Als ik een boek van hem tegenkom voor een leuke prijs dan koop ik het. Maar het hoeft niet tegen elke prijs. Dat is juist de sport van het verzamelen.

En dat geldt voor lezen ook. Ik heb genoeg oeuvres die ik nog moet uitlezen. Naast alles van Hotz, wacht alles van Dickens, alles van Multatuli, alles van Komrij, alles van Haasse, alles van Bilderdijk en alles van Hermans. En al die auteurs van wie het oeuvre in mijn boekenkast de 3 boeken overstijgt.

08 februari 2013

Wanneer vergaat de V&D?

image
V&D in de sale?

Wanneer vergaat de V&D? Ik vraag het mij af als ik de zaak bezoek. Er zijn van die winkels en bedrijven waarbij je afvraagt hoe ze het toch redden. Zo vond ik boekwinkel De Ark na de verhuizing in het nieuwe stadshart wel heel rustig. Of het nieuwe hamburgerrestaurant in de stad waarbij wij dikwijls de enige bezoekers waren.

Het is dan niet de vraag of die zaak het zal redden, maar wanneer het ophoudt. Beide zaken zijn er vrij snel na mijn constatering mee opgehouden.

Zo loop ik op zoek naar een cadeau dat onvindbaar is, het warenhuis V&D binnen. De hele winkel is uitgestorven. Geen klanten. Niemand die speurt in de rijen kleding, een koopje zoekt tussen alle tassen en koffers, of lekker rondneust bij de boeken.

Het is leger dan leeg. Een saai muziekje deunt als ik de roltrap neem een etage hoger. De speelgoedafdeling is nog kleiner geworden. De schappen staan nog een eindje verder uit elkaar. Dat betekent weinig goeds.

Ik vraag mij niet meer af of de winkel nog overlevenskans heeft. De vraag is wanneer de stekker eruit gaat. De glorie is al vergaan. Het wachten is wanneer de reserves op zijn.

07 februari 2013

Onbevangen - #WOT

image

De griep vloert me weer even. Ik kruip een uur voor etenstijd in bed. De deken over mij heen. De sokken aan. Het houdt mijn voeten een beetje warmer in het koude bed. De schemering gaat langzaam in. Verder is het stil.

Op de trap klinken zachte voetstappen. Het is Doris. Ze gaat naar haar kamer en springt er even heerlijk op los. Ik roep of het wat stiller kan. ‘O, lig je in bed?’ zegt ze. Ze kijkt even de slaapkamer in en gaat weer weg.

Ze rommelt lekker verder. Het is weer rustig. Mijn wattenhoofd droomt langzaam weg. Dan merk ik hoe zachtjes de voetstappen in mijn richting komen. Ze kijkt even hoe haar vader weggedoken ligt onder de dekens. Dan gaat haar mondje naar mijn neus. Zachtjes geeft ze een kusje.

Ik geniet en doe alsof ik slaap. Te mooi om dit moment te verstoren. Voor mij helemaal onverwacht en onbevangen. Een beter medicijn is er niet.

06 februari 2013

Boeken als religie

image

De boekenliefhebber Martin Ros verzamelt boeken. De verzameldrift heeft een beetje religieuze dimensies aangenomen bij hem. Dat blijkt wel uit het boekje Liefde en ouderdom uit 1993. In het vierde hoofdstuk, De slaaf des Heren, schrijft Martin Ros over zijn ervaringen met de godsdienstwaanzinnige mevrouw Ordening.

Hij reageert op een annonce als hij in Urecht geschiedenis studeert. Gedreven door het voornemen van een emigratie naar Nieuw-Zeeland of Australie gaat Martin Ros mee in haar waanzin. Hij laat zich broeder noemen en trekt in de bossen van Zeist. Australie wordt Austria. Met een busje dat Martin Ros bestuurt, bereiken ze de rand van Burgenland.

De boeken redden hem. Martin Ros kan in Oostenrijk alleen maar Dostojevski lezen. Het ontbreekt hem aan openbaringen. Daarin slaagt broeder De Repper wel. Hij weet de hele groep achter zich te krijgen en bereidt daarmee de ondergang. Op tijd en zonder kleerscheuren weet Martin Ros uit dit fuik te ontsnappen.

Uit een interview in 2012 voor Vrij Nederlandb lijkt dat de 75-jarige Martin Ros in een ‘woonzorgcentrum met rooms-katholieke signatuur’ in Soest woont. Samen met de liefde van zijn leven. Hoe het met zijn boeken en verzameldrift gaat, blijft jammergenoeg onvermeld. In het interview zegt hij dat hij aan zijn memoires werkt.

Maar Martin Ros is vergeten dat die memoires er al zijn in de vorm van Liefde en ouderdom. Ik vond het voor een euro in de kringloopwinkel van Naarden. Het boek geeft een prachtige inkijk in het leven van een redacteur bij een uitgeverij. Hij heeft een grote liefde voor zijn vak en helpt graag mee om kennis verder te verspreiden. Dat doet hij met heel veel gevoel. Martin Ros heeft de autobiografie en biografie naar Nederland gebracht. Daarnaast is hij een inspirator geweest voor veel schrijvers en dichters.

Die inspiratie brengt hij ook over in het Liefde en ouderdom. Hij spreekt met enthousiasme over de boeken waarvan hij houdt. De brede belangstelling van wielrennen, de Russische revolutie tot aan donkere vrouwen met grote borsten. De laatste brengen hem bij een boek over de slavenopstand in Haiti. Het is een boek geworden Vuurnacht over de ‘zwarte Napoleon’ Toussaint Louverture.

En zo dendert de belezenheid en bezetenheid van Martin Ros over alle bladzijden van Liefde en ouderdom. Ik ben blij het boekje gevonden te hebben en ik heb het met veel plezier gelezen. Want Martin Ros is een uitgever en redacteur waar de hedendaagse uitgeverijen en boekhandels nog heel veel van kunnen leren.

Lees over mijn ontmoeting met Martin Ros op Nationale boekenstuntdag in 2008

05 februari 2013

Bloons

bloons_van_se_van_weert_detail
Bloons van Se van Weert (detail)

Vorige week op gedichtendag won ik opnieuw een prijs. Bij het evenement in de Taalwerkplaats van Drenthe was een leuke dichtwedstrijd. Je kon een gedicht schrijven bij de zes verschillende kunstwerken die er werden geexposeerd. Ik schreef een gedicht bij twee kunstwerken.

Ik won een prijs voor het gedicht bij het kunstwerk van Se van de Weert. Zij is een glas- en mozaiek-kunstenares uit Erica. Het kunstwerk ‘Bloons’ sprak mij wel aan. De lijnen in combinatie met de vormen van de ballonnen die zelfs een beetje op gloeilampen lijken. Ik schreef er een gedicht bij, geinspireerd op het thema van gedichtendag: muziek.

Muziek blazen

Gebakken lucht
blaast op kleuren
golven in een
lijnenhemel

Lampen gloeien
muziek op kleur
rechtgeblazen
luchtballonnen

Geblazen lucht
hangt recht tegen
de zon in en
zweeft hoogstens weg

Ik speel lijnen
met een boogje
naar boven waar
jij hooguit bent

Ik heb er een prachtige prijs voor gekregen, een glazen beeldje van een slak. Ik hoop het in het voorjaar te gaan ophalen. En dan gelijk een bezoek brengen aan het Veenpark daar in de buurt.

04 februari 2013

Halfvolle voordeelpot

Bij het openen van het nieuwe vitaminenpotje verbaas ik mij over de enorme overruimte in het plastic potje. Het lijkt wel of de hoeveelheid pillen in het potje tot de helft van de verpakking komt. De andere helft is lucht.

Bovenop de draaidop prijkt de tekst ‘Voordeelpot’. Het staat op een grote gele sticker, die vrijwel de hele dop beslaat. Belangrijk dus. Maar de 300 pillen in de pot komen slechts tot de helft van de pot. Een halfvolle voordeelpot.

Of er echt 300 pillen in de pot zitten, durf ik niet na te tellen. Ik neem aan dat dit aantal wel zal kloppen. De aanvullende mult-vitaminen en mineralen van de vorige pot gingen ook heel lang mee. Terwijl alledrie de gezinsleden elke dag zo’n donkerrode pil naar binnen slikken.

Ik zou de reden willen weten waarom de pillen in een dubbelgrote pot zitten. De potjes waren vroeger van glas en hadden veel minder ‘overruimte’ dan hun plastic opvolgers. Dus voor de rijping van de pillen is het niet nodig. Voor het transport is een kleine verpakking juist handig. Het bespaart volume op de pallets en uiteindelijk in de vrachtwagen. En dat scheelt dus uiteindelijk weer transportkosten.

03 februari 2013

Ontspannen spelen

saartje-speelt-met-botjeDe teckel die lekker in haar mandje ligt en ontspannen aan het spelen is. Ik betrap onze honden er regelmatig op. En dan zijn Teuntje en Saartje totaal verschillende honden. Ook al zijn ze van hetzelfde ras.

Waar Teuntje de bezoeker graag met een botje of todje in de vorm van een stuk spijkerbroek of een sok begroet, vindt Saartje het heerlijk om met een botje of todje te spelen. Ze doet dat heel onbevangen en schaamteloos.

saartje-speelt-met-botje-in-mand

Ik betrapte haar laatst in haar mand. Ze lag heerlijk tevreden met het botje in haar bek op de rug. Ze maakte geen aanstalte om het botje werkelijk op te kluiven. Ze speelde er heerlijk mee, liet het uit haar bek vallen om het dan weer op te rapen. Of gewoon op te vangen. Ik heb ervan genoten en filmde het gebeuren. Te leuk om niet te delen.

02 februari 2013

Boekenopruiming - de allerlaatste fase

image
Bakken met boeken in de opruiming

Schreef ik vorige week dat de derde en laatste fase van de boekenopruiming bij Selexyz Scheltema was aangebroken, vandaag zag ik dat er nog een vierde fase is. Waarschijnlijk is dit de laatste fase: alle boeken voor 2,50 euro.

Ik kwam terug van de markt en liet mijn fiets met de zalmkop, aardappels en bospeen staan om even te snuffelen in de laatste bakken met boeken. Natuurlijk lag er nog een boek die ik vorige week ook kocht. Dat moest dan maar. Ik was allang blij dat het snelwegboek al wel weg was.

image

Zo snuffelde ik verder en wist nog 4 interessante titels eruit te ‘scoren. Boeken die ik normaal niet zo snel zou meenemen, maar nu wel heel verleidelijk waren. Ook omdat ze nog betrekkelijk recent zijn. Zo kocht ik de Noord-Amerika Special van het literaire tijdschrift Lava. Volgens de zwarte openingspagina’s de laatste. ‘Lava is definitief gestold’, staat er.

image

Dat ik die stolling 3 jaar later nog mag meemaken in de boekenopruiming, schept mijn verbazing. Het nummer van ruim 350 pagina’s bevat prachtige korte verhalen uit Noord-Amerika, vertaald door studenten van de vertalersvakschool. En dat allemaal in de laatste week van de opruiming.

01 februari 2013

Zonnelamp

image

Een lamp in de vorm van een zon. Ze had al een nachtlampje in de vorm van een ster. Bij het bezoek aan de Ikea koos ze de zon uit als nieuwe plafoniere. Nodig omdat de lamp uit haar babykamer nog altijd in haar kamer hing. Een flinke hoeveelheid stof was op het blauwe stof gaan zitten. De nieuwe meubels zorgden ervoor dat de lamp steeds meer uit de toon viel en uiteindelijk zelfs een vreemde eend in de bijt werd.

image

Zodoende moest er een waardige vervanger komen. Een heuse lamp voor een meisjeskamer. Het werd de Smila Sol van de Ikea. Een enorm ding met een diameter van 70 centimeter. De zonnestralen maken het tot een vrolijke lamp.

Vandaag werd het tijd om de lamp te monteren aan het plafond. Ik bestudeerde de gebruiksaanwijzing aandachtig. Voor het eerst kwam ik er niet echt uit. Het karton waarin het verpakt zat, liet moeilijk los. Ook wilde de binnenkant niet goed uit elkaar. Dan slaat het ongeduld toe en kost het nog meer moeite.

image

Daarna probeerde ik het ding op te hangen. Dat moet bij zo’n lamp allemaal boven je macht. Zo stond ik op het trapje en wilde hem bevestigen aan het ophangpunt. Een heel gehannes met losmaken en vastdraaien. Maar het lukte. Zelfs de kap kreeg ik erop.

En zo schijnt nu de zon in Doris’ kamer. Ze denkt er zelf bij aan haar overleden oma. ‘Die noemde mij altijd oma’s zonnetje.’ Dat zonnetje hangt nu in haar eigen kamer.