20 juni 2013

De Oude Patagonië-Expres - De routekaart

wpid-2013-06-19-07.23.08.jpg
Theroux’ tocht door Noord- en Midden-Amerika. De routekaart is uit de Engelse uitgave van De Oude Patagonië-expres.

Het grote nadeel van mijn exemplaar van De Oude Patagonië-Expres is het ontbreken van een kaartje met de route. In De Grote Spoorwegcarrousel en De Grote spoorwegcarrousel Retour zit wel een kaart waarin de reis wordt weergegeven. Een grote reis als die Paul Theroux in de Oude Patagonië-Expres maakt, vraagt om een duidelijke routekaart.

Engelse uitgave
Op internet scharrel ik de kaart uit de Engelse uitgave van dit boek op. Het verheldert een boel. Ik heb de pagina in het boek waar de plaats wordt aangedaan vermeld op de kaart. Zo zie ik duidelijker hoe het verloop van de reis is. De reis van Theroux door het Amerikaanse continent is namelijk nogal grillig. Soms onderbreekt hij de vermeende lijn omdat hij een deel per vliegtuig aflegt, meestal omdat er geen spoor ligt. Een enkele keer vanwege de politieke situatie in een land.

In de Engelse uitgave van het boek, is de routekaart opgedeeld in 3 deelkaarten. Het Amerikaanse continent is langgerekt. Zeker het deel door Zuid-Amerika, waar de afstanden nog groter lijken dan in Noord-Amerika. Al verschilt de schaal tussen de kaarten van Noord-Amerika en Zuid-Amerika, de reis is in het Zuiden beduidend ingewikkelder.

wpid-2013-06-19-07.23.20.jpg
Theroux’ tocht door Zuid-Amerika. De routekaart is uit de Engelse uitgave van De Oude Patagonië-expres.

Doorlopen
Dat komt omdat de spoorlijnen niet zo mooi doorlopen als ik het Noorden. Vanuit Boston reist Paul Theroux helemaal door tot in Equador. Vanaf daar wordt het allemaal wat lastiger en zie je dikwijls een lijn in een boog over de kaart getrokken. Daar vliegt hij. Weliswaar tegen zijn zin, maar het moet.

In Peru en Bolivia legt hij enkele delen per bus af. Ondanks die paar stukjes per vliegtuig en bus, is De Oude Patagonië-Expres een echt treinverhaal. Het merendeel van de kilometers legt hij per spoor af. Over de stukken per vliegtuig schrijft Paul Theroux niet. Gelukkig maar het zou anders een heel saai boek zijn geworden.

Noodgedwongen
De gedeeltes per bus komen er ook bekaaid vanaf. Zo zit hij in de bus naar Puno, noodgedwongen vanwege een staking van de Peruaanse spoorwegmedewerkers: ‘Per trein zou dit een eenvoudige en aangename rit zijn geweeest; per bus was het stoffig en afschuwelijk, over een weg als golfijzer. Ik kon niet lezen in de bus, en die dag heb ik geen dagboek bijgehouden.’ (334-5)

Verder gaat de tocht voornamelijk met de trein. Het zijn de passages waarin je als lezer opgelucht ademhaalt. Ook al heeft Paul Theroux last van hoogteziekte of ergeren zijn medepassagiers hem, zoals de toeristen in de trein naar Machu Picchu. De cadans van de trein, is de cadans van het verhaal. Zoals de jazzmuziek ten grondslag ligt aan de trein, zo vormt de trein de basis van het reisverhaal van Paul Theroux.

Meer lezen

Lees mijn andere blogs over De Oude Patagonië-expres van Paul Theroux:

19 juni 2013

De Oude Patagonië-Expres

image

Vorig voorjaar las ik De Oude Patagonië-Expres van Paul Theroux. Het boek bleef liggen om het nog te bespreken, zoals ik al eerder op deze blog deed met Paul Theroux’s De Grote Spoorwegcarrousel en De Grote Spoorwegcarrousel retour. De bespreking bleef jammerlijk liggen. Er waren andere prioriteiten. Misschien wilde ik het te uitvoerig doen. Ook lag er een oorzaak hoe ik het boek had gelezen.

Ik las het boek in delen met grote pauzes ertussen. Ik probeerde tussendoor de boeken te lezen die ik moest lezen. Zo ontbrak de samenhang een beetje. Het boek behoort ongetwijfeld tot een prachtig spoorwegverhaal van Paul Theroux. Misschien wel het mooiste. Het is een echt treinboek. De liefde voor het reizen per spoor wordt vol passie door de Amerikaanse schrijver verteld.

Misschien nog mooier is de combinatie tussen literatuur en het reizen met de trein. Paul Theroux leest veel onderweg door Noord- en Zuid-Amerika. De boeken voert hij ook op in zijn verhaal. Ze worden onderdeel van het verhaal, net als de gesprekken die hij met medereizigers voert onderweg. Het maakt het boek tot een genot om te lezen.

Ik ben het boek nu aan het herlezen en probeer wat driftiger aantekeningen te maken dan een jaar geleden. Ook lees ik het aandachtiger, merk ik. De lijn van het verhaal is veel nadrukkelijker aanwezig dan in boeken als De Grote spoorwegcarrousel. In dit laatste boek ontstaat het verhaal gedurende de reis. Bij De Oude Patagonië-Expres gebruikt Paul Theroux veel meer elementen van het verhaal, die hij verderop laat terugkeren.

De Oude Patagonië-Expres leest daarom als een roman. Een verhaal met een kop en een staart. Mogelijk komt het ook omdat Paul Theroux een duidelijk einddoel heeft: Patagonië. Als hij in de metro in Boston zit onderweg naar het South Station, realiseert hij zich dat hij twee kilometer dichter bij zijn einddoel is. De eerste rode lijn is uitgezet door het nemen van de metrolijn. Er volgen meer. Veel meer.

Meer lezen

Lees mijn andere blogs over De Oude Patagonië-expres van Paul Theroux:

18 juni 2013

Pubervogels

jong kauwtje bij station almere centrumDe jonge vogels groeien uit tot heuse pubervogels. Zo doet een groot deel van de dag een jonge merel zich tegoed aan de groene en halfrijpe bessen aan onze bessenstruik. Hij gaat dan op de bovenkant van de schutting zitten en ruïneert de bessentrossen. Als er dan een oudervogel voorbij vliegt, begint hij te gillen. Vader merel trapt er regelmatig in. Dan stopt hij het puberjong wat lekkers toe in de vorm van een wormpje.

Op weg naar het station tref ik een jong kauwtje aan. Het dier kan niet vliegen. De vleugels zijn nog stram. Het beestje weet zich geen raad met die enorme fladders. Hij trekt zijn rechtervleugel stijf omhoog en merkt dat het niet meer verder kan. Daarna zwiept hij de vleugel onlogisch naar voren. Het ziet er belachelijk uit.

Ik wil het diertje van wat dichterbij bekijken. Maar zijn ouders kijken argwanend vanaf een verkeersbord naar mij. Alleen voor taxi’s staat op het bord. Als ik van mijn fiets wil afstappen, begint vader te krijsen. Moeder vliegt een bord verder en gilt met vader mee. Verboden te fietsen. Het jonge kauwtje duikt achter de stijl van een raamkozijn. Het diertje houdt zich heel klein en blijft stil zitten tot het kwaad verdwenen is.

Ik stel de lens van mijn fototoestel in en richt de camera op het beestje. De ouders worden nu ongeduldig en beginnen nog harder te krijsen. Dreigend vliegt moeder op en zwiept in mijn richting. De snavel boos naar voren. De ogen schieten vuur. Ik klik snel een onscherp beeld van het diertje en vervolg mijn pad.

17 juni 2013

De 19e eeuwse en Griekse Jan van Aken

image

Net als ik Pausin Johanna gelezen heb, verschijnt de historische roman De afvallige van Jan van Aken. Er zijn ontzettend veel elementen aan te wijzen in de roman van Emmanuel Rhoïdis die aan de Nederlandse romancier doen denken. Alleen zou Jan van Aken veel meer drank en wellust in zijn verhaal gegoten hebben.

In het vierde en laatste deel van de historische roman bereikt Johanna haar einddoel: ze wordt tot paus gekozen op het plenaire stadsplein en houdt aansluitend haar proclammatie op de mestvaalt. Ze ordineert vervolgens in haar ambtstermijn 14 pausen, richt 5 kerken op, voegt een dogma toe aan het credo en schrijft 3 boeken.

Daarnaast knipt ze de haren af van Keizer Lotharus en kroont zijn opvolger Lodewijk tot keizer. Allemaal heldendaden die de voorstanders met bewondering over haar schrijven. De tegenstanders zetten deze daden liever op naam van een opvolger of voorganger, of laten het in het geheel weg, schrijft de verteller in Pausin Johanna.

Maar het kwaad loert op en wenkt naar Johanna:

Hoge posities in de maatschappij lijken op bergen die vanuit de verte zo harmonisch van structuur en verkwikkend van aanzicht zijn, nu eens gehuld in een maagdelijk gewaad van witte wolken, dan weer door hun teint de handelaars aan goud herinnerd en de eerzuchtigen aan purper. Maar zodra iemand de top beklimt, wordt hij omringd door distels, doornen en wilde beesten en in Attika zelfs door struikrovers. Iets dergelijks bemerkte nu ook onze heldin op de troon van Sint Petrus. (166/167)

Ze wordt omringd door ‘secretarissen, stroopsmeerders, hofslaven en meer van dat soort vraatzuchtige bedelaars’. Ze omsingelen haar troon ‘als de raven het aas’. De intriges die Paus Benedictus XVI dwongen om af te treden, zijn waarschijnlijk net zo oud als dat er pausen bestaan. Maar Pausin Johanna valt niet zozeer door de intriges alswel gaat ze ten onder aan de wellust.

Ze heeft er genoeg van om altijd haar voeten uit te strekken voor een kus van haar dienaars. Ze begint te walgen van haar positie en verlangt naar de oude tijd met haar vriend Frumentius. Ze wil zijn kussen op haar mond en niet meer de lippen van al die mensen die op haar voeten drukken. De reuk van de wierook vindt ze verschrikkelijk, net als kok op een bepaald moment walgen van de geur van kwartels.

Inderdaad gaat het mis en tot overmaat van ramp raakt ze ook nog zwanger. Het hoogtepunt van het verhaal komt bij de processie waarbij ze bevalt van een kind. Een verhaal dat onderdeel uitmaakt van de legende rond de vrouwelijke paus. Een verhaal dat ook graag werd opgedist door protestanten om de verderfelijkheid en huichelarij van het rooms-katholieke geloof aan de kaak te stellen.

Het verhaal is op een prachtige manier vormgegeven door de Griekse schrijver Emmanuel Rhoïdus. Het doet denken aan de wereld die Jan van Aken zo prachtig beschrijft in zijn historische romans. Je zou wensen dat Jan van Aken zich ooit aan dit onderwerp waagt of zijdelings aan de orde brengt. Ongetwijfeld zou er dan nog een flinke scheut drank en avontuur zijn toegevoegd.

Daar staat tegenover dat de vergelijkingen van Rhoïdus met de vertaling van Gerrit Komrij niet te evenaren zijn. Ze passen daarmee in de absurde wereld van het verhaal dat helemaal niet zo gebeurd hoeft te zijn, maar zo levensecht verteld is dat het best zo gebeurd zo kunnen zijn.

16 juni 2013

Computer als schrijver – #50books

image
Niet alleen updates, maar mijn computer tuft misschien ook wel romans uit.

Ik schrijf veel op de computer. Bijna alles komt direct vanuit mijn brein in de tekstverwerker van mijn computer terecht. Soms schrijf ik het eerst uit. Bij gedichten wil het wel helpen om eerst het gedicht op te schrijven en dan pas in de computer of op mijn smartphone te zetten. Het vormt een bescherming tussen schrijven en publiceren.

Een computer die alles schrijft, geloof ik niet. Een goed verhaal is meer dan een stelletje enen en nullen met elkaar combineren. Een goed verhaal vraagt om het brein van de schrijver. De creativiteit is niet te vatten in een programma. Daarvoor is de menselijke geest te grillig.

Misschien zouden computers verhalen voor computers kunnen schrijven. Als zij behoefte hebben aan verhalen. Voorzover mij bekend is vertellen dieren elkaar ook geen verhalen. Dus waarom computers dat onderling zouden moeten doen.

Wel geloof ik dat de computer de literatuur beïnvloedt. Harry Mulisch schreef De ontdekking van de hemel voor een groot gedeelte op de computer. Het verkorte zijn schrijftijd aanzienlijk. Volgens hem had het niet veel effect op zijn schrijverij. Behalve dat hij meer tijd overhield om andere verhalen te schrijven.

Ik denk dat Harry Mulisch dat effect schromelijk onderschat. Al schrijft hij in zijn inleiding bij Logboek dat de computer er niet voor gezorgd heeft dat zijn boek zo dik werd. Volgens hem is de denkrichting juist andersom. Het boek is niet zo dik geworden door de computer, maar hij is de tekstverwerker gaan gebruiken omdat het boek zo dik zou worden. Hij zou hierdoor eindeloos veel keren dezelfde passages moeten overtypen.

Ondanks de bewering van Harry Mulisch lijken boeken alleen maar dikker te worden. Veel romans monden uit in een dikke pil. Veroorzaakt door de tekstverwerker. Het schrijven op de computer is zo eenvoudig, dat het schrappen een bijna onmogelijke taak wordt. Schrijvers zijn zich onvoldoende bewust van de lengte van de tekst. Net als dat de computer een goed overzicht van het geschrevene ook lastiger maakt. Tekst verandert op een beeldscherm. De werking van tekst op de lezer verandert bij een beeldscherm eveneens.

Misschien bedoelde de jury van de Libris-literatuurprijs dat met Ikea-romans: romans opgezet als bouwpakket vol losse ideeën, waar de lezer dan maar een roman uit moet zien samen te stellen. Ik weet het niet. Daarvoor is dit onderwerp te ingewikkeld en moet je langer nadenken. Misschien is dat een leuke klus voor een computer nadat hij de roman heeft geschreven.

#50books
Deze blog is mijn reactie op vraag 23 van Petepels #50books: Kunnen computers fictie schrijven? Elke zondag lanceert Peter Pellenaars een vraag over boeken op zijn blog.

15 juni 2013

Inductiekoken

eitje koken op inductieHet noodlot sloeg twee weken terug een barst in de kookplaat. De enorme scheur in de bovenkant zorgde ervoor dat we de plaat moesten vervangen. De glasplaat vervangen is duurder dan een nieuwe plaat kopen. Daarom wilden we van de nood een deugd maken en de keramische kookplaat voor een inductie vervangen.

De snelle elektrische variant lijkt het meest nog op koken op gas. Dat laatste is in ons huis niet mogelijk door het ontbreken van een gasaansluiting. Zo schaften we een nieuwe inductiekookplaat aan bij de Ikea. De keus voor Ikea was snel gemaakt. Daar zijn de inductie kookplaten enigszins betaalbaar.

We deden zorgvuldig onderzoek naar de verschillende varianten die verkrijgbaar zijn en kwamen uit bij de middelste variant van 400 euro. De goedkoopste versie van 300 zou iets te gebruiksonvriendelijk voor ons zijn. De duurdere variant met een brugfunctie, was een brug te ver. Het geld is niet in een onophoudelijke stroom beschikbaar. Zeker niet bij dit soort onvoorziene uitgaven.

Bij thuiskomst met de nieuwe kookplaat bleek de installatie niet zo eenvoudig als gedacht. We dachten dat alle snoeren al aanwezig waren en het een kwestie was van de stekker in het stopcontact steken. Dat was echter niet het geval. De enige oplossing bleek een erkende installateur erbij halen.

Gelukkig vonden we via facebook een elektricien. Met zijn hulp aan de telefoon sloten we de juiste draadjes op de juiste plekken aan. We stuurden foto’s van de situatie en kregen de aanwijzingen terug. Wel moesten we de aansluiting op de oven opgeven. Misschien tijdelijk. We hebben sinds vorige week een andere oven naast de grote oven en zullen de grote oven vrijwel nooit gebruiken. Ook omdat hij heel langzaam heet wordt.

De eerste bevindingen scheppen veel verwachtingen voor de toekomst. Alles gaat vele malen sneller. Als de pan op het elektrische vuur gaat, is hij meteen heet. Wanneer de pan van de plaat afgaat, is de plaat meteen afgekoeld. Zo lijkt het elektrisch koken weer op koken op gas. Iets waar Inge sinds wij hier wonen, heimelijk naar terugverlangt.

Een wens is in vervulling gegaan. Het noodlot dat een scheur in de kookplaat sloeg, is een heel stuk minder noodlottig. Al doet het wel veel ‘au’ in de portemonnee.

14 juni 2013

Pluisjes

image

Het pluist weer buiten. Ik loop door het park en zie de pluisjes aan weerszijden van het pad. Opgewaaid tegen de grasrand. In het gras zelf liggen de pluisjes van de populieren als de blote billetjes van het bonengerecht.

image

In het water van de gracht drijven de pluisjes. Een eend doet zich tegoed aan de zaadjes die op het water drijven. Soms betrap ik ook een musje die knabbelt aan het kleine puntje dat ergens in het pluisje verborgen ligt.

image

Verder sneeuwt het pluisjes. Elke windvlaag is genoeg om een winterse bui te laten neerdwarrelen. Alleen zwieren de pluisjes veel luchtiger op dan de dikke hagelstenen of volle sneeuwvlokken van de winterse bui.

image

Wat verderop betrap ik een hele tak langs het pad. De pluizen zijn de boom teveel geworden. Samen met de harde windstoten van gisteren is de tak naar beneden gekomen. Aan de takken bengelen de boosdoeners: volle bollen waaruit de pluisjes groeien. In kleine porties laat de boom ze los. Op zoek naar verse grond voor het nageslacht.

image

13 juni 2013

Dak - #WOT

image

Als iemand de pot op kan, kan hij het dak op. Je kunt het dak op. Een betere verwensing kan ik niet krijgen. De geheimzinnigheid die van het dak uitgaat. Je komt er niet zomaar op, moet kronkelpaadjes en hoogtevrees overwinnen. Maar als je er dan staat. Boven de huizen uit. De dakpannen om je heen en het waait er altijd. De bries en het idee boven de huizen uit te stijgen.

Ik tuur thuis ook regelmatig uit het dakraampje. In mijn studeerkamer ga ik op mijn bureau staan en tuur uit het hoge raampje. Als ik wat meer wil zien, moet ik een krukje op mijn bureau zetten en daar dan op gaan staan. Dan kijk ik naar buiten, bijna over de bomen heen. In de verte zie ik de rest van de stad. Prachtig.

Of de keer dat ik op het dak van de VU mocht staan. Normaal mag je daar niet zomaar staan. Het schijnt dat in het verleden regelmatig mensen gingen staan die levensmoe waren. Ze bleven niet alleen staan. Iemand als Herman Brood maakte ook zo een eind aan zijn leven. Hij liep het Hilton binnen en ging naar het dak.

Ik vond het geweldig op het dak van de VU. Wat een prachtig uitzicht over Amsterdam in de verte zag je de stad aan je voeten liggen. Het Paleis op de Dam en het Rijksmuseum. Onder ons krioelde de wereld als mieren bij een mierenhoop. Het getingel van de tram klonk heel anders dan beneden. Net als al het andere stadslawaai.

Met jaloerse blik keek ik naar een kauwtje die iets lager landde op een punt van de grote Griffioen die op het hoofdgebouw van de VU staat. We waren even in zijn domein. Net als bij die kerkrestauratie in Hengelo waar ik op wankele steigers achter de opzichter aanliep. De dakpannen van de kerk kon ik aanraken. Wat een hoogte en wat een andere wereld. Hoe de wereld verandert als je enkele tientallen meters hoger staat.

Ik ben misschien daarom gek op zolders en vlieringen. Boven in de nok van het gebouw. Zelfs al is het mijn eigen huis. Als de regen dan tikt op het dakraampje, weet ik dat ik gelukkig een dak boven mijn hoofd heb. Alleen een paar dakpannen scheiden mij van de buitenwereld. Genoeg om het hoofd droog te houden. Maar toch ook een stukje dichterbij de wolkenhemel.

12 juni 2013

Wolfgang

image

Het moest er toch van komen. De nieuwe smartphone ligt al weken op activering te wachten. Het nieuwe telefoonabonnement dat ik gesloten had, ging vandaag in. Daarom besloot ik ook maar mijn nieuwe smartphone in gebruik te nemen. De Wolfgang van de Aldi. Ik kocht hem ergens in maart, tegelijk met de smartphone van Inge. Zij is al helemaal gewend aan het toestel.

Haalt de Wolfgang het bij oude Samsung? Ja en nee. Het is verschrikkelijk wennen. Alles is anders. Ik merk ook dat de nieuwe Android-versie op het toestel van de Aldi heel prettig werkt. Ook is het heel fijn dat je wat minder in het keurslijf dan bij de vooraf ingestelde Samsung. De aanslaggevoeligheid van het scherm lijkt wel wat minder gevoelig dan bij de Samsung het geval is.

Het verschil zit hem in de prijs. Ik baalde ervan om 2 jaar lang meer dan 30 euro per maand aan een abonnement te betalen. Ik had het er niet meer voor over. Ook omdat de crisis steeds harder snijdt in de budgetten. Daarom neem ik genoegen met een Wolfgang. En ik moet zeggen de eerste ervaringen zijn niet slecht.

Alleen vraagt het wel om alles opnieuw in te stellen. De hele mikmak aan instellingen en app’s moet over. Daarnaast moet ik vooral aan alles wennen. De andere aanslaggevoeligheid, het andere formaat en de andere belichting van het scherm. Allemaal dingen die net ietsje anders werken. Dus ik hunker nog even naar mijn oude liefde. Wie weet kan ik over een week niet meer zonder Wolfgang.

11 juni 2013

Pausin Johanna

image

De verkiezing van de nieuwe paus een tijdje terug bracht mij op het idee om Pausin Johanna van Emmanuel Rhoïdis ter hand te nemen. Het boek is in 1967 vertaald door Gerrit Komrij. Hij kende het werk van de periode dat hij in Griekenland verbleef. Het werk was tot zijn vondst niet bekend in Nederland.

Dat terwijl literaire grootheden als Alfred Jarry en Lawrence Durell het werk eerder al in resp. het Frans en Engels vertaalden. Gerrit Komrij bracht de enige roman van de Griekse auteur Emmanuel Rhoïdus in Nederland. Het werk kreeg veel aandacht. Niet in de laatste plaats door de excellente vertaling van dit werk.

Het boek is lastig te vertalen. Komrij beheerst het boek tot in de kleinste details en weet de vergelijkingen die Emmanuel Rhoïdis maakt, prachtig over te zetten van het Nieuw-Grieks in hedendaags Nederlands. Hierbij vervalt hij niet in een archaïsme waar veel vertalers wel in tuinen.

Pausin Johanna is overigens Komrij’s eerste vertaling in druk en slaat naadloos bij de interesses van Komrij. Het boek verscheen in de 19e eeuw en beschrijft de middeleeuwen vanuit een hoogst originele manier. Bij het lezen van Emmanuel Rhoïdis kom je vergelijkingen en een belezenheid tegen die sterk aan Komrij doet denken. Het boek past hem daarmee als een op maat gemaakte mantel.

Emmanuel Rhoïdis speelt prachtig met de heiligenlegende in zijn roman. Als Johanna geboren is schrijft hij:

‘Volgens oud gebruik smukken de biografen de wieg van al hun helden op door griezelige Tekenen, die hun toekomstige kwaliteiten moeten voorspellen. Zo wurgde Heracles in zijn kleuterjaren al draken, en Criezoti een beer, de bijen gingen zitten op de mond van Pindarus, Pascal vond op tienjarige leeftijd de geometrie uit, en de held van Byron wendde zijn ogen van de gerimpelde heiligen af, toen hij de mis hoorde in de armen van zijn voedster, om deze begerig en vol ontroering te richten op de heilige Magdalena.
Zo weigerde onze heldin, die later zo zou schitteren aan de sterrenhemel van de kerk, steevast op woensdag en vrijdag aan de borst te zuigen, maar zij draaide, telkens wanneer haar de tepel op een dag van vasten werd aangeboden, haar hoofd met afgrijzen opzij. Heilige relieken, kruisen en rozenkransen vormden haar eerste speelgoed. Nog voor ze tanden kreeg kende ze het Onze Vader in het Engels, het Grieks en Latijn, en voordat zij wisselde hielp zij reeds haar vader bij zijn missiewerk, door Saksische leeftijdgenootjes in de catechismus te onderrichten. Hoewel ze slechts acht jaar oud was, toen haar moeder stierf, de brave Judith, hield ze toch op het graf van de zalige een oration funebre, nadat ze daarvoor op de schouder van de doodgraver geklommen was.’ (19-20)

Passages om van te genieten. De overdrijving druipt ervan af, wat mede te danken is aan de prachtige keuze van woorden en uitdrukkingen. De heiligenlegende wordt hier optimaal geparafraseerd.Dat gebeurt in het hele verhaal. Een historische roman optima forma, maar dan met een uiterst geraffineerd spel met het verleden.

Dat geldt ook voor de vergelijkingen waarmee het boek boordevol zit. Ze zitten boordevol humor. Het zijn stuk voor stuk originele vergelijkingen, geënt op de klassieken, de bijbel en de actualiteit. Een weg is ‘net zo duister en kronkelig als de schrijftrant van de Nieuwe school’. Johanna leest voor uit het Hooglied met een stem als ‘een jonge Indiër die een giftige slang met zijn tovergezang bezweert’. Of de maagden in Athene die door de beide kinderen van het noorden wordt opgemerkt. De maagden kleven ‘aan de zijde van hun moeders als een zwaard op de dij van een soldaat.’

Dingen waarvan je geniet bij het lezen van dit bijzondere boek. In een buitengewoon mooie vertaling. Geen moment heb ik het idee een boek te lezen dat vertaald is. Tot in de fijnste details zet Komrij is werk over. Zodoende lijkt het of het boek oorspronkelijk in het Nederlands is geschreven. Het is jammer dat dit boek zo weinig aandacht krijgt. En hier verdienen schrijver en vertaler alle lof.