20 oktober 2015

Slettenflat

image

De verwijzing die Silvester Zwaneveld maakt naar het beroemde boek van Annie M.G. Schmidt is duidelijk. Pluk heeft een rood kraanwagentje, een leuke verwijzing naar de brandweerauto van Pluk van de Slettenflat. Verder is de debuutroman van de cabaretier vooral een mannenboek: een boek vol heldenmoed en vooral tips hoe je een vrouw snel het bed in krijgt.

De tips verpakt de verteller in categoriën vrouwen en zijn vooral handig. Eigenlijk weet je het ook wel als man: een beetje aandacht doet wonderen. De soorten aandacht die de verteller van Pluk van de Slettenflat onderscheidt zijn legio: van romantische aandacht of alcoholische aandacht tot mysterieuze aandacht. Allemaal vormen van aandacht waar vrouwen mee te verleiden zijn.

Elke man weet het natuurlijk wel, maar het is best fijn ze in een overzicht te treffen, verpakt in het verhaal als grote voorbeeld. Het grote verhaal van Pluk de brandweerman die elke vrouw in bed krijgt. Mits hij zich aan zijn eigen 3 regels houdt: (1) Maak het nooit uit; (2) Haal je ‘waar’ van ver en (3) Schep geen verwachtingen.

Het zit de hoofdpersoon Pluk bijzonder mee. Pluk heet eigenlijk Ramon, maar iedereen noemt hem sinds jaar en dag Pluk. Hij woont in een ingeslapen stadje vol bejaarden en hij hangt regelmatig de held uit. Die baan als brandweerman komt hem wel uit.

Daar hangt toch een air omheen dat erotiserend werkt. Daarnaast heeft Pluk door zijn werk altijd bijzondere en vaak ook grappige verhalen. Het is voor hem niet zo moeilijk om een meisje geboeid te houden. (32)

Dat begint al meteen in het eerste hoofdstuk als hij een man uit een benarde positie bevrijdt. Het hoofdstuk erna weet hij er een vrouw mee naar zijn appartement te lokken. Niet voor niets vrienden ‘de slettenflat’ genoemd.

Zijn brandweerdiensten komen hem bijzonder goed uit, zo kan hij huisvrouwen die op zoek zijn naar aandacht binnen de kantooruren, heerlijk verwennen.

De verteller staat uitvoerig stil bij elke overwinning die Pluk binnenhaalt. Het verhaal wordt zo een kroniek van aaneengeregen triomfen. De stortvloed aan zaad en penetraire inslagen maakt het boek bijna saai. Al krijg je nooit een blik in de slaapkamer te zien.

Dat het verleidelijk is om je eigen regels te overtreden, spreekt voor zich. Dat is het begin van de neerwaartse spiraal waarin de held van het verhaal terechtkomt. Zo verglijdt hij langzaam van de grote hoogte waarop hij zich bevindt naar diepere regionen.

Silvester Zwaneveld: Pluk van de Slettenflat. Uitgeverij Nanda, 2015. ISBN: 978 94 90983 34 5. Prijs: € 17,50. 208 pagina’s. Bestel

19 oktober 2015

Weemoed bij de Waal

image

De roman Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt is een verzameling herinneringen. De ik-verteller is op zoek naar de liefde, de warmte en de vriendschappen van weleer. Hij vindt ze soms, maar ze ontglippen hem net zozeer. Het is een boek dat op sommige momenten heel scherp het verleden tekent.

De verteller tekent dit in de opening heel treffend als hij de etage waar hij 15 jaar gewoond heeft opruimt. Samen met Aimee ontdoet hij zich aan de overtollige ballast uit het verleden.

Behalve de vage weemoed die ik voel, is er nog iets, onrust, iets wat mijn aandacht trekt maar niet krijgt. Dan kijk ik naar de schouw, ik moet ernaar kijken, naar de foto’s die daar staan, uit het begin van mijn leven, en nu weet ik ook weer waarvan Aimee dacht dat ik schrok, en ik schrok waarschijnlijk ook, ik zei: ‘Waarschijnlijk is dit mijn laatste verhuizing.’ (11)

De verteller en hoofdpersoon is gekweld door een schuldgevoel, waarbij hij zich omringt door de vrouwen van wie hij hield. Zijn moeder is ergens de grote afwezige, wel lopen in de rij Becky, een Joods meisje dat na de oorlog bij hem thuis komt wonen. Zij is 10 als de hoofdpersoon wordt geboren.

Als hij net zo oud is als zij toen hij geboren werd, vertrekt ze. Ze wil naar Amerika. Ze vertrekt vroeg. Te vroeg, zo blijkt. De hoofdpersoon kwelt zich daarna met het schuldgevoel dat hij haar langer had moeten ophouden, misschien zou ze er dan nog zijn.

Het is een situatie die aan het begin van de roman speelt, maar door het hele boek heentrekt. Het schuldgevoel van de hoofdpersoon. Hij voert een gevecht met de tijd en met de dood. De liefdes in zijn leven lijken hem steeds te ontglippen. Een gevoel van mislukking treft hem.

Daarmee is Als de winter voorbij is een heel melancholisch boek. De verteller drenkt zich in weemoed en verlangen. Het lijkt of alles in het verleden speelt en het heden drijft op het verleden. De ik-verteller en hoofdpersoon zoekt het evenwicht en dat is bijna een onmogelijke opgave. Hij denkt het jaren later weer als hij bij de Waal staat in Nijmegen:

De Waalkade. Ik denk meteen aan mijn vader. Aan je geweten kun je werken, het werkt ook aan jou. Woorden die bij deze rivier horen, vooral wanneer de zon erin schijnt en de lucht zo katholiek hemelsblauw is. (177)

De roman is een verzameling van mensen waarvan hij afscheid heeft moeten nemen. Wat overblijft, is de herinnering. Daarmee lijkt het soms een gezwijmel in dingen die er niet zijn, maar wel toe lijken te doen. Er blijft niet veel meer over van het leven dan die paar momenten die er toe doen.

Thomas Verbogt: Als de winter voorbij is. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 978 90 468 1932 6. Prijs: € 19,95. 224 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

18 oktober 2015

Brieven naar huis - #50books

image

Rob Nieuwenhuis, nestor van de Indisch-Nederlandse letterkunde stelt in zijn boek Oost-Indische spiegel dat de Indische roman voortkomt uit de brieven naar huis. Daar moet ik meteen denken bij het lezen van Peters vraag.

De briefroman is inderdaad een beetje achterhaalt. Soms kruipen er mailtjes of andere digitale uitingen in romans, maar het draait nu vooral om het verhaal. De brief speelt sowieso een steeds minder grote rol. Ik las afgelopen zomer Ferdinand Huyck van Jacob van Lennep. In deze roman komt regelmatig een krabbel voorbij.

De brievenboeken waar ik echt van houdt, zijn de brieven van Willem Walraven. Wat een prachtige stijl heeft deze man. Hij schrijft vanuit Nederlands-Indië naar zijn familie in Nederland. Het zijn ontroerende verhalen die lezen alsof het een roman is. De brieven bevestigen de stelling van Rob Nieuwenhuys dat de Indisch-Nederlandse literatuur haar oorsprong heeft in de brief naar huis.

De brieven van Du Perron en Ter Braak zijn zeker ook de moeite van het lezen waard. Ze geven een mooie inkijk in een bijzondere vriendschap, al vraag ik mij soms af of de brieven niet geschreven zijn om gelezen te worden door anderen. Dat vraag ik me ook weleens af bij zeer zorgvuldig geconstrueerde dagboeken. Daar lijkt de schrijver zich bewust te zijn dat hij later weleens gelezen kan worden. Hetzelfde geldt voor de brievenboeken die ik ken.

Het mooiste brieven in een boek, zijn de Brieven van de Schoolmeester, uitgegeven door Marita Mathijssen. Deze brieven geven een prachtig inkijkje in de 19e eeuw. Ze zijn allemaal geschreven door de dichter die bekend staat als De schoolmeester.

Achter de Schoolmeester gaat de schrijver Gerrit van de Linde (1808-1858) schuil. In zijn studententijd moest hij acuut verhuizen naar Engeland, waar hij een kostschool. De gedichten die hij in zijn studententijd schreef, publiceerde Jacob van Lennep later in een dichtbundeltje dat misschien wel het bekendste dichtbundeltje uit de 19e eeuw is, naast de gedichten van Piet Paaltjens.

Dit soort brieven lijken inderdaad niet meer geschreven te worden. Maar ik ben ervan overtuigd dat er wel een nieuwe vorm gevonden zal worden om dit soort juweeltjes naar buiten te brengen. Egodocumenten blijven bestaan. Is het niet in de vorm van een brief, dan wel in de vorm van een e-mail of Whats’app.

Alleen hobbelt de literatuur altijd een eindje achter de techniek aan. Het wachten is op de verborgen mailtjes van schrijvers, waarin net zoveel onthuld wordt als in een mooie, ouderwetse brief.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 40 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject

17 oktober 2015

Audite Nova op Klais en Bosch

image

De organist Gerben Mourik presenteert vandaag zijn derde cd in de serie Audite Nova. Hij doet dit op een studiedag rond het neobarok-orgel in Bunnik. Het Flentrop-orgel in de Barbarakerk klinkt al op de eerste cd in de reeks. Deze cd-serie vormt voor mij een hernieuwde kennismaking met een heel bijzonder soort orgel: het neobarok-orgel.

De derde cd-box is een dubbel-cd op Duitse orgels van Klais en Bosch/Bornefeld. De orgelbeweging vindt zijn oorsprong in Duitsland. Later is het overgeslagen naar Denemarken met de bouwer Marcussen als grote pretendent van de nieuwe beweging.

Op de eerste dubbel-cd’s van de serie maakt de luisteraar kennis met de neobarokke orgels in Nederland. Centraal staat het orgel dat Marcussen bouwde in de Nicolaikerk van Utrecht. Het is het eerste instrument dat Marcussen in Nederland bouwde.

Er volgenden later nog ruim 10 instrumenten, waaronder in Doopsgezinde kerk in Groningen, Kloosterkerk in Den Haag, Moerdijk en alle 3 de orgels in de Laurenskerk te Rotterdam.

In de tweede cd van de serie, bespeelt Gerben Mourik 3 inspirerende instrumenten in Denemarken. Ze bezitten dezelfde helderheid als het orgel in Utrecht. Daarnaast beschikken de instrumenten vaak over een bovenwerk in een zwelkast dat de verbinding legt met de romantiek.

De orgels in Duitsland zijn van een ander kaliber. Ik hoopte op de instrumenten waarover de makers van de serie spraken in het tweede deel. De orgels om de grote werken van Siegfried Reda en anderen helemaal tot hun recht te laten komen. Instrumenten als van Karl Schuke met veel vulstemmen waar organisten als Augustinus Franz Kropfreiter en Johann Nepomuk David vaak op terugvallen in hun composities.

De orgels op de dubbel-cd zijn hier niet geschikt voor, maar dat betekent niet dat het geen grote orgels zijn. Met name het orgel waarop Paul Damjakob lang speelde in de Kiliaansdom te Würzburg is een instrument dat ongekende mogelijkheden bezit. Dat demonstreert Gerben Mourik wel op zijn cd.

Ik heb de dubbel-cd een week in huis en geniet van de verscheidenheid aan klanken, bijzondere composities en nieuwe geluiden die mijn kamer binnendringen. Wat direct opvalt is dat deze instrumenten weer zo anders klinken als de orgels op de andere cd’s in de serie. Tegelijkertijd is er een grote overeenkomst: de helderheid en de scherpe klank. Een genot om naar te luisteren.

Audite Nova 3, Gerben Mourik bespeelt de orgels van de Martinskirche in Kassel en de Kiliansdom in Würzburg. Tuliprecords 2015, TURE 201518. Meer informatie en bestellen: www.auditenova.org

16 oktober 2015

De stem van een boek

image

Bij het lezen van sommige boeken hoor je duidelijk de stem van de verteller. Ik heb het soms bij een boek van Jan Wolkers dat ik lees. Daarin hoor ik zijn stem doorklinken. De meeste boeken hebben dezelfde stem, mijn eigen leesstem. Ik ken de schrijver niet of ik hoef er niet aan te denken bij het lezen.

Bij het lezen van een boek van Graham Greene hoort de verteller van Als de winter voorbij is, de stem van zijn vader. Als hij aan zijn vader denkt, ziet hij hem op een herfstochtend bij de Waal staan. In een lange, witte regenjas met een boek uit zijn linkerzak: een roman van Graham Greene.

Dan volgt de zin dat hij meestal de stem van zijn vader hoort als hij een roman van Graham Greene leest. Om van daar weer terug te keren naar de kade van de Waal:

Als ik langs de Waal loop, als ik naar de Waal kijk, denk ik aan mijn vader, aan Graham Greene, aan het geweten waarover hij zo vaak schreef, waarover mijn vader zo vaak sprak, maar toen was het al later in zijn leven en het mijne. (111)

Zo keert de verteller ook weer terug naar het centrale thema van zijn boek: weemoed, schuldgevoel en verlangen. Hij heeft 3 keer afscheid genomen van mensen die hem lief waren en ergens bleef hij steeds achter met een leegte die hij vulde met een schuldgevoel.

Daarmee is Als de winter voorbij is een somber boek van een verteller die zich van het geweten probeert te verlossen. Misschien helpt de stem van zijn vader hem hierbij.

Thomas Verbogt: Als de winter voorbij is. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 978 90 468 1932 6. Prijs: € 19,95. 224 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

15 oktober 2015

Dubbel gekregen Albert Camus - #50books

image

De hoofdpersoon in Thomas Verbogts roman Als de winter voorbij is zegt dat hij van 2 mensen een boek van Camus heeft gekregen: zijn vader en Julie Prinsen, die hij in het eerste jaar van zijn studie Nederlands ontmoet.

Het eerste boek waar de ik-verteller over spreekt is het dikke essay De mythe van Sisyfus. Hij krijgt het van zijn vader, die het 20 jaar eerder had gekocht. Zijn vader trekt het uit de boekenkast en geeft het hem.

Het boek over de mythe van Sisyfus staat symbool voor een indrukwekkend college dat ik kreeg van Mathias Prangel. Het essay behandelt de zin van het leven door 1 van de meest pregnante onderwerpen aan te kaarten: de zelfmoord.

Het college was er 1 van het soort dat je daarna nooit meer vergeet. Zo indrukwekkend vertelde Mathias Prangel in een mooi vervlochten en heel persoonlijk verhaal waarom dit boek van Camus hem zo gevat hij. Het was het verhaal van een jongen uit Berlijn die ternauwernood aan de goede kant van de muur terecht was gekomen en dit boek vond. Hij had op tijd de S-Bahn genomen naar West-Berlijn.

Kippenvel.

Het andere boek dat de verteller Van Verbogts roman noemt is La peste, een boek dat de verteller krijgt van zijn medestudente Nederlands, Julie Prinsen. De verteller koppelt dit boek met een belevenis die hij met het meisje heeft.

Hij verontschuldigt zich tegenover haar. Zij vindt dat hij zich niet hoeft te verontschuldigen. Hij is niet overal de schuld van, zoals hij zelf vindt.

Julie zegt het die ochtend, waarop de kou ijl door de straten van Nijmegen waaide, zo ernstig dat ze zich in me vestigde. Het is van die ernst die met geloof te maken heeft – er zijn een paar dingen die je heel erg moet geloven, dingen die je moet leren geloven. (68)

Een boek dat een herinnering in zich draagt van het moment waarop je het gekregen hebt. Ik heb niet zoveel van dat soort boeken. De paar boeken die wel herinneringen wel in zich dragen koestert ik.

Het speelt bij mij vaker een rol waar ik het tegenkwam of waar ik het las. De verteller van Thomas Verbogts roman lijkt meer een relatie te hebben met de gever en het boek dat hij kreeg.

Thomas Verbogt: Als de winter voorbij is. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2015. ISBN: 978 90 468 1932 6. Prijs: € 19,95. 224 pagina’s. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Als de winter voorbij is van Thomas Verbogt. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  39 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

14 oktober 2015

Ultiem mannenboek

image

Het ultieme mannenboek prijkt er op de omslag van Pluk van de Slettenflat. Het is de eerste roman van cabaretier Silvester Zwaneveld. De titel verwijst naar een fragment uit zijn eerste soloshow, waarin hij praat over zijn gezin.

Zijn vriendin, Nanda Roep is kinderboekenschrijfster en hij suggereert dat ze maar beter niet kunnen samenwerken: ‘Voordat je het weet heb je Pluk van de Slettenflat in de boekenkast staan.’

Het geluk is dat Nanda Roep niet alleen kinderboekenschrijver is, ze ook uitgever van Uitgeverij Nanda. Bovendien werken ze al vaker samen, zo verzorgt Silvester Zwaneveld regelmatig het omslag van boeken met zijn niet onverdienstelijke tekeningen.

In het radioprogramma ‘Spijkers met koppen’ liet de cabaretier uit Apeldoorn weten dat nog geen man zijn boek besproken had. Alleen 4 vrouwen lieten zich uit over het romandebuut van hem. Ze waren allemaal positief.

Dat vooral vrouwen het gelezen hebben komt misschien wel door de prikkelende tekst: ‘het ultieme mannenboek’. De prikkelende foto waarbij een brandweerman enigszins nonchalant zijn helm in zijn arm geklemd houdt en kijkt naar een blonde dame, zou de rest moeten doen.

De lezer ziet de vrouw van achteren, waarbij een hele bil ook nog eens wordt bedekt door de tekst dat het een mannenboek is. Pluk van de Slettenflat is een ultiem mannenboek dus. Een verhaal over brandweermannen die in tegenstelling tot de lezers wel het volle zicht hebben op de voorgevel. Een ultiem mannenboek onthult niets en gaat er gelijk vol op.

Silvester Zwaneveld: Pluk van de Slettenflat. Uitgeverij Nanda, 2015. ISBN: 978 94 90983 34 5. Prijs: € 17,50. 208 pagina’s. Bestel

13 oktober 2015

Psalmen zingen in de Nicolaikerk

image

Gerben Mourik speelt op het Marcussen-orgel in de Utrechtse Nicolaikerk. Het is de productie van de laatste cd van het psalmenproject. Eigenlijk wilde ik ook wel in mei langsgaan toen Peter Sneep op het orgel in Putten speelde, maar ik was door omstandigheden verhinderd.

Dit keer staat het groot in mijn agenda. Ik wilde dit instrument horen als Gerben Mourik het bespeelt en ik was heel nieuwsgierig hoe dit orgel zou klinken met de samenzang. Zo sla ik 2 vliegen in 1 klap.

De ervaring? Overweldigend kan ik met 1 woord zeggen. Het instrument is heel helder en beslaat een breed klankspectrum. Want het is zeker niet alleen de hoge tonen, de fluiten klinken helder zoals fluiten horen te klinken. In combinatie met die typische Marcussen-elementen van spitsfluiten en conische stemmen. Net als de schitterende quintadeen. De prestanten zijn overtuigend, niet zo mollig als romantische prestanten, meer snijdend, maar heel aanwezig en karaktervol.

image

Gerben Mourik heeft hoorbaar plezier in dit instrument. De moderne opening met psalm 2 en later ook met psalm 22, zorgen voor een licht moeizame start. We zijn het niet gewend om zo begeleid te worden. Hij speelt niet alleen op het orgel, hij weet de gemeentezang ook prachtig te bespelen.

Daarnaast haalt hij alles uit het instrument. De treffende echo’s bij psalm 44. De onbekende psalm wordt hiermee tot het hoogtepunt van de middag. Of het stoere spel met quinten waardoor psalm 117 zo strak als een huis staat. Net als de mooie benadering van psalm 84.

image

Allemaal gezongen in de nieuwe berijming. Voor een nostalgiezoeker als ik een lichte teleurstelling. De psalmen van mijn jeugd zijn in de oude berijming, maar het zingt een stuk ritmischer in de psalmberijming van 1967. Teksten die soms verbazingwekkend actueel zijn, zoals in psalm 15 vers 3:

Slechts zij die U verwerpen, Heer,
die zijn verwerplijk in zijn ogen;
maar die U vrezen geeft hij eer,
hij breekt zijn eden nimmermeer,
hij woekert niet met zijn vermogen.

De poëtische tegenstellingen zoals in de oorspronkelijke psalmen staan, komen soms heel mooi terug. En Gerben Mourik weet de tekst soms heel treffend om te zetten in zijn muziek. Zo klinken de cymbels bij het ‘vrolijk feestgedruis’ van psalm 55 en zet hij ‘het duister dicht en zwart’ heel mooi om in de diepe klanken van het Nicolaiorgel.

image

Een heerlijke middag van zingen, waarbij mijn verwachte uur uitdijt tot 2,5 uur. Het staan en de wandeling van en naar de kerk zorgen ervoor dat ik ’s avonds moe op de bank plof. De keel schor, maar dat ligt meer aan mijn verkoudheid. Ik heb genoten al merk ik dat 2,5 uur psalmen zingen wel weer heel veel van het goede is.

Er schuilt zeker nog die gereformeerde bonder in mij, die psalmzingend door het leven gaat. Genoten heb ik van de improvisaties. Soms zo sterk dat ik mij helemaal liet meevoeren door de improvisaties. Hierdoor vergeet ik soms het zingen. Wat had ik graag vroeger zo gezongen als ik hier nu zing. Want de psalmen zijn op hun mooist in zo’n kerk en met zo’n orgel!

image

Ik weet zeker dat ik de cd veel ga beluisteren, want het zingen werkte heel inspirerend onder de bezielde begeleiding van Gerben Mourik.

De gezongen psalmen: 2, 15, 22, 32, 44, 55, 66, 70, 84, 93, 110, 117, 135, 143 en 150. Allemaal in Nieuwe berijming gezongen.

12 oktober 2015

Marcussen in de Nicolaikerk

image

Ergens in mijn schuilt dat christelijke jongetje dat psalmen zingend door het leven gaat. Ik ben gek op psalmen, betrap mij er vaak op dat ik een psalm zing of neurie. De combinatie van psalmen zingen en het orgel in de Nicolaikerk lokken mij naar Utrecht. Wat een prachtige herfstdag is het toch. De zon schijnt zo laag dat alles in goud verandert.

Ik ben nog nooit in de Nicolaikerk geweest, al had ik het ergens rond 1995 serieus in de planning om naar een Bach-concert van Leo van Doeselaar te gaan. Later zag ik een weergave van het concert op televisie bij de NCRV.

image

Het Nicolaiorgel ken ik natuurlijk van cd’s en ook van radioprogramma’s, maar het instrument echt zien en horen is een belevenis op zich. Bij binnenkomst, het zonlicht gaf natuurlijk al zijn eigen schwung. Zeker ook omdat de zon zo mooi naar binnen scheen door het venster.

Dit raam in de westwand is de eigenlijke reden van de komst van dit orgel. Bij de restauratie in 1943 werd dit venster gereconstrueerd door Monumentenzorg, maar wel met de voorwaarde dat het zichtbaar moest zijn vanuit de kerk. Het Witte-orgel moest daardoor weg. Het is naar Maasland verhuisd.

image

De organist Lambert Erné had wel plannen voor een nieuw orgel. Hij stelde voor dat de Deense firma Marcussen hier een instrument zou bouwen. Het is het orgel geworden dat hier in 1957 is gekomen.

Ik sprak eens een man die bij het inwijdingsconcert op 23 januari 1957 aanwezig was. De pianodocent op het Haagse conservatorium was diep onder de indruk geweest van dit instrument. De enorme helderheid, directheid en vele vulstemmen maakten hem helemaal vrolijk. Ik sprak de man bijna 40 jaar later, maar hij had het er nog met veel ontroering over. Hij vertelde dit orgel de liefde voor het orgel aanwakkerde. Zodoende kwam ik hem tegen op een orgeltocht door Friesland van Lindeberg.

image

Nu sta ik zelf in deze ruimte en zie het orgel. De kleuren van het eikenhout in combinatie met de koperen frontpijpen. Wat een combinaties. De vergulde pijpenmonden, de horizontaal uit de kast stekende trompet, de grote pedaaltorens en het kleine rugpositief met de flanken die doen denken aan orgelluiken. Een front dat op deze zonnige middag helemaal tot bloei komt. Wat een schoonheid.

Morgen over het speciale project: de cd-opname van psalmen zingen in de Nicolaikerk.

11 oktober 2015

Stadswandeling door Utrecht

image

Een stad op een zaterdag in oktober. Ik loop het station uit. De hal van Utrecht Centraal begint zijn vorm te krijgen. Ik heb het nog niet direct in de gaten omdat ik de rode bogen van de oude, vertrouwde hal zie. Maar van daaruit loop ik de nieuwe hal binnen.

Wat een ruimte, wat een hoogte en wat een licht. Het krijgt net zoiets groots als de stationshal van Rotterdam, maar dan nog net iets extremer. De grootheidswaan van de spoorwegen verbeeldt in de stationshal. Bijna 2 eeuwen spoorwegen lijken van dit uitgangspunt niet af te wijken.

image

De stad is druk. De wegen zijn afgezet vanwege alle verbouwingen. Het lijkt wel of het station Utrecht Centraal altijd verbouwd wordt, misschien al wel sinds de sloop van het vorige station en na de verdwijning van een hele wijk in Utrecht om plaats te maken voor de winkels van Hoog Catrijne.

Ik ontwijk het winkelparadijs vernoemd naar de heilige. Ik loop langs het oude kantoor van mijn vader, waar we hem soms ophaalden. Steek de befaamde gracht over, die nu het midden houdt tussen een gracht en een weg en duik de Mariaplaats op, het plekje waar in de 19e eeuw een kerk moest wijken.

image

Nu klinken er toonladders op een piano. Het conservatorium huist in het gele gebouw en het gebouw dat ernaast staat. In grote letters staat het boven de ingang. Een man zit beneden bij de oude omgang en eet een broodje. Een kat loopt rond tussen de eeuwenoude stenen. Het heeft iets van een kloostertuin waarvan meer dan de helft is verdwenen. De Romaanse bogen en de kleine pilaren geven het wel iets moois.

Ik loop de straat in naar de Domtoren, wil nog even snel een bezoekje brengen aan de boekwinkel vlakbij de toren. Een bruidspaar loopt mij tegemoet. Hij in een helderblauw pak, zij in een witte jurk die meer van een mantelpakje wegheeft. Een fotograaf drentelt om ze heen en probeert een mooi plekje te vinden. Misschien wel het Romaanse binnenplaatsje.

image

De Oude gracht over, mensen maken foto’s, een fietser door mijn beeld en de klank van het carillon omdat het een heel uur is. Ik vlucht de boekwinkel in met de ramsj en kijk of er wat van mijn gading is. Een stapel boeken vormt zich in mijn handen. Wat een mooie boeken zijn het. Over de gotiek, Cuyers en een biografie van Willem Kloos. Ik kan het niet laten liggen.

Tot overmaat koop ik een cadeautje voor Doris. Een mooi boek dat haar nog wijzer kan maken dan ze al is. Een prachtig cadeau voor een andere keer. Het kost 9 euro en daarom geeft de boekwinkeleigenaar mij geen kinderboekenweekgeschenk. Dat geldt pas bij een bedrag van 10 euro.

image

Kinderachtig, bedenk ik mij als ik buiten sta, maar de drukte weerhield mij om er een punt van te maken. Jammer, want ik heb de man toch voor 45 euro extra omzet gegeven. Het is heel druk in de zaak. Ik vermoed dat hij op deze zaterdag de omzet van de rest van de week draait.

Ik duik nog even de Domkerk in. De domorganist oefent op Ernst Pepping (1901-1981), Johann Nepomuk David (1895-1977) en Hugo Distler (1908-1942), de perfecte muziek voor het Nicolaiorgel waar ik straks naar ga luisteren. In een hoekje prop ik de boeken die ik gekocht heb in mijn rugzak. De klank van het orgel is mooi, maar toch is het te mollig voor deze muziek, lijkt het.

image

Het mooie licht van de herfstmiddag weer in, loop ik door de straat die evenwijdig loopt met de Oude Gracht, langs de Utrechtse hortus met de oudste Ginkgo van Europa, zegt het schreeuwerige bord buiten en langs de armenhuisjes de hoek om. Daar staat hij: de Nicolaikerk of Klaaskerk.

De innemende torens, de vlak aflopende spits aan de ene toren en de lantaarn op de andere. Ik had het gebouw zo vaak gezien vanuit de trein als we Utrecht binnenreden. De zachte kleur van de steensoort, in kleur tussen geel en grijs in, en het venster in de westgevel. Een feest der herkenning en toch helemaal nieuw, omdat ik er nog binnen ben geweest.

image

Lees morgen over het Marcussen-orgel in de Nicolaikerk te Utrecht