Zonder paraplu We vertrokken zonder paraplu en waren veel te vroeg. Onder de nieuwe naam Het Samenspel vertrokken we met de kinderen van de Waterlandschool om 18.20 uur. Veel te laat en niet voor de buien uit.
Wisten we het aanvankelijk droog te houden, aan het einde was het goed raak. De regen daalde neer en het gebed bleef beperkt tot een binnensmondse vloek. Het baatte weinig, de regen bleef neerdalen. De druppels veranderden snel in een heuse douche. Al vond ik het niet eens zo heel erg om daar in te lopen.
Met het nieuwe spandoek van Het Samenspel door Literatuurwijk in Almere
Blaren De eerste blaren tekenden zich ook aan de voeten bij Doris. De laatste 1,5 kilometer werd de tocht zwaar. Blijkbaar was ze toch uit haar schoenen gegroeid. En misschien moet ik eens wat vaker met haar een lange wandeling trainen. Kan nooit kwaad natuurlijk.
De Waalse kerk bereikte ik zaterdag te laat. Organist Erik van Bruggen speelde het openingsstuk al. Een praeludium in F van een anonieme componist uit de 17e eeuw. Ik hoorde bij binnenkomst het stoere plenum al klinken.
Veel te groot Het orgel van de Waalse kerk is eigenlijk veel te groot voor deze kerk. Het is gebouwd door Gerard Steevens in 1748 voor de Onze Lieve Vrouwekerk. Toen deze kerk in de 19e eeuw werd afgebroken verhuisde het orgel naar de Breestraat. Hiervoor moesten flink wat aanpassingen worden gepleegd. Een deel van het tongewelf verbouwden ze tot spitsgewelf. Zo paste de imposante middentoren van het orgel in het kleine kerkje.
De restanten van de Onze Lieve Vrouwe kerk aan de Haarlemmerstraat in Leiden
Overigens kun je nog altijd een restant van de OLV-kerk bewonderen. Dat is aan de andere kant van de Oude Rijn. Aan de Vrouwenkerkkoorstraat staat nog een deel van van de muur van het koor van de kerk. Op de muur prijkt een bordje over deze bijzondere kerk die helaas niet meer is.
Onmiskenbaar van zijn hand Het programma van Erik van Bruggen was onmiskenbaar een programma van zijn hand. Zo speelde hij werken van J.K.F. Fischer (1656-1746) en Samuel Scheidt (1587-1654), maar ook 2 anonieme werken uit de 17e eeuw. Fischer speelt Van Bruggen ook op hetzelfde orgel op de cd Orgels in Nederland. Een interessante componist die niet zo vaak op het programma staat.
Het hoogtepunt van het programma waren wel de improvisaties in oude stijl. Erik van Bruggen speelt moeiteloos een imposante fuga. Zo maakte hij in zijn afsluitende Praeludium und fuge in d leuke verwijzingen naar J.S. Bach. Een aardige knipoog met veel vaardigheid. Waarin Van Bruggen dan bovenal uitblinkt, is het improviseren op thema’s die niet koraalgebonden zijn.
Het orgel van Steevens en Assendelft (1748) in de Waalse kerk te Leiden
Mogelijkheden en beperkingen Zo demonstreerde hij in zijn suite in 18e eeuwse stijl hoeveel mogelijkheden het orgel van de Waalse kerk biedt. Naast het brede en uiterst volledige plenum van het hoofdwerk, biedt het bovenwerk uitermate veel mogelijkheden in verschillende klanken. Pieter Assendelft bouwde dit in 1750. Dit gebeurde omdat de werkzaamheden van Gerard Steevens waren afgekeurd. Assendelft heeft het hoofdwerk verbeterd en als aanvulling een bovenwerk gebouwd.
Erik van Bruggen bespeelt het instrument al sinds mensenheugnis en kent het orgel als geen ander. Hij is zich zeer bewust van de mogelijkheden en de beperkingen van het instrument. De Kirnbergerstemming zorgt ervoor dat het orgel een voor 18e eeuwse begrippen ‘ouderwetse’ uitstraling heeft.
Verwantschap Het stoere plenum heeft namelijk heel veel verwantschap met het orgel van de Pieterskerk. Dat orgel is 100 jaar ouder, maar vertegenwoordigt heel sterk hetzelfde klankidioom. Gerard Steevens heeft heel duidelijk een voorbeeld in het achterhoofd gehad bij de bouw van het orgel. Wellicht dat hier ook de oorzaak ligt dat het orgel afgekeurd is: het voldeed niet aan de eisen van de moderne tijd.
Programma
Anoniem (17e eeuw)
Praeludium in F
Samuel Scheidt (1587-1654)
Courante
Anoniem (17e eeuw)
Christ lag in Todesbanden
Improvisatie
Suite in 18e eeuws stijl Praeludium Courante Gavotte Menuet Fuge
J.F.K. Fischer (1656-1746)
Praeludium in a 2 fughettes
Improvisatie
Praeludium und Fuge in d in de stijl van Bach
Dispositie Dispositie van het orgel in de Waalse kerk Het orgel is gebouwd door Gerard Steevens in 1748 en in 1750 verbeterd door Pieter Assendelft. In 1987 is het instrument onder advies van Klaas Bolt en Henk Kooiker gerestaureerd door Flentrop.
Prestant 8 Holpijp 8 Quintadena 8 Octaaf 4 Fluit 4 Gemshoorn 2 Sifflet 1 Sexquial II D Vox Humana 8 Tremulant
Het pedaal (C-c1) is aangehangen
Deze bespreking is onderdeel van een serie artikelen die deze week verschijnen over de 27e Leidse Orgeldag van zaterdag 4 juni. Ik bespreek hierin de instrumenten die zijn bespeeld afzonderlijk. Vandaag was de orgelbespeling van Erik van Bruggen in de Waalse kerk aan de beurt. Van Bruggen gaf zaterdag als eerste een bespeling van 10.00 tot 10.30 uur.
Een weerzien met mooie, maar ook ontroerende momenten. De Leidse orgels op de 27e Leidse Orgeldag hebben werkelijk karakter getoond. Soms waren de klanken verbluffend. Andere keren was het wat teleurstellend.
Het zwerven door de stad, de nauwe steegjes en de verbluffende uitzichten over het water. Het maakte de dag tot een feest der herkenning, waarbij ik vaak aan mijn studententijd moest terugdenken.
Verkeerde toonaard Even dreigde de dag in een verkeerde toonaard te beginnen. De NS gooide vanmorgen roet in het eten door mijn intercity ineens te laten vervallen. Ik stond nota bene keurig op tijd op het station. De stoptrein naar Weesp reed net weg toen ik ontdekte dat mijn trein vervallen was.
Ik baalde verschrikkelijk. Dat was niet de bedoeling en bij voldoende voorkennis had ik het probleem kunnen verhelpen. Nu moest ik noodgedwongen de stoptrein na mijn intercity nemen. Met alle gevolgen en noodlot tot gevolg.
Het orgel van Steevens en Assendelft (1748) in de Waalse kerk te Leiden
Waalse kerk
Daardoor moest ik het welkomstwoord van Jan Krajenbrink missen. Door te rennen van station naar de Waalse kerk wist ik bij het Praeludium binnen te komen. Ik hoorde bij het openen van de deur al het stoere plenum van het orgel van Steevens en Assendelft. Een prachtig instrument dat dankzij de organist Erik van Bruggen beduidend meer bekendheid heeft gekregen dan eerder. Het is namelijk een juweel van een instrument.
Orgel van Hagerbeer uit 1628 en 1643 in de Pieterskerk te Leiden
Pieterskerk De Pieterskerk is niet alleen de thuishaven van de universiteit. Het is ook voor mij een veilig thuis. Het binnenstappen van de belangrijkste kerk van Leiden, voelt als thuiskomen. Al ben ik niet meer in de kerk geweest sinds de omvangrijke restauratie die kortgeleden is afgerond. Dankzij de zogenaamde Kanjerregeling vanuit het Rijk was deze zeer noodzakelijke restauratie mogelijk.
De kevers en torren hadden zich tegoed gedaan aan de eeuwenoude balken. Bij het concerteren van huisorganist Leo van Doeselaar heb ik veel naar het rongewelf gekeken. Inderdaad zijn enige dwarsbalken helemaal vernieuwd. Andere zijn grondig opgeknapt. De kever is verdwenen.
De klank van het Hagerbeerorgel kwam eveneens vertrouwd op mij over. Wat een spel van organist Leo van Doeselaar. Ik kreeg sterk de indruk dat het instrument door de orgelluiken op de hoofdwerkkas en de opknapbeurt van de kerk beter klinkt dan ooit. Ik herkende het geluid, maar vond het veel verder klinken. Het orgel is veel meer een eenheid met de kerk geworden.
Het orgel in de Leidse Stadsgehoorzaal is gebouwd in 1966 door Flentrop
Stadsgehoorzaal Het orgel van de Stadsgehoorzaal kende ik niet, maar de ontmoeting met het instrument vandaag was niet zo positief. Ik was niet zo sterk onder de indruk van het orgel dat Flentrop in 1966 voor deze zaal bouwde. Een van de grootste oorzaken was de keuze van het repertoire van organist Cor de Jong.
Cor de Jong balanceerde op het randje wat betreft de mogelijkheden van het instrument. Naar mijn oordeel sloeg de balans de verkeerde kant op. Helaas, want ik ben ervan overtuigd dat het programma in combinatie met het orgel zeker veel kansen bood. Wellicht was het Franse en Duitse repertoire dat uitsluitende uit 19e eeuwse werken bestond, iets teveel van het goede.
Het orgel van de Hooglandse kerk uit 1565 is gebouwd door De Swart en in 1637 uitgebreid door Hagerbeer
Hooglandse kerk Theo Visser demonstreerde op zijn op en top (vroeg)barokke Hagerbeerorgel dat het weldegelijk mogelijk is om moderne muziek te spelen op een eeuwenoud orgel. Hij begon zijn concert op het orgel van de Hooglandse kerk met Franse operamuziek. Nog overtuigender klonken echter de orgelstukken Jehan Alain. Deze uitvoeringen mogen tot het hoogtepunt van de Leidse Orgeldag gerekend worden.
Het orgel van Maarschalkerweerd uit 1877 in de Hartebrugkerk te Leiden
Hartebrugkerk Het concert in de Hartebrugkerk van Jan Verschuren bracht mijn orgelhart op hol. Want wat een orgel heeft hij. En wat een overweldigende akoestiek bezit deze kerk op de kruising van de Haarlemmerstraat en de Lange Mare. De klank draagt tot ver. Dit is mogelijk ook een gevolg van het indrukwekkende gewelf dat door de vele insparingen het geluid in de hele ruimte brengt.
De kracht en energie van het Maarschalkerweerdorgel is het tweede element dat het concert tot een heuse belevenis maakte. Zeker in combinatie van het repertoire van organist Jan Verschuren. Vooral het werk van Andrew Carter en Duruflé brachten mij als luisteraar in extase. Muziek waarbij je het idee hebt even de hemel aan te raken.
Het onlangs gerestaureerde Garrels-orgel uit 1733 in de Marekerk te Leiden
Marekerk Henk Gijzen was de hekkensluiter met een overtuigende uitvoering op het orgel van de Marekerk. Dit instrument van Garrels uit 1733/1735 is vorig jaar gerestaureerd. Weliswaar gebeurde dit vanuit de beslissingen die in de 60’er jaren zijn genomen door orgelbouwer Flentrop. Zo is de orgelkas zoals die in de 20e eeuw is gewijzigd, gehandhaafd. Ook is het door Flentrop gebouwde borstwerk in stand gebleven.
Een totale reconstructie van de situatie zoals Garrels die heeft gemaakt, is hierdoor helaas niet geweest. Het zou ook onbetaalbaar zijn geweest, maar de orgelkas ziet er ondanks alle goudverf en getinfoliede pijpen een beetje vreemd uit. De eenheid die het eens geweest is, is het hierdoor niet.
Probleem Dat probleem vind je ook terug in de klank van het instrument. Zeker, het is werkelijk ongekend vooruit gegaan sinds de eerste keer dat ik het hoorde. De mixturen en vulstemmen dringen zich niet meer zo op als eerst. Ook laten de grondstemmen een heel mooi en gevarieerde klankrijkdom horen. Je kunt veel met dit instrument, maar historisch gezien klinkt het allemaal net niet als de eenheid die je ermee zou kunnen realiseren.
Het is kinderachtige kritiek, maar ik zie het ergens toch als een mogelijkheid die is blijven liggen. Jammer, omdat het naar mijn idee dan echt een groots instrument wordt, dat een mooie aanvulling zou vormen op het Garrelsbestand dat ons land nu al rijk is.
Mooie Leidse Orgeldag Een mooie dag. Ze geeft een welkome aanvulling op alle concerten die in de zomermaanden over Nederland verspreid worden gehouden. Leiden geeft hier ook de uitstekende mogelijkheid toe. De historische orgels staan allemaal op loopafstand van elkaar en de hoeveelheid historische orgels geven vele mogelijkheden voor afwisseling.
Zo kun je volgend jaar 4 andere kerken of orgels in het programma opnemen. Daarom is het concept na 27 jaar zeker nog niet uitgewerkt. Zeker ook niet omdat de orgels de laatste jaren allemaal zo prachtig gerestaureerd zijn en veel mogelijkheden bieden aan uitvoerders en luisteraars.
Vooral dat laatste heeft me vandaag overtuigd. Want Leiden heeft niet alleen een grote hoeveelheid prachtige orgels binnen de stadspoorten, de hoeveelheid uitstekende organisten die deze instrumenten bespelen, liegen er eveneens niet om.
Mosterd Wat ik wel aanbeveel, is in het boekje wat meer informatie over de orgels te geven. De informatie bleef nu beperkt tot de uitvoerders. Daarnaast denk ik dat de Leidse Orgeldag enorm aan kracht zou winnen als er een strakker overkoepelend thema gekozen zou worden.
Je kunt hierbij stilstaan bij een bepaalde componist. Jehan Alain was een goeie geweest en bruikbaar op alle orgels, zo heeft Theo Visser bewezen. Een psalm of iets als voorjaar, lekker eten of samenspel met een ander instrument (viool, fluit of zang).
Bindende factor De bindende factor gisteren waren de euphonium-bespelers Dick Smit en Jan Tijsen. Ze speelden bij elke ingang van de kerk kort voor aanvang van het concert. Zo pikten ze ook nog enkele toevallige voorbijgangers op. Dit zou helemaal binnen een thema passen.
Lees de rest van de week de besprekingen van alle concerten apart.
Op het hoekje van het Haarlemplein en de Alkmaargracht heeft een koppel zwanen zich genesteld. Bij hen vergezellen zich 6-tal jonge zwaantjes. Ze hebben nog donsveren en zien er schattig uit. Vanaf de Haarlembrug heb je een mooi uitzicht over de familie Zwaan. Ze hebben zich genesteld in de berg wilgentakken die in de hoek van de gracht drijven.
’s Avonds maken ze geregeld een uitstapje. Ze zwemmen dan met rustige slagen keurig in een rijtje achter elkaar. Vader voorop gevolgd door de 6 kleintjes. Moeder is de hekkensluiter van de stoet. Ze drijft als het nodig is de laatste wat vooruit. Daarnaast houdt ze de rest in het gareel.
Voorzichtigheid is geboden bij de zwanenfamilie. En ik waarschuw Doris ook voor de gevaren. Zwanen met jongen zijn extra waakzaam en zelfs agressief. Je hoort veel mensen klagen over zwanenfamilies die soms een hele buurt kunnen terroriseren. Het is de natuur, maar als een deel van jouw leefgebied inpikken en als hun territorium beschouwen, dan ben je behoorlijk de pineut.
Vooralsnog houdt de zwanenfamilie zich gedeisd. Het paar komt hier al jaren en heeft nog niet tot grote incidenten geleid. Het is zelfs mooi om te zien hoe ze door de gracht peddelen.
Morgen bezoek ik de orgeldag Leiden. Het belooft een interessant programma te worden met mooie orgels en goede organisten. Een deel van de orgels en organisten ken ik. Anderen zijn onbekend voor mij. Dat zorgt voor een boeiende mix van vertrouwd en nieuw.
De Orgeldag Leiden brengt bij mij de herinnering terug naar 1996. Het was de eerste en laatste keer dat ik de orgeldag in Leiden bezocht. Ik wist nog niet dat ik in Leiden zou gaan studeren en komen wonen. Dat zou pas een maand later gaan spelen. Ik wist wel dat ik Nederlands wilde gaan studeren, maar ik wilde dat in eerste instantie in Nijmegen gaan doen.
Samen met mijn vader ging ik naar de orgeldag. Ik heb mij vandaag wezenloos gezocht naar het programma dat destijds opgevoerd werd. Ik weet het allemaal niet meer zo zeker welke orgels en organisten ik toen gehoord heb.
Waalsekerk We begonnen in de Waalsekerk met een concert van Henk Kooiker. Hij speelde ondermeer Sei gegrüßet Jesu gütig, BWV 768. Een indrukwekkend werk van Bach dat op mij overkwam als een marteling voor organist, orgel en toehoorders. Hij bakte er weinig van. In elke aanslag klonk wel een fout. Hier was duidelijk iets aan de hand. Ik gaf destijds de schuld aan de autodidactische opleiding van Kooiker.
Lokhorstkerk Daarna naar de Lokhorstkerk. Het Mitterreither-orgel uit 1774 was nog niet gerestaureerd. De vaste organiste van dat moment was verhinderd. Ze had een werkelijk voortreffelijk vervanging geregeld. Het was niets minder dan Arjen Leistra. Hij is nu organist van de Grote of Sint Janskerk in Schiedam, tot 2009 ook organist van de Hoflaankerk in Rotterdam-Kralingen. Hij speelde een overtuigend programma met ondermeer een sonate van Mendelssohn waarin hij onverminderd blijk gaf van zijn grote talent.
Marekerk In de Marekerk concerteerde Ben Fey. Hij gaf een sterk programma ten gehore. Het orgel klonk niet bepaald overtuigend. Het bleef ergens steken in de klank. De restauratie van Flentrop in de jaren ‘60 liet een klank horen die onvoldoende draagkracht bood in het instrument. Ook leek het of het orgel te leiden had onder lekkages en hangers. Ben Fey wist deze mankementen niet altijd even effectief in zijn spel te omzeilen.
Luthersekerk Het orgel van de Luthersekerk vond ik destijds vooral tegenvallen. De noodzaak voor een restauratie drong zich hier het sterkste op. Zelfs sterker dan de zeer noodzakelijke restauratie van het Mitterreither-orgel in de Lokhorstkerk. Misschien speelde het gegeven een rol dat het allemaal een beetje uitgeblazen en armetierig klonk.
Herengrachtkerk En de Gereformeerd vrijgemaakte Herengrachtkerk. Hier speelde Ben Fey opnieuw een programma met enkele Nederlandse componisten en een paar werken van hemzelf. Geen indrukwekkend orgel, maar een heel aardig programma op dit orgel van De Jongh uit 1985 met een sterk jaren ‘60 klankidioom.
Hartebrugkerk We eindigden in de Hartebrugkerk met een indrukwekkend concert van wijlen Folkert Grondsma. Een concert waarvan ik erg onder de indruk was. Niet in de laatste plaats doordat het ook een prachtig orgel is dat in de Hartebrugkerk staat. Grondsma concerteerde helemaal aan het einde van de dag, net na een mis. Het was een intens katholieke ervaring die ik toen meemaakte. Ik ben daarvan zo geschrokken dat ik nooit meer terugkeerde in de Hartebrugkerk.
Twijfels Waar ik over twijfel is of we het Hill-orgel in de Pieterskerk gehoord hebben. Het zou heel goed kunnen, maar ik weet het niet meer zeker. Het Hagerbeerorgel was op dat moment nog volop in restauratie. De Hooglandsekerk viel buiten de organisatie van de orgeldag. Ze deden destijds niet mee met de Leidse orgeldag vanwege een ruzie. Over de aard en inhoud lieten de organisatoren weinig los. Het had iets te maken met geld. We zijn toen nog wel even op weg naar de Herengrachtkerk even de kerk binnengelopen.
Niet meer naar Leidse Orgeldag Het grappige is dat ik vanaf augustus 1996 in Leiden woonde en tot 2002 in de stad verbleef. Maar nooit heb meer een Orgeldag bezocht. Het was uit mijn scoop verdwenen. Ik hield me met andere dingen bezig. Ik heb heel vaak nog orgels gehoord, zoals de Hooglandsekerk, de Waalsekerk en de Pieterskerk de Lokhorstkerk na de omvangrijke restauraties van beide instrumenten. Vooral het orgel van de Pieterskerk verwierf een onuitwisbare indruk op mij met de concerten van Leo van Doeselaar en Bert Matter.
27e Leidse Orgeldag Morgen is de 27e Leidse Orgeldag. Een indrukwekkend evenement. Gelukkig is het geschil met de Hooglandsekerk opgelost. Ik geloof dat ze het al bijlegden in de tijd dat ik in Leiden woonde. Het programma van morgen laat zien dat de orgels aan kracht hebben gewonnen. Ik ben heel benieuwd naar de klankrijkdom van het Garrelsorgel in de Marekerk. De combinatie van de nieuwe organist Henk Gijzen met de restauratie van Verschueren vorig jaar maken het een spannende ervaring waar ik erg naar uitzie.
Nooit horen concerteren Ook Theo Visser heb ik nooit horen concerteren op het orgel van de Hooglandsekerk. Wel hoorde ik hem bij een huwelijk. Hij was toen nog niet zo lang organist. De jaren die hij nu op het instrument speelt, zullen hem zeker vertrouwder met het instrument hebben gemaakt. En het is een ontzettend mooi orgel dat er staat.
Vertrouwd De vertrouwde namen Erik van Bruggen in de Waalsekerk en Leo van Doeselaar in de Pieterskerk maken het ook een feest der herkenning. Ik heb nog een aantal lessen van Erik van Bruggen mogen genieten. Hij heeft me veel geleerd en nog meer afgeleerd. De combinatie met het luisteren naar een orgel waar ik regelmatig met veel plezier op heb mogen studeren, maakt dat ook tot een feest.
Overtreffen of zwakke schaduw? Blijft over of de ervaring van de Hartebrugkerk te overtreffen is door de nieuwe organist Jan Verschuren. Het leek destijds wel of Folkert Grondsma een eenheid met zijn instrument vormde. Dat is nu dus afwachten. Net als het concert van Cor de Jong op het Flentroporgel in de Stadsgehoorzaal.
Kortom, het zal een feest van herinnering en nieuwe ervaringen zijn morgen daar in Leiden.
Nog maar amper op weg was ik afgelopen zondag bij het hardlopen, maar ik hoorde iets vreemds. Ik hoorde een vreemd ritmisch geluid dat leek op iemand die met een handzaag een stuk hout zaagt. Het geluid kwam van rechts. Het zou moeten wegsterven, maar het bleef naast mij klinken.
Ineens iets nats op mijn been. Ik keek naar beneden en zag een klein hondje naast me rennen. Een meeloper. Ik stopte, haalde het hondje even aan en keek om me heen of ik een baasje kon zien. De hele straat was uitgestorven. Geen baasje te zien. Ik probeerde het dier weg te sturen, maar hij ging op zijn rug liggen. Ik zag duidelijk iets roze opzwellen en puntig vooruit wijzen. Om de nek droeg het dier geen halsbandje of iets waarmee ik hem zou kunnen identificeren. Wat moest ik met dit beest?
Ik wilde verder lopen en hervatte mijn loop. Het dier liep met me mee, alleen bleef hij nu niet een eindje achter me. Hij ging voor mijn voeten lopen. Iets waar ik helemaal geen zin in had. Ik zag een drama voor me van een lange trainingsronde met een hond aan mijn zij.
Ik kwam bij een drukker fietspad. Hier liepen mensen met honden. Ik probeerde het dier terug te sturen, maar hij sprong in de richting van mijn hand. Het gebaar nodigde hem uit om een partijtje te gaan spelen. Iets dat ik helemaal niet zag zitten.
De verlossing kwam uit onverwachte hoek. Achter een bosje kwam een vrouw met een hond tevoorschijn. De hond vergat mij totaal en rende in de richting van de andere hond.
Ik gebaarde met mijn armen in de lucht. ‘Het is niet mijn hond. Ik weet niet van wie hij is.’ ‘Och’, zei de vrouw. Ondertussen dartelden 2 honden om haar heen. De halsband raakte verstrikt in haar benen. ‘Die vindt z’n baasje wel weer’, riep ze. Ze probeerde het draad los te maken. Hiervoor bewoog ze haar benen snel omhoog en omlaag.
Ik holde weer verder. Inderdaad, die kwam wel weer thuis.
Als ik uit het raam kijk, zie ik al enige tijd het spuugbeestje bij ons op de lavendelstruik zitten. Het kwijlerige goedje dat een bijeengesponnen hoeveelheid spuug lijkt, deint mee op de wind. Het vormt een propje speeksel en dient als bescherming voor het spuugbeestje.
Spuugbeestje, zo noemt Jan Wolkers hem in De achtertuin. Het spuugbeestje dat in onze lavendel huist, is ook zo’n dier dat zich opblaast tot zo’n sappige klodder.
Het gebeurde in het holst van de nacht. Ik werd wakker en voelde een opgeblazen maag. Het deed pijn, maar ik voelde het niet goed genoeg. Ik sliep nog half en probeerde mijn lichaam weer in het gareel te krijgen. Het lukte niet.
Ik was misselijk, dat merkte ik wel toen ik naar het toilet liep. Daarna probeerde ik weer te gaan slapen. Het lukte niet. Ik bleef wakker en voelde hoe de omgeving rond mijn borstkas protesteerde. Als ik maar niet hoef te kotsen, dacht ik. Ik heb een hekel aan kotsen.
De poging om beneden te gaan zitten hielp weinig. Het slok water dat ik had opgedronken, klotste in mijn maag en maakte mij nog misselijker. Dan verheugde ik me stiekem op het moment dat het eruit zou komen. Dan was ik er vanaf. Ik proefde wel de zure smaak in mijn mond. Dat zou gaan gebeuren.
Het moment kwam er. Ik kon nauwelijks blijven staan, moest even van de inspanning op de rand van het bad gaan zitten. Het was vies. Ik hoopte dat het snel zou stoppen. Maar er komt altijd meer uit dan je denkt.
Opgelucht dutte ik wat later weer in. Wel proefde mijn mond heel zuur. Het leek of er nog wat achter de huig was blijven steken. Toch belette het mij niet om lichtjes in slaap te vallen. Tot ik wakker werd van rochelende geluiden in de kamer naast mij. Ik vloog uit bed, greep een emmer en wist op tijd de boel op te vangen.
De afbraak van de Libelle zomerweek nadert zijn einde
Achter de witte schotten klinkt het geluid van heen en weer rijdende shovels en vorkheftrucks. Je hoort het sjezen over het zand. De bandensporen die de wagens erin achterlaten. Daarachter klinkt de hamerslag. Ritmisch slaat een vakman op iets om het los te krijgen. Iets valt naar beneden met een plof op het strand van Almere.
Een week geleden vierden duizenden vrouwen en abonnees van de Libelle hier de zomer. In workshops genoten ze van het mooie weer en van elkaars wijsheden. Mannen blijven hier zoveel mogelijk weg. Gevaarlijk, dit bolwerk van emancipatie en meligheid. Als jij niks van mijn voetbal vindt, vind ik niks van je zomerweek. Met die afspraak verlieten ze waarschijnlijk het huis.
Nu rijden de wagens af en aan over het zand. Ik hoor de wind zand in de tijdelijke huisvestingen blazen. De vlonders die als vloer dienden en de naaldhakken uit het zand moesten houden, liggen nu vol met zand. Ook waaien de tenten steeds open. Zelfs het schot dat mij uit het zicht van al dat werk moet houden, beweegt heen en weer op de wind.
Wekenlang bouwen ze hier het tentenkamp voor de vrouwen op. Wekenlang doen ze over de afbraak. En dat allemaal voor die ruim 82.000 bezoekers die als een tornado een week lang over het Almeerse strand razen. Ik ren alleen, maar hoor nog de bouwvakkersfluit in mijn oren. De opmerking over mijn kontje. Stiekem maakt een soort van heimwee zich van mij meester.
De rest van het strand is uitgestorven. Geen hond waagt zich nog aan een duik in het water. De blauwalg is heer en meester.
De regen viel met flinke hoeveelheden gistermiddag op het feestje van mijn zus en haar vriend. Ze vierden allebei hun verjaardag. De locatie van het feestje was het prachtige huis van mijn zwagers’ ouders in Hollandscheveld (Drenthe).
Het idee van het buitenfeestje, compleet met Hollandse patatkraam viel een beetje in het water. De regen aan het einde van de middag zorgde ervoor dat je alleen onder de veranda en een groot gespannen blauw zeil kon staan. Af en toe moesten de diepe plassen in het zeil omhoog geduwd worden. Zo verkwamen we dat iemand een nat pak zou oplopen als de plassen water ongeregisseerd naar beneden zou komen zeilen van het zeil.
Ik dacht terug aan een huwelijksfeest van mijn oom en tante. Het was net zo koud. Vingers verkleumden en we zouden oud-Hollandse spelletjes gaan doen. De zitting van de stoelen voelde koud aan. Zo koud dat mijn ooms moeder voortdurend naar de wc ging in het verderop gelegen huis. Het was een reactie geworden. Zodra ze ging zitten op de koude stoel, stond ze gelijk weer op om naar het toilet te gaan. We hebben haar die middag nauwelijks gezien.
Vlekken en opgeschoten jongens De terugreis eveneens veel regen onderweg. Moeilijk zicht door de ruitenwissers die door hun lage aanschafprijs alleen maar krang in de houders konden. Ze lieten een spoor van strepen achter die de achterlichtjes van voorgangers uitrekte tot vlekken. Ook achtervolgde ons een groepje opgeschoten jongens in een Renault Twingo. Ze reden tot enkele meters van onze auto en kleefden zo bijna 50 kilometer lang achter ons aan.
Droge regen in Almere Bij thuiskomst wachtte ons een grote verrassing: een droge straat. Geen druppel regen leek hier in Almere te zijn gevallen. Geen blad aan de boom vertoonde druppels. Ook de plantenbak in de voortuin toonde een plant in droge aarde. Als bewijs hing het blad van de vorige week geplante fuchsia net als de bloemetjes normaal horen te hangen. De regen in Almere was beperkt gebleven tot droge regen.