11 augustus 2011

Meeuw steelt een zak Doritos

De laatste dagen circuleert op facebook een kort filmpje van een meeuw die een zak chips uit een winkel steelt. Het is meer een bewegend plaatje dan een echt filmpje. Maar het is een erg vermakelijke animatie. Ik vind hem geweldig. De brutaliteit waarmee het dier de winkel binnenstapt en met de zak chips naar buiten komt, is erg grappig.

Ik vertelde het een collega en ik kreeg van haar gelijk het hele filmpje te zien op youtube. Het zijn beelden van een Engels televisiejournaal. Het gaat om een winkel in het Schotse Aberdeen. De meeuw heeft in het filmpje de naam Sam the Seagull gekregen. In de weken voorafgaand aan het filmpje zou de zeemeeuw al meer dan 20 zakken Doritos hebben gestolen.

Hij steelt altijd dezelfde zak chips. De geïnterviewde winkelmedewerker vermoedt dat de meeuw gek is op de oranje kleur van de zak. Ik denk dat de zeevogel gewoon gek is op kaaschips van het merk Doritos. Dan mag hij wel oranje zijn, de smaak bepaalt de voorkeur.

De rage op facebook doet vermoeden dat het incident zich recent heeft voorgedaan. Als je kijkt naar het youtube-filmpje, dan zie je dat hij al 3 jaar online staat. Kortom, het is eigenlijk oudbakken nieuws. En dat bij de snelle social media waar elke scheet razendsnel in een enorme explosie verandert.

Ik vind het razend interessant hoe dieren in de stad weten te overleven. Zo behandelde Jelle Brandt Cortius een paar jaar terug de forensende hond in de Moskouse Metro. De honden kennen de lijnen helemaal uit hun hoofd. Ze stappen zelfs keurig over van de groene naar de rode lijn op weg naar hun station. Bovendien nemen ze elke dag trouw dezelfde metro.

Mijn collega, dezelfde die me op het filmpje attendeerde, vertelde dat er in Amsterdam duiven zijn die de sneltram nemen vanuit Amstelveen naar het centrum. Op de Dam zouden ze genieten van een lekker hapje. Daar lopen heel wat meer toeristen rond die wat uitdelen dan in Amstelveen. Dit verhaal smaakt naar broodje aap. Maar neuzend op youtube kwam ik al een paar filmpjes tegen van duiven die wel heel kalm in de tram zitten. Ze stappen zelfs met het gemak van een gewone reiziger of hond uit.

10 augustus 2011

Konijnenbout


De konijntjes schieten weg als ik bij het Muiderstrand kom aanlopen. Soms zitten er hele jonge bij. Ze huppelen vlak langs mijn voeten de bosjes in. Kleine gaatjes tussen het lage struikgewas vertellen de verstopplekjes. Als ik voorbij ben, springen ze even snel weer op het fietspad.

De honden zijn de blauwalg ontvlucht. De baasjes eveneens. Soms fietst een wielrenner voorbij. Verder gebeurt hier weinig. Zeker als de lucht dreigend zijn donkere vuist opsteekt in de vorm van een grijze wolk.

Ik ren verder. In de bosjes zitten een paar kraaien. Hun spitse snavels verraden dat het echt kraaien zijn en niet hun kleinere neefjes, de kauw. 1 kraai hakt flink op de grond, trekt iets omhoog en beweegt zijn snavel snel om het naar binnen te werken. Het ziet eruit als vlees.

Hij vliegt op als ik wel heel dichtbij kom en kijkt me met een spijtige blik aan. Hier was iets moois aan de gang. Ik kijk in het gras, vlak voor een kleine opening in het lage struikgewas. Hier ligt een klein konijntje half opgepeuzeld.

Het vlees blinkt vers. Het oogt alsof het zojuist panklaar is gemaakt door de slager en in de toonbank is gelegd. Alleen het prijskaartje ontbreekt. En de vacht bovenin de verse konijnenbout verraadt dat het een zojuist veroverd konijntje is. De spieren van de been worden juist opgepeuzeld door de kraaien.

De kraai die van een afstandje toekeek, ziet nu genoeg kans. Ik ben ver genoeg voorbij de plek des onheils om toe te slaan. Hij vliegt op de malse konijnenbout en begint even enthousiast op het vlees te hakken. Tot een luide kraaienschreeuw hier een einde aan maakt. De door mij verjaagde kraai, grijpt zijn maaltje weer terug en geeft zijn soortgenoot een flinke haal.

Zo gaat dat met lekkere maaltjes. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.

09 augustus 2011

Mooi met de bus

We lopen naar het audiologisch centrum voor de hoorafspraak met Doris. Het regent zachtjes. De druppels vormen kringen in het water van de gracht waar we net het bruggetje oversteken. We passeren het bejaardentehuis. Het terras is leeg. Alleen onder een afdakje zie ik een paar mensen staan.

Een meisje met een rood shirtje boent de tafels af. Ik zie voor me hoe nat ze zijn geworden van de aanhoudende regenval. Haar halflange blonde haren vallen voor haar gezicht. Zo ingespannen veegt ze de tafels schoon. Een jongen met een grote bril op zijn neus wringt net een natte doek uit boven een grote blauwe emmer. Hij steekt bij het uitwringen zijn tong uit zijn mond.

‘En ze hadden ook onweer voorspelt’, hoor ik het meisje zeggen. Ze loopt een tafel verder en veegt de plassen water die op het tafelblad liggen op. Ik vraag me af of het veel zin heeft. De regen is weer een beetje aangezwollen. De jongen wringt het doekje nog altijd uit.

De luifel houdt weinig van de regen tegen. Maar de bosjes houden een goed zicht voor mij tegen. Ze geeft het natte doekje aan de jongen met de bril. Hij zwaait er onhandig mee naar de emmer. En geeft haar in dezelfde onhandige beweging het doekje dat hij net uitgewrongen heeft. Ook zij steekt de tong uit. Haar onderarmen steken wit uit onder het rode shirt. Ze hebben nog niet veel zonlicht gehad.

Iets achter de 2 hulpjes van het bejaardentehuis staat een oudere vrouw. Haar haar zit netjes in een permanentje. Iets opgestoken. Ze trekt aan een sigaretje en leunt tussen de muur en een stok. Het meisje houdt even op met het drogen van de tafel. Ze kijkt de oudere vrouw heel stellig aan: ‘daarom ben ik mooi met de bus gegaan’.

Ik ben eigenlijk al te ver doorgelopen om het antwoord nog te horen. Maar ik hoor duidelijk een diepe doorrookte stem antwoorden: ‘Je hebt groot gelijk meissie’.

08 augustus 2011

De beurs en het juiste moment

‘En Harry nog een beetje druk op de beurs?’ De man keek uitdagend naar Harry. Uit op een lekker pesterijtje. De beurs daar moest je nu niet zijn. Dat betekende ellende en veel geld verliezen. ‘Nee’, antwoordde Harry. ‘Daar kom ik voorlopig niet.’

Harry drukte de handdoek tussen zijn natte tenen. Na het andere set tenen liet hij de handdoek op de grond vallen en trok een sok uit een schoen. ‘Nee, dat is mij een beetje te druk nu. Iedereen is alleen maar aan het verkopen.’ ‘Maar jij deed toch in aandelen Harry?’ probeerde de andere man nog los te krijgen. Hij trok net zijn handdoek over zijn rug en hield hem aan 2 kanten vast. Zo kreeg hij zijn rug toch kurkdroog.

‘Ja, ik heb zeker aandelen gehad’, vertelde Harry. ‘Ik kocht op een bepaald moment aandelen van een Russische leverancier in koppelingsplaten. Niemand zag er wat in. Al mijn vrienden vonden dat ik het moest verkopen. Maar het leverde niks op. Meestal was het 10, 20 cent meer dan de prijs waarvoor ik ze gekocht had. Totdat ineens het gerucht kwam dat China het bedrijf ging overnemen. Toen schoot de prijs omhoog. Nou, je begrijpt wel dat dat het moment was om ze te verkopen. Wat heb ik gelachen bij mijn vrienden.’

‘Moet je dan geen aandelen Spyker hebben?’ ‘Nee, dat zegt iedereen.’ Harry zette zijn voeten in de instappers. ‘Maar toen ik daar schoonmaakte hoorde ik wel andere geluiden. Er stond nauwelijks voorraad en de betalingstermijnen werden opgeschroefd van 30 naar 60 dagen. Ik wist genoeg.’

Harry stond op. Het was genoeg voor vandaag. ‘Nee, die beurs dat komt nog wel. Nu even niet. Niet het juiste moment.’  Hij liep naar de deur, trok hem open en draaide zich nog even om terwijl hij in de deuropening stond. ‘Hé Jim tot volgende week.’ ‘Tot volgende week’, zei Jim. Hij deed net het laatste knoopje van zijn overhemd dicht op dat de deur met een harde klap dichtsloeg.

07 augustus 2011

Voor de draad ermee

image

De digitale televisie van UPC hapert al een tijdje. Sommige zenders vertonen blokjes, andere zijn helemaal niet te zien en weer andere vinden het genoeg midden in een uitzending. Na veel perikelen met ‘uitzending gemist’ waren we het gezeur zo beu dat we niet aan bellen toekwamen.

Bovendien kun je niet alleen bellen. De medewerker aan de andere kant van de lijn beveelt vrijwel altijd om het kastje uit te schakelen en gelijktijdig een knop in te drukken. Een handeling die je alleen met 2 handen kunt doen. Op vrijdagavond als we Top gear willen kijken op Veronica, borrelt de frustratie op. Veronica is 1 van de zenders die het niet doet. Verder doen we geen beroep op de zender, dus de frustratie dringt zich alleen op vrijdagavond.

Afgelopen vrijdagavond vonden we het tijd eens te bellen. Wondersnel kreeg Inge de medewerker aan de lijn. Er moesten allerlei handelingen worden uitgevoerd. Ik werd van het kastje naar de muur gestuurd om stekkers, schakelaars en draden te verwisselen. De afstand tussen ons wandcontact en de televisie is te groot om met 1 mens in 1 keer te overbruggen. Dus ik holde heen en weer tussen de 2 locaties.

Onderwijl stelde Inge het grijze apparaat in de fabrieksinstellingen in. Ze voerde codes in die ze doorkreeg van de UPC-medewerker. Het leverde niet het gewenste resultaat. De medewerker vroeg of we onlangs nog iets veranderd hadden. Nee, er was niks veranderd. Geen draad verle(n)gd, geen andere televisie, geen apparaat erbij of iets anders dat de situatie beïnvloedde.

Ik mocht een tussendoosje uit het systeem verwijderen, waarna Inge op haar mobiel werd teruggebeld. Het proces begon weer opnieuw. Wellicht dat het nu opgelost werd. Het leek of de situatie verbeterde. Even veranderde het zwarte scherm in een scherm met blokjes. Maar binnen een paar zinnen, hield de nieuwe situatie op.

Het lag waarschijnlijk aan het bijzondere doosje dat al eens vervangen was. Volgens de medewerker viel dat onder ons risico. Waarna wij een tirade hielden over de belabberde kwaliteit van UPC. Er was al eens een monteur langsgeweest. Hij merkte niets bijzonders op, verwisselde een draadje en veranderde een stekker. En verder niks.

De afspraak werd gemaakt. Inge had opgehangen. Dat kon ons een nieuw apparaat en de voorrijkosten gaan kosten. Een somber vooruitzicht waar ik helemaal geen zin in had. Ik besloot nog eens de situatie en draden te bekijken. Snel stuitte ik op de situatie die we zelf gemaakt hadden toen we de televisie verplaatsten. Daar hadden we de dikke draad van 5 meter bevestigd aan een dunnere van 5 meter. Het was behelpen en uit nood geboren. De 2 stekkers grepen in elkaar. Ik draaide wat aan de stekkers en het beeld werd weer wat scherper.

Ik vond dat we eerst de draad eens moesten vervangen. Zo ging ik gisteren naar de winkel voor een nieuw snoer. Een speurtocht over de markt en langs andere verschillende electronicazaken bracht me bij de Handyman. Hier verkopen ze snoertjes, stofzuigerzakken, inktpakketten voor de printer en opladers. Ik kon er ook terecht voor een nieuw stuk dik coax-kabel van 15 meter voor 30 euro.

Het werd mooi op maat gemaakt door de medewerker. Hij vertelde erbij dat de kabel waarschijnlijk de oorzaak van ons probleem was. ‘Het luistert allemaal erg nauw’, voegde hij eraan toe.

Thuisgekomen kon ik niet wachten de kabel te installeren van het kastje naar de muur. Over de deur heen, onder de radiator langs naar het aansluitingspunt in de muur. Het kostte flink wat zweet. Zeker ook omdat ik de kabel verkeerd om had gelegd. De stekkers bestaan uit een mannetje en een vrouwtje, die niet omgekeerd in elkaar kunnen.

Zou de draad de oorzaak van het probleem zijn? Het was erg spannend de boel aan te sluiten en de installaties aan te zetten. De druk op de knop gaf direct het antwoord: de draad was het probleem geweest. Alle zenders deden het. De verbinding liep als een zonnetje.

Blijft wel over het raadsel: een monteur is ergens vorig jaar hier geweest om te kijken naar de slechte verbinding. Hij stelde dat het niet aan de coax-kabel lag. Hij maakte de stekker opnieuw vast aan het draad, maar vond dat de slechte verbinding hier niet aan kon liggen. De proef gisteren demonstreerde dat een deel van het probleem daar wel lag.

Ons probleem met de digitale televisie van UPC is dus opgelost. Op naar het volgende…

06 augustus 2011

Oude content stelen

Het mooie van internet is dat het uit een prachtige hoeveelheid content bestaat. Iets dat je eenmaal gepubliceerd hebt, blijft op die manier altijd toegankelijk voor een groot publiek. Een druk op de knop en je kunt zo een artikel uit 2001 lezen. Voor mij is die archieffunctie van enorme waarde. Mijn eigen blog vormt zo niet alleen een blik in het heden, maar grijpt ook in het verleden.

Veel websites zijn zich niet bewust van deze grote waarde. Zo sneuvelden al de blogs die ik in 2009 schreef voor mijn oud-werkgever Supply Chain Magazine. Onlangs zag ik dat contentspecialist en eveneens oud-werkgever Romae haar blog Popolo.nl heeft vernieuwd. Ook daar werden al mijn oude blogs over twitter, internet en content kaltgestellt.

Bij de beslissing van de Volkskrant om zich te ontdoen van de blogs, barstte een discussie onder de bloggers los over het copyright. Mag je als hoster wel zomaar alle content verwijderen als je ermee ophoudt? Oké, je krijgt als blogger de mogelijkheid al die content ergens gratis onder te brengen. Maar stel jij niet gratis je content beschikbaar? En mag daar niet wat tegenover staan?

Een interessante gedachte in de grote discussie die momenteel gevoerd wordt over uitgevers, boekwinkels en copyright. Een dichter als Ilja Leonard Pfeiffer leeft van het copyright. Hij vindt dat dit niet zomaar gratis beschikbaar moet zijn voor iedereen. Websitebezoekers houden er helemaal niet van als ze bij een virtueel toegangspoortje ineens de vraag krijgen om geld te betalen. Ze weten niet eens of ze die content wel willen.

Dat vraagt om een ander soort kopijrecht. Niet zozeer gebaseerd op het idee dat content geld waard is, maar dat de bezitter rechten heeft. Een recht is bijvoorbeeld dat de schrijver eigenaar is van de tekst en dat iemand die tekst niet zomaar mag weggooien. Dat zou bij mij veel frustratie voorkomen. Je mag namelijk niet zomaar iets van iemand anders verwijderen.

Het roept bij mij het idee op om alleen iets te publiceren als ik zeker weet dat het daar ook blijft bestaan. Want het is gruwelijk om je blogs niet meer online beschikbaar te hebben. De content mag wel gratis zijn geschreven, daarmee is het nog niet waardeloos.

05 augustus 2011

Boeken of bijzaak

Ze lopen traag de boekenschappen voorbij. Soms trekt eentje een boek uit het rek, bekijkt de titel en praat onderwijl druk met de ander. ‘Maar hij moet niet zo zeuren’, zegt ze. ‘Ik heb het hem zo vaak gezegd, maar hij luistert niet.’ Ze draagt een hemdje dat misschien net iets te zomers is voor deze dag. Haar vriendin kijkt haar aan en knikt. Soms mompelt ze een verbazend kreetje. ‘Tjonge.’

De boeken zijn bijzaak. Het draait om iets heel anders. Ze gaat verder. ‘En dan heb ik zoiets van. Doe het nou gewoon.’ Haar vriendin in een iets lichter hemdje knikt begrijpend. Nu trekt zij een boek uit de boekenkast, draait het om en leest de achterflap. Onderwijl raast haar vriendin door en knikt haar hoofd als teken dat ze luistert.

‘Precies, dat zeg ik ook altijd.’ Het boekje gaat weer terug in de kast. Ze staan nu stil bij de tafel in het midden tussen alle kasten. De klaagster leunt met haar hand op het tafelblad. ‘En dan heb ik zoiets van…’ De woorden vallen weg. Iemand passeert. Ze dempt haar toon, fluistert bijna.

Ze lopen weer verder tussen de rijen boeken. Als ze een halfuur later en heel wat klaagzangen verder bij de kassa achter mij staan. Gaat het nog altijd door. De toon is wat zachter, bijna niet te verstaan. Ik loop weg met mijn stapel boeken. ‘Is dat alles? Hebben jullie daar al die tijd over gedaan?’ hoor ik de verkoper nog zeggen. Op de toonbank ligt een dun tijdschrift.

04 augustus 2011

Fuut zwemt met jongen op rug

Fuut met jongen op rug

Een fuut die liefdevol haar kroost op haar rug draagt. Inge vertelde het mij een keertje en ik baalde dat ik er niet bij was. Het lijkt me zo’n innig moment van samenzijn met de natuur. Om zo intens van te genieten en even voor stil te staan.

Er zijn van die momenten dat je een fototoestel bij je wenst. Daarom draag ik er bijna altijd eentje bij me. Gistermiddag op de terugweg van station naar huis, trof ik zo’n moment: een fuut met 2 jongen op de rug. Juist op het moment dat ik langsfietste zag ik het laatste fuutje op de rug van moeder kruipen.

Ik zette mijn fiets tegen een boom en hoopte dat ze niet weg zou zwemmen. Nog niet zo gegrepen om de fiets op slot te zetten. Het dier zwom van mij weg, maar de hoek in de gracht maakte dat ik de fuut van de andere kant kon benaderen. Ik werd scherp in de gaten gehouden. Het kroost keek soms even eigenwijs en bijdehand mijn richting op.

Zo stond ik helemaal alleen daar aan de waterkant en genoot van het jonge futengezin. Vader was nergens te bekennen. De kleintjes meegevoerd op de rug van moeder. Ze zwom door de gracht. De kleintjes liftten mee en keken genoegzaam in het rond. Soms lijkt de dierenwereld verdacht veel op de mensenwereld.

03 augustus 2011

Moraal en sprookje

Een sprookje heeft vaak een moraal. Het idee is dat sprookjes een boodschap vertellen. Roodkapje kun je reduceren tot de waarschuwing dat kinderen vooral naar hun ouders moeten luisteren! Als ze niet van het pad af mogen, moeten ze niet van het pad. Als ze het wel doen, loopt het verkeerd af.

Afgelopen zaterdag werd een verfilming van het sprookje Hans en Grietje uitgezonden op televisie. We keken er met het hele gezin naar. De vader en stiefmoeder laten hun 2 kinderen achter in het bos. Er is geen geld meer en de kinderen worden aan hun lot overgelaten.

Wat is de moraal van dit verhaal? Laat je kinderen nooit alleen achter in het bos? Als je het sprookje goed leest, kun je dat betwijfelen. De kinderen redden zichzelf wonderwel. Vooral Grietje weet zich kranig te weren tegen de boze heks. Ze schakelt het kwaad zelfs uit door de heks in de hete oven te duwen. Dan komen de 2 kinderen zelfs thuis met goud en parels. Als je het zo bekijkt, is de moraal van dit sprookje voor ouders: laat je kinderen achter in het bos, dan komen ze rijk weer thuis.

Gelukkig kun je het ook anders lezen. Net als Roodkapje toont dit sprookje dat je niet zomaar iedereen moet vertrouwen. Iemand die aardig lijkt, hoeft niet aardig te zijn. Neem niet zomaar alles van iedereen aan kinderen!

Overigens kun je nog veel dieper gaan in het achterhalen van de betekenis van sprookjes. Je kunt er zelfs een studie aan wijden. Soms zit daar best iets in. In het verhaal van Roodkapje kun je weg van een meisje naar de volwassenheid zien. Of een hele natuurmythe waarin de zon (roodkapje) geweerd wordt door de winter (de wolf). Of een symbolische weg door het leven.

Soms een beetje ver gezocht. Maar vaak heeft die interpretatie wel wat. Sprookjes zijn meer dan zomaar verhaaltjes. Er zit dikwijls een dubbele bodem in. Dat maakt veel sprookjes zo boeiend. Je kunt ze eindeloos herhalen en er steeds weer iets anders uithalen. Het ligt eraan welke betekenis je zelf aan het verhaal geeft.

02 augustus 2011

Bramen plukken

De bramen zijn rijp. Bij het hardlopen zondag langs de Lepelaarsplassen en door het Wilgenbos zag ik trossen bramen hangen. De bramen op deze plaats in Almere zijn het lekkerste. Daarom ging ik gisteravond op de eerste zomerdag van augustus naar de plek des onheils.

Een paar jaar geleden was ik daar aan het bramen plukken met met de danseres. Ze ging mee, bramen plukken. Ze wilde dat weleens meemaken. We gingen op zo’n doordeweekse avond. Het was nog juli. De oogst viel tegen. Hele kleine bramen hingen aan de struiken. Bovendien zaten ze vol met wormpjes. Wat verderop vonden we grotere.

De jam dat jaar was buitengewoon lekker. De danseres hoefde niet. Er zaten veel te veel beestjes in, vond ze. ‘Heute fressen, morgen Tod’, was haar angst. Dat voor jam al die vruchten uit de natuur koken, deed er niet toe. Ze had eens een oogst met vruchten uit de natuur in zout water gelegd. Wat er allemaal boven kwam drijven. Een complete maaltijd in wormpjes en torretjes.

Gisteravond was het een prachtige avond om bramen te plukken. De vrije natuur lonkte. Het is een flinke fietstocht. Zo reed ik het rondje hardlopen een dag later na op de fiets. Ongeveer ter hoogte van het gemaal, stopte ik. Veel bramen waren daar al geplukt, maar er waren er nog genoeg voor mij.

Ook dit jaar geen volvette bramen, maar kleintjes. Je moet er flink wat plukken voor je een hand vol hebt. Maar dat geeft wel veel smaak aan de vruchten. Ze waren wel goed rijp. Ik moest er wel wat voor over hebben: mijn handen werden regelmatig geprikt door de doorns. Ook lieten de bramen hun sporen na. Mijn handen zagen eruit als de handen van een slager na een flinke slacht.

De kunst van het plukken is om je in te graven in de struik en dan alles wat om je heen groeit, te pakken. De grootste bramen hangen op die plekken waar je net niet bij kunt. De bramen groeien ook op het taluud. Je moet goed opletten waar je je voeten zet. Grote doorns versperren de doorgang. Ook zijn de mooiste bramen in de nabijheid van brandnetels. Het lijkt of zij gelijk op groeien.

De pluk ging natuurlijk net zo lang door tot ik niks meer zag. Als je het verschil tussen een rijpe en onrijpe vrucht niet meer ziet, dan pas is het tijd om naar huis te gaan. Zo kwam ik gisteravond in het donker thuis met 2 volle zakken bramen. Het resultaat van ruim een uur plukken. Ik rende naar de weegschaal om het resultaat in kilo’s te wegen. De oogst: 2,2 kilo. Geen slecht resultaat.