20 februari 2012

Geschoren en geknipt

image

Ik zal er geen geheim van maken. Ik ben naar de kapper geweest. Degene die me de sinds vrijdag tegengekomen is, weet dat ik er geen geheim van kán maken. Zelfs de poelier op de markt zag het zaterdag. ‘Heeft het nog wat opgeleverd?’ vroeg hij bij het afrekenen. ‘Binnenkort is er iemand heel erg blij met een mooie pruik’, grapte ik terug.

Bij mij gebeurt het altijd plotseling. Ineens ben ik het lange haar zat en dan moet ook meteen de schaar erin. Vrijdagochtend werd ik wakker, streek mijn hand door mijn haar en was het zat. Anderhalf uur later zat ik bij de kapper. Tijdens het knippen kwam Inge even langs. We zouden daarna nog even gaan winkelen. Ze stoorde de knippartij. De kapster keek vreemd op toen ik een kus kreeg van een dame die ineens de kapsalon binnenliep.

Ik meende even teleurstelling in haar blik te zien. ‘Ze wist dat je hier zat’, zei de kapster toen mijn wederhelft vertrokken was. ‘Ja, ik heb haar keurig op de hoogte gesteld.’ De kapster bloosde. ‘Mijn vriend wil graag dat ik de tondeuze in zijn haar zet. Maar dat doe ik niet. Hij heeft hartstikke mooi haar.’ De schaar stopte even met knippen. ‘Hij was laatst met zijn moeder op een cruise. Ik kon jammergenoeg niet mee. Hij zeurde eindeloos of ik hem wilde scheren. Ik wil je best knippen, zei ik, maar ik zet niet de tondeuze erin.’ Ze knipte weer door. ‘Hij kwam kaal terug. Hij heeft ergens onderweg een kapsalon bezocht en zich laten scheren. Ik vond het echt zonde.’

Haar vingers gleden verder door mijn haar. Het grootste deel van mijn haarbos lag op de grond. Het ging nu om de verfijnde afwerking. ‘Je bent grijs geworden’, had Inge gezegd vlak voordat ze wegging. Ik pakte het onderwerp weer op met de kapster. ‘Er zit genoeg haar op bij mij. Kaal zal ik niet snel worden’, grijnsde ik. ‘Wel grijs.’ ‘Je kunt een spoeling doen’, zei ze. ‘Nee, dat moet ik niet doen. Want daar houdt mijn vrouw niet van. Ik mag mijn haar best lang laten groeien of knippen, maar ik moet echt niet mijn haar gaan verven.’

19 februari 2012

Basketbal

Ze gooit de bal in de basket

‘Ik wil zo graag een keer basketbal spelen op de playground’, zei Doris gisteren. Zo liep ik ’s middags na het bezoek aan teckel 2 naar het speelveld aan de andere kant van de Amsterdamweg. Ik nam Teuntje mee, maar honden mogen er niet komen. Daarom bleef ik netjes aan de andere kant van het hek staan terwijl Doris de bal in de basket probeerde te krijgen.

Ik dacht terug aan de vruchteloze pogingen van mij om de bal in het basket te werpen. Zelfs een miniatuurversie bij mij op de kamerdeur geplakt, hielp niet de vaardigheid in de smiezen te krijgen. Altijd ernaast of in het ergste geval tegen de metalen ring. Doris wierp eveneens tevergeefs de bal omhoog. De wind blies koud langs mijn oren en ik had er geen zin meer in. Gesteund door Teuntje die ook graag terug naar huis wilde, gingen we de terugtocht aan.

Vandaag combineerde ik het eveneens met het uitlaten van het hondje. Doris mocht alvast oefenen op de playground, terwijl ik verderop in het park met Teuntje liep. Ze had er weinig zin in, daarom besloot ik eerst maar de teckelpup thuis af te leveren. Daarna liep ik terug naar het speelveld. We kregen zo de kans om samen te basketballen.

18 februari 2012

Tussentijds bezoek aan teckel 2

Het was de hoogste tijd voor een tussentijds bezoekje aan het nestje van Bree. Uit dit nestje komt de tweede teckel die we over 3 weken mogen ophalen. Ze zijn nu 6,5 weken oud. Een weekje jonger dan toen we naar Teuntje gingen kijken.

Ze zijn in de 3 weken dat we ze niet gezien hebben enorm gegroeid. Teuntje moest wennen aan al het jonge grut dat in de keuken van de fokster rondliep. Liefst 8 pups, allemaal teefjes, zochten bij de 6 weken oudere Teuntje naar melk. Zonder enig effect.

17 februari 2012

Kat op smeltend ijs

image

De blaffende hond op de brug attendeerde mij op de kat op het smeltende ijs. Hij stond op een dun laagje ijs midden in de gracht. Een opgetrokken rug moest de hond weghouden. Het ijs zag er angstwekkend dun uit. Het deinde onder de poten van de waaghals.

De hond verdween met zijn baasje van het toneel. Ik tuurde nog eens naar de kat op het ijs. Hij zette zich voorzichtig in beweging. Het ijs kraakte zachtjes onder de pootjes. Voorzichtig zocht het dier een weg over het smeltende ijs van de gracht. Ik vroeg mij af wanneer het mis zou gaan.

Dat moment wilde ik niet afwachten. Het dier liep verder over het midden van de gracht. Voldaan en tevreden. Voorzichtig maar niet echt bewust van het gevaar. Het koude water koekeloerde dreigend onder het ijs. Dat op haar beurt kraakte dat het een lieve lust was. Ik durfde niet meer verder te kijken. En vervolgde mijn route achter de hond en zijn baasje aan.

16 februari 2012

Catalogiseren bibliotheek

Een van de dingen waar ik de laatste tijd regelmatig op stuit is dat ik een boek koop dat ik al heb. Bij een aankoop van een kringloopwinkel is dat niet zo erg. Het gaat immers om enkele euro’s. Maar als het regelmatig gebeurt, dan tikt het flink aan.

Zo speel ik de laatste dagen met de gedachte mijn bibliotheek eens te catalogiseren. Handig. Ik kan een simpel bestandje in mijn mobiel zetten. In een oogopslag zie ik dan of ik de voorgenomen aankoop al in bezit heb. Een stuk prettiger dan er thuis achter te komen. Of nog erger: het boek in alle vertwijfeling te laten staan.

15 februari 2012

Nieuwe schoenen

imageIk passeerde de etalage in de pauze en zag een prachtige schoen staan. De etalageruit schreeuwde met felle kleuren en dikke letters kortingen van 40 procent. Het was mijn schoenenmerk die daar stond: Meindl. Ik herkende de brede band van voren en de krachtige leren uitstraling.

Het paar dat ik draag is versleten. Op. Ruim 2,5 jaar geleden kocht ik het bij de schoenenwinkel in Almelo. Bij de zomeropruiming, een mooi set. Het kostte mij veel moeite om het paar goed in te lopen. Bovendien kreeg ik last van mijn wreef. Kortom, het klikte niet zoals bij mijn vorige set.

Nu loop ik er alleen nog maar op. Zodoende durf ik het ook niet zo goed aan. Ik stapte de zaak in en vroeg naar de opruimingsschoenen. ‘Oeh, maat 40’, zei de vrouw. ‘Dat is wel klein zeg.’ Ze liep naar achteren. ‘Maar deze schoen is ook wat’, antwoordde de vrouw die achter de kassa stond.

14 februari 2012

Valentijn

Valentijn

De eerste tweets over Valentijn kwamen al vroeg voorbij vanmorgen. Een ontbijt op bed voor je geliefde, nog snel een bloemetje of een doos bonbons. Iedereen probeert moeite te doen voor zijn lief.

Het onthutsende nieuws kwam vrijwel gelijktijdig: slechts 15 procent van de mensen schijnt maar aan Valentijnsdag te doen. Alle commercie ten spijt. We worden al vanaf begin januari doodgegooid met hartjes en knuffels vanuit etalages en billboards. En het brengt weinigen ertoe de dag te vieren.

Zoals meer dingen in het leven, is het overgewaaid vanuit Amerika. Die westerstormen weten aardig wat commercie mee te nemen. Het doet de verkoop van bloemen goed en levert ook een aardig zakcentje op voor juweliers.

Door die commercie aangewakkerd is Valentijn vooral een feest van verwachtingen geworden. Net zoiets als vaderdag of moederdag. Het zijn dagen waarin je je bijna gedwongen voelt om iets te doen. Als je niks doet, dan hou je niet van de ander. Het is een druk die ik mij niet laat aanpraten. Net als die 85 procent die er ook niks aan doet.

Je moet er niet aan denken dat iedereen aan Valentijn deed. Dan stond je ’s morgens naast elkaar een ontbijtje voor de ander te maken. Je maakte ruzie om de sinasappelpers en het oventje. Terwijl je elke dag lief voor elkaar zou moeten zijn.

13 februari 2012

Dag zonder blog

Altijd schrikken en vervelend: de blog onbereikbaar. Gisteren kreeg ik een 404-melding toen ik wilde inloggen om een nieuw blogje te plaatsen. De pagina die ik zocht, bestond niet. Daarna zag ik op mijn eigen site de melding dat er een storing was. De server waar mijn blog op stond, had een probleem.

Ik keek op de status-pagina van mijn leverancier. Er zou een probleem met de raidset zijn, de array zou in orde zijn, maar de data wilde niet laden. Daarna elk uur een update, maar geen resultaat. Alleen corrupte data en een raid controller die zegt dat alles in orde is.

De stress slaat toe: hoe moet het met mijn dagelijkse blog? Een onbereikbare blog is geen blog. Heel jammer. En ik weet ook dat ik zelf een keer mijn eigen blog onbereikbaar heb gemaakt. Ik werd toen allervriendelijkst geholpen door neostrada. Voor nu had ik er ook alle vertrouwen in, alleen het duurde wel lang.

Elk uur kijken of hij er nu wel was. Daarna verslagen naar bed. Bij het opstaan vanmorgen vrijwel meteen weer kijken: inderdaad hij stond er weer. Geen data verloren. Alles doet het nog. Helemaal gelukkig en als een bezetene de blog van gisteren erop zetten.

Een dag zonder blog voelt echt als een dag niet geleefd.

Wit en zwart ijs

Ze schuiven naar binnen op het station Weesp. ‘Morgen is het afgelopen’, zegt de dochter. De jongen die schuin tegenover haar is gaan zitten, zucht. ‘Nou morgen kun je nog wel schaatsen. Het begint dan met dooien’, antwoordt haar vader die naast haar broer een plekje heeft gevonden.

Ze turen naar buiten. De trein vertrekt. Vader, zoon en dochter gaan natuurlijk naar hetzelfde evenement als ik. ‘Het is wel jammer dat de NS nog tot dinsdag zo blijft rijden’, zegt vader. De dochter kijkt hem aan. ‘Er rijden minder treinen he?’ ‘Ja’, reageert vader. ‘Laat uitgerekend mijn trein de trein zijn waar ik altijd in zit. Ik doe er een stuk langer over’

‘Als het dooit moet je wel uitkijken voor wakken, merkt de zoon op. Vader en dochter knikken. ‘Hoe zit dat eigenlijk met wakken?’ vraagt de zoon. ‘Moet je nou wel of niet over een lichtere plek schaatsen.’

‘Dat heeft te maken met sneeuwijs. Daar zie je een wak aan de kleur. Hoe lichter het wak, hoe dunner het ijs.’ ‘Hoe komt dat eigenlijk?’ ‘Dat heeft te maken met de lichtinval’, zegt vader. ‘IJs heeft een andere breking van het licht dan water.’ Hij zegt het zelfverzekerd.

Ze knikken. De stellige beweringen van vader klinken steeds onzekerder. ‘Ik weet ook niet hoe het precies in elkaar zit. Google maar even.’ Vrijwel gelijktijdig pakken zoon en dochter de android en de blackberry. De kleine schermpjes lichten op. ‘Ik heb het’, roept de dochter. Ze begint een verhaal op te dissen over ijswakken.

‘Dat doet er toch niet toe. Wat voor een soort wakken er zijn’, reageert vader stuurs. ‘We hebben maar tot Amsterdam Zuid. De zoon bladert op zijn blackberry. ‘Sneeuwijs kan levensgevaarlijk zijn’, draagt hij voor. ‘Het sneeuw smelt op het ijs en vriest later weer op. Dat ijs is levensgevaarlijk.’ ‘Precies’, zegt vader. ‘Dat bedoel ik.’

De trein rijdt het station binnen. Amsterdam Zuid staat op de informatieschermen. De temperatuur buiten: -2.

11 februari 2012

Extreme dienstregeling

image
Bevroren wissels

Het verwondert mij dat NS blijkbaar onbeperkt een andere dienstregeling mag inzetten als het een week vriest. De weersomstandigheden zijn namelijk niet sterk gewijzigd sinds vorige week vrijdag. Er is geen extra sneeuw gevallen en het vriest niet extreem. Toch rijden de treinen meer dan een week niet volgens normale dienstregeling. Niet het weer, maar de dienstregeling is extreem.

In mijn geval betekent het een langere reis en vooral een ongemakkelijkere reis, met vaak een extra overstap. Voor een keer niet erg, maar een week in overvolle treinen is niet prettig.

De wissels krijgen de schuld. Onterecht want een wissel is vooral een flexibiliteit in het spoorwegnet. Spoorwegnetten die met dit soort ‘extreem’ winterweer goed rijden, hebben veel meer wissels. Met een extra wissel creëer je een extra mogelijkheid van spoor te wisselen. Hiermee ontlast je andere wissels.

Het probleem van de trein is veel groter dan een paar wissels. Ik mis samenwerking en betrokkenheid. En ik mis kennis en de bereidheid van andere spoorwegen te leren. De processen zijn voor de NS en prorail belangrijker dan de reiziger. Voor de NS is punctualiteit belangrijker dan de klant. Daar wordt ze door de politiek op afgerekend, terwijl de reiziger juist centraal zou moeten staan.

Als de politiek zich daarop concentreerde en niet op wissels, dan kan het probleem verholpen worden. Maar dat is de moeilijke weg en daar zijn politici over het algemeen bang voor.