10 december 2014

Vooruit bladeren (2) - #50books

image

Na het lezen van die prachtig reisverhalen werd ik wel nieuwsgierig naar de persoon die ze schreef. Daarom vroeg ik de biografie van Bob den Uyl aan Sinterklaas. Het zat in mijn surprise. De dag na het feest vulde ik met het lezen van delen uit dit boek.

Ik betrapte mij erop dat ik direct bij het einde begon: de dood van de held. Ik wilde weten hoe hij aan zijn eindje komt. Dat doe ik bijna altijd als ik een biografie opensla: beginnen bij het einde. Het drama van de mensen bij het graf en nabestaanden die de held vereren in toespraken en necrologieën.

Zo ook bij de biografie van Bob den Uyl. Een beetje onthutsend. Draait het bij een biografie niet om het einde draait, maar om het leven dat naar het einde leidt?

Gelukkig beantwoordde biograaf Nico Keuning aan mijn vraag in zijn conclusie:

Inderdaad, Bob den Uyl is nog springlevend. (419)

Daarom ga ik zeker nog verder met de biografie met als titel: Een zeker onbehagen, een biografie van Bob den Uyl. Ik zal bij het begin beginnen.

Beloofd.

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 47 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

09 december 2014

Vooruit bladeren (1) - #50books

image

Begin ik weleens bij het einde van het boek? Niet zo vaak. Soms als een boek heel spannend is, neig ik door te bladeren naar het einde. Dat gebeurt gelukkig niet zo vaak. Ik hou niet zo van spannende boeken.

Het verhaal zelf biedt genoeg spanning om het zelf verder te lezen. Al moet ik toegeven dat ik bij het voorlezen van Tonke Dragts Brief aan de koning en Geheimen van het Wilde woud dikwijls vooruitbladerde.

Ik dacht altijd dat ik elk boek keurig bij het begin begon, soms een eindje doorbladerde, maar ik vond dat ik altijd heel eerlijk een boek van begin tot einde las. Tot ik door mijn Sinterklaascadeautje aan het bladeren was. Het is de biografie van Bob den Uyl, geschreven door Nico Keuning met de titel Een zeker onbehagen.

Vorig jaar rond deze periode zag ik het in de ramsj liggen in Utrecht. Ik stond te dubben of ik het niet wilde kopen, maar gezien mijn situatie durfde ik niet over te gaan tot de aankoop. Want waarom zou ik een biografie kopen over iemand die ik nog nooit gelezen had.

Tot ik in de boekenweek een bundel reisverhalen van Bob den Uyl kocht en las. Het reizen vereist sterke zenuwen is literatuur op zijn best. Zeker ook omdat deze Rotterdammer de twee geneugten van reizen vaak combineert: treinen en fietsen. Ik genoot van de fietsrit die hij maakt door Duitsland en waarbij een lekke band een heus avontuur wordt.

Morgen het vervolg…

#50books

Dit is het eerste antwoord op vraag 47 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

08 december 2014

Boekentips

image

Bij het struinen in een Kringloopwinkel speur ik ook naar de tekst voorin een boek. Zo stuitte ik laatst op een gedenkwaardig advies voorin een boek van Kees van Beijnum, De ordening.

Er stond:

Litteratuur, volgens mijn vriendin (lerares ned) een absolute aanrader. Interessant, maar 1x lezen voldoende.

Zojuist een dikke pil van Kees van Beijnum gelezen, heb ik het boek maar laten liggen.

07 december 2014

Sinterklaassurprise

image

Omdat ik maar een klein cadeautje had en ik toch een kleine surprise wilde maken, kocht ik een chocolade Sinterklaas. Het holle snoepgoed zou genoeg ruimte moeten hebben om het kleine voorwerp in kwijt te raken. Ik vertelde het ideetje aan Inge. Zij vond het een geweldig idee: een echte Sinterklaassurprise

Ik pakte het kleine cadeautje in en zij hielp mee om de Sint open te maken. Hij is van twee helften gemaakt en dat is makkelijker te openen en dan een stuk van de Sint overdwars los te snijden.

Nadat het cadeautje erin is gelegd, hebben we de twee helften weer aan elkaar gelijmd door de chocolade te smelten. Mijn aankoop bestond uit een Sint en een Piet, waardoor de Piet als extra hechtmateriaal diende.

Een grappige surprise voor mijn zwager is het resultaat.

06 december 2014

Bruggetje

image

Het bruggetje waar ik overheen loop als ik met de honden het Den Uylpark in wil, wordt opgeknapt. Zodoende loop ik al meer dan een week een aardig eind om. Dat het in het donker moet, is al niet zo motiverend, dat ik nu extra om moet lopen, maakt het nog minder plezierig.

Vanmorgen ben ik maar eens gaan kijken naar de vorderingen. Van de gemeente begrijp ik dat ze het houten bruggetje vervangen door een duurzamer exemplaar waarin meer metaal is verwerkt voor de stevigheid.

image

Na iets meer dan een week werk, staat de basis er. Twee grote stalen steunen in het midden van het water. Ze zijn op de twee betonnen eilandjes geplaatst en vervangen de houten pilaren die er eerst stonden.

Aan elke waterkant is de wapening gereed voor het leggen van de zijsteunen in beton gegoten. Bij de vorige brug was dit ook niet het geval. De houten zijkanten verzakten snel en vielen zo om.

image

Het werk zou volgens het bordje op 10 december klaar zijn. Het lijkt me sterk dat ze dat halen, maar ze zijn ook een paar dagen te laat begonnen. Dat betekent nog een groot deel van de maand omlopen.

Het aanleggen van het bruggetje naar Stedenwijk-Noord een paar jaar terug duurde zeker een week of zes. Ik vraag me af of we voor het eind van het jaar over het vernieuwde bruggetje naar het park kunnen lopen.

05 december 2014

Conrads Hart der duisternis

image

Na het lezen van Redmond O’Hanlons Congo en Dark Star Safari van Paul Theroux pakte ik er Joseph Conrads Hart der duisternis weer bij. Ik las het tijdens mijn studie voor een college over koloniale literatuur. Het boek behoort tot de klassiekers van de Engelstalige literatuur.

Zoals vaker gebeurt levert de koloniale literatuur een klassieker op voor de hele literatuur. Hetzelfde is in Nederland het geval bij de Max Havelaar en Stille kracht. De confrontatie met de andere cultuur vraagt een nieuwe manier van kijken naar jezelf en de ander.

Veel Afrika-reizigers koesteren een grote liefde voor Conrads Hart der duisternis. Misschien dat de verwoording van de angsten hen aanspreekt. Mogelijk de verhaallijn van de observerende kapitein Marlow. Of de brute daden van meneer Kurtz, zodat je je afvraagt wie de wilde is. Zo wordt het boek meer dan een koloniaal boek. Het grijpt tot in de diepste zielenroerselen van de mens.

Ik heb de vertaling van Bas Heijne gelezen. Een boeiende vertaling die volgens de vertaler zelf het midden houdt tussen vrij en letterlijk. Een vertaling zoals het moet.

Het verhaal begint op een schip dat in de monding van de Theems ligt. Charlie Marlow zit daar met een groepje mannen op het dek. Ze wachten op een gunstige wind. De zee verbindt de heren. Terwijl ze zo de zon in de zee zien zakken, begint Marlow te praten over zijn ervaringen in Congo.

Hij krijgt een aanstelling als schipper op een rivierstomer, maar bij aankomst blijkt de stomer op de bodem van de rivier te liggen. Hij probeert hem weer te repareren, maar de noodzakelijke materialen – klinknagels – ontbreken. Terwijl hij eerder op zijn reis overal klinknagels zag liggen, zijn ze hier nergens te vinden. Hij legt zich erbij neer.

Verderop in het boek vaart hij op de rivierstomer. Hoe hij tot deze daad is gekomen, blijft achterwege. De vaartocht voert naar de buitenpost van meneer Kurtz. Overal heerst de dreiging. Zeker als ze vanaf de over worden aangevallen door wilden.

Dat eigenlijk Kurtz achter deze aanval zit en deze despoot een hele greep van die wilden in bedwang heeft, blijkt later pas. De schedels rond zijn verblijf getuigen van zijn daden:

Ze zouden nog meer indruk gemaakt hebben, deze hoofden op de staken, als ze niet met hun gezichten naar het huis toegekeerd hadden gestaan. Slechts één ervan, degene die me als eerste was opgevallen, keek mijn kant op. (102)

Als hij tevergeefs de zieke Kurtz uit de rimboe haalt, bezoekt hij later Kurtz’ verloofde en verzint zijn laatste woorden omdat de waarheid te hard is. Dat terwijl het voor Marlow een raadsel is wat Kurtz nu eigenlijk precies van beroep was:

“Hij had het in zich om heel groot te worden,” zei de man, die geloof ik organist was, met sluik grijs haar dat over een vettige jaskraag viel. Er was voor mij geen reden om aan zijn woorden te twijfelen en tot op de dag van vandaag kan ik niet zeggen wat Kurtz’ van beroep was, of hij er ooit wel een had – en welk van zijn talenten het grootst was. (128)

Het zo blijft het verdere leven van deze schurk een groot raadsel en lukt het de verteller Marlow niet om de schurk een menselijk gezicht te geven. En juist dat is de kracht van het verhaal, het ontbreken van een waardeoordeel van de verteller Marlow. Hij vertelt alleen maar het verhaal over zijn zoektocht naar Kurtz en daarbij verhaalt hij over de diepe, rauwe kant van de mens.

En dat verklaart de liefde voor het verhaal zoals reizigers als Redmond O’Hanlon en Paul Theroux dat hebben. Het lukt mij nog niet helemaal door te dringen in het verhaal. Waarschijnlijk is dat de kracht van Joseph Conrads roman.

Joseph Conrad: Hart der duisternis Oorspronkelijke tekst: Heart of Darkness. Vertaling en nawoord Bas Heijne. 2e druk. Uitgeverij Contact (Pandora Pocket), 1997. ISBN 90 254 5725 8. 144 pagina’s.

04 december 2014

Spuwen - #WoT

image

spuwen (overg.; spuwde, h. gespuwd) [~ Lat. spuere, Gr. ptuein, 1 (formeler dan spugen) speeksel enz. uit de mond uitwerpen: hij spuwt op de grond; verboden te spuwen; (uitdr.) iem. in ’t gezicht spuwen, hem diep beledigen; (uitdr.) op iem. of iets spuwen, hem of het diep verachten; (uitdr., litot.) in iets niet spuwen, het graag lusten; in de handen spuwen, als symbool van hard werken; 2 (formeler dan spugen) braken: bloed, gal spuwen; (uitdr.) vuur en vlam spuwen, zie bij vuur (1); (bij verg.) (van een vulkaan) de Vesuvius spuwt soms vuur.

In de gerestaureerde tramrijtuigen waarin ik afgelopen zomer zat, viel mij de vele betuttelende bordjes op. Ze hingen overal en bevatten allerlei geboden en verboden. ‘Niet spreken met de bestuurder’, was er eentje. Maar de meest opvallende was ‘niet spuwen’.

In Jan Cremers boek Ik Jan Cremer komt de uitleg van dit verbod aan de orde. Hij reist in de vroege ochtend naar de fabriek waar hij een baantje heeft om voor zijn lief te kunnen zorgen. Hij stapt nog midden in de nacht op de bus vol met fabrieksarbeiders.

We schommelden door het landschap. Af en toe stopte de bus en kwamen er een paar frisse arbeiders binnen. Ze hadden allemaal tassen bij zich en petten op. Ze kauwden op sjekkies, bruingeworden aan het eind. Ofschoon er NIET SPUWEN op een bordje stond, rochelden ze een voor een op het middenpad. En wreven het dan uit met hun beslagen werkschoenen tot een drillerige vlek. (142)

Dat was in de jaren 1950. Ik reis regelmatig voor mijn werk in het openbaar vervoer, maar heb de rochelende lui niet meegemaakt. Het verhaal van Jan Cremer laat hiermee een historische werkelijkheid zien die niet zo ver achter ons ligt.

Jan Cremer moet heel smerig werk doen bij een varkensslachterij. Hij verzet zich tegen de autoritaire houding van de leidinggevende en schopt stennis. Dit heeft hij niet afgesproken en hij verlaat het pand pas nadat hij zijn loon heeft gekregen. Zo hoeft hij ’s morgens niet meer met de rochelaars te reizen. Hij laat zijn liefje ook spoedig in de steek omdat het avontuur lonkt.

Jan Cremer: Ik, Jan Cremer Amsterdam: De Bezige Bij, 1964. ISBN 90 234 2444 1. 365 pagina’s.

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog.

De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Vanaf september 2014 hou ik het stokje in mijn hand. Schrijf vandaag mee over het woord ‘Spuwen’.

03 december 2014

Nederlandse Jack Kerouac?

image

Nieuwsgierig geworden door de verhalen van Jack Kerouac vond ik het tijd worden mij eens te verdiepen in de Nederlandse variant op dit boek: Ik Jan Cremer. Zodoende sloeg ik het boek open en begon te lezen over de avonturen van deze schelm uit Enschede. Het boek verscheen overigens 50 jaar geleden en sloeg in als een bom.

In niks doet Ik Jan Cremer mij denken aan Jack Kerouac. Het is veel meer een schelmenroman die pas verderop lichte associaties oproept met de roman On the Road van Jack Kerouac. Het is aanvankelijk een echt jongensverhaal dat opent met de oorlogsjaren en de jeugd van de ik-verteller die zich Jan Cremer noemt.

Hij is een held, zoals in strips en jongensboeken. Een held die al rovend en versierend door het leven gaat. Die houding houdt hij het hele boek vol. Hij versiert het ene knappe meisje na het andere en weet zich staande te houden met levenswijsheden. Zoals deze over leren en de onzin van naar school gaan. Op straat leer je jezelf pas echt iets:

Schoolgaan vond ik ergerlijk tijdverdrijf, ik heb er met opzet niks geleerd. Alles wat ik geleerd heb, heb mezelf geleerd. En heeft de ervaring me bijgebracht. En waarom zou ik niet. Waarom zou ik ook luisteren naar ouwe lullen, die zwetsen over de grootste gemene deler en het persoonlijk aanwijzend voornaamwoord in de onvoltooid verleden tijd. Of de tekenleraren met schaduwpartijen en de echtheid van het levende perspectief. Aan m’n laars ermee. (56)

Jan Cremer zou zijn kinderen nooit naar school sturen. Het kost alleen maar poen. Of ‘bisnes’ zoals Jan Cremer het noemt. Poen voor een sigaartje op de verjaardag van de meester. Ondertussen schavuit Jan Cremer in het boek lekker verder en belandt spoedig in de jeugdinrichting waar hij zich ook het leven onmogelijk maakt.

Het zijn patserige verhalen, die eigenlijk best ergeren en weinig vormen van reflectie bevatten. Pas verderop wordt het verhaal interessant en verliest de schelm het van de avonturier. Ik heb met meer plezier de verhalen gelezen als hij in het vreemdelingenlegioen in Algerije zit en vecht voor de goede zaak. Het zijn de verhalen die zich losmaken van schelm en het boek even verheffen uit de baldadigheid.

Jan Cremer: Ik, Jan Cremer Amsterdam: De Bezige Bij, 1964. ISBN 90 234 2444 1. 365 pagina’s.

02 december 2014

Grotius

image

Ik heb hem gezien: de boekenkist waarin Hugo de Groot zou zijn gesmokkeld uit Slot Loevestein. Hij zit gevangen omdat hij de kant kiest van Johan van Oldenbarnevelt. Prins Maurits geeft hem levenslang en sluit de geleerde op in Slot Loevestein. Hij werkt daar al aan een werk.

Pas na de beroemde ontsnapping in de boekenkist en vlucht naar Frankrijk, schrijft hij het werk dat hem echt beroemd zou maken. Het boek over internationaal recht De iure belli ac pacis waarmee hij de grondlegger is van het internationaal recht zoals dat nu geldt en waar het Tokio tribunaal op is gebaseerd.

Kees van Beijnum haalt Hugo de Groot regelmatig aan in zijn roman De offers. Zo vraagt de hoofdpersoon, rechter Rem Brink zich af wat Hugo de Groot gevonden zou hebben van de aanklacht zoals zij het formuleren: misdaden tegen de vrede.

Zou de zeventiende-eeuwse grondlegger van zuivere en onaantastbare ideeën over recht en oorlog dit concept verworpen hebben? (58)

Voor Brink staat Grotius heel hoog in de rang naar volmaaktheid. Hij hoort samen met Bach tot het mensenwerk waarin hij onvoorwaardelijk gelooft. In gesprek met zijn mederechters raadt hij aan om als ze in Nederland komen, zeker Slot Loevestein te bezoeken. Zeker ook omdat hij verwijst naar de onvoorwaardelijke liefde van Grotius’ vrouw Maria:

‘Een paar jaar later schreef hij De iure belli ac pacic, zijn grote werk over het oorlogsrecht. En waar zouden wij rechters van het tribunaal staan zonder dat boek, vraag ik u.’ (225)

De vrouw achter de grote man lijkt in het geval van Grotius minstens zo belangrijk. Het verhaal gaat dat zij de list met de boekenkist had bedacht. Ze is daarmee het symbool geworden van de sterke vrouw achter de grote man. Met dit gegeven speelt Kees van Beijnum in zijn roman.

Het zet het overspel van Rem Brink tegenover de onvoorwaardelijke liefde van Maria voor haar man Hugo de Groot. Zeker omdat de verteller dit verhaal situeert als de rechters met hun overgekomen vrouwen zijn. Rem Brinks vrouw Dorien scoort hoge ogen bij zijn collega’s. Zo zegt Lord Patrick tegen hem:

‘[J]ij bent een verdomde geluksvogel met deze vrouw’.

Het is de verstokte vrijgezel die tegen de overspelige echtgenoot spreekt. Het levert Rem Brink nieuwe twijfel, want tegen zijn Japanse liefje heeft hij beloofd haar op te zoeken als zijn vrouw weer terug naar Nederland is.

Kees van Beijnum:De offers Uitgeverij De bezige bij, Amsterdam, 2014. ISBN 987 90 234 8628 2. 512 pagina’s. Prijs: € 24,90.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Kees van Beijnums roman De offers. We lazen dit boek zondag bijEen perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

01 december 2014

Vreemdgaan en De offers

image

De kracht van Kees van Beijnums roman De offers ligt niet zozeer in het verhaal van de Nederlandse rechter Rem Brink. Dat aspect doet mij sterk
denken aan een algehele trend om hoofdpersonen moedwillig de afgrond in te laten storten. Dat zag ik ook gebeuren in het boekenweekgeschenk van Tommy Wierenga waar een respectabel wetenschapper ten val komt door de liefde. Vreemdgaan en gestraft worden voor dat vreemd gaan. Het is een geliefd romanonderwerp.

In De offers gebeurt iets soortgelijks. De Nederlandse rechter Rem Brink zegt dat hij na een halfjaar verblijf in Tokio vrouwelijke afleiding nodig heeft. Het zou zijn vonnis in gevaar kunnen brengen, is zijn redenatie. Een kulverhaal vind ik.

De echte offers die geleverd worden, liggen niet bij Rem Brink maar bij de Japanners. Ze zijn in de steek gelaten door hun keizer en hebben de oorlog verloren. Hun eer is aangetast en nu moeten ze in de puinhopen te zien overleven.

Hiervoor volgt de verteller het personage Hideki. Hideki heeft meegevochten. In China is hij geraakt door een bazooka, een afscheidscadeau van de communisten. Zijn gezicht is een open stuk vlees en zijn ben is verbrijzeld. Hij keert terug naar zijn geboortedorp in de bergen, maar wordt onderweg beroofd door zijn legermaat Toku.

Het schetst de erbarmelijke situatie waarin de Japanners zijn terechtgekomen aan het einde van de oorlog. Op een heel integere manier weet Kees van Beijnum de drie verhaallijnen in elkaar te laten vervloeien.

De scènes bij de Japanners zijn de mooiste passages uit het boek. De verteller weet hier heel treffende beelden op te roepen van een volk dat in verwarring leeft en overheerst wordt door de bezetter, de Amerikanen.

Ondertussen proberen allerlei mensen een slaatje te slaan uit de ellende van de armen. Bij hen heerst de angst voor wat de Amerikanen doen en hun landgenoten. Deze wereld vol kommer en kwel geeft het verhaal een extra dimensie. Het zet tot denken aan. Want is een oorlog eigenlijk wel eerlijk? Plegen de ‘goeden’ in de strijd ook geen misdaden?

De gewone man geeft de offers, spreekt duidelijk uit het verhaal van Kees van Beijnum. Waar de offers symbolisch worden gegeven is in het dorp waar Hideki en Michiko vandaan komen. De drie kinderen die geboren worden na de verkrachting van de Amerikanen, worden in een nabijgelegen grot vermoord.

Hideki’s moeder vindt dat Michiko haar kind ook moet offeren aan de goden. Hij kan dat begrijpen. Heel treffend wordt dit verwoord:

Ze staan tegenover elkaar, hij leunend op zijn kruk, zijn moeder snuivend als een wild paard, het stuk riet in haar opgeheven hand. De afkeer druipt van haar gezicht. Die uitdrukking kent hij: zij had al het mogelijke gedaan, op de juiste en beste manier, en zit opgescheept met een verkrachte dochter en een invalide zoon. Nu is het haar ongehoorzame nicht uit de stad die haar ongenoegen en toorn opwekt. Hij neemt het zijn moeder niet kwalijk. Ze kan maar op één manier naar de wereld kijken, haar manier. Maar hij zal niet toestaan dat ze Michiko nog eens pijn doet. (286)

Michiko vindt dat ze de hand over haar eigen leven heeft. Ze neemt alle beslissingen welbewust. Ze wijst haar neef erop dat hij geneigd is de schuld van de hele wereld op zich te nemen. Ze zegt het heel treffend:

‘Lijden aan de omstandigheden, dat accepteer ik, maar lijden aan mezelf, daar pas ik voor.’ (288)

Ze is een sterke vrouw en accepteert haar lot. Daarmee vormt een schril contrast met de rechter Rem Brink. Van hem mag je verwachten dat hij rechtvaardig handelt, maar zijn houding tegen Michiko stuit je als lezer tegen de borst. Het lijkt of hij alleen maar vanuit zichzelf kan denken.

Dat is zo treffend aan De offers van Kees van Beijnum. De oosterse wijsheid staat prachtig tegenover het westers rationalisme. Het zoeken naar het evenwicht van de situatie waar anderen je in brengen en de situatie die je zelf veroorzaakt. De rol die je erin speelt. Dat lijkt voor een westerling veel moeilijker te zijn dan voor een Japanner.

Kees van Beijnum:De offers Uitgeverij De bezige bij, Amsterdam, 2014. ISBN 987 90 234 8628 2. 512 pagina’s. Prijs: € 24,90.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Kees van Beijnums roman De offers. We lezen dit boek op vandaag bijEen perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.