15 maart 2015

Hokjesgeest

image

Waanzin mag dan wel het thema van de boekenweek zijn, de psychologie mag van mij nooit de roman overnemen. Dat geldt wel voor de roman van Iedereen kan schilderen van Emma Curvers. De ik-verteller Iris Kostons probeert iedereen in haar familie in een psychische aandoening te geven. Op aanraden van haar psycholoog maakt ze het schematisch inzichtelijk wie er allemaal wat mankeert in haar familie. De conclusie snel gemaakt.

Bij iedereen zit een steekje los. Alleen haar vader Hans blijft buiten schot in het schema. Komt hij in het begin van de roman alleen maar als vreemd over, later verandert dat meer en meer gekte. Je denkt aanvankelijk zelfs dat moeder gek is.

Kerstcadeau’s in zwembad

Zo gooit moeder Elsbeth de kerstcadeau’s in het zwembad en laat de 1700 kilo wegende Jaguar XJ van de helling naar de garage glijden. Het is de ik-verteller die hier met je speelt. Ze wordt hier duidelijk beïnvloed door haar vader:

Zoals Hans het vertelt, zou het waar kunnen zijn: dat het Elsbeth is die gek is. Het is allemaal een kwestie van nadruk. Hans ziet niet per se onwaarheden, hij ziet de wereld in een andere constellatie. (120)

Verderop denkt Iris er anders over en komt ze zelf tot andere conclusies:

In vergelijking met Hans is Elsbeth een vrij uitgebalanceerde vrouw. (140)

Het probleem met Hans is echter dat hij zich niet laat vatten in een analyse uit het handboek met psychische aandoeningen, de DSM-5. Daarvoor leent de literatuur zich echter wel. Het is een waar gekkenhuis in de literatuur met personages waar allemaal wel een steekje aan loszit.

Krankzinnige familie

Dat is ook het nadeel van de krankzinnige familie waar Iris Kostons onderdeel van is. Daarmee is de verteller zelf ook niet echt geloofwaardig. Dat de gezinsleden aan Hans gekte lijden, staat buiten kijf. Wat begint als een ergernis voor de katten en marters die het huis te lijf gaan, verergert met de pagina’s tot een monster die zijn complete gezin terroriseert.

De hokjesgeest van het psychologisch handboek overheerst in Emma Curvers roman Iedereen kan schilderen. Iedereen is gek, maar moet het altijd benoemd worden. Wordt de wereld daarmee grijpbaarder? De kracht van de literatuur is juist dat de gekte niet benoemd wordt, maar het verhaal zelf vertelt.

Emma Curvers: Iedereen kan schilderen. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2014. ISBN: 978 90 254 43. 208 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Iedereen kan schilderen van Emma Curvers. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

14 maart 2015

Verantwoording

image

In zijn verantwoording bij De bidsprinkhaan geeft André Brink de bronnen prijs die hij gebruikt heeft bij zijn roman. Hierbij merkt hij iets belangrijks op. Het verhaal dat hij vertelt, staat boven de werkelijk gebeurde geschiedenis. Of zoals Brink het zelf schrijft:

Om romantechnische redenen was het soms nodig de historische feiten aan te passen. (286)

De historische werkelijkheid is daarvoor te gecompliceerd en zou het verhaal alleen maar nodeloos ingewikkeld maken, stelt de Zuid-Afrikaanse schrijver. Hij heeft daarin zeker gelijk. Het verhaal staat boven de werkelijkheid waaraan zij ontleend is.

De aanpassingen die André Brink heel zorgvuldig aangeeft, staan het verhaal niet in de weg. Juist het op de voet volgen van de historische werkelijkheid zou het verhaal heel lastig hebben gemaakt.

Gelukkig ligt de beschreven tijd ver genoeg achter ons om dergelijke aanpassingen te laten toestaan. Bij een boek over het recente verleden is het veel lastiger om grotere aanpassingen te plegen.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

13 maart 2015

Plaatsnamen

image

Een paar jaar terug gaf Bart de Graaff een boeiend boekje uit met plaatsnamen in Zuid-Afrika. Hij bezocht het politiebureau in Gouda-Noord en fotografeerde het stationsgebouw in Middelburg aan. Allemaal vertrouwde namen die iets exotisch kregen door hun bijzondere locaties.

De plaatsnamen die André Brink in De bidsprinkhaan geeft, laten een heel andere functie zien. Zoals in de opsomming van de plaatsen die Kupido aandoet bij zijn omzwervingen rond zijn standplaats Dithakong. Hij trekt met zijn ossenkar door een wereld van zand en gesteente, vertelt de verteller. Elke plaats staat voor een herinnering:

Vlermuislaagte en Makukukwe
Gemsbok, Bloubospan
en verder naar Heuningkrans en Pramberg en Denkbeeld en Grootgewaag oftwel Veelgewaagd
naar Vuilnek en Omvrede, oftewel Vrede Alom
naar Dammetjie en Titiespoort en Jakkusrus en Miershoopholte
en daarvandaan naar Diepdruppels
en Vrijboom en Suidsande en Geduld

Refereren de namen in Bart de Graaffs boekje naar het moederland. Hier krijgen de namen vooral een referentie naar de herinnering die Kupido met de plekken heeft. Het zijn de plaatsen die hij een naam geeft.

Plaatsen van herinnering, dat is de functie die de namen die André Brink in zijn roman geeft. De kracht van de plaatsnamen die Bart de Graaff in zijn boek geeft, is de verwijzing naar de Nederlandse tegenhanger. Ook hier zijn het plaatsen van herinnering, maar dan van de blanken die hun nieuwe plaatsen vernoemen naar de plaatsen waar ze vandaan komen.

Daarnaast besteedt Bart de Graaff ook aandacht aan de verhalen zoals André Brink die in De bidsprinkhaan vertelt. Daarmee krijgt het landschap met zijn Nederlands aandoende namen een geheel eigen plek in de herinnering.

Bart de Graaff: 1599 km tussen Amsterdam en Gouda, Een ontdekkingstocht langs Nederlandse plaatsnamen in Zuid-Afrika. Schiedam: Scriptum, 2012. 136 pagina’s. ISBN: 978 90 5594 892 5.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

12 maart 2015

Opsommingen

image

In André Brinks roman De bidsprinkhaan komt meerdere keren een opsomming voor. Zoals de lijst van de lading die verhalenverteller, muzikant en rondreizend koopman Servaas Ziervogel bij zich heeft:

suiker en koffie
eindeloos veel rollen tabak en blikken snuif
een paar halve amen arak, stenen kruiken jenever en brandewijn
naalden en garen
spijkers
kruid en lood (45/6)

De opsomming beslaat bijna twee pagina’s. Daarna merkt de verteller droogjes op dat de handelaar dit wel allemaal bij zich heeft, maar hij is voor iets veel belangrijkers gekomen:

Maar bovenal, zo deelt de man met de hoge hoed hun mee, is hij een dienstknecht van de Here der heirscharen, gestuurd om het evangelie te verkondigen in het donkere binnenste van dit heidense land. (47)

Als Kupido met Servaas Ziervogel onderweg gaat, volgt een beschrijving van de route die de twee mogelijk hebben gevolgd:

naar Bakoond en Gannahoek en Pffertjiesleegte
en dan Tweefontein en Palmietfontein,
Renosterfontein (oftewel Neushoornbron) en Eendvogelfontein: al die bronnen (elk met zijn eigen slang, de meeste met een watervrouw)
dan naar Riem en Luiperdskloof
en onderlangs de Onder-Sneeubergen en de Moordhoeksbergen (63)

De benamingen van de plekken waar Kupido komt bij zijn verdere trektochten door Zuid-Afrika, komen verderop enkele keren terug. Het geeft de roman iets modernistisch, zoals de lijsten die Alfred Döblin, James Joyce of Vestdijk in hun romans geven. Hier bij André Brink geven ze de roman extra duiding en kracht. Zeker ook omdat de plaatsnamen in Zuid-Afrika iets magisch in zich hebben.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

11 maart 2015

Spiegels

image

De hoofdpersoon Kupido Kakkerlak ziet voor het eerst een spiegel in André Brinks roman De bidsprinkhaan. Hij schrikt zich rot en weet niet wat hij aan de andere kant ziet:

Hij slaakt een gil waarvan de hele boerderij wakker schrikt, en hij tuimelt bijna achterover.
‘Nee toch Baas! Dat ding leeft.’
‘Kijk nou eens goed.’
Op handen en voeten sluipt hij naderbij, schuin van opzij, en loert voorzichtig om de rand. Hetzelfde gezicht kijkt naar hem terug. Een levendig gezicht, met scherpe ogen als van een stokstaartje, zwarte plukjes op zijn kop. Kuipodi slaat allebei zijn handen voor zijn gezicht om zich achter te verschuilen. De mens voor hem doet precies hetzelfde. (52)

Kupido is erdoor gefascineerd en het laat hem niet los. Hij is vervuld van het beeld dat de handelsreiziger Servaas Ziervogel heeft meegenomen. Het is tovenarij, vindt hij.

Als hij later afscheid neemt van Servaas Ziervogel krijgt Kupido een spiegel van de lange, raadselachtige man als afscheidsgeschenk. Het is een heilig voorwerp voor hem:

Met dit voorwerp in zijn bezit kan Kupido de confrontatie aan met alles wat de toekomst voor hem in petto heeft. Jarenlang zal hij de spiegel zorgvuldig in het zwarte krip gewikkeld houden; alleen bij speciale gelegenheden haalt hij het eraf om van gedachten te wisselen met die overal aanwezige vreemdeling, die tevens, op onverklaarbare wijze, een andere ik blijkt te zijn (68)

Hij houdt de spiegel bij zich alsof het zijn identiteit is. Het helpt hem door barre tijden en laat hem nooit in de steek. Tot de spiegel onderweg naar Graaff-Reinet valt en in duizend scherven uit elkaar valt. Kupido is ontroostbaar. Hij valt op zijn knieën en barst in tranen uit. De hele nacht slaapt hij niet en staart de duisternis in.

In zijn hand had hij een enkele spiegelscherf vastgeklemd, alsof hij zich vast had voorgenomen die naar de onbekende en onkenbare toekomst mee te nemen. Deze ene keer leek zijn geloof niet berekend op wat er gebeurd was. (217)

Als hij later in Dithakong zit en zijn vrouw Katryn hem verlaat, geeft Kupido haar de spiegelscherf.

‘Het is alles wat er nog van me over is,’ verklaart hij en hij drukt het in haar hand. (260)

Het drukt op een mooie manier uit hoe Kupido Kakkerlak zijn identiteit langzaam verloren is. Het geloof dat hem beroofd heeft van zijn verleden en daarmee ook van zijn identiteit. De spiegel staat daar symbool voor. Een mooie vergelijking waarmee André Brink op treffende manier de spiegel tot metafoor maakt van het kolonialisme en het geloof dat de blanken met de spiegels aan de Afrikanen brachten.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

10 maart 2015

Honden

image

In Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd halen Charles den Tex en Anneloes Timmerije verschillende honden aan. Het begint bij het kleine hondje dat Lienke en Guus hebben, Jippy, een kleine foxterriër.

De hond verdwijnt uit het verhaal. Het is onduidelijk wat er met het beestje gebeurt als Lienke en haar moeder in het vrouwenkamp belanden. Lienke denkt terug aan het lot van het hondje als ze ziet hoe de Japanners een hond mishandelen.

Eerst moeten de jongens van het kamp de dieren in opdracht van de Japanners slaan met stokken. Als de kinderen dat weigeren, nemen de soldatem het over. Iedereen in het kamp moet in een lange rij verplicht toekijken hoe de dieren worden doodgeslagen.

Lienke ziet hoe een wit hondje weet te ontsnappen en wegrent. De soldaten die achter het hondje aan rennen, weten het diertje niet te pakken te krijgen. Ze probeert zich in te beelden dat haar hondje Jippy zich ook zo heeft weten te redden.

In de holle stilte na de slachtpartij, als de vrachtwagen is vertrokken en de vrouwen en kinderen naar de straat vol bloed, urine en angstpoep staren, zegt zuster Rosalinde zachtjes, tegen niemand in het bijzonder: ‘Met al het gesar heeft Nippon ons nooit aan het huilen gekregen, maar nu heeft hij zijn zin.’ (319)

Ook Guus denkt aan Jippy. Zeker als hij een hond krijgt die hij overal mee naartoe neemt. De hond is ook een fox, net als Jippy thuis in Indië. Guus noemt het beest Jippy. Het dier vrolijkt hem op en is zijn trouwste metgezel. Ook bij alle spionage-activiteiten die zijn baas uitvoert. Het beest voelt perfect aan wie goed en wie fout is.

Guus leert het dier zelfs parachutespringen. Ze maken een speciale minichute voor Jip van een afgedankte parachute. Na wat oefeningen met een steen, mag de hond zelf. Jip hangt boven het geopende bommenluik.

‘Daar ga je Jip’, zegt hij en laat haar los. De chute opent zich en langzaam zweeft ze naar beneden tot ze keurig op haar pootjes landt en blij naar Hutchinson rent, die haar staat op te wachten. Met verbazing en opluchting kijkt Guus naar zijn hondje, dat hem grenzeloos vertrouwt. (202)

Het verhaal van Jip die overal meevliegt vormt en mooie tegenhanger voor de dramatische gebeurtenissen in het Jappenkamp. Het staat symbool voor het verhaal waarin de jongensachtige vliegavonturen zich afwisselen met de vreselijke ontberingen in het kamp. Het is daarmee echt Het verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd.

Charles den Tex & Anneloes Timmerije: Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd. Breda: De Geus, 2014. ISBN: 978 90 445 3348 4. 416 pagina’s. Prijs: € 19,95.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde en laatste bijdrage over Het vergeten verhaal van een onwankelbare liefde in oorlogstijd van Charles den Tex en Anneloes Timmerije. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

09 maart 2015

Hendrick Avercamp

doris-voor-haar-lievelings-avercampNa het bezoek aan de Late Rembrandt lopen we nog even door de vaste expositie. Doris wil al een tijdje heel graag het werk van de Stomme van Kampen zien. Er hangen twee schilderijen van Hendrick Avercamp in het Rijksmuseum. Het zijn twee winterlandschappen.

vissers-avercamp

Als we in de betreffende zaal komen, valt ze stil en staat met open mond te kijken. We beginnen bij het kleinste schilderij. Ze geniet van alle details en de grote hoeveelheid verhalen die in dat ene schilderij zijn samengebald. Niet iedereen staat op de schaats.

detail-van-de-zwerver-van-avercamp

Een jongen vooraan houdt de schaatsen in zijn arm. De bedelaar in lompen gehuld staat midden vooraan en trekt de aandacht. In de vele arresleetjes zitten stelletjes met Venetiaanse maskers voor hun ogen.

handtekening-van-avercamp

Het andere schilderij vraagt veel meer aandacht van haar. Ze staat heel aandachtig te kijken naar de grote compositie en zuigt alles wat erop staat op. Zo wijst ze mij op de tekst op het huisje links vooraan. Daar staat de naam van de schilder: Henricus Av.

avercamp-winterlandschap

Daarna kijkt ze naar het hele schilderij heel uitvoerig met een beschrijving erbij. De andere museumbezoekers kijken snel naar het schilderij en daarna met veel meer aandacht naar het meisje dat helemaal opgaat in het schilderij. Ik geniet van het beeld.

image

Net als dat ik er later van geniet als ze voor De nachtwacht staat en de twee hoofdpersonen vooraan het schilderij nadoet. Ze legt haar hand open naar het schilderij toe en doet een stap naar voren. Een mooi beeld van een gespiegeld schilderij. Bijna een idee voor een kunstwerk: een levende nachtwacht gespiegeld voor de echte.

image

08 maart 2015

Boekenergernissen: uitlenen - #50books

image

Het uitlenen van boeken, daar doe ik niet aan. Het is mijn gouden regel geworden, omdat ik een aantal boeken na uitlening nooit meer terugzag. Sommige van mijn familieleden hebben er een handje van om te vragen naar boeken die net zijn uitgekomen en dan deze nieuwe boeken te lenen. Het beroemdste geval is de keer dat ik voor Sinterklaas een boek vroeg, dat kreeg, dat iemand meteen wilde lenen.

Ik heb er jaren naar gevraagd tot ik 10 jaar na het lenen met heel veel verontschuldigingen een nieuw exemplaar van het boek kreeg. Het oude hoefde ik niet meer terug. Dat was door lener al stukgelezen. Het was de bijbel van Nico ter Linden. Mijn interesse voor het boek was genoeg weggeëbd om het te gaan lezen. Maar het staat weer in mijn boekenkast…

Ook leende iemand ooit een biografie van de popzangeres Courtney Love van mij. Dat boek heb ik 15 jaar geleden uitgeleend en nooit meer teruggezien. Het vragen naar dit boek ben ik intussen gestaakt. Het is zinloos om altijd dezelfde vraag te stellen en dan hetzelfde antwoord te krijgen.

Het vervelendste aan uitlenen is dat je zelf achter je uitgeleende boeken aan moet zitten. Die ander heeft het dan nooit uit als je ernaar vraagt, waarna de lener toezegt er binnenkort aan te beginnen. Dat begin is er eveneens nooit. Het levert veel ergernis op. Zoveel dat ik niet meer uitleen.

Dan stuit je op een nieuw probleem: als je je boeken niet uitleent en je vertelt heel enthousiast over een boek, is het heel vervelend als iemand na je verhaal het boek ook wil lezen. Dat komt niet zo aardig over. Je vertelt trots over je bezittingen, maar blijft er met een gestrekt lichaam overheen hangen: afblijven! Een lastige spagaat, zeker als je enthousiast bent over sommige boeken. Daarom ben ik maar begonnen erover te bloggen en er wat minder over te vertellen.

Overigens ben ik zelf ook niet de beste lener. Ik heb in het verleden ook boeken geleend van anderen en ook heel laat teruggebracht. Zo gaf ik een vriend jaren na het lenen een boek terug. Ik had het speciaal ingepakt als cadeau en vergezelde het boek met heel veel verontschuldigingen voorin.

Hij pakte het uit en keek er met vreemde ogen naar. Was het van hem? Dat kon hij niet geloven. Immers, het boek stond in zijn boekenkast. Het was een ander exemplaar. Na lang graven in zijn geheugen, herinnerde hij zich dat hij vrij snel na het uitlenen een ander exemplaar tegenkwam en het kocht.

Niet iedereen doet zo moeilijk over uitlenen als ik. De schrijver Bernlef zei eens in een interview dat uitlenen hielp zijn bibliotheek binnen proporties te houden. Het nadeel was wel dat de boeken die hij uitleende, wel de boeken waren waar hij zelf enthousiast over was. Zo kon hij ze nooit meer herlezen. Maar de oplossing voor dit probleem was heel simpel: dan vraag ik voor mijn verjaardag gewoon een nieuwe.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 10 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

07 maart 2015

Schetsen en etsen van de Late Rembrandt

album-amicorum-pandora-jan-sixIn de kleine schetsen en etsen toont Rembrandt zich eveneens de meester. Neem de vale tekening die hij maakte in het liber amicorum van Jan Six. Of de kleine tekening van de leeuw, aan het begin van de expositie. De berberleeuw is heel fijn getekend, ondanks de ruwe pennenstreken.

rembrandt-elsje-christiaans

Of de kleine tekeningen van Elsje Christiaens, het Deense meisje dat met een bijl haar hospita te lijf ging. Ze is door Rembrandts tekeningen altijd in de herinnering blijven leven. De gedetailleerde tekeningen uit het leven van alledag brengen de Gouden eeuw heel dicht bij je. Rembrandt als intermediair van toen naar nu.

rembrandt-berberse-leeuw

De drie etsen van de drie kruisen, drie staten van in totaal vier staten. Ze verschillen van elkaar als dag en nacht. Dat geldt ook voor andere etsen van Bijbelse taferelen, zoals De aanbidding van de herders, De kruisafname bij fakkellicht en De graflegging. Etsen waaruit je afleidt dat Rembrandt heel nauwgezet bij het productieproces betrokken was.

image

Al die beelden en indrukken zorgen er ook voor dat je overvoerd raakt. Dat komt ook omdat het verschrikkelijk druk is. Wij lopen hier op maandagochtend rond, maar het is dringen voor de schilderijen. Zeker de grotere werken vragen om geduld en om mensen heen kijken. Soms zou je liever door ze heen kijken. Zeker als ze met zo’n koptelefoon van de audiotoer op hun hoofd hebben.

rembrandt-joods-bruidje-detail

06 maart 2015

Verrassingen bij de Late Rembrandt

rembrandt-samenzwering-claudius-civilisIk zie bij de tentoonstelling de Late Rembrandt heel veel grote verrassingen. Zoals Lucretia die zelfmoord moet plegen. Een indrukwekkend schilderij. Er hangen er twee, maar deze is werkelijk adembenemend. De tranen in de ogen die uit het doek lijken te vallen. Samen met de aangrijpende emotie op haar gezicht. De worsteling en het verdriet. De schande die haar letterlijk bij de keel grijpt en dwingt een einde aan haar leven te maken.

rembrandt-jonge-titus-aan-lessenaar

De jonge Titus aan de lessenaar: heel indrukwekkend zoals dit kind geportretteerd is. Er spreekt onschuld uit het beeld. De diepte komt heel mooi tot uiting in het schrijfgerei dat over de lessenaar valt. De pen in de hand en de ogen verzonken in het werk. Een schitterend schilderij dat nog lang op je netvlies blijft staan.

rembrandt-juno

Het schilderij Juno pakt mij ook. De brede vrouw die zelfverzekerd terugkijkt. Ze draagt treffende kleding. De volle haardos, de krullende lange haren geven haar iets koninklijks. Net als de scepter die ze in haar hand vasthoudt en de kroon die haar hele houding bepaalt.

image

Dan de samenzwering van Claudius Civilis: de eenogige Bataafse leider Claudius Civilis grijpt je bij de kladden. Je schiet gewoon in paniek als je hem ziet, de zwaarden die over elkaar liggen. Het doek is in geel gedrenkt: wat een kleuren. Ze geven het schilderij veel geheimzinnigs. Mogelijk komt het door de unieke belichting van onderaf. Het maakt alle personages op dit schilderij tot mythische figuren.

rembrandt-simeon-met-kindje-jezus

Veel Bijbelse taferelen zijn heel aangrijpend. De zegen van Jakob aan de beide zonen van Jozef, de strijd van Jakob tegen de engel. Hier zie je duidelijk hoe hij vooral met zichzelf vecht. Simeon, de oude grijsaard, die dankbaar de baby Jezus op de arm heeft. Alleen het beeld is al prachtig. Het verhaal erbij is nog mooier. Rembrandt weet de ouderdom en het pasgeboren leven heel mooi samen te laten smelten. Een treffend beeld met prachtig licht.

rembrandt-apostel-bartolomeus

Dat geldt ook voor de ruwe gezichten die Rembrandt gebruikt in zijn schilderijen. Het zijn gewone mensen, uit het dagelijks leven die hij weet te vangen in zijn schilderijen. Zoals De apostel Bartolomeus waarbij het gezicht spreekt alsof het een man is die net in de trein tegenover je zat.

image

De vergelijking van schilderijen is ook geweldig. Net als De Joodse bruid die naast een Familieportret hangt. Niet voor niks, de personages lijken op elkaar. Net als dat de techniek van beide schilderijen sterk overeenkomt. De belichting, grootte en weergave doet eveneens sterk verwant aan. Een unieke kans om ze allebei naast elkaar te zien.

portret-van-jan-six

Bij het schilderij van Jan Six valt weer op hoe effectief Rembrandt zijn klodders verf op het doek verwerkt. De manchet is als je het goed bekijkt een ordinaire verfklodder, maar het is doordacht op het doek gekomen. Daarmee smelt het volmaakt samen met de rest van de compositie.

rembrandt-detail-batseba-die-brief-leest-david

 

Lees de vervolgplog: Schetsen en etsen van de Late Rembrandt