11 april 2015

De kip die dacht dat ze kon vliegen

image

Er zijn van die boekjes die je zo ineens tegenkomt. Het is voor mij de reden om bijvoorbeeld mee te doen met #eenperfectedagvoorliteratuur van Notjustanybook.nl. Juist dat onverwachte boek waar je zelf niet aan dacht, treft je.

Daarom loop ik elke week als ik op de markt ben, even de Nieuwe bibliotheek binnen. Dan kijk ik snel even bij de nieuwste aanwinsten. Zo zag ik vorige week liggen het boekje De kip die dacht dat ze kon vliegen van Sun-Mi Hwang. Misschien omdat ik nog niet zo’n zin heb in de dikke pil van Alex Boogers of om een andere reden, maar ik las het boekje deze week.

Modern Koreaans sprookje

Het is een modern Koreaans sprookje en gaat over een kip. Ze noemt zichzelf Spruitje. Het refereert naar de beginnende blaadjes aan de acaciaboom die voor haar kippenhok staat. Spruitje is de beste naam die ze aan zichzelf kon geven.

Een spruit groeide uit tot een blad en omhelsde de wind en de zon voordat hij neerviel, verging en veranderde in een mulch, waardoor er opnieuw kleurige bloemen konden groeien. Spruitje wilde iets doen met haar leven, net als de spruiten op de acacia. Daarom had ze zichzelf naar hen vernoemd. (14)

Het is haar geheim. Niemand noemt haar Spruitje. Ze noemt zichzelf zo. Spruitje is een legkip. Ze droomt ervan een ei te leggen en het uit te broeden. Het eieren leggen lukt wel, maar de boerin haalt steeds het ei weg.

image

Geen eieren meer

Als ze een ei zonder schil legt, neemt ze een radicaal besluit: ze legt geen eieren meer. Als de boer het ontdekt, haalt hij haar weg. Ze belandt in een open kuil met allemaal halfdode kippen op haar. Als ze wakker wordt, moedigt de wilde eend haar aan om te ontsnappen.

De mannetjeseend redt haar uit de klauwen van de hongerige wezel en regelt een plekje voor haar in de schuur. Daar mag ze niet blijven en ze leidt een zwervend bestaan in de omgeving van de boerderij. Continu bedreigt door het gevaar van de wezel, de boer en de wereld eromheen.

Alleen en verlaten

Als wilde eend haar verlaat en vriendschap sluit met een tamme eend van de boer, voelt Spruitje zich helemaal alleen. Tot ze op een avond veel lawaai hoort en wilde eend ziet bij een nest aan de waterkant. Er ligt één ei in het nest. Ze gaat erop zitten en broeden.

Onderwijl beschermt wilde eend haar voor de hongerige wezel. Als hij zijn leven opoffert voor zijn zoon, dan vertelt het verhaal over de bijzondere zoon die ze krijgt. Het is een eend, maar ze voedt hem op alsof het haar eigen kind is.

Sprookje over vrijheid

Daarmee is de novelle een prachtig sprookje over vrijheid, moederschap en eenzaamheid. Ze weet zich te handhaven in een woest wereld vol gevaar. Ze maakt hierbij duidelijk haar eigen keuze. De vrijheid vraagt ook heel veel van haar en wordt continu bedreigd.

Het sprookje van de Koreaanse SUn-Mi Hwang vertelt wat een sprookje hoort te vertellen. Het slaat een brug naar de wereld om je heen. Het kiezen voor vrijheid eist zijn tol, maar levert prachtige dingen op. Dat bewijst de kip Spruitje in De kip die dacht dat ze kon vliegen.

Sun-Mi Hwang: De kip die dacht dat ze kon vliegen. Met illustraties van Nomoco. Oorspronkelijke titel: Mandangeul naon amtakVertaling: TOTA/Erica van Rijsewijk. Haarlem: Uitgeverij Altamira, 2014. ISBN: 978 94 013 0155 8. 133 pagina’s.

10 april 2015

Boekenstalletje

image

Nog niet eerder ben ik ertegen aangelopen: een boekenstalletje langs de weg waar je gratis boeken kunt pakken en mag meenemen. Ik tref het als ik samen met Doris een rondje fiets.

We zijn op zoek naar het IJsvogeltje dat ik een paar dagen eerder bij de Ankeveense plassen had gezien. Nu laat het vogeltje natuurlijk niet zien. Als we in Ankeveen aankomen, zie ik langs de weg ineens het boekenstalletje staan.

image

Er staan drie rijen boeken in die de belangstellende gratis mag meenemen. Ik zie er tot mijn verbazing best een paar interessante boeken. Een boek over verzamelen met de veelbelovende titel: Een collectie is ook maar een mens waarin Eddy de Wilde, Jean Leering, Rudi Fuchs en Jan Debbaut iets loslaten over verzamelen.

Daarnaast vind ik een klein literair juweeltje van Geert Mak Het eiland en een verzamelbundel met essay’s van Gerrit Komrij Drift, Het Komrijk van Bas Heijne. Dit laatste boekje is vorig jaar uitgegeven in een reeks met verzamelbundels, samengebracht door ondermeer Kees van Kooten, Tom Lanoye en Hanna Bervoets.

image

In het deeltje van Bas Heijne is naast bekend werk ook niet eerder gepubliceerd werk opgenomen, zoals – hoe kan het ook anders bij Bas Heije – de Frans Kellendonk-lezing uit 2011.

Gelukkig als een kind neem ik de boeken mee uit het boekenstalletje. Blij vooral voor het deeltje van Komrij’s werk. Ik stond er laatst nog weifelend voor in de boekwinkel.

image

Nu vind ik het op zoek naar het IJsvogeltje. Zo lijk je altijd iets te vinden wat je niet zoekt, terwijl wat je zoekt met de noorderzon vertrokken lijkt te zijn.

image

09 april 2015

De herinnering en Proust

image

Het spel met Proust komt tot volle wasdom in Ik kom terug van Adriaan van Dis. De verteller speelt met de herinnering, de geuren en kleuren die opdoemen in het geheugen. De associaties die schijnbaar volkomen willekeurig opdoemen. De verteller zet het tussen haakjes:

(Herinneren doe je zonder na te denken, het is een instinct, schreef Marcel Proust in Contre Saint-Beuve.) (124)

De herinnering laat zich niet dwingen door het verstand, stelt de verteller. Ook is het nodig dat je alleen bent.

Het beeld verschoof. Ik zag handen een waslap in een kom uitwringen. Ik rook mijn zieke vader, een herinnering gevangen in lauw zeepwater. Een geur die ik in een zomer van mijn herinnering had opgeslagen. Mijn verstand had daar niets over te zeggen. (125)

Dan maakt de verteller mee dat de herinneringen bezit nemen van zijn moeder. Ze heeft er niet meer de hand in en de herinneringen gaan met haar aan de haal. De associaties volgen elkaar woest op. Er is geen houden meer aan.

Ze sprong door de tijd, niet als een verteller die herinneringen opriep, nee, de herinneringen namen bezit van háár. Ze verloor de zeggenschap, was niet meer de baas van haar verstand en voelde zich overgeleverd aan de chemie onder haar schedel. (266)

Het komt door de stroomstoten in haar hersenen die ze voelt, verklaart een bevriend neuroloog. Ze veroorzaken fantoomeffecten, die zijn moeder helemaal niet verbazen. Volgens haar wisten de Tibetanen dat allang. Wat Proust ervan wist, laat de verteller helaas buiten beschouwing.

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Lees ook mijn bespreking van Ik kom terug op Litnet

08 april 2015

Russische aandelen

image

Dat zijn opa een enorme gierigaard was, ontdekt de verteller van Ik kom terug als hij met zijn moeder naar haar geboortegrond is. Hij werd de Taaie genoemd, jong weduwnaar en bulkend van het land.

Als ze de moeder van de boer in haar geboortehuis ontmoet, komt al snel het echte verhaal. Opa koos voor de centen bij de stormvloed van 1953 en liet de familie van zijn overleden vrouw stikken.

Onterven

Als opa hoort dat zijn dochter een onwettig kind heeft bij een vreemde man, onterft hij haar. Ze moet op een houtje bijten in Nederland, maar haar trots houdt haar overeind.

De raadsels over het vermogen van haar vader blijven de verteller echter achtervolgen. Hoe komt het toch dat er zoveel land opeens is verdwenen na 1917. Het antwoord laat zich raden:

Haar vaders bezit was na de Russische Revolutie verdampt, van de ene dag op de andere. Hij had zijn grond beleend om te speculeren in Russische spoorwegobligaties, tienduizenden kilometers rails werden er onder de laatste tsaar aangelegd, wie een beetje geld had sprong erin. Het keerde goed uit, meer dan land ooit kon opbrengen. Tot de revolutie uitbrak, toen was het niks meer waard. Driekwart van zijn vermogen kwijt. (79)

Die krenterigheid heeft zijn dochter niet van hem geërfd. Zij is het toonbeeld van gulheid als ze geld heeft. Het is een positieve kant die de verteller opdist na een bezoek aan de psycholoog. Hij krijgt daar de opdracht te kijken naar haar goede kanten. Haar gulheid springt overduidelijk in het oog. Als ze geld heeft, deelt ze het met iedereen.

Gulheid

De gulheid wordt alleen verdoezeld door haar trots, ontdekt de lezer in de loop van de roman. In haar trots laat ze haar zoon dure bonbons kopen. Zij heeft zijn studie betaalt, dan kan hij best een lekker doosje bonbons kopen. Daarmee probeert ze iets anders geheim te houden.

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Lees ook mijn bespreking van Ik kom terug op Litnet

07 april 2015

Nesthaar

mus-eet-haar-teunWe zitten te gourmetten met uitzicht op de achtertuin. Een koppeltje koolmeesjes vliegt af en aan. Ze hebben het nestkastje betrokken dat net boven de achterdeur hangt. Het mannetje roept vanuit het Ginkgoboompje en het wijfje komt met nestmateriaal in haar snavel.

‘Hé’, zeg ik tussen twee happen door. ‘Ze heeft een beetje haar meegenomen.’ Ineens kom ik op het idee wat geplukt haar van Teuntje op te hangen. Inge heeft het bewaard in een emmertje. Eerder legde ze al wat haar in de achtertuin. Dit belandde voornamelijk in de bek van Saartje die het uit alle hoeken en gaten van de achtertuin haalde.

koolmees-eet-teun

Nu zie ik mijn kans en loop tussen twee bakbeurten even van tafel om wat plukjes in de hortensiastruik op te hangen. Aan de uitstekende takjes vlecht ik wat haar van Teun. We kunnen meteen zien of het nestmateriaal in de smaak valt of niet.

Ik zit nog niet of het mannetje ziet de plukken haar al wapperen in de wind. Hij roept het wijfje vanuit de Ginkgo. Ze komt er al aangevlogen en vliegt stukje voor stukje naar de haarplukjes. Voorzichtig trekt ze de haren los en selecteert zorgvuldig de fijnste haartjes. Daarna vliegt ze met een snavel vol teckelhaar naar het gaatje van het nestkastje. Het mannetje fluit er meteen vrolijk op los.

mus-gebruikt-teun-als-nestmateriaal

Het gefluit blijft ook andere vogels niet onopgemerkt. Binnen de kortste keren vliegen er ook musjes af op de haarplukken in de hortensia. Zij gaan wat ruiger te werk en trekken meteen alles los. De haarplukken vliegen door de lucht. Behendig komt het koolmeesvrouwtje eraan gevlogen en vangt de pluisjes op.

Zo krijgt het nestje zijn fluweelzachte bekleding met het zachte haar van onze teckel Teuntje. Die lijkt er wat minder enthousiast over. Zij vliegt af en toe wild naar het raam als een vogel iets te dicht in de buurt komt. Als ze in de tuin is, tuurt ze voortdurend omhoog op zoek naar overvliegende nestgangers.

mus-met-nestmateriaal

De vogels lijken zich weinig aan te trekken van de Teuns drukte. Zij trekken vooral de haartjes los. Een hele dot haar houden ze vast in de snavel en daar vliegen ze mee weg. Het verbaast mij nog hoe ze zich weten te balanceren met al dat nestwaar in de snavel.

koolmeesje-in-ginkgo

 

Dank aan Inge voor het schieten van de mooie foto’s.

06 april 2015

Paasvuren rijden

image

De Paasvuren of Poasboakes in Twente ken ik al sinds ik Inge ken. De eerste Pasen die we samen vierden, reden we ’s avonds Almelo uit over alle landweggetjes op zoek naar paasvuren. We kwamen de eerste al bij Mariaparochie tegen. Daarna ging het verder tot aan Ootmarsum toe. Terug deden we ook nog even het baken van Tubbergen aan.

Later hebben we het ook regelmatig gedaan. Toe ik organist was in Langeveen, zijn we naar het Paasvuur van dit dorpje onder Tubbergen gegaan. Het geeft een gevoel van saamhorigheid om daar met zijn allen naar dat grote vuur te kijken. Je wisselt eigenlijk geen woord met elkaar. Het samen kijken naar de vlammen van dit grote vuur is genoeg.

image

Enorm vuur

Een paasvuur is een enorm vuur dat in de wijde omtrek te zien is, een echt baken dus. Er wordt jaarlijks met man en macht gewerkt om het vuur zo groot mogelijk te maken. Het begint met de kerstbomen, daarna volgt het snoeihout van alles dat in de periode voor de Pasen wordt gesnoeid. En zo ontstaat er een metershoge berg van hout, takken en gerooide boomstronken. De wortels branden goed als ze goed gedroogd zijn.

Gisteravond zijn we naar Twente gereden om Doris ook eens dit gebruik te laten zien. We vertrokken misschien wel te vroeg. De zon ging net onder. De meeste vuren worden zo rond 20 uur aangestoken, sommige zelfs later. Onderweg tussen Apeldoorn en Deventer zagen we de eerste rookpluimen. Daarna, tussen Deventer en Lochem was het even rustig om daarna weer in volle hevigheid te ontbranden.

image

Markelo

We reden via Markelo. In Markelo was het een drukte van belang, maar we konden het vuur niet vinden. Daarna reden we via een omweggetje naar Goor. We zagen in de verte overal vuren branden. Niet allemaal even groot en indrukwekkend. De auto vervulde zich met de lucht van verbrand hout en takken.

Vlakbij Goor stapten we de auto uit voor de eerste. We moesten het taluud van de brug af. Dat kostte wat moeite. Het vuur was net aangestoken, van twee kanten en het ging nog niet zo hard. De enorme berg hout en takken beloofde een groot vuur. Met bladblazers probeerden ze het vuur wat meer zuurstof te geven. De berg stond enigszins uit de wind waardoor deze maatregel nodig was.

Paasfeest Bentelo

Daarna passeerden we een groot Paasfeest met tenten die vele malen hoger en grootser waren dan het paasvuur dat ietsje verderop net brandde. Vanuit de wijde omtrek fietsten jongeren naar het evenement. Uit de tenten klonk een harde dreun van het tentfeest, mogelijk één van de eerste dit jaar.

Bij Delden zochten we naar het vuur van Twickel, maar we vonden het niet. Daarom reden we meer in de richting van Azelo. Er waren allemaal festiviteiten voor de 70-jarige bevrijding van dit gedeelte in Twente dat ook rond deze tijd is. Bij Azelo brandde een groot vuur in een weiland. Het lukte ons niet om het te bereiken. Vanwege de bevrijdingsfeesten en de afgezette wegen konden we het weiland niet bereiken.

image

Ongeluk

Bij het oversteken van de snelwegen A1 en A35 zagen we dat er een groot ongeluk was gebeurd. Op de brug van de snelweg stond een file van auto’s. Mensen waren uitgestapt om naar de ravage op de snelweg te kijken. Een paar persmuskieten hingen met camera’s over de reling. De enorme lenzen moesten de situatie vastleggen. Het bood een mooi overzicht van het ongeval.

De auto voor ons treuzelde enorm. Een oudere man zat achter het stuur, reed in een slakkengangetje de brug op en bovenop de brug schokte hij vooruit. Kijkend naar het ongeval en vergetend dat hij aan het rijden was.

image

Bornebroek

Bij Bornebroek herinnerde ik mij een paasvuur in de tijd dat we iets verderop op camping Westerholt stonden. Dan liep ik letterlijk bij het hardlopen op deze enorme brandstofberg. In het jaar dat we op de camping zaten, mochten de vuren niet ontstoken worden. Het was kurkdroog en de overheden vonden het onverantwoord zulke grote vuren te ontbranden.

Nu konden we genieten van het vuur bij Bornebroek. Het brandde al een tijdje. De vlammen speelden met het hout. Soms stortte een stukje in, waarmee gelijk de dynamiek van het vuur veranderde. We kregen er geen genoeg van en tuurden in de vuurzee.

image

Genieten

Het ziet er ontzettend spannend uit en zo van een afstandje kun je er echt van genieten. Net als dat het heerlijk is, je even om te draaien en te voelen hoe koud de avond om je heen echt is.

Het was het tweede en laatste vuur dat we van dichtbij bekeken. Daarna reden we via Enter en allerlei omleidingen weer naar de A1 om de weg naar huis te vervolgen. Het was leuk om Doris zo iets van de Twentse traditie van de paasvuren mee te geven.

image

05 april 2015

Bloesem - plog

image

Het lijkt of er nog meer bloemetjes aan de boom groeien dan een paar dagen geleden. Het zonnetje schijnt ook heerlijk en de sterke wind is afgezwakt. We nemen even pauze na de oversteek over het Gooimeer, de weg langs het Naardermeer met het kalfje en de spoorwegovergang die we net zijn overgestoken.

image

Het is een stuk drukker dan eerder die week. Bij het bruggetje liepen mensen. Ze maakten foto’s van de lammetjes in de wei. De wind in de rug fietste ook heerlijk. Nu eten we een versnapering voordat we verder gaan rijden in de richting van de Ankeveense plassen.

wpid-20150404_145908.jpgHier zag ik de vier haantjes. Ze kwamen naar mij toe en pikten wat van het paasbrood dat ik at. Nu staan ze een heel eind verderop. Ik tel er in de gauwigheid twee. Er steken twee flinke veerboogjes boven het hoge gras uit. De koppen verdwijnen steeds in het gras.

wpid-20150404_150627.jpgAls we weer verder rijden, langs de kazematten komen er in de naastliggende Vecht flinke boten met roeiers erin ons tegemoet. De stuurman achterin telt steeds tot 10 waarna hij weer bij 1 begint. Het valt Doris ook op. Naast de roeiboten waarin soms wel 10 man zitten te roeien, komen ons ook fietsers tegemoet.

wpid-20150404_151414.jpgZe kijken naar het water van de Vecht, roepen wat in de richting van de boten en kijken niet in onze richting. Zo dreigen we elkaar in de wielen te rijden, maar dan stappen ze af, gooien de fiets aan de kant van de weg en lopen naar een aanlegsteiger. De boten drijven voorbij, gedreven door de harde slagen van de roeiers. Elke slag en elke tel, klinkt er een slag.

wpid-20150404_151313.jpgWat verderop zou het slot Hinderdam in het water liggen. Omringd door het water laat Natuurmonumenten het oude verdedigingswerk aan zijn lot over. De natuur neemt het over. Ik zie geen wal of slot meer vanuit de verte.

image

Vanuit de lucht zou je nog de vorm van een vestingwerk kunnen zien. Vanaf de dijk is het niet te zien. Gelukkig duiken we van hier snel langs de veenplas. Natuurmonumenten probeert hier de vervening weer toe te laten.

image

Langs de waterplassen en tussen de bomen, zag ik een paar dagen eerder het IJsvogeltje. Een magisch, bijna goddelijk moment, maar nu is het diertje onvindbaar. Ik hoor het ook niet gillen. De hond die een paar dagen geleden achter mij aanzat, is er ook niet. Dat valt weer mee.

image

We slaan af in de richting van Ankeveen. Het fietspad ligt zo mooi tussen het water. Alleen de bomen aan weerszijden laten zien dat er hier ook echt land is. Geen ijsvogeltje, maar in het stille water weerspiegelt de wolkenhemel.

wpid-20150404_153753.jpgWe rijden Ankeveen binnen. Tot mijn verbazing vinden we daar een boekenstalletje. Er staan 3 boeken in die ik nog niet heb en mee naar huis mag nemen. Ik ben bijna net zo gelukkig als toen ik het ijsvogeltje zag.

Knooppunten

Dit is een deel van het fotoverhaal (plog) van een fietsritje dat ik gisteren maakte met Doris. Het liep via de volgende knooppunten (vanuit Almere). Tussen haakjes staan de optionele punten, omdat wij sommige stukjes afsneden.

Route: 35 – 01 – 34 – 30 – 26 – 18 (- 17) – 49 – 48 – 47 – 46 – 40 – 39 – 38 (- 08 – 10 – 37) – 34 – 33 – 18 – 25 – 31 – 33 (- 78 – 75 – 77) – 35

04 april 2015

Kastanjebloesem

image

De paardenkastanjes in het park staan helemaal in knop. Elk moment dreigen ze uit te komen. Sommigen laten zich al van binnen zien. Binnenin zie je al de hele kleine bloemen die over een paar weken zo mooi als heuse kaarsen uit de boom steken.

image

Om de bloemen komen de bladeren al naar buiten. Ze hebben al in miniatuur de vorm die ze straks zullen aannemen in het groot. Heerlijk om te zien hoe alles langzaam maar zeker vergroent.

image

De rij met kastanjes zijn niet de enige bomen die in bloei komen te staan. Ik zie ook knoppen in de lindes en ook andere struiken en bomen laten hun kleine bloemetjes al zien.

image

De lente openbaart zich meer en meer. Het mooie is dat elke boom en struik op een ander moment in bloei staat. Zo blijven de kleuren heel gevarieerd en volgen elkaar steeds op.

image

02 april 2015

Theosofie

image

De moeder van de verteller in Ik kom terug is gek op theosofische werken. De theosofie van Blavatsky, een bezoek aan de swami en het bezoek van een handoplegger aan huis zijn mooie passages in de roman. Ze laten een opmerkelijke kant zien van de nuchtere boerendochter. Indië heeft haar hierin gevormd.

De verteller schrijft indringend over de bovennatuurlijke gebeurtenissen. Zo vertelt hij prachtig over het bezoek aan Londen in 1962. Daar luistert hij met zijn moeder naar de machtige swami:

een honingkleurige man, met een lange baard en priemende ogen, in het saffraangele hemd van een bedelmonnik en een roze tulban en mantel. (104)

De verteller is jong en heeft helemaal geen zin in deze man, tot zijn moeder hem naar voren haalt.

En toen gebeurde er iets wat ik niet wou, waar ik me hevig tegen verzette, maar mijn weerstand vloeide weg, als een warme plas. Ik voelde een glimlach opkomen, mijn lippen vochten ertegen, maar het was sterker dan mijn wil. Een rust daalde in me, van kruin tot bil. Ik moest me aan de zitting van de stoel vasthouden, iemand trok aan me (een marionettenspeler), mijn borst opende zich, een zachte, onthechtende kracht stroomde binnen. Ik ademde mij gelukkig, en de tijd viel weg. (106)

Hij krijgt een brief van de swami, nadat zijn moeder de man wat geld toegestopt heeft. Ze grist de brief weg en geeft hem niet meer aan haar zoon. Hij voelt zich beetgenomen. De brief heeft hij nooit meer gezien, vertelt hij.

Oerwoudgeluiden

Zijn moeder vraagt hem op de begrafenis om oerwoudgeluiden te laten horen. Ook gelooft ze in reïncarnatie, ze zegt dat haar lot is om met militairen te trouwen. De boeken van Blavatsky en de Krishnamurti noemt de verteller steevast ‘zweefboeken’, maar ergens heeft hij er grote eerbied voor. De geest moet vrij kunnen ontsnappen op het sterfbed en daar ziet hij zorgvuldig op toe.

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Lees ook mijn bespreking van Ik kom terug op Litnet

01 april 2015

Lezen

image

De moeder van de hoofdpersoon in Van Dis’ roman Ik kom terug is gek op lezen. Ze leest meer boeken dan de verteller kan lezen:

In mijn schooltijd, toen ik met lange tanden voor mijn lijst las, haalde zij makkelijk zestig bladzijden per uur. Ik sukkelde tegen de twintig. Liefst las ze een paar boeken tegelijk. (71)

Als een boek te spannend wordt, legt ze het even aan de kant om met een ander boek een beetje af te koelen. Ook leest ze steevast het laatst hoofdstuk van een roman. Je zou dan minder gejaagd lezen.

Boeken verslinden

Ze verslindt het ene boek na het andere, maar blijft ze er enigszins stoïcijns onder:

Terwijl ik De bekentenissen van Zeno alleen maar rokend had kunnen lezen of me om het hoofdstuk moest afrukken bij Ik Jan Cremer, legde zij een roman na lezing onbewogen op de stapel KW – Kan Weg. (72)

Lezen helpt zijn moeder door de moeilijke tijden. De kist met boeken helpt haar in de binnenlanden van Nederlands-Indië om door de eenzaamheid te komen. Het brengt ook de theosofie in haar leven.

Boeken achterhouden

Als ze later een kazerneleven leidt met haar officier, kan ze ook haar boeken uitlenen. De goeie boeken houdt ze achter:

[J]e denkt toch niet dat ik een roman als Rubber durfde uit te lenen? (190)

De boeken helpen haar door de barre tijden heen. In het Jappenkamp zijn ze niet Ik lees er in elk geval niet over in de roman. Wel staan boeken symbool voor het einde van de tijd in Indië als de moeder van de verteller even terug is in het huis waar ze woonde.

Alles verdwenen behalve boeken

Het huis blijkt al jaren in andere handen en alles is verdwenen. Behalve haar boeken. Ze staan niet meer in de kast, maar liggen in een theekist. Als ze een feuilleton van Dickens op schoot neemt en leest, staan er vier jongens in de deuropening.

De voorste liep op me af en rukte het boek uit mijn hand. Nederlandse boeken waren verboden. “Dickens is Engels”, zei ik. Was ook verboden. We spraken Maleis hè, vergeet dat niet. Die jongen smeet het boek op de grond en veegde zijn voeten eraan af. (236)

De haat is diepgeworteld. Het boek moet eraan geloven. Bladzijde na bladzijde scheurt hij uit het boek. De hele vloer ligt bezaaid met gescheurd papier:

‘En op dat moment wist ik het: Indië is voorbij. Voorgoed. Na hun vader verliezen de meisjes ook hun land. Waar horen ze straks nog thuis?’ (236)

De veilige haven van het boek is ineens niet meer zo veilig. Het boek staat symbool voor de overheerser en ze hebben verloren. Ze moeten weg en laten hun boeken verscheurd en vertrapt achter.

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Lees ook mijn bespreking van Ik kom terug op Litnet