20 september 2015

Schilderen met verf of met taal

image

In het boek bij de tentoonstelling Cremer in de verf 1954 – 2014 staat dat Jan Cremer geen schrijver is die schildert. Of zoals Ralph Keuning dat in zijn inleiding verwoordt:

Het begon allemaal met schilderen, het schrijven kwam later. Of misschien is het beter om te stellen dat het begon met kijken. Schilderen en schrijven zijn voor Cremer twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet geboren vast te leggen en te verwerken. De ene keer met kwast en verf, de andere keer met pen en papier. (7)

Bij het lezen van Jan Cremers debuutroman Ik Jan Cremer werd ik ook wel nieuwsgierig naar de schilderijen van hem. De schelmenroman vertelt over het kunstenaarsmilieu en voert de lezer van bijbaantje naar bijbaantje. Het kunstenaarschap vormt de drijfveer achter de avonturen van de hoofdpersoon en ik-verteller.

image

Het boek bij de tentoonstelling die tot eind augustus in Museum De Fundatie in Zwolle te zien was, geeft een ander inkijkje in de kunstenaar Jan Cremer. De kunst reikt verder en wint aan overtuiging naarmate de tijd verstrijkt. De schilderijen met tulpenvelden uit midden jaren 1960 en verderop de zee die vanaf 2005 zijn werk verovert.

Het roept bij mij de gedachte op of niet hetzelfde geldt voor het literaire werk van Jan Cremer. Zijn schelmenroman Ik Jan Cremer viel mij een beetje tegen. Ik verwachtte er meer van. Maar het zien van de ontwikkeling van de kunstenaar, belooft veel voor de schrijver.

Een ander boek van Jan Cremer zal dat moeten bewijzen.

Jan Cremer: Cremer in de verf 1954 – 2014. Inleiding: Ralph Keuning, samenstelling: Babette Sijmons, Feya Wouda, Alma Netten, met bijdragen van Max Rooy en Simon Vinkenoog. Tekstredactie: Mariska Vonk. Zwolle: Waanders & De Kunst, [2015]. 211 pagina’s. ISBN: 978 94 6262 032 2.

19 september 2015

Knardijk en Vogelweg

image

Wil je de polder echt beleven, dan moet je naar de Knardijk rijden. Afgelopen zomer reden Doris en ik al over de dijk die Zuidelijk en Oostelijk Flevoland van elkaar scheidt. De dijk refereert naar de Knar, een ondiepte in de oude Zuiderzee. Het gelijknamige bos vlakbij de dijk ligt op de plek van de ondiepte.

Vandaag waren we er weer in de buurt en ik kon het niet laten er even langs te rijden. Over de langste weg van Flevoland: de Vogelweg. Deze weg begint bij het Larserbos ten zuiden van Lelystad en loopt over de Knardijk door tot aan het Cirkelbos bij Almere.

We zijn even bij de dijk uitgestapt. Een racefietser passeerde ons in volle vaart, reed met hoge snelheid over het wildrooster en stak de Vogelweg over. We keken even naar de bomen en de aparte uitsparing onder de Knardijk. Daarna stapten we weer in en vervolgden de route over de lange Vogelweg.

Gelukkig hebben we deze lange route niet genomen afgelopen zomer. Op de fiets moet de afstand zeker met de harde wind zwaar zijn geweest. In de auto was het al een eind. Laat staan hoe ver het voor de fietser is.

image

De brede uitsparing tussen de driedubbele bomenrijen links en rechts, doet vermoeden dat de weg is bedacht om nog met 2 rijstroken te kunnen worden verbreed. Nu ligt er een brede groene mat naast de weg. Verder is het uitgestorven langs de weg en zagen we geen enkele fietser over het fietspad rijden.

De bushokjes bij elke kruising oogden eveneens verlaten. Alleen in een film van Alex van Warmerdam zouden deze nog een rol kunnen vervullen. Als dan de bewoonde wereld van Nobelhorst opdoemt achter de populierenrijen, weet je dat het einde heel dicht in de buurt is. Het einde, waar Almere begint.

18 september 2015

Sidderaal

image

In het regenwoud van Venezuela ontdekt Alexander von Humboldt de sidderaal. In het verhaal over zijn reis door Amerika, schrijft hij hierover. De reconstructie die Hanno Beck van deze reis maakt in Alexander von Humboldts Amerikaanse ontdekkingreis 1799-1804, vermeldt de ontdekking ook.

De Pruisische natuuronderzoeker laat de indianen met wilde paarden en muildieren de sidderalen vangen in de rivier:

De gymnoten verdedigden zich tegen de vermeende aanvallen van de viervoeters door het ontladen van hun elektrische batterijen. Wanneer ze uitgeput waren, lieten ze zich door de Indianen vangen. Op deze wijze kreeg Humboldt vijf grote sidderalen om te onderzoeken. (131)

Tijdens zijn tocht over de Amazone helpt een sidderaal Redmond O’Handlon aan de maaltijd. Er zit er namelijk eentje gevangen in het fuik dat ze gemaakt hebben. Als een reisgenoot het dier met een harpoen heeft gedood, duikt de metgezel in het water en haalt de avondmaaltijd omhoog: 2 slappe, geëlktrokuteerde maar gave piranha’s, een pavon en een bocachico.

Zoals alleen Redmond O’Hanlon dat kan, vat hij de dag samen in de droom die hem in de nacht overvalt:

Ik blies de lamp uit, klom in mijn hangmat en viel in slaap; en ik droomde, de hele nacht, althans dat gevoel had ik, dat ik door de jungle rende, achtervolgd door Yanomami die stuk voor stuk gewapend waren met een sidderaal. (476)

Het verschil lijkt te bestaan uit Redmond O’Hanlon die helemaal afhankelijk is van zijn metgezellen, terwijl zijn Pruisische voorganger de dieren laat vangen door de indianen. Het boek van de Engelsman bijna 2 eeuwen later lijkt bijna de omgekeerde wereld. Hij staat daarmee verder van de natuur af dan Humboldt.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

17 september 2015

Wespen en horzels

image

Zeker behoor ik niet tot de kinderachtigsten maar als een wesp je steekt doet het toch een beetje zeer. Afgelopen zomer was ik eindelijk opgedroogd van de buien toen ik op de boerencamping bij Hattem werd gestoken door een wesp.

Het begint met een felle pijnscheut en verandert daarna in een zeurend kloppen, waarbij de plek bij elke hartklopping een beetje lijkt mee te kloppen. Ik probeerde het gif uit mijn bovenarm te zuigen. Het zat op een onhandige plek waardoor ik het niet wegkreeg. Daardoor had ik nog dagenlang last van de steek.

Onderweg door de Amazone treffen Redmond O’Hanlon en zijn reisgenoot Simon Stockton in het boek Tussen Orinoco en Amazone regelmatig wespen. Ze worden niet een enkele keer gestoken zoals ik tijdens mijn vakantie, maar meerdere keren per dag. En niet alleen door wespen. De enige redding is het water:

Een wespensteek in je rug was nog uit te houden; in de nek deed het gemeen pijn; vijf wespensteken in je rug stonden gelijk aan één horzelsteek.. Simon had een principiële hekel aan het koude zwarte water en probeerde elke dag zijn kleren zo lang mogelijk droog te houden; hij was een fractie langzamer dan de andere en dus een gemakkelijk doelwit. Hij werd vaak achter in zijn hoofd gestoken. (396)

Aan de in het boek afgedrukte foto te zien moet het achterhoofd van Simon een vurig gestoken lichaamsdeel zijn geworden. Zeker als je een bladzijde verder leest dat hij helemaal blij is als hij maar door 3 wespen en geen enkele horzel is gestoken.

Verderop discussiëren Redmond en Simon of een konijn een staart of een pluim heeft. Venijnig weet de verteller even te refereren naar de steken van wespen en horzels in de nek van zijn reisgenoot.

‘Pluim, fluim, wat maakt dat nou uit?’ zei Simon; hij stak nog een sigaret op en krabde aan de insectenbeten achter in zijn nu opgezette nek die vol korstjes zat. Hij wendde zich af, legde zijn arm tegen een boom en leunde ertegen met zijn hoofd, terwijl hij staarde naar het water dat tussen de bladeren langskabbelde. ‘Dit hier is het einde,’ zei hij. ‘Dit hier is de aars van de wereld.’ (426/7)

De verteller weet het verhaal prachtig op te bouwen. Hij refereert naar de insectenbeten en weet steeds meer de ontreddering van Simon te verwoorden. De kleine details en de zinloze discussies maken de totale radeloosheid steeds sterker. Voortdurend gestoken door wespen en horzels in het einde van de wereld. Een grotere kwelling lijkt er niet te zijn.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

16 september 2015

Ica en Connie Palmen

image

In de roman Ica vermengt Eva Posthuma de Boer feiten met fictie. Ze refereert in haar boek expliciet naar de schrijfster Connie Palmen, die ze Ica Maria Metz noemt. Ze past hiermee een procedé toe dat de schrijfster Connie Palmen veelvuldig toepast in haar boeken.

De roman Lucifer van Connie Palmen is een duidelijk werk waarin feit en fictie vermengt worden. Het leverde onder lezers veel verwarring op omdat het zo expliciet de val van de vrouw van componist Lucas Loos op een Grieks eiland van een 40 meter hoge afgrond. De verwijzing naar de componist Peter Schat die zijn vrouw zo verloor in 1981.

De roman leverde veel ophef op omdat Connie Palmen zo expliciet verwijst naar Peter Schat. Ze verdraait de werkelijkheid en zoekt naar een de toedracht bij het ongeval. Al kan ze het niet bewijzen, ze suggereert dat de val niet een ongeluk is geweest. De vermenging van fictie met de feiten, in het Engels aangeduid met faction, moet de kijk op de werkelijkheid duidelijker maken.

Iets soortgelijks doet Eva Posthuma de Boer in haar roman Ica. Overal suggereert de vertelster dat Connie Palmen model staat voor Ica. Ica rookt en drinkt, net zo gulzig als Connie Palmen. Als ze samen buiten staan te roken – Nadine Sprenger rookt voor de gelegenheid mee – dan zou wat Ica zegt, zo uit de mond van Connie Palmen kunnen komen:

‘Het zijn gevaarlijke tijden, geloof me. De kleinburgerlijkheid heeft zijn intrede nu werkelijke in alle lagen van de bevolking gedaan, zelfs in de kunstenaarskringen. Ongezond is taboe, we mogen niets meer behalve verantwoord eten, vroeg naar huis en ons ongans sporten. Zelfs het verlangen naar alles wat verboden is, moeten we verbannen, met onzin als acupunctuur, mindfulness en andere zelfhulpquasch. En het neemt steeds excessievere vormen aan, de doctrines maken de mensen onuitstaanbaar, dat wijzende vingertje van hen die zelf nooit anders hebben gedaan, als bekeerden trachten ze je aan te steken met hun gezondheidsleer: als je doodgaat is het je eigen schuld! Straks komen er nog straffen op te staan ook. Het is toch verdomme de dood in de pot voor het vrije denken, elke vorm van creativiteit wordt in de pan gehakt. En wat willen ze, dat we allemaal honderd worden, gerimpeld en kreupel eindigen, zonder ooit nog iets te hebben gedaan wat ons geluk bracht?’ (52/3)

Connie Palmen kan het gezegd hebben. Ik herinner mij de rel rond het roken op televisie bij het televisieprogramma Zomergasten nog. Haar persoon sijpelt op alle mogelijke manieren door in de roman van Eva Posthuma de Boer. Zo vermengen werkelijkheid en fictie zich, zoals ook in Connie Palmens boek Lucifer gebeurt.

Overigens is de vergelijking nog verder te trekken. Kijk alleen al naar de opbouw van Ica: als een Griekse tragedie. De vertelster legt het in de proloog uit. Connie Palmen hanteert deze opbouw in Lucifer ook. Net als dat de verantwoording aan het einde keurig de citaten vermeldt waarvan Eva Posthuma de Boer gebruik heeft gemaakt in haar boek.

Ze gaat zelfs nog een stapje verder. Ze weet het oeuvre van Connie Palmen te parafraseren. Zo doemt regelmatig de roman De vriendschap op die ik voor mijn middelbare school las en die bij het lezen van Ica weer in mijn gedachten opdoemt. Daarvoor hoef ik het boek van Connie Palmen zelfs 20 jaar later niet voor te herlezen.

Eva Posthuma de Boer: Ica. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN 978 90 414 2626 0. 280 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over de roman Ica van Eva Posthuma de Boer. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

15 september 2015

Titel en omslag

image

Een tic die ik overgehouden heb aan de boekanalyse van de middelbare school is de speurtocht naar de titel. In de roman Ica van Eva Posthuma de Boer ontstaat de titel gedurende het verhaal. Al doet de verteller in de proloog van Ica vermoeden dat de naam allang voor het verhaal is ontstaan.

De hoofdpersoon en ik-verteller Nadine praat er aan de vooravond van haar vertrek naar het vakantiehuis in Frankrijk over met haar man Willem. Ze vertelt hem dat ze al een titel in haar hoofd heeft: De ongenaakbare.

Bestaat die titel niet al, vraagt Willem terug. Nee, die titel bestaat niet. En The untouchables dan? Nee, dat betekent niet ongenaakbaar, stelt Nadine:

‘Ongenaakbaar, in het Engels unapproachable, heeft een meer overdrachtelijke betekenis. Onbereikbaar. Ontoegankelijk. Maar ook fier, groots, hooghartig. Past Ica allemaal.’ (112)

Veel te serieus vindt Willem. Hij zou een boek met de titel Ongenaakbaar nooit kopen. Nee, ze moet het gewoon Ica noemen. Nadine vindt dat veel te makkelijk om de hoofdpersoon als titel te kiezen.

In de roman Ica is Ica helemaal niet de hoofdpersoon, maar de titel Ongenaakbaar is inderdaad vergezocht. Een middelbare scholier zou hier niet uitkomen bij het verklaren van de titel.

Als Nadine 2 weken met Ica in het Franse vakantiehuis zit, heeft ze Willem aan de telefoon. Hij vraagt haar of ze nu al een besluit genomen heeft over de titel:

   ‘Voorlopig heet het Ica.’
Willem lachte. ‘Wat heerlijk dat je toch altijd naar me luistert.’
‘Het is de werktitel, Willem. Niets is nog zeker.’ (158/9)

De werktitel is op het boek dat ik lees op het omslag terechtkomen. Samen met een vleugel. Het roept bij mij associaties op met de roman Lucifer van Connie Palmen. Het enige boek van deze schrijfster dat niet wordt aangehaald in Ica.

De vleugel van de gevallen engel. Een mooie referentie naar een boek dat ogenschijnlijk geen rol speelt in de roman van Eva Posthuma de Boer, maar tussen de regels door overal voelbaar is.

Eva Posthuma de Boer: Ica. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN 978 90 414 2626 0. 280 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Ica van Eva Posthuma de Boer. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

14 september 2015

Treinritje over het verdiepte spoor

image

De treinkaartjes van het Kruidvat zijn voor mij altijd een verleidelijke aankoop. Je kunt er voordelig een dagje mee treinen in Nederland. Alleen is de geldigheid het grote risico bij de aankoop van dit soort kaartjes.

De einddatum van dergelijke treinkaartjes nadert altijd met rasse schreden, sneller dan je zou willen. Voor je er erg in hebt, is het kaartje niet meer geldig.

Dit keer kocht ik 3 kaartjes, waarvan ik er eentje vorige week gebruikte en de andere 2 dit weekend zouden worden gebruikt. We wilden er een dagje mee naar Rotterdam en ondermeer het museum Booijmans Van Beuningen bezoeken. De gebroken elleboog van Inge gooide roet in het eten.

image

Ze wees mij op een treinrit waar ik al heel lang over praat. Sinds de opening van dat traject: het verdiepte spoor in Almelo. Ik wilde er nog altijd een keer doorheen rijden, maar ik hoef nooit in Hengelo te zijn. Daarom moet ik er apart voor kiezen dat stukje te pakken.

We stappen in op Almere Muziekwijk. Er zijn werkzaamheden tussen Hilversum en Utrecht, waardoor de stoptrein tussen Hilversum en Almere niet rijdt. We kunnen niet helemaal een rondje rijden. Op Almere Centrum ontdekken we dat de intercity naar Zwolle zoveel vertraging heeft dat we net zo goed de stoptrein kunnen pakken.

Het is een ouderwetse dubbeldekker, getrokken door een locomotief die ons naar Zwolle brengt. Als Almere Oostvaarders geweest is, valt het aantal stops best mee. We kijken naar de beestjes van de nieuwe wildernis en verderop turen we langs de spoorlijn om het fietspad van afgelopen zomer te volgen. We zien zelfs de boerencamping langs de dijk bij Hattem liggen vanuit de trein.

image

Achter zit een meisje te luisteren naar de muziek. Ze tuurt naar buiten en ik zie een traan over haar wang bengelen. Wat later zie ik haar op het station Zwolle wachten op dezelfde trein als wij: de stoptrein naar Almelo en Hengelo. Ook op dit traject is een flinke vernieuwing geweest: bij Nijverdal loopt het spoor verdiept door het dorp en ligt er zelfs een tunnel van een paar honderd meter.

Het voelt in deze diesltrein meteen anders aan dan een elektrische trein. De zon schijnt aan onze kant naar binnen en het voelt warm. Door het open raampje aan de andere kant van ons waaien allerlei insecten naar binnen. Zo lopen op het raam een vliegende mier en een lieveheersbeestje. Met de beesten komt er ook wat dieseldamp naar binnen door het raampje.

Als we dan Almelo uitrijden, is daar het moment waarvoor we zijn gegaan: het verdiepte spoor door de stad. Het spoor zorgde altijd voor een splitsing van de stad. Nu snijdt de trein door de grond en kan het verkeer over de spoorlijn heen. Ik heb er nooit aan kunnen wennen van bovenaf. Van onderaf valt het allemaal wat minder op en zie ik vooral grafity aan het begin en einde van de van boven open tunnel.

image

In Hengelo strekken we maar even de benen ook omdat het boemeltje naar Zutphen voor onze neus vertrekt. We lopen over de markt en ik zie mijn oude werkplek weer even. Het raam dat op perronhoogte stond en mij uitzicht bood op de wachtende reizigers en de stilstaande treinen. De internationale trein bezorgde mij altijd een licht verlangen naar het verre Berlijn.

Nu rijdt de internationale trein binnen als we een kopje koffie drinken in bij de Coffee Industry. De koffie valt een beetje tegen, ondanks het feit dat ze Arabica-bonen zeggen te gebruiken. We stappen even later met Twentse bloedworst aan boord van de Syntustrein naar Goor, Lochem en Zutphen.

De rit voert zo mooi door Twente en de Achterhoek. Ik denk terug aan mijn tijd bij de krant waarbij ik als verslaggever door dit deel van Twente toerde. We rijden langs Delden, Goor en Markelo. Ik zie zelfs de boerencamping in Markvelde waar ik destijds een verslag schreef in de vakantie voordat we Twente uitrijden en naar de Achterhoek binnengaan.

image

In Zutphen volgt snel de overstap richting Deventer. We vragen ons af waarom de intercity eigenlijk stopt in de gehuchtjes Olst en Wijhe. Wat zijn de inwoners van deze dorpjes bevoorrecht. Voor we er erg in hebben, staan we al in de hoofdstad van Overijssel en rijden weer over de Hanzespoorlijn naar huis.

Een lekker dagje treinen op het kaartje van het Kruidvat. Op de valreep, want hij loopt de volgende dag af. Een leuke rit door Nederland waarbij je heerlijk je gedachten over het voorbijrazende land laat glijden. Soms een bladzijde van een boek opengeslagen voor je, maar het meest nog naar buiten kijkend.

13 september 2015

Ochtendvangst

image

Het park is in de ochtend het mooiste. Ik geniet van de donkergroene kleur die de eikenbomen hebben in deze tijd van het jaar. De zon tekent lange schaduwen op het gras en de rode beuken midden op het grasveld hebben een intensere kleur dan eerst.

Uit het strookje bos dat tussen park en spoorlijn ligt, klinkt gekrijs. Omdat het zondagochtend is, neem ik de tijd om de situatie wat beter te onderzoeken. Gekrijs wisselt af met het opgewonden roepen van eksters. Of ze nu aangevallen worden of zelf aanvallen, het geluid verschilt niet veel van elkaar.

image

In het bos verdwijnt elk zicht op de situatie. Ik zie een vogel op de tak van een boom zitten, maar heb geen idee wat voor een vogel het is. Hij lijkt grijs te zijn maar de bomen nemen al het licht weg om goed kleuren te kunnen zien. Het geluid neemt niet af. Zenuwachtig vliegen eksters tussen de bomen door en landen ergens in het hoge bladerdek. Het snelle gekras blijft.

Dan verdwijnt het, maar de onrust neemt nauwelijks af. Ik hoor de eksters krassen, maar niet meer in de mate waarin ik ze eerder hoorde.

image

Tot ik voor mij op het pad iets raars zie zitten. Het is geen kat, het lijkt een grijs buideltje dat midden op het voetpad ligt geworpen. Ik kijk nog eens goed, doe een paar stappen dichterbij en zie dat het niet een grijze kat is, maar een vogel.

Het is een sperwer, de vleugels staan iets voorover alsof hij een engel is. Onder zijn klauwen ligt het zwart-wit van een ekster. Het dier stuiptrekt nog. De vogel kijkt dreigend in onze richting met zijn gele ogen. De kop opzij gedraaid zodat de roofvogel de uitstraling heeft van de vogel zoals sommige naties in hun wapen hebben.

image

Het dier staat op een kleine 15 meter afstand van mij. De weerstand van de ekster lijkt af te nemen. Ik doe voorzichtig een paar stappen in de richting van de vogel. Wat zou er gebeuren. Hij kijkt nog geconcentreerder in mijn richting maar lijkt niet van plan om zijn prooi los te laten.

Nog een stap dichterbij en hij vliegt op, draait vliegensvlug en gaat voor mij uit door het smalle paadje tussen de bomen. Van mij, de dode ekster in de klauwen. Ik zie het bloed rood onder zijn klauwen steken.

image

In het bos was het nog lang onrustig onder de eksters aan hun snelle geroep te horen.

12 september 2015

Ontberingen

image

Het lezen over de reis van Alexander von Humboldt over de Orinoco in Venezuela deed me weer denken aan de reis die Redmond O’Hanlon door het gebied maakte. De Engelsman maakt deze reis ook in navolging van de Pruisische natuuronderzoeker.

Niet alleen Redmond O’Hanlon volgt de grote Duitse geleerde, in de 19e eeuw doet Alfred R. Wallace ook het gebied aan. En na hem Richard Spruce en Theodor Koch-Grünberg.

Het herlezen van Tussen Orinoco en Amazone, de vertaling van In trouble again uit 1988 van Redmond O’Hanlon is een feest der herkenning. De merkwaardige keuze om Simon mee te nemen en het bezoek aan de Yanomami-indianen zijn legendarisch. Alle ellende van wespen, horzels en teken maken het lezen van het boek al tot een onvergetelijke ervaring.

Humboldt heeft het in zijn reisverslag op een heel andere manier over de ellende onderweg. Het maakt onderdeel uit van zijn ervaring. Voor Redmond O’Hanlon lijkt het meer op een zelfkwelling. Alle voorzorgmaatregelen ten spijt, wat hem wel weer bewondering oplevert voor zijn voorgangers:

Ik ging geheel gekleed zwemmen in het koude water; ik waste mezelf én mijn kleren in één moeite door. Daarna droogde ik me af onder de klamboe; ik bepoederde mijn kruis met antischimmeltalkpoeder (Juan, die een dergelijke no-macho verfijndheid had versmaad, had nu moeite met lopen), ik deed Anthisan op de insektenbeten van die dag, Salvon op de snijwonden, Canestencrème op mijn voeten die nu echt begonnen weg te rotten. Ik overdekte me weer met plakkerige Jungle Formula, het afweermiddel tegen alles, en dacht bewonderend aan Humboldt en Wallace en Spruce, die over geen van deze fetisjistische middeltjes hadden beschikt. (431)

Wel merkt ook Humboldt de enorme hoeveelheid insecten op die in dit gebied leven en het reizen bemoeilijken. Redmond O’Hanlon citeert de Pruisische ontdekkingsreiziger uitvoerig over de marteling die je als reiziger moet ondergaan op de Casiquiare:

‘Hoezeer u ook gewend bent aan het verdragen van pijn zonder een kreet, hoe geïnteresseerd u ook bent in uw eigen onderzoek, het is onmogelijk niet aanhoudend gestoord te worden door de moschetto’s, zancudo’s, jejens en tempranero’s die gezicht en handen overdekken, door de kleding heen bijten met hun snuit die de vorm van een naald heeft en, wanneer ze in mond en neusgaten terechtkomen, u aan het hoesten en niezen maken zodra u poogt te praten in de open lucht.’ (442/3)

En dat zelfs Spruce op deze rivier geleden heeft, voert Redmond O’Hanlon als troost aan. Hij is niet de enige die last heeft van de jejenes, of de kriebelmuggen. Van wie Redmond O’Hanlon niet kon vermoeden dat zo’n klein beestje zo pijnlijk kan steken. Zijn handen zijn opgezwollen met grote bulten, elk met een bloedvlekje in het midden.

Het treden in het voetspoor van al die grote ontdekkingsreizigers en de mix van eigen bevindingen en die van anderen geven Tussen Orinoco en Amazone de charme. De humoristische zelfkritiek en zijn bevindingen onderweg maken het boek enig in zijn soort. Ondertussen steek je erg veel op van de negentiende-eeuwse ontdekkingsreizigers als Humboldt, Wallace en Spruce.

Het lezen over de reis van Alexander von Humboldt door Amerika, weekte bij mij wel de bewondering los van al die reizigers die hem volgden. Tot in onze tijd waarbij reisorganisaties reizen aanbieden in het voetspoor van de Pruisische natuuronderzoeker.

De ervaring is wel wat minder intens wat Humboldt heeft doorstaan. In 16 dagen maak je de reis waar de Pruisische ontdekkingsreiziger 5 jaar over deed. En of je dezelfde ontberingen moet doorstaan, betwijfel ik.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

11 september 2015

Reconstructie van Humboldts reis door Amerika

wpid-img_20150830_163255.jpgOp basis van de feiten heeft hij een zorgvuldig verslag geschreven van de 5 jaar durende reis van de Duitse ontdekkingsreiziger. Hanno Beck legt alles zeer gedetailleerd vast waardoor vooral het eerste deel over de voorbereidingen taaie kost is. Het verhaal komt goed los op het moment dat Alexander von Humboldt en Aimé Bonpland wekelijk op reis gaan.

Dat begint al met het bezoek aan de Canarische eiland Tenerife. Hij beklimt daar de vulkaan, de Pica de Teide. Een zware tocht waarbij hij al veel ideëen opdoet rond de verschillende plantenzones voor zijn geografie van planten. Het verhaal van de tocht die 2 dagen duurt naar de top van de vulkaan is het begin van alle ontdekkingen die Alexander von Humboldt tijdens zijn expeditie doet.

Al zijn de eerste 100 pagina’s pittig en theoretisch om doorheen te worstelen, het verhaal dat dan volgt zou ik niet graag willen missen. Vooral zijn belevenissen in de jungle van Venezuela zijn erg mooi. Alexander von Humboldt laat zich zien als een sterke, dappere onderzoeker die het avontuur niet schuwt.

De belevenissen onderweg liegen er niet om. Je proeft iets van de ontberingen die een reiziger als Redmond O’Hanlon tot in detail weet te beschrijven. Voor Humboldt lijken het terloopse opmerkingen over de vele muskieten en ander ongedierte dat hij onderweg tegenkomt.

Herhaaldelijk dreigt hun boot om te slaan of het gebeurt zelfs. Humboldt weet steeds zijn dagboeken en instrumenten net op tijd veilig te stellen. Of als ze onderweg willen aanmeren op een eilandje om de totale maansverduistering goed te kunnen bestuderen, dreigen ze te worden aangevallen door gevluchte slaven.

Het mooist en indringendste zijn de passages waarin Hanno Beck de wetenschapper citeert uit zijn reisverslag. Het mag dan fragmentarisch zijn overgeleverd, de stijl dringt zich onherroepelijk op en grijpt je bij de kladden. Hier spreekt een begenadigd verteller als hij op de rivier de Orinoco vaart:

Zover het oog reikte, strekte zich een ontzaglijke watervlakte – het leek wel een meer – voor ons uit. Wij hoorden niet meer het ondoordingende geschreeuw van reigers, flamingo’s en pelikanen, wanneer ze in langgerekte zwermen van de ene oever naar de andere trokken. Tevergeefs keken wij uit naar watervogels… De hele natuur leek te sluimeren. Op de golven in de baaien zagen wij slechts af en toe een grote krokodil, die met zijn lange staart het onrustige wateroppervlak schuin doorkliefde. De horizon werd door een bosgordel beperkt, maar nergens liepen de bossen door tot aan de stroombedding. Brede, voortdurend aan de hitte van de zon blootgestelde oevers, kaal en dor als het zeestrand, leken uit de verte als gevolg van de luchtspiegeling op poelen stilstaand water. Door deze overs van fijn zand vervaagden de walkanten van de rivier veeleer in plaats van ze voor het oog vast te houden… Deze verspreide, karakteristieke landschappen, dit symbool van eenzaamheid en indrukwekkendheid kenmerken de loop van de Orinoco, een van de machtigste rivieren van de Nieuwe Wereld. (134-5)

De reis van Von Humboldt inspireert na hem vele andere reizigers. Zijn theorieën blijken dan vaak te kloppen. Hij heeft als de eerste Amerika in kaart gebracht en de basis gelegd voor de moderne geografie en natuurbeschrijving. Hij doet dit zo inspirerend dat ik wetenschappers als Darwin, Wallace en Junghuhn kan begrijpen in hun aanbiddelijke houding naar deze grote Duitse wetenschapper.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.