10 november 2015

Vos in het park

image

We lopen in de ochtendschemering door het park. Het weke licht van de eerste zonnestralen bereikt het plekje bij de kastanjebomen nog nauwelijks. We lopen de bomengallerij in.

Daar staat het dier. Niet veel groter dan een kat, iets lager op de poten lijkt. Ik zie een dikke staart en een lichte bef. Het is moeilijk te zien, maar ik meen een spitse snuit te zien. Het verraadt dat hier een vos staat.

Helemaal zeker weten doe ik het niet. Zou het echt? Hier in het park. Ik heb hier nog niet eerder en vosje gezien, al weet ik dat het heel goed mogelijk is. Bijna vanzelfsprekend zelfs. Het aangrenzende Beatrixpark moet wel vosjes verbergen. Ik heb ze immers ook in andere gebieden binnen Almere gezien, zoals Pampushout.

Nu staat het dier vol concentratie onze kant op te kijken. Wij kijken terug. De honden kijken met net zoveel zijn richting op als hij in de onze. We stappen vooruit, een paar stappen en dan verdwijnt het vosje.

De witte pluim op de staart haalt het laatste beetje twijfel weg. Al haalde de ochtendschemering alle kleur weg. De volle staart met de pluim is het overtuigende bewijs. We hebben even Reinaert in de ogen gekeken.

09 november 2015

Nutteloze trap

image

Het zijn van die nutteloze voorwerpen. Bedacht in het brein van een geleerde, maar in de praktijk maakt niemand er gebruik van. Het pas aangelegde fietspad heeft een voetpad dat er omheen slingert. Ik voorspel daarbij dat niemand van het voetpad gebruik maakt, omdat het te omslachtig is.

Bij het Spoorbaanpad is ook zo’n nutteloos voorwerp: een betonnen trap die naar het voetpad en de brug leidt. Niemand maakt gebruik van deze trap. Ik heb er zelf nog iemand op zien lopen. Net als dat ik er zelf slechts één keer gelopen heb. Het is te omslachtig, te stijl en vooral niet logisch om hier te lopen.

image

Als je in het park loopt, hoef je hier niet heen en als je langs het Spoorbaanpad loopt, hoef je niet in het park te zijn. Daarvoor zijn allemaal andere wegen.

Nu staat de trap er troosteloos bij. Zeker als de bladeren gaan vallen. Buiten het mos op de treden, is nu ook alles bedekt met een dikke laag bladeren. Zo ontmoedigt de trap zelf alle voetgangers nog meer.

08 november 2015

Heel Nederland leest - #50books

image

Van de week heel mijn verzameling met gratis boeken van de bibliotheek opgezocht en verder aangevuld. Ik bleek het boekje van Harry Mulisch nog niet in mijn bezit te hebben. En voor het overzicht moet ik dat natuurlijk wel hebben.

De eerste jaren heb ik niet echt meegedaan met de landelijke leesclub Nederland leest. Het is begonnen met Frank Martinus Arions roman Dubbelspel, gevolgd door klassiekers van Theo Thijssen en Hella Haasse.

Vanaf Oeroeg haal ik de boekjes op bij de bibliotheek. Ze worden wel elk jaar dunner en gelukkig is vanaf Willem Frederik Hermans’ De donkere kamer van Damokles de lelijke vormgeving met grote letters op het kaft losgelaten. Het kaft van Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans is zelfs best mooi.

Ik ben niet met Oeroeg gaan meedoen met de Nationale leesclub, maar sinds Remco Camperts Het leven is vurrukkulluk doe ik elk jaar mee. En herlees de klassiekers van weleer. Het is best leuk om mij weer te laten meenemen door de boeken die ik heel vaak al vroeger eens las.

Ook schrijf ik jaarlijks een bijdrage voor het Zuid-Afrikaanse Litnet over deze maand waarin een boek centraal staat uit de Nederlandse literatuur. Of de nationale leesclub bijdraagt aan het leesgedrag, weet ik niet. Er zal vooral een groep benaderd worden die toch al leest.

Ik geloof ook niet dat je een initiatief als dit daarop moet beoordelen. Het is gewoon leuk dat je een boekje krijgt en dat je weet dat een paar duizend andere mensen het met je zullen meelezen.

Al vind ik het zelf een beetje overdreven om je zover te laten meevoeren dat je lezen combineert met eten. Maar als iemand daar plezier mee heeft, ben ik de laatste die dat plezier wil vergallen.

Meer informatie over Nederland leest

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 39 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

07 november 2015

Gele Ginkgo

image

De herfst is pas echt begonnen als de bladeren van het Ginkgo boompje in mijn tuin geel kleuren. Het gespleten blad waar Goethe over mijmert in zijn beroemde gedicht, geeft vlak voor het valt de meest intense kleur geel af die ik ken. Ik geniet ervan en het kan niet lang genoeg duren dat de gele bladeren nog aan de boom zitten.

Een windvlaag is genoeg om roet in het eten te gooien, dan vallen de bladeren massaal naar beneden. Gisteravond waaide het behoorlijk en de schade is nu te zien in de tuin: de Ginkgo is van boven al helemaal kaal en in de onderste regionen hangen nog een paar bladeren armoedig bij elkaar.

image

Het geel is nu het felste. Gelukkig geven de gevallen bladeren deze kleur ook nog af. Ze zijn nog niet helemaal verlept. Daarom is het nog even extra genieten van de gevallen bladeren. De waterdruppels blijven er zo mooi op liggen, net als dat ze bladeren zo fraai krullen, precies op de plek van het sneetje in het blad.

Zo is de herfst nu echt begonnen. De tijd dat de bladeren geel waren, was korter dan ooit. Maar ze liggen mooi op de grond. De kale boom wijst trots omhoog. Volgend jaar weer een twijgje dichterbij de hemel.

image

06 november 2015

Mulischiaans toeval

image

In het rouwboek Logboek van een onbarmhartig jaar schrijft Connie Palmen over het jaar na de dood van haar echtgenoot Hans van Mierlo. Mooie herinneringen wisselen zich af met pijnlijke herinneringen over de laatste dagen. Daarmee is het logboek een boek van herinneringen, gekoppeld aan haar overleden echtgenoot.

Connie Palmen koppelt de herinnering vaak aan de dood. Zo schrijft ze over het bericht van Hugo Claus dood. Terwijl ze samen op 19 maart 2008 zitten te wachten op de afspraak van Hugo Claus met de dood, zit Connie Palmen met Het verdriet van België (1983) van de Vlaamse schrijver op schoot. Om iets van hem vast te houden als ze aan hem denkt. Hans van Mierlo merkt op dat het eerder lijkt of het boek haar vasthoudt:

Hij wil het even inzien en slaat het op. ‘Kom eens kijken,’ zegt hij, ‘niet schrikken.’ Het schutblad van mijn exemplaar is precies vijfentwintig jaar geleden, op 19 maart 1983, door Hugo gesigneerd. In het memoriam dat ik voor Hugo schrijf, gebruik ik dit mulischiaanse toeval van de elkaar omhelzende data, net als het opduiken van ‘Un jour tu verras’, waarvan zijn vrouw Veerle me later vertelt dat ze het zachtjes voor hem zong bij het sterven. (96)

Het blijft een vreemde gedachte aan dezelfde dag, maar dan 25 jaar eerder, waarin de schrijver in de bloei van zijn leven zijn boek signeert. Een kwart eeuw later is er diezelfde dag, maar dan is de laatste dag van de schrijver aangebroken.

Hoe je onbewust terugdenkt aan dat moment zoveel eerder. Helemaal niet bewust dat je 25 jaar later thuis zou zitten met hetzelfde boek op schoot. Om hem even vast te houden bij zijn laatste momenten. Als in haar gedachten dan ook nog eens hetzelfde lied opkomt als Hugo’s vrouw zingt bij zijn laatste uren.

Inderdaad bijna een toeval zoals alleen in Harry Mulisch’ romans kan opduiken. Toeval die misschien meer vertelt over de verteller zelf dan over het toeval zelf.

Connie Palmen: Logboek van een onbarmhartig jaar. Amsterdam: Prometheus, 2011. ISBN: 978 90 446 1767 2. 240 pagina’s.

05 november 2015

Dagboek van een onbarmhartig jaar

image

De roman van Eva Posthuma de Boer lokt mij naar de boekenkast. Bij de P van Connie Palmen staar ik naar het rijtje titels dat ik van haar in mijn bezit heb. Het is aardig wat, bijna haar hele oeuvre, op het laatst verschenen boek na en wat publicaties die Eva Posthuma de Boer achterin haar roman wel vermeld.

Eigenlijk wil ik de roman Lucifer lezen omdat dit boek sterk overeenkomt met de roman Ica Eva Posthuma de Boer. In allebei de boeken draait het om het leven van iemand die echt leeft of geleefd heeft. Ik ben erg benieuwd naar het spel met de werkelijkheid zoals Connie Palmen dat uitvoert en in hoeverre Eva daarbij haar voorbeeld volgt.

Maar ik heb het nog even laten liggen. het geeft volgens de schrijver Buwalda heel veel genoegen om een boek heel lang ongelezen in je boekenkast te laten liggen. Daarom neem ik een andere ongelezen boek uit de kast van Connie Palmen: Dagboek van een onbarmhartig jaar. Het is het verslag van het jaar na het overlijden van haar echtgenoot Hans van Mierlo.

Het dagboek is een verzameling van notities die Connie maakt in het jaar het overlijden van haar echtgenoot Hans van Mierlo. Het begint met de eerste aantekeningen op 28 april 2008, 48 dagen na zijn dood. Verderop lopen aantekeningen van de jaren door elkaar.

Wel volgt het dagboek de maanden en dagen in chronologische volgorde. Dat geeft het verhaal een bijzondere lading, omdat de verteller aan de hand van de dag soms terugblikt door een jaar eerder aan te halen. Het geeft daarmee niet alleen een beeld rond de rouw om haar overleden echtgenoot, maar ook de laatste maanden voor zijn dood.

Daarmee is Logboek van een onbarmhartig jaar een boek waarin de dood overal is. Er gaan erg veel mensen dood of ze zijn al dood. Het sterven is daarmee een sterk overheersend thema. Of het nu Harry Mulisch is, Hugo Claus, Hans Warren of Daniel Keel. Ze sterven allemaal. Connie Palmen laat zich omringen door de dood en lijkt zich in het boek helemaal in een doodskleed te wikkelen.

Logboek van een onbarmhartig jaar is een zwaar boek, waarin Connie Palmen troost zoekt, maar het heel moeizaam kan vinden. Het boek staat in groot contrast met een reqieum als bijvoorbeeld A.F.Th. van der Heijden schreef rond de dood van zijn zoon Tonio. In dat boek probeert de verteller de dode tot leven te wekken in zijn herinneringen.

Die functie heeft het oproepen van herinneringen veel minder in Logboek. Rouwen en het verwerken van verlies verschilt daarmee van mens tot mens. Er zit geen goed of fout in, maar het drukt veel meer uit hoe ieder mens anders rouwt.

Connie Palmen: Logboek van een onbarmhartig jaar. Amsterdam: Prometheus, 2011. ISBN: 978 90 446 1767 2. 240 pagina’s.

04 november 2015

Verzameling herinneringen

image

De roman Moederziel van Krijn Peter Hesselink is een mooie verzameling herinneringen van een jongen aan zijn moeder. De herinneringen zijn verweven in het verhaal dat de volwassen Jonathan meemaakt in het vakantiehuisje op de Veluwe van zijn vader.

Samen met zijn vriendin en zijn vader logeert hij in het vakantiehuisje van vader. Hij ziet het aanvankelijk niet zitten om te doen, maar als zijn vriendin aandringt, gaat hij toch. Het verhaal opent in het nabijgelegen dorp waar Jonathan bij de plaatselijke apotheek in het weekend een morning after pil koopt.

Daarna volgt een bijzondere ontmoeting met een vrouw van wie Jonathan ontdekt dat het zijn moeder is. Hij heeft haar al sinds zijn kindertijd niet meer gezien. Ze was plotseling verdwenen, weggelopen.

Het verlangen naar zijn moeder mixt zich in het dorp met de herinneringen aan zijn moeder als kind. De gebeurtenissen verweven zich met elkaar, al ontdek je als lezer dat Jonathan meer bezig is met het verleden dan met het heden. De moeder die hij in het dorp tegenkomt, vervult slechts een bijrol.

Daarmee maakt de verteller de gebeurtenissen in het verleden sterker dan het verhaal in het heden. De herinneringen als kind zijn ook vele malen sterker dan de gebeurtenissen als volwassen man.

Daarmee komt een belangrijk deel van het verhaal in de latere taal een beetje op losse schroeven te staan. Wat ergens best jammer is. Het verhaal van de jonge Jonathan is op zich al sterk genoeg. Daarvoor heb je niet het verhaal van de latere Jonathan nodig.

Krijn Peter Hesselink: Moederziel. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2015. ISBN: 978 90 5759 738 1. 154 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Moederziel van Krijn Peter Hesselink. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

03 november 2015

Kastanjebladeren

image

In het voorjaar volgde ik zo fanatiek de groei van de kastanjebomen aan de rand van het Den Uylpark. Hoe de bladeren zich vormden tot de eigen vormen, gecombineerd met de prachtige kaarsentoortsen. Nu is het allemaal verdwenen. De bladeren kleuren snel van het groen naar geel om uiteindelijk bruin en verlept naar beneden te dwarrelen.

image

Zag ik hier een week geleden nog zo mooi de zon door de bladeren schijnen, nu zijn de takken bijna bladerloos. Het zicht op het pad is verbeterd, maar het pad zelf is niet meer te vinden in de dikke laag bladeren die op de grond ligt.

image

Nu maak ik mijn eigen pad door de bladeren. Je kunt ze zo heerlijk ver voor je uit schoppen. Het lijkt dan of ze even opnieuw voor je vallen. Het geritsel geeft het iets vrolijks. Dat is de leuke kant van de herfst, als het droog genoeg is om de bladeren weer te laten dwarrelen.

image

Als de regen toeslaat is het een stuk minder luchtig. Dan wint de geur van humus en verrotting. Ook dat heeft wat, maar zo lekker in het zonnetje vind ik het een stuk leuker. Een geniet ik van de herfst.

image

02 november 2015

Ochtendwandeling in de mist

image

Een ochtendwandeling door het park. Het is mistig. De mist verhult deze dag. Alles lijkt zich te verstoppen in de laaghangende bewolking.

image

De takken van de bomen raken meer en meer bladeren kwijt. Ze veranderen door de mist in schimmige wachters, die met de vele armen gespreid staan.

image

De lage zon schijnt door de wolken heen en tekent van de bomen silhouetten. Je denkt aan schimmen die zweven tussen de mist. Daar is geen verkleedpartij voor nodig, maar verbeelding.

image

Zo is de dag al verdwenen voor ze begonnen is. Zo’n dag waarvan je vermoedt dat het lastig wordt om alle mist te laten wegtrekken.

image

01 november 2015

Nederland leest - #50books

image

Speciaal voor de actie Nederland leest fiets ik naar de bibliotheek. De gracht is gehuld in een laagje mist. Verder weg van het water is het best helder. Ik haal de zondagsrijders in op weg naar de Nieuwe bibliotheek.

In de bibliotheek, tegenover de balies zit Aaf Brandt Cortius op een hoge stoel, microfoon onder haar neus. Vanmiddag heb ik haar nog omgestoten. Een hoge stapel boeken viel in mijn studeerkamer om en zij lag ineens bovenop met het ABC van het moderne levenNRC Next schreef en het stukje moest beginnen met een zin. ‘Ik stuurde altijd 10 zinnen mee, dan kon de redactie daar een keuze uit maken.’

Het verhaal gaat over zwanen, een moederzwaan en kleine zwaantjes die niet het water uit kunnen. Ze belt de zwanendeskundige van Almere – ‘Ja, de gemeente Almere heeft een zwanendeskundige’ – die vertelt wat ze moet doen. Ze voelt zich een reddende engel.

Het gekeuvel op de hoge stoel krijgt een vervolg, maar de rij waarin ik sta is zover naar de balie geschoven dat ik vooraan sta. Het boekje dat bij de actie hoort. Daar ben ik voor gekomen. Op de dozen die op de tafel achter de balie staan, staat met grote letters ‘Niet verstrekken voor 1 november.’

Nu krijg ik het boekje met de paarse voorkant mee. Korte verhalen, maar liefst 40 verzameld door dé korte verhalenschrijver van Nederland: A.L. Snijders. Ik wist niet dat dit het thema was van deze 10e editie. Maar ik ben blij en loop tevreden de bibliotheek uit.

Het kabbelend beekje van Aaf Brandt Cortius klotst rustig verder door de microfoon. Ik laat de bladzijden al lopend door mijn vingers ritselen en ruik die typische geur van de boekjes van Nederland leest tot mij doordringen.

Meer informatie over Nederland leest

#50books

Dit is het antwoord op vraag 39 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.