14 oktober 2017

Vliegtuigen

Als Bill Bryson in zijn boek De weg naar Little Dribbling door Windsor Great Park loopt is hij zo ontzettend blij dat dit gebied nog bestaat. De natuur en de rust zo dicht bij Londen doen hem goed. Het kan niet anders dan er iets moet gebeuren. Inderdaad het gebied wordt bedreigd door de oprukkende luchthaven Heatrow.

Alles is mooi hier, behalve de lucht. Het is al een komen en gaan van vliegtuigen en nu ligt er een serieus plan om de luchthaven uit te gaan breiden met een derde landingsbaan. Als dat niet gebeurt, kan Heatrow niet concurreren met andere luchthavens in Europa, is de redenering.

Het antwoord van Bill Bryson is helder:

Ik zal u zeggen wat je daadwerkelijk krijgt met nog een start- en landingsbaan erbij. Je krijgt nog meer opstijgende en landende vliegtuigen, maar die zijn dan kleiner. Dat is wat er in Amerika is gebeurd. (76)

En ik denk dat Bill Bryson gelijk heeft. Het aantal vliegtuigen dat op Schiphol landt, ligt lager dan wat er op Heatrow landt, terwijl Schiphol 6 banen heeft. Heatrow heeft er 2, maar wel een half miljoen vluchten per jaar.

Er komen inderdaad meer vluchten, maar minder passagiers. Ik heb dat beeld ook vaak met de vele vliegtuigen die hier over het huis vliegen. Ze zetten hun landing in naar Schiphol. Het zijn vrijwel allemaal kleine en middelgrote vliegtuigen, nauwelijks grote. Juist deze kleine vliegtuigen maken veel herrie. En ze vliegen af en aan. Meer vliegbewegingen en meer overlast, maar minder resultaat. Wie snijdt zich hier in de vingers?

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

13 oktober 2017

De weg naar Little Dribbling

Het is mij al weleens gezegd. Als je zo van de reisverhalen van Paul Theroux houdt, waarom lees je dan niet eens Bill Bryson. Ik had al eens Een geschiedenis van bijna alles proberen te lezen. Een boek waarin de hele wereld gevat wordt. Niet altijd even spannend. Het is ook wel heel veel. Ergens halverwege ben ik gestrand.

De reisverhalen van de Amerikaanse Bill Bryson kende ik niet. Tot ik onlangs de sprong heb gewaagd. Bill Bryson bereist in zijn nieuwste boek De weg naar Little Dribbling opnieuw Groot Brittannie. Dat is 25 jaar na zijn hilarische trip door Engeland in het boek Een klein eiland. Nu moet ik er toch eens aan toegeven, dacht ik.

Om goed beslagen ten ijs te komen las ik eerst Een klein eiland. Je moet wat referentie hebben. Bovendien zou ik mij hopeloos kunnen vergissen als ik deze boeken door elkaar zou lezen. Het verhaal van Een klein eiland laat zich in 1 woord omschrijven als: hilarisch. Wat een boek is dit! Je komt alles te weten over Engeland en de Engelsen. Maar vooral over Bill Bryson!

Slagboom

Het nieuwste reisboek, De weg naar Little Dribbling, begint even hilarisch. De slagboom bij een parkeerterrein waarmee Bill Bryson een klap op zijn hoofd krijgt. Hoe presteert deze Amerikaanse Engelsman het om dat gewoon nog een keer te laten gebeuren? Zijn eigen onhandigheid is daarmee onderwerp van het verhaal geworden. Ik houd van die zelfspot.

De klap met de slagboom is nog maar het begin. De hele reis langs de denkbeeldige lijn die Bill Bryson aan het begin van zijn boek trekt, is een aaneenschakeling van onhandigheden en lachwekkende voorvallen. Zijn bezoek aan McDonald’s bijvoorbeeld waarbij hij het voor elkaar krijgt er een gigantisch grote bestelling van te maken.

Het is die stijl waarbij Bill Bryson een hoofdstuk opent met een onderwerp waarbij niet direct de link met de plek die hij in dat hoofdstuk bezoekt. Neem het hoofdstuk ‘Cronwall’ dat opent met een lijst met Reflex-aversies. Het zijn er 15 waaronder een uitnodiging invitatie noemen of Meryl Streep als ze schattig doet.

Ik weet dat het er meer dan twaalf zijn, maar dit is míjn concept en daarom heb ik recht op wat extra dingen. U dacht misschien dat ’s zomers in het zuidwesten van Engeland rijden ook op die lijst zou staan, maar dat komt niet in aanmerking, omdat het daarbij om een voor de hand liggende en rationele afkeer gaat. (160)

Sommige mensen haten je

Je begrijpt het al. De rest van het stuk gaat over het rijden door Cornwall in de zomer. Om daarna zonder gene te concluderen dat sommige mensen je haten. Bijvoorbeeld de mensen van Microsoft of – nog erger – mensen die bushokjes ontwerpen. Het zitten op die onlogische smalle rode plastic plaat in de bushokjes is een ware marteling. Je glijdt erover uit als een gebakken ei in een koekenpan met antiaanbaklaag.

Daarmee is het een feest om Bill Bryson te lezen. Ik ga zeker nog meer boeken van hem lezen, zijn reizen door zijn geboorteland Amerika bijvoorbeeld. Of het Australië-boek waarin hij over onze tegenvoeters schrijft. Al bescherm ik mijzelf ook een beetje. Na 2 boeken van Bill Bryson houd ik eerst even pauze voor ik verder ga.

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

10 oktober 2017

Rachmaninov en Skrjabin in Concertgebouw

We zitten vooraan, aan de kant van de cellisten. De piano staat dicht bij het publiek, met een beetje schuin voorover leunen kan ik hem net ontwaren. Ik heb meer zicht op de onderkant van de vleugel en de benen van de pianist. De dirigent is nauwelijks te ontwaren. Best een krappe bedoeling. De dirigent staat met zijn kont tegen de piano aan.

Dan barst het concert los. Wat een prachtig muziekstuk is het Derde pianoconcert. Er zitten een paar adembenemende solo’s in, waar ik echt van onder de indruk ben. De klep van de vleugel die openstaat, trilt flink onder het pianogeweld van de solo’s. Hier staat pianist echt duidelijk zijn mannetjes. Wat een orkaan aan tonen en akkoorden. Het orkest haakt hier weer mooi op in.

Daarmee is het pianoconcert wat het hoort te zijn een dialoog tussen piano en orkest. Soms trekken ze gelijk op, andere keren strijken ze elkaar tegen de haren in. Het verlevendigt dit muziekstuk ongelooflijk. Er zit geen saai moment in. Ook al zitten we hier heel dicht op het orkest en krijgen daarmee vooral de strijkers goed te horen. Het lijkt wel of je midden in het orkest zit. De koperblazers, fluiten en harpen vallen een beetje weg.

Na de pauze, is het tijd voor die andere Rus: Skrjabin. Hij heeft een heel ander muziekstuk geschreven waarin het Concertgebouworkest even helemaal kan exeleren. De Derde symfonie, op. 43 ‘Le poème divin’, is overduidelijk een symfonisch gedicht. Al heeft Skrjabin een ‘echt’ symfonisch gedicht geschreven, deze symfonie bezit veel kenmerken van een dergelijk werk. Daar zijn veel andere componisten hem in voorgegaan, waaronder Liszt en Sibelius.

Skrjabin neemt je mee op deze muzikale reis, helemaal verzonken in de kracht van het symfonisch orkest. Die geweldige contrabassen die je hele lijf in beroering brengt. Prachtig om naar te luisteren. Indringend en meeslepend tegelijk. Ik ben er diep van onder de indruk. De muziek vervoert je en neemt je soms mee zoals in een waterstroom. Dan is het de kunst om je gedwee mee te laten voeren. Een heerlijke ervaring is dat. De beleving is zoveel anders dan wanneer je naar een orgelconcert gaat. Ook kleinere orkesten, zelfs met een groot koor, laten een andere indruk bij je achter.

Zeker de moeite waard om eens naar een groot symfonie-orkest te luisteren. Zeker met die mate van kwaliteit als het Concertgebouworkest. De dirigent Valery Gergiev weet het orkest ook perfect te regisseren. De subtiele aanwijzingen die hij geeft met het minieme dirigentenstokje dat hij vasthoudt, is buitengewoon.

Ik ben ervan onder de indruk. Daarmee bewijst Valery Gergiev dat hij een dirigent van formaat is. Hij heeft het Concertgebouworkest goed in bedwang. De tempi die hij kiest liggen zeker niet te hoog. Iets dat mij wel kan bekoren. Ik hou er wel van als een muziekstuk gedragen wordt uitgevoerd. Het geeft daarmee soms een andere beleving, maar voor mij is het erg waardevol. Zeker als het muziek is die ik niet eerder hoorde. Skrjabin is daarbij de moeite van het beluisteren waard.

Zo verliet ik een ervaring rijker het Concertgebouw. Deze bijzonder mooie concertzaal behoort absoluut tot 1 van de mooiste van de wereld. Compleet met het beleven van het enorme orkest. De ruimte is prachtig en maakt daarmee de ervaring compleet. De moeite waard en eigenlijk zou iedere Nederlander dit een keer moeten ervaren.

Ik kan het in elk geval weten, want een bezoek aan het Concertgebouw hoort zeker bij je opvoeding, net als een bezoek aan het nabijgelegen Rijksmuseum. Al is het niet een probleem als het niet gebeurt bij je opvoeding, de meeste mensen hebben tijd genoeg om het in te halen. Zoals ik dat in beide gevallen heb gedaan.

09 oktober 2017

Concert in concertgebouw

Laat ik eerst beginnen met een bekentenis: tot woensdag was ik nog nooit in het Concertgebouw geweest. Ook had ik nog nooit het Koninklijk Concertgebouworkest live gehoord.

Tot woensdag. Mijn collega vroeg of ik meewilde naar het concert van Valery Gergiev. Deze beroemde dirigent zou samen met het Concertgebouworkest en Behzod Abduraimov aan de piano het Derde pianoconcert in d van Rachmaninov uitvoeren. Na de pauze zou het Concertgebouworkest de Derde symfonie van Skrjabin spelen.

Niet direct muziek waar ik heel vaak naar luister, al ken ik de pianoconcerten van Rachmaninov, gecomponeerd vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Een indrukwekkend werk is het Derde pianoconcert. Er zitten een paar erg mooie delen in, virtuoos en soms ook schurend tegen de tonaliteit aan.

Het werk van Skrjabin ken ik verder niet. Het is een tijdgenoot van Rachmaninov, jonger overleden en ook een andere muzikale wereld vertegenwoordigend. Zijn Derde symfonie, op. 43 ‘Le poème divin’ is geschreven tussen 1902 en 1904. Het is veel meer een muzikaal gedicht waarin de verschillende delen mooi in elkaar vervloeien.

Als we aankomen bij het Concertgebouw is het al donker. Het gebouw staat mooi verlicht aan het Museumplein. Ik zie dat de deur openstaat en kijk naar binnen. De vleugel wordt opgepoetst. De eerste mensen lopen de zaal binnen. Wij drinken eerst nog een kopje koffie voor we ons plekje opzoeken.

Wat mij onmiddellijk opvalt is de hoge plek waarop het orkest speelt. Ik had in gedachten dat ze veel lager zouden spelen, maar het is bijna 2 meter hoger dan waar wij zitten. We zitten ook mooi vooraan. Het geluid van de orkestleden die al klaarzitten en nog de laatste passages repeteren, is al prachtig. Net als het geroezemoes van al die mensen die gaan zitten. Hier zit het ‘crème de la crème’ van Nederland. Sommigen zijn hier ook alleen maar om gezien te worden, niet om te luisteren.

Lees verder: Rachmaninov en Skrjabin in Concertgebouw

08 oktober 2017

Je weet de afloop

Dat maakt een boek als 1917, Op de rand van oorlog en revolutie zo interessant. Je weet de afloop, maar Will Englund benadert het verhaal heel sterk vanuit het moment. Met hulp van dagboeken, brieven en vooral krantenberichten benadert hij dit deel van de geschiedenis.

Vooral de verslagen van buitenlandcorrespondenten uit deze tijd, geven een indringend beeld van hoe het in deze periode eraan toe ging. Wat lazen de krantenlezers uit die tijd over de revolutie en de oorlog? Het is frappant hoe goed enkele geciteerde correspondenten de situatie doorzagen.

Het hele boek bekijkt het conflict vooral vanuit Amerikaans oogpunt. Zeker nemen ze hierbij ook enkele aspecten die internationaal speelden. Niet alleen de Russische revolutie, maar ook iets als het vrouwenkiesrecht dat in enkele Europese landen – waaronder Nederland – in 1917 is ingevoerd. Veel hangt samen met die Eerste Wereldoorlog. Vergeet bijvoorbeeld niet de invoering van de 8-urige werkdag. Allemaal dingen de oorlog hebben beïnvloed.

Net als dat de oorlogsverklaring van Amerika ook door enkele binnenlandse problemen werd geleid. Er komen gedurende de oorlog geen immigranten meer in Amerika. Daardoor ontstaat er in de Noord-Oostelijke staten een arbeidstekort.

Veel Afro-Amerikanen verhuizen naar het Noorden, wat in het Zuiden weer niet wordt gewaardeerd. Het heeft allemaal consequenties. Net als dat de Eerste Wereldoorlog de jazzmuziek naar Europa brengt. Mede dankzij de komst van Afro-Amerikanen in steden als New York.

Verbanden die je als onschuldige Nederlandse lezer niet zo snel ziet, maar die op een indringende manier laten zien hoe anders de geschiedenis had kunnen lopen. Want wat als Duitsland de Eerste Wereldoorlog had gewonnen? Hoe zou het hedendaagse Europa er dan uitgezien?

Heel anders, dat zeker. Al blijft het lastig om te denken vanuit situaties die niet zijn gebeurd. Het is moeilijk te voorspellen hoe de loop van de geschiedenis zou zijn gelopen. Daarvoor zijn we te afhankelijk van de latere uitkomst van dit alles.

Will Englund: Maart 1917, Op de rand van oorlog en revolutie. Oorspronkelijke titel: March 1917: On the Brink of War en Revolution. Vertaling uit het Engels: Jan van den Berg, Piet Dal, Willem van Paassen en Jan Verschoor. Amsterdam: Hollands Diep, 2017. ISBN: 978 90 488 2954 5. 448 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

07 oktober 2017

1917 in kranten, brieven en dagboeken

In het boek Maart 1917, Op de rand van oorlog en revolutie schetst de voormalig buitenlandcorrespondent van The Washington Post, Will Englund de situatie in deze maand van de oorlog. Het begint iets eerder als Duitsland in januari 1917 de totale oorlog ontketend door te zeggen dat ze alle boten op de Atlantische Oceaan het doelwit zullen zijn voor hun onderzeeboten. Eigenlijk is dit een rechtstreekse aanval aan de Verenigde Staten.

Aan de andere kant van het front, gebeurt iets heel anders. Daar ontketenen de Russsen zich van hun leider, Tsaar Nicolaas II. Een heuse volksdespoot die zijn volk in de problemen heeft gebracht met deze verschrikkelijke oorlog. Er is geen voedsel en de bevolking komt in opstand.

Iets soortgelijks laat zich zien in New York, waar een graanopstand is vanwege de belachelijk hoge graanprijzen. Ook hier zou de sfeer makkelijk kunnen omslaan zoals het geval is in het Russische Petrograd (Sint Petersburg). Hier gaan huisvrouwen de straat op en komen in opstand. Ze weten de Tsaar van zijn troon te stoten.

De opstand in Rusland luidt de opmars in van de vrede met Duitsland. Die vrede biedt Duitsland weer de kans om zich te concentreren op het westen, Engeland en Frankrijk. Het zou hen goed ten gunste kunnen keren. Ze zijn overtuigd van kracht en hun overwinning.

In Amerika ligt president Wilson met een griep op bed en als hij weer fit genoeg is, overweegt hij zijn vervolgstappen. Wat moet de man die beloofd heeft geen oorlog te zullen voeren, doen? Is de duikbotenoorlog niet rechtstreeks een oorlogsverklaring van Duitsland?

Hij overlegt met zijn ministers, maar neemt nog geen besluit. Dat presenteert hij pas in april, als hij het congres bijeen heeft geroepen. Zijn ministers horen het verhaal ook daar pas voor het eerst.

De rest is geschiedenis.

Will Englund: Maart 1917, Op de rand van oorlog en revolutie. Oorspronkelijke titel: March 1917: On the Brink of War en Revolution. Vertaling uit het Engels: Jan van den Berg, Piet Dal, Willem van Paassen en Jan Verschoor. Amsterdam: Hollands Diep, 2017. ISBN: 978 90 488 2954 5. 448 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

06 oktober 2017

Op de rand van oorlog en revolutie

Een bezoek aan Huis Doorn confronteert je met de Eerste Wereldoorlog. Niet op heel veel plekken in Nederland dringt zich dat beeld zo aan je op. De pracht en praal van de Duitse keizer Wilhelm en tegelijkertijd die verschrikkelijke oorlog waarin de keizer zijn volk had geworpen.

Ik begreep van de rondleider dat koningin Wilhelmina niet zo’n hoge pet op had van de keizer. Ze vond het ergens laf dat hij gevlucht was en niet de consequenties wilde aanvaarden van zijn vroegere keuzes. De keizer was een oorlogsmisdadiger en zou bij overlevering aan het buitenland zeker zijn berecht. Nu speelde hij in Doorn zijn keizerrijk nog eens in het klein – heel klein – na.

In het Paviljoen krijg je een mooi beeld van de Eerste Wereldoorlog en wat het voor Nederland betekende. De helden van weleer komen voorbij en Mata Hari. De nachtclubdanseres speelde wel een heel gevaarlijke rol in de oorlog.

Mata Hari maakte zich erg verdacht bij de Fransen en is uiteindelijk berecht. Voor haar de doodstraf. Al heeft ze altijd de beschuldigingen ontkend. Wat dat betreft ben ik verschrikkelijk benieuwd naar de tentoonstelling die vanaf 14 okotober te zien is in Leeuwarden.

Mata Hari is berecht in 1917. Dit jaar betekent het keerpunt in deze verschrikkelijke oorlog. En dan concentreert zich die kentering in de maand maart. In maart 1917 worden de grote zetten gedaan op het schaakbord van de Eerste Wereldoorlog.

Will Englund: Maart 1917, Op de rand van oorlog en revolutie. Oorspronkelijke titel: March 1917: On the Brink of War en Revolution. Vertaling uit het Engels: Jan van den Berg, Piet Dal, Willem van Paassen en Jan Verschoor. Amsterdam: Hollands Diep, 2017. ISBN: 978 90 488 2954 5. 448 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

03 oktober 2017

Meesterwerk - Licht en donker II

Een heus meesterwerk is Licht en donker II voor orgel van Jan Welmers. Het thema en de ondertitel is Te Deum. Eerbetoon aan God, waarin alle facetten van licht, donker, schaduw en schemer samenkomen. De eerste keer dat ik het werk hoorde op de cd Orgelwerken uit 1999, stonden mijn oren perplex. Wat een lawine aan geluid! Stel je je oren open, dan hoor je opeens alle tonen apart en krijgt het geluid zijn bestemming.

De uitvoering van Licht en donker in de Domkerk is er eentje waar ik mij het hele Jan Welmers Festival al op verheug. Deze compositie van de 80-jarige Welmers begint overweldigend. Wat ik hoor in de Domkerk, uitgevoerd door Jan Hage, geeft precies hetzelfde effect.

Een stortvloed van geluid waarbij langzaam alle tonen hun eigen plek krijgen. Alsof de zon fel de kerk binnenschijnt, waarna de klank langzaam wegsterft en zijn bestemming krijgt. Licht en donker II is een dynamisch werk waarbij de melodie in heel veel gedaantes terugkomt. Het geeft mij een verzadigd gevoel om dit muziekstuk in het echt te horen.

Het orgel zoals het orgel op zijn sterkst klinkt. Kan ook alleen maar zo geschreven zijn door een organist. De muzikale rijkdom van dit instrument dat mij al zo lang fascineert. Hier komen bij mij de werelden samen. Enerzijds de kerk, het instituut met de kakofonie aan liederen. Anderzijds ik als individu, losgescheurd en verscheurd door dat instituut, zoekend naar de waarde van deze muziek.

Dat balt voor mij samen in dit muziekstuk. Jan Welmers grijpt je in deze muziek bij de kladden. En daar betrap ik mijzelf ook op in de Domkerk. Je kunt zelf de melodieën uit dit orgelwerk halen, waarbij je met meer muziek weggaat dan waarmee je gekomen bent. Wat is dit een prachtige ervaring.

Dat geldt voor het hele Welmers Festival. Ik heb de 3 concerten in de Domkerk mogen meemaken. Een belevenis waarbij het eerste concert overweldigend was en mij dagenlang in de tang hield. Het 2e concert was voor mij een feest vanwege Invocazione en het grote koorwerk Licht en Donker IV.

Het laatste concert in de Dom staat voor mij met het meesterwerk Licht en donker II voor orgel. Hier uitgevoerd met de gezongen melodie. Het geeft een beleving die zijn weerga niet kent. Niet op te roepen met de cd-opnames van dit muziekstuk. Wat een kracht klinkt er in dit muziekstuk. Het is eindeloos te beluisteren, maar de beleving in de kerk is niet te overtreffen.

Ik hoop dat het Jan Welmers Festival bijdraagt aan het vaker uitvoeren van werken uit het bijzondere oeuvre van Jan Welmers. En ik hoop dat Jan Welmers nog veel mooie, nieuwe werken zal schrijven. Hij heeft al een compositieopdracht van het orgelpark, dus dat zit wel goed.

02 oktober 2017

Adembenemend - Licht en donker IV in Domkerk

Jan Welmers volgt in Licht en donker IV prachtig de tekst van Dag Hammarskjöld. De solo’s met sopraan, mezzo-sopraan en tenor zijn een mooie afwisseling met de delen die het koor zingt. Ook hier soms moeilijke passages waarbij de tekst soms erg wringt met het tempo van de grillige melodielijn.

Adembenemend zijn de langer uitgesponnen melodielijnen. Het is de bijzonder zorgvuldig opgebouwde spanning die zo kenmerkend is in het werk van Jan Welmers. Bij een uitvoering in de gotische Domkerk waar de najaarszon zo speelt met de hoge vensters. Het spel van licht en donker is niet alleen te horen, maar ook te zien.

Het zijn natuurlijk ook de contrasten die hier naar voren komen en die het licht en donker zo mooi laten klinken. Zoals de lange toon die meer en meer aanzwelt gedurende het 5e deel. Hier staat de vermoeidheid centraal, maar dat je desondanks je rug recht moet houden.

De lange toon met de stemmen die erboven klinken, maken het contrastrijk. De klankstroom waarbij melodieën en ritmes samenkomen en hun muzikale verhaal vertellen. Ze versterken de teksten van Hammerskjöd die Welmers heeft gebruikt in deze compositie.

Het is de grote gemene deler die de werken uit de serie Licht en donker met elkaar verbinden: de contrastrijke muziek. Ik kan daar bijzonder van genieten. Net als de vele motieven uit het ‘Te Deum’ en liederen als ‘Nun komm’ der Heiden Heiland’ die in elke compositie uit deze serie terugkomen.

Het mooie van dit Jan Welmers Festival is de mogelijkheid om deze woorden live te horen. De indruk die dat op je maakt, is niet te vergelijken met magere beleving die een klankdrager geeft. Daarom is het voor mij zo de moeite waard elke week weer naar Utrecht af te reizen voor een welkom deel uit deze serie.

Tegelijkertijd is je hoofd ook een spons die snel verzadigd raakt. Zo vind ik de afsluitende koraalfantasie van Max Reger, ‘Halleluja Gott zu loben’, bij dit concert overbodig. Schitterende uitvoering van Gerrit Christiaan de Gier, maar na Invocazione en Licht en donker IV, komt het wel over als een zwaar toetje na een overdadige maaltijd waarvan je al helemaal vol bent.

01 oktober 2017

Licht en donker IV

Het koorwerk Licht en Donker IV schreef Jan Welmers bij zijn 25-jarig jubileum als cantor-organist in Nijmegen. Het is onderdeel van een serie werken die hij schreef, waarvan ik het orgelwerk Licht en Donker II bijzonder intrigerend vind. Misschien behoort het tot zijn beste orgelwerken.

Voor het koorwerk koos Jan Welmers teksten van de Zweedse diplomaat Dag Hammarskjöld. Onder de titel Merkstenen verscheen na zijn dood zijn dagboekaantekeningen. Een boek vol met spirituele teksten en haiku’s over de innerlijke reis die Dag Hammarskjöld maakt. De ideeënwereld van Dag Hammarskjöld hangt tussen Bijbelse teksten van de Psalmen tot aan beschouwingen van middeleeuwse mystici, Nietzsche en Herman Hesse.

Jan Welmers weet deze teksten heel mooi te voegen in zijn cyclus. Het benadrukt de zoektocht naar licht en donker en vooral de scheidslijn van de schemering. Niet voor niets ben ik zo gek op deze cyclus van Jan Welmers, Franz Junghuhns filosofische beschouwing kreeg ook de naam Licht- en Schaduwbeelden mee.

Licht en donker IV is lastig stuk om te zingen, valt mij in de Domkerk op. Ik ken het van de opname van een live-uitvoering in het Orgelpark een paar jaar terug. Nu zingt de Utrechtse cantorij onder leiding van Remco de Graas het soms een beetje aarzelend.

Van mij mag het best wat zekerder en overtuigender. Dat verdient dit muziekstuk echt. Al bevat dit koorwerk van Jan Welmers zeker ook heel pittige delen. Bijvoorbeeld het 4e deel waarbij het koor versplintert in 6 stemmen. Of als de orgelpartij helemaal zijn eigen gang gaat, zoals bij het 6e deel.

Juist de verscheidenheid van alle koorstemmen krijgt in dit koorwerk veel aandacht. Daarbij zijn de passages waarbij het orgel aanzwelt of juist wegsterft, het zwaarste beladen. Het is de scheidslijn tussen licht en donker. Dat effect dat de sopranen heel krachtig, bijna schreeuwerig klinken, geeft dit muziekstuk zijn zilverglans.

Lees het vervolg van deze bespreking: Adembenemend