08 juli 2018

Loopse mijt - Sientje (27)

Ze is loops, vertelde de dierenarts bij de eerste controle. We hadden haar net die zaterdag gekocht en die maandag ging ik gelijk voor controle. Het was onze deal met de vorige eigenaar. Wanneer het een ongezonde hond zou blijken te zijn, kregen we ons geld terug. Aan de andere kant beseften we gelijk dat we Sientje niet meer kwijt wilden. Dus wat we gedaan hadden met een ongezonde hond zal altijd de vraag blijven.

Ik was ontzettend boos op de verkoper. Hij had me besodemieterd en een loopse teef aan ons verkocht. ‘Dat kan goed zijn’, antwoordde hij koeltjes. ‘Die andere waarmee ze in het hok zat, is vandaag ook loops geworden.’ Ik geloofde weinig van het verhaal. ‘Mankeert er nog meer aan?’ vroeg ik hem. ‘Nee, echt niet. Ze worden altijd ongeveer gelijkertijd loops als ze bij elkaar zitten’, antwoordde hij.

Dat hij de honden na de laatste inenting helemaal niet meer had ingeƫnt en de hoektanden afgesleten waren, liet ik maar voor wat het was. De inenting had ik ook nog niet laten doen. De dierenarts wilde haar niet teveel stress geven. Dat ze nu bij ons woonde, was voor haar al een grote verandering. Dan moest je niet teveel dingen erbij doen. Ook ontraadde hij ons haar snel te wassen of te trimmen. Laat haar eerst maar even rustig wennen.

Bij de controle en inenting een paar weken later, constateerde de dierenarts dat de loopsheid weliswaar voorbij was. Maar nu was ze schijnzwanger. Iets om in de gaten te houden, gaf hij er als opmerking bij. Dat ze even later schijnzwanger werd – met opgezette tepels en melk die eruit vloeide – probeerden we te bestrijden met kamferspiritus.

Het hielp weinig, maar ze rook wel heel erg lekker. Het hoorde bij de kwaaltjes die we onder handen namen. De ruimschoots aanwezige oormijt – volgens de dierenarts een duidelijk teken van verwaarlozing – bestreden we met oordruppels die hij zelf importeerde uit Frankrijk.

Op de terugreis van de kampeervakantie reed hij altijd langs de producent van dit goedje, dat volgens hem in Nederland niet verkrijgbaar was. ‘We moeten weer nodig naar Frankrijk’, zei hij een keer in mijn bijzijn toen hij de laatste doos met flesjes aanbrak.

We hebben het spul het hele leven van Sientje in haar oor gedruppeld. Na de druk op het pipetje wreven we het goedje flink in door het kleine oorzakje dat tegen de kop zit, zachtjes te masseren. Als ze genoot van het kneden, dan moesten we de behandeling nog even aanhouden. Alleen als ze koppig weigerde, dan zou de mijt vertrokken zijn. Tijdelijk want zodra ze weer fanatiek bij haar oor aan het krabben was, was de mijt teruggekeerd.

De schijnzwangerschap was eveneens een probleem. De dierenarts constateerde het. ‘Het lijkt niet dat het weggaat’, beweerde hij. Hij stelde voor om haar te steriliseren en alles eruit te halen. Alleen zo heeft ze er geen last meer van. Hoe het kwam, wist hij niet. Maar hij achtte het verstandig met sterilisatie een einde te maken aan het probleem van de voortdurende schijnzwangerschap.

Zo maakten we een afspraak voor het steriliseren. De dierenarts zou haar gelijk verlossen van een dikke knobbel op de rug. We brachten haar ’s ochtends vroeg. Ze moest nuchter zijn. Moeilijk voor Sien, want de hongerige wolf kreeg ’s morgens altijd te eten. Ik liep naar de dierenarts vanaf huis, dan kon ze gelijk haar gebruikelijke behoefte doen. Natuurlijk voelde ze dat haar iets te gebeuren stond en deed ze helemaal niks. Eigenwijs als ze was. Ik nam met weemoed afscheid van haar, dikke knuffel, beetje verdrietig. Wie zegt dat het allemaal goed af zou lopen.

Die middag kwam het verlossende telefoontje maar niet. Ik zat in spanning te wachten en uiteindelijk belden ze om vier uur. ‘Het heeft even geduurd, maar u kunt haar over een uurtje komen halen.’ We snelden naar de dierenarts en waren er binnen een kwartier. Veel te vroeg natuurlijk zodat we moesten wachten en de spanning alleen maar toenam.

Daar hoorden we dat het allemaal wel zwaar was geweest. De assistente stond ons te woord. Door een spoedgeval was de dierenarts weggeroepen tijdens de operatie, maar het was allemaal gelukt. ‘Ze heeft veel bloed verloren, dus ze kan nog wel een beetje instabiel op de pootjes staan. Het duizelt allemaal bij haar. Maar ze mag mee naar huis hoor. Zorg er goed voor dat ze niet bij de wond kan.’

Nog weer lang wachten en daar kwam ze binnen. Het eerste zag ik de dikke bult op haar rug, die er nog mooi bovenop zat. ‘Ik denk dat we dat zijn vergeten’, zei de assistente. De dierenarts was er nog steeds niet. Sientje liep een beetje dizzy op de pootjes, maar wilde zo snel mogelijk uit de wachtruimte. Naar buiten, weg hier van deze pijnlijke figuren.

We stonden nog niet buiten en daar wiebelde ze op haar pootjes. De rug gebogen, de voorpoten naar de pijnlijke achterkant. Daar kwam de drol die ze vanmorgen zo dapper had opgehouden. Nog duizelig van de operatie, viel ze bijna om maar ze perste die drol eruit. Vlakbij de ingang. Een man liep ons voorbij en kon zijn lachen niet inhouden. Met de poepschep raapte ik de worp op, maar Sientje trok mij al meteen naar de auto. Weg hier.

Lees het vervolg: Ben je boos, pluk een paardenbloem »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

01 juli 2018

Afgesleten hoektanden - Sientje (26)

Bij de eerste medische inspectie viel het de dierenarts gelijk op. ‘Afgesleten hoektanden,’ zei hij. Ik vroeg hoe dat kon. ‘Waarschijnlijk veel spelen met een balletje,’ suggereerde hij. Maar dat bestond niet. Volgens de overlevering had ze haar 4 levensjaren voornamelijk in een schuur geleefd en was er nooit met Sientje gespeeld. ‘Ik weet het niet’, zei de dierenarts. ‘Ik ken de hond niet en zie alleen dat de hoektanden afgesleten zijn.’

Het antwoord op het raadsel vonden we niet. Sterker nog: Sientje hield helemaal niet van balletjes. We hadden bij die eerste aankoop in de dierenwinkel van Goor ook wat speeltjes gekocht. Een balletje, een trektouw, een beestje met een luide piep erin. Spulletjes waar elke hond gelijk mee aan het spelen slaat. Sientje niet. Zij liet alles roerloos liggen. Pakten wij iets op en gooiden het weg, dan keek ze ons hooguit met verbazing aan.

Spelen moet je leren. Dat oudere honden aan een touw trekken, komt omdat ze het spelen niet zijn verleerd. Bij Sientje kon je je afvragen of ze ooit spelen had geleerd. Vanaf haar geboorte leefde ze in de schuur van de fokker. Daar waren geen speeltjes.

Toen we haar kochten liepen we van de schuur waarin ze zat naar de auto. Ze trok in de achtertuin en dook met haar neus hard in de grond. In de richting van een boompje trok ze. Ik dacht dat het kwam omdat ze niet gewend was aan de riem te lopen. Maar volgens de fokker kwam het omdat er een botje van de huishond lag.

De liefde voor botten zat in haar hele lijf. Wanneer je haar een kauwbot in de vorm van een stuk samengeperst runderhuid neerlegde, ging ze het te lijf met groot enthousiasme. Het ding werd zorgvuldig uitgepeld als een banaan uit haar schil. De restjes runderhuid hingen in Sientjes pootjes en kleefden aan haar nagels. Het overgrote deel van het bot verdween in de maag. Ze stopte pas als het bot op was of als ze van uitputting neerviel.

Maar spelen met een balletje. Daar deed Sientje niet aan. Je kon weggooien wat je wilde, er achteraan rennen liet ze over aan de gooier. Een project met eten in de bal mislukte jammerlijk. Zeker ze was druk met de bal in de weer en accepteerde dat het ding van die rare knorgeluiden maakte. Verder drukte ze het ding voortdurend in een hoek bij de deur. Ze beukte de bal tegen de deur tot het laatste brokje uit het smalle gaatje viel. Daarna was je nog geruime tijd in de weer alle stukjes brok te achterhalen die verspreid achter meubels waren terechtgekomen. Dan jankte en drukte met haar neus zo lang door tot je het voor haar had gepakt.

Hoe die afgesleten hoektanden kwamen, wisten we niet. We konden het alleen maar raden. Ze zagen er van boven helemaal afgevlakt uit en staken zo nauwelijks hoger uit dan de rest van de voortanden. Zo vertelden we vaak – ook om het zielige verhaal compleet te maken – onze vermoedens bij deze vlakke hoektanden. Het leek wel of ze afgevijld waren met een ijzervijl of nagelvijl. Zo vertelden we het verhaal dat haar hoektanden vermoedelijk waren afgevijld. Dit om de jongen te beschermen voor beschadigingen. De lijn van Sientje was een showlijn en daarom hielden wij dat rare idee erop na.

Maar is dat een goede verklaring of een mooi verhaal? Hoe slijt een hond zijn hoektanden? Met botjes lukt dat niet. Aan de balletjes heeft het evenmin gelegen. En met andere dingen is ze ook nooit in de weer geweest. Daarom zochten we vergeefs naar een verklaring. Er is er eentje. Van de fokker van onze huidige honden hoorden we het verhaal van een vurige teckel die steeds aan een houten reling hing. Ze sprong dan op, hing aan het hout van de schutting en liet dan eindelijk los. Ze deed dit tientallen malen per dag. Op den duur sleten de hoektanden dusdanig af dat ze zich niet meer kon optrekken aan de schutting.

Mogelijk heeft Sientje in de periode opgesloten in de schuur ook aan het houten schot gehangen. De kennels werden gescheiden door houten schotten waarvan de bovenkanten er inderdaad afgesleten uitzagen. In haar drift naar buiten te breken, kan ze dit gedrag hebben vertoond. Het is een verklaring, maar of het een afdoende verklaring is, vraag ik mij af. Net zo min dat ik geloof dat ze vaak met balletjes zou hebben gespeeld. De verklaring van het hangen in het schot, is dan een stuk logischer.

Lees het vervolg: Loopse mijt »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

24 juni 2018

Boekenverslinder - Sientje (25)

Wat heeft Sientje nog meer gemold? Teveel om op te noemen. In de lijst met kostbare dingen, valt op dat ze de stapels boeken op mijn tafel en naast mijn plekje op de bank vrijwel onaangeroerd heeft gelaten.

Een groot wonder voor een boekenliefhebber als ik. Vrijwel mijn hele bibliotheek heeft kortere of langere tijd naast mijn zitplekje gelegen. Daar zaten ook kostbare boeken tussen. Kostbaar genoeg om in woede of groot verdriet te ontbranden als de boel gevild zou worden zoals zoveel andere dingen het slachtoffer werden van sloopbedrijf Sientje.

Boeken verslinden

In de lijst met stukke spullen staan 2 boeken die Sientje verslonden heeft. Eentje behoorde toe aan Inge en eentje behoorde toe aan de Openbare Bibliotheek van Almelo. Verder verdwenen er heel veel voorwerpen – eetbaar en oneetbaar – in de keel van Sientje.

Van de boeken was er een boek van Inge dat onderin de boekenkast stond. De rug stak een stukje uit omdat het boek breder was dan standaard. Het was een juist aangeschaft kookboek van Jamie Oliver. Een langgekoesterde wens met heerlijke recepten.

Omgedraaid

Er was iets eigenaardigs met het exemplaar aan de hand. Bij het inbinden was een katern per ongeluk omgedraaid waardoor het verkeerd in het boek was terechtgekomen. Midden in het recept van de zalmsalade moest je het boek omkeren en het katern terugslaan om verder te lezen. Een omslachtige handeling die bij het koken natuurlijk allerlei ongewenste gevolgen kan hebben.

Sientje viel het uitstekende boek op en greep de opvallendheid. Vakkundig knabbelde ze de rug van het boek weg. Zo hing de rug los en zweefde op een klein stukje van de rug dat nog vastzat. Je staarde tegen de ingebonden katernen aan, inclusief het omgekeerde katern. Het zag er komisch uit en het boek was zeker niet onbruikbaar, maar we konden met de inbindfout niet meer teruggaan naar de winkel vonden wij.

weggeknabbeld

Sindsdien staat het kookboek zonder rug in de rij met kookboeken. Het valt niet meer op, want de weggeknabbelde rug heeft de maat gelijkgetrokken met de andere boeken. Het wordt voornamelijk om de spaghetti met kleine gehaktballetjes te maken en dat zit precies in het omgekeerde katern. Zo is tegenwoordig elke keer als we dit gerecht maken een herinnering aan Sientje.

Het ander geval was een boek van de bibliotheek. Ik had het rechtop staan in de grote leren tas die ik van mijn verjaardagsgeld had gekocht. Een miskoop, want ik heb de tas nooit meer zo intensief gebruikt als zijn leren voorganger. Het was een geleend boek van de Openbare bibliotheek: de verzamelde gedichten van Simon Vestdijk.

Druk in de weer

De kloeke boekband stond mooi te zijn in mijn tas. Ik was even naar boven gegaan en kwam een moment later naar beneden. Ik hoorde dat Sientje druk grommend in de weer was. Het leek wel of ze met een botje bezig was. Vreemd, omdat ze bij mijn weten helemaal geen botje gekregen had. Botje kauwen enige wat ze deed, aangezien ze met niks speelde. Balletjes, touwen of stukjes spijkerbroek deden haar niks. Ze speelde niet.

Ik opende de kamerdeur en zag tot mijn verbijstering dat ze haar tanden niet in een bot zette, maar in de dikke gedichtenbundel van Vestdijk. Geleend van de bibliotheek nota bene. Ik voelde een woede loskomen, krijste waarna Sientje haar literaire prooi onmiddellijk losliet.

Vakkundig gereten

Ik griste het boek weg tussen haar poten en zag dat ook van dit boek de rug vakkundig was gereten van de rest van het boek. De voorkaft en achterkaft zaten nog mooi om het boek. Op een enkele tandafdruk na in het papier, leek het verder allemaal mee te vallen.

Met een rood hoofd meldde ik een dag later het vernietigde exemplaar bij de bibliotheek. Ik mompelde er iets bij dat mijn hond het boek had gemold. Ik voelde mij de scholier die vertelt dat de hond het huiswerk heeft opgegeten. Maar dan erger. ‘Dat wordt betalen’, zei de bibliothecaresse streng. Ik vreesde het ergste. Hier zou een flink bedrag aan verbonden zijn. ‘We zullen het repareren en de rekening nazenden’, zei ze en liet me in spanning gaan.

Kleinere bladspiegel

Weken later viel de rekening op de deurmat. Het werd 4,50 euro voor de gemaakte kosten. Later leende ik het boek met alle gedichten van Simon Vestdijk bij de Almelose bibliotheek. Naast de nieuwe kaft was een klein stukje van de beschadigde bladzijden afgesneden. Hierdoor werd de bladspiegel wat kleiner.

Die kleinere bladspiegel hinderde mij het leesplezier niet. Dan genoot ik stiekem van de kleine tandafdrukken die er nog in zaten van Sientje. Het idee dat dit boek daar nog altijd ergens op een schap in de bibliotheek staat, doet mij goed. Ik bekijk met net zoveel genoegen de tandafdrukken die ze in het boek van Jamie Oliver heeft achtergelaten.

Lees het vervolg: Afgesleten hoektanden »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

17 juni 2018

Sloopbedrijf - Sientje (24)

Vrij snel nadat wij Sientje in huis hadden genomen ontdekten we dat deze zeer lieve teckel uit Goor er een aantal eigenaardigheden op nahield. De meest hinderlijke was toch wel het slopen van gebruiksvoorwerpen. Dingen die in haar ogen de moeite van het slopen waard waren en daarmee waardeloos voor ons. Waarmee dit gedrag te maken had, kon ik niet achterhalen. Achteraf denk ik dat het verlatingsangst was.

In de loop van de jaren werd de berg gesloopte spullen hoger en hoger. Het gebeurde gewoon als we van huis waren. Dan verdwenen dingen die haar in de weg lagen of stonden tussen de grijpgrage tanden. Niet als wij erbij waren, alleen als we weg waren. Niks was veilig voor de tandengrijper. Alles verdween tussen de kaken en vermaalde de voorwerpen tot moes. Of ze scheidde alles keurig in losse onderdelen.

Wanneer het precies gebeurde was altijd onduidelijk. Als je dan thuiskwam, lag ze doodstil op de bank en wachtte onze reactie af. De teleurstelling of het verdriet. Ze liet ons rustig uitrazen om later in onze richting te lopen. Kwispelstaartend. Het kon niet sneller heen en weer daar achter als ze met een flinke dosis schuldgevoel naar ons toe kwam. Of die staart nu sneller ging dan anders, kon ik niet uitmaken. Het viel gewoon extra op omdat er iets kostbaars naar de Filistijnen was geholpen.

De ontdekking was altijd het vervelende moment. Ik kwam op een dag thuis van een cursus. Ik was een paar dagen in Groningen geweest en eindelijk thuis. Gelopen vanaf het station met een grote tas over mijn schouders, opende ik de voordeur en kwam via de tussendeur de woonkamer binnen. Inge was er nog niet. Ze zou elk moment kunnen thuiskomen. Ik zag op het kleed – waar anders – iets in duizend stukjes liggen. Ik keek eens goed en zag dat het haar mobieltje moest zijn.

De mobiele telefoon was net aangeschaft, met bijbehorend nieuw abonnement. Vlak onder het beeldscherm stak een heel klein joystickje uit waarmee je de programma’s op het scherm kon selecteren. Het zag er onwijs schattig uit. Met een druk op de bovenkant kon je het programma bekijken. Ook zat er 1 van de eerste fototoestellen op. Inge was er heel blij mee. Ze maakte foto’s en speelde op elk gewenst moment met het ding, waar weinig meer mee kon dan bellen, sms’en en foto’s maken.

Nu lag het ding op het vloerkleed. Met in het midden als grote steen des aanstoots het schattige joystickje. Verder allemaal losse toetsjes, het scherm dat nu op een propje aluminiumfolie leek en verder allemaal kleine, losse transistortjes, mini-geheugenpanelen en andere minuscule elektronica. Het omhulsel lag verbrijzeld over de rest van het vloerkleed verspreid.

Wat is dit verschrikkelijk, dacht ik. Inge die krijgt een hartverzakking. Ze doet dat beest wat aan als ze dit ziet, schoot door mij heen. Precies op dat moment zag ik onze auto voor het raam aan komen rijden en stoppen. Ze zou zo de sleutel in het slot doen.

De autodeur sloeg dicht en ik liep snel naar de voordeur, deed open en suste geruststellend. ‘Er is iets vreselijks gebeurd, niet schrikken.’ Ze schrok zich lam, dacht waarschijnlijk aan alle erge dingen waaraan je kunt denken en volgde mij naar binnen. ‘Je telefoon’, zei ik terwijl ik de deur naar de kamer opende. ‘Kijk daar maar.’ Ze keek naar het kleed en zag haar net aangeschafte mobieltje in duizend stukjes liggen.

Ze barstte in hard gelach uit. ‘Dat joystickje’, riep ze lachend. Het zag er inderdaad heel komisch uit zoals dat joystickje uit het numerieke stelsel van toetsen oprees. ‘Daar kan ik niet meer mee bellen’, merkte ze droog op en kamde met haar vingers alle elektronica uit al het wol van het kleed. Overal lag er wel iets tot in de diepste vezels van het kleed. Ze plukte de kleine dingetjes eruit en stopte ze in een plastic zakje. ‘Ik zal er wel mee teruggaan.’

De volgende dag ging ze met het zakje boordevol losse onderdelen naar de aanbieder van mobiele telefoons. ‘Die kunnen we niet meer maken’, merkte de verkoper droogjes op. Ze kon een aanbiedingsexemplaar van een ander toestel kopen. Zo’n groot formaat telefoon waar ze net van af was. Helaas moest ze het volle pond betalen, want ze had niet een verzekering afgesloten die je voor dit soort acties van je hond vrijwaart.

Ze sloot bij de nieuwe aankoop gelijk een verzekering af. Onnodig want het grote toestel was haar tanden niet waardig, vond onze sloophond Sientje. ‘Mogen we het oude toestel hebben?’ vroeg de verkoper nadat hij met zijn collega’s uitgelachen was van verbazing en verwondering wat zo’n klein teckeltje teweeg kan brengen. ‘Dan leggen we die in de etalage om kopers erop te attenderen dat ze een verzekering kunnen afsluiten.’ Inge vond het goed. Het ding heeft nog jaren in de etalage gelegen. Het joystickje als trotse overwinnaar fier overeind in bende elektronica.

Lees het vervolg: Boekenverslinder »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

10 juni 2018

Kiwi-drol - Sientje (23)

Na het bezoek aan vrienden waar Sientje allerlei stukjes kaas en worst kreeg, kwam haar hongerige geest los. Van een hond die een pak stroopwafels gewoon liet staan, zelfs als je weg was, veranderde ze in een schrokop. Altijd op zoek naar eten. Ze liet geen gelegenheid voorbij gaan om te eten.

Nadat de dierenarts opmerkte dat ze echt te dik was geworden, was het tijd voor maatregelen. In het eerste jaar hadden we te nauwgezet de aanwijzingen op het pak hondenbrokken gevolgd. Aanwijzingen die je met een grote korrel zout moest nemen, zei de dierenarts. Als je de helft nam van de aanbevolen hoeveelheid, dan zat je wel goed. Zo snel zou ze niet verhongeren. Verder goed letten op het gewicht en in de gaten houden of het niet allemaal te bol wordt.

Het strikte dieet hielp niet mee de hongerige geest te temperen. We hielden het nauwgezet in de gaten, wogen haar soms om even te kijken of we op de goede weg zaten. Maar dan was het nog altijd moeilijk. Een teckel is namelijk heel sterk gericht op eten. Het lijkt wel een hongerige wolf, altijd op zoek naar iets eetbaars. Is het niet buiten, dan is het wel binnen.

Sientje greep elke kans. Zo moest de vuilnisbak die in de keuken stond er al heel snel aan geloven. Ze haalde het ding leeg als er iets eetbaars in zat. De buit werd breed uitgemeten op de vloerbedekking.

Samen met de ongelukjes zorgde het ervoor dat we vrij snel besloten het huis maar eens te onderwerpen aan een grote opknapbeurt. Het nieuwe kleed dat we daarna in de woonkamer hadden liggen, kreeg flinke opdoffers. Zo legde Sientje een keer beslag op een zakje met macaroni. De tomatensaus werd mooi uitgesmeerd over het witte kleed. Het kleed lag er om warme voeten te houden bij de bank, maar Sientje benutte het wol om het helemaal rood te maken.

Het kleed zou populair blijven om de veroverde prooi op te verorberen. Zo zou later nog een doos Nesquik over de witte wol worden verspreid. Het bruine poeder verdween in alle vezels van het kleed en zorgde er vanaf dat moment altijd voor dat het kleed iets groezeligs behield. Hoe vaak we het ook hadden uitgeboend, het wit was veranderd in een vreemde kleur geel. Ik had na de ontdekking in paniek de dierenarts gebeld.

Sientje stond te stuiteren van het suiker uit de chocoladepoeder. De assistente vroeg me hoe het ging met Sientje. ‘Ligt ze te hijgen?’ vroeg ze. Nee, ze lag niet te hijgen. ‘Heeft ze schuim op de bek?’ Nee, er was geen schuim op de bek. ‘Draait ze met haar ogen?’ De hond draaide heel snel rondjes om de tafel die midden op het kleed stond. De stofzuiger loeide, maar de hond draaide zeker niet met de ogen. Dus met die vergiftiging viel het wel mee.

De eetlust kwam na het stroopwafelincident snel aan het licht bij iets anders. Op het kastje bij de deur naar het halletje stond een fruitschaal. Daarin lagen wat kiwi’s. Op een avond waren we allebei in de computerkamer aan het werk. Ik hoorde beneden iets schuiven. Snel rende ik naar beneden. Niets te zien. Daarna weer naar boven. Ik schoof net mijn stoel aan voor achter de computer. Weer lawaai. Er viel iets, leek het.

Ik weer naar beneden. Daar lag de fruitschaal op de grond met alle kiwi’s op het kleed. Ik ruimde alles op, weer naar boven. Ik schoof de stoel aan en weer het kabaal. Weer naar beneden en daar lagen ze weer: de kiwi’s keurig verspreid over het kleed. Eentje leek aangevreten een andere lag klaar om verorberd te worden.

Hoeveel kiwi’s lagen er in die schaal? vroeg ik aan Inge. ‘Ik zou het niet weten’, zei ze. Volgens mij heeft ze er 1 of meer opgegeten, antwoordde ik. Geen idee. Het bleef een raadsel. We konden niet geloven dat Sientje zo gek op kiwi’s zou zijn. Het bestond toch niet, een teckel verslaafd aan de enigszins zure vrucht. We lieten het maar zo. Tot we de volgende dag heel toevallig samen met Sientje liepen. We staken de straat over en daar moest ze poepen.

Netjes als we waren, stond ik klaar met de poepschep om de uitwerpselen op te scheppen. Ze perste de drol eruit, keurig om de buitenkant verscheen het stickertje met daarop Nieuw-Zeeland van de kiwi. Het stickertje lag als een wikkel om de goedgekeurde drol. We barsten in lachen uit. Wie lacht er nou om een drol? Nou als je ziet dat je hond van de kiwi’s gegeten heeft, dan moet je echt lachen. Het raadsel was opgelost.

Lees het vervolg: Sloopbedrijf »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

03 juni 2018

Op cursus - Sientje (22)

We merkten toch dat we een beetje onzeker waren met Sientje. Ze luisterde slecht. Misschien moesten we maar eens met haar op cursus. Inge speurde wat rond en vond in Almelo een kynologenclub die cursussen verzorgde. Het was in de wijk waar ze vroeger was opgegroeid, net aan de rand tegen de weilanden aan. Zo konden we misschien een iets gehoorzamere teckel krijgen. Niet dat we de verwachtten een teckel te krijgen die bij elke kik luisterde, maar het zou wel fijn zijn als ze kwam als je haar riep.

Het was al eens gebeurd dat Sientje was verdwenen uit de tuin. De poort had op een kier gestaan, was niet helemaal goed afgesloten en de teckel was plotseling verdwenen. Inge had gezocht en gekeken. Tot ze een uurtje later Sientje struinend op straat vond. Ze liep rond te snuffelen en was op speurtocht naar iets eetbaars. Zo struinde ze vaak rond op haar dooie akkertje. Na de schrik, kwam wel het besef dat we haar toch wat meer wilden bijbrengen. Ook omdat ze in huis niet altijd goed te corrigeren was.

Zo ging Inge met Sientje naar de gehoorzaamheidscursus. Omdat Sientje een volwassen hond was, kwam ze bij de cursus met de honden die met succes de puppycursus hadden doorlopen. Bovendien waren het allemaal honden die goed luisteren in de genen hebben zitten. Honden als labradors en golden retrievers. Zij scheppen genoegen in het luisteren naar hun baas. Teckels hebben een sterke eigen wil en luisteren als hun dat uitkomt of als het echt niet anders kan. Een teckel komt niet meteen als je hem roept, maar op zijn eigen tijd.

Inge ging naar de cursus. Ook omdat zij de hele dag met het dier zat opgescheept. Ik had in die tijd net mijn rijbewijs gekregen en bracht haar weleens weg of haalde haar op. Zo’n cursus is altijd op een steenkoud grasveld. De wind giert langs je benen en beproeft je blaas. De instructies lijken nooit te werken en het is wachten op je beurt. En altijd als jij aan de beurt bent, dan ben jij degene die de tijd van de anderen vraagt. Want je hond luistert nooit als jij dat wilt. Zeker een teckel is daar heel goed in.

Zo wachtte Inge avond aan avond op haar beurt. Ze kreeg instructies van een instructeur met veel ervaring. Hij trainde politiehonden en wist veel uit honden te halen. Ons ruwhaar teckeltje was een stuk ouder dan de andere honden en vroeg om heel veel geduld. De trainer benaderde het rustig en Inge speelde er heel mooi op in. Ze wist van Sientje niet een gehoorzame teckel te maken, maar wel een ruwhaartje die op de tijden dat ze moest luisteren, luisterde.

Ze kwam thuis met een hond die heel aardig volgde en goed te corrigeren was. Soms baalden we dat er niet meer uit te halen was, maar we merkten dat ze heel goed bij ons bleef. Zulke avonturen als op het Katwijkse strand waren verleden tijd. We raakten niet meer in paniek als ze los raakte. Alleen ging ze niet voor je zitten, maar met een koekje kreeg je best veel voor elkaar. Het hielp ons om een hond te hebben die volgzaam was als het moest en verder lekker eigenwijs mocht zijn. We hadden nou eenmaal voor een teckel gekozen en een teckel kun je niet veranderen in een golden retriever. Als je dat accepteert, bespaart je dat veel frustratie.

Lees het vervolg Kiwi-drol »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

27 mei 2018

Loslaten in Beeklustpark - Sientje (21)

Het eerste loslaat-avontuur op het strand viel dus enigszins tegen. Daarom zouden we het op een andere manier gaan proberen. Misschien moesten we haar lokken met koekjes. Die hadden we op het strand van Katwijk immers niet bij ons gehad. En het iets voorzichtiger aanpakken. Geen andere mensen erbij. En een stukje uit elkaar gaan staan, als bij de teckelrennen.

In het blad De dashond van de teckelvereniging waar we sinds kort lid van waren, stonden de teckelrennen. De eigenaar van de hond ging aan het eind van de renbaan staan, de hond bleef bij iemand anders die de hond nog vasthield. Bij het startschot liet hij of zij de hond los en dan holde de teckel in hoog tempo naar de baas.

Ontsnappingsgevaar

Dat moesten wij ook maar eens proberen. Als afwisseling voor de vele saaie wandelingen door de wijk, zocht ik een park. We gingen eerst naar het Schelfhorstpark in de buurt waar Inge vroeger was opgegroeid. Een heel aardig park, maar in de nabijheid van een drukke weg. Veel te veel ontsnappingsgevaar en de mogelijkheid om onder een auto te komen. Ik zocht naar een echt park. ‘Het Beeklustpark is wel wat’, vond Inge. We gingen erheen en ik maakte kennis met 1 van de mooiste parken van Nederland.

Het is een smalle strook grond, maar vrij diep, met heel indrukwekkende bomen. De enorme bomen geven veel schaduw en maken het tot een idyllisch park. Als je wat verder in het park komt zorgen de vijver en de achterliggende grasheuvel, in combinatie met een bomenlaantje voor een heel romantisch aandoend landschap.

Beeklustpark

Achter de hoge bomen bij het ingangsportaal lag een schitterend park verborgen. Zeker op rustige momenten in de middagen of tijdens kerktijd, gingen we even naar het Beeklustpark. De bijbehorende kinderboerderij lieten we met rust. Het varken maakte Sientje onrustig. Bovendien mochten honden er helemaal niet komen, zodat je de hele tijd bij de ingang moest drentelen.

We gingen het park in en liepen helemaal door tot ver naar achteren, voorbij de muziektent en de plas met het bomenlaantje. We gingen het forse grasveld op, de poel erachter en de sloten om het veld zorgden voor voldoende blokkade. Daar was het moment. We lieten Sientje goed ruiken aan de zakken waarin de koekjes zaten. Daarna gaven we er haar een paar. Zo werd de hongerige geest in de teckel gewekt. Ze kreeg interesse in het eten.

Renkampioen

Ik liep een eind van Inge weg en riep Sientje. Inge liet haar los. Wat een snelheid zat er in die hond. Ze holde met een flinke draf in mijn richting en nam het koekje in ontvangst. Daarna riep Inge haar, waarna ze in haar richting holde. Wat een snelheid. In deze teckel zat een heuse renkampioen verborgen.

Ze holde de kleine pootjes uit haar lijf. We waren nog wat zenuwachtig met het strandavontuur in het achterhoofd. Ze luisterde niet altijd even goed, maar met de brokjes en het roepen op het open veld, had ze genoeg aandacht voor ons. Ze rende heen en weer en kwam bekaf terug. Zo reden we tevreden met haar op de achterbank weer naar huis.

Goed vermoeid

Ze was goed vermoeid, niet gewend aan dit soort beweging. Daarna ontstond er vrij snel het vertrouwen haar vaker los te laten. In de buurt deden we dat niet, daar was het te druk voor, maar in het park en het open veld ging het prima. Ze kwam altijd netjes terug en liet zich nooit afleiden door andere honden.

Een bijzonder moment waarmee onze relatie met Sientje een nieuwe dimensie kreeg.

Lees het vervolg: Op cursus »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

20 mei 2018

Loslaten op strand - Sientje (20)

Wanneer laat je je hond als je hem net hebt voor het eerst los? Die vraag speelde door ons hoofd. We hadden Sientje al een tijdje en liepen met haar elke avond een heerlijke ronde door de buurt. Het was ons moment geworden. Zo lopend door de smalle straatjes van het volkswijkje De Riet.

Vlak langs de ramen liepen we. De huizen stonden direct aan de straat. Net als ons huis. Geen voortuintje. Voorbijgangers hoorde je langs je huis stampen. Zeker als ze klompen droegen of met zwaar schoeisel aan de voeten je huisje voorbij kwamen. Als voorbijganger hoorde je vaak de televisie of de gesprekken in de huiskamers waar je langs liep.

Liefdesplekjes

Verder liepen we weleens bij de liefdesplekjes die we ontdekten in Twente. De molen van Bels of bij kasteel Twickel in Delden. We hielden Sientje keurig aan de lijn. De looplijn die we hadden aangeschaft in Goor deed voortreffelijk dienst. Ze kon alle kanten op en deed dat ook.

Gek op snuffelen en schooieren. Iets eetbaars verdween meteen in de hongerige bek. Afstraffen hielp niet, daarvoor was ze te behendig. Ook te eigenwijs. We vonden het schattig, maar dat die schattigheid dikwijls tegen ons keerde, was wat minder.

Ga naar strand

We vroegen het een vriendin met een hond. ‘Ga een keertje naar het strand’, zei ze. Daar kan ze geen kant op. ‘Alleen 200 kilometer naar boven of 200 kilometer naar onderen’, grapten we nog. Ik woonde in Leiden en wilde Inge dolgraag het strand laten zien. Misschien konden we haar hier ook loslaten. Sientje was nog niet zo lang bij ons, maar misschien wilde het best lukken op deze voorjaarsdag.

Het waaide lekker door die zondagmiddag. De zon scheen intens genoeg voor een heerlijke wandeling over het strand. Zo liepen we daar. Het voelde best lekker. We keken elkaar aan. Ach, laten we het maar proberen. Ze kan hier geen kant op. We keken nog eens goed om ons heen.

Sientje was niet bepaald sociaal naar andere honden, maar ook niet agressief of zo. Het liet haar soĆÆcijns. Ze kwam een andere hond tegen, keek hooguit eventjes op uit de drentelpas waarin ze liep en ging gewoon weer verder. Een andere hond kreeg geen kans. Opdringerige types werden eenvoudig genegeerd.

Langs de kustlijn

Zo liepen we daar langs de kustlijn van Katwijk. In de buurt van de plek waar de Oude Rijn de zee instroomt. Ik was er nog nooit geweest, al woonde ik bijna zes jaar in Leiden. Wel had ik eens van Katwijk naar Noordwijk gefietst door de duinen. Of ik fietste in de richting van Wassenaar. Het duinlandschap was heerlijk voor een fietsrit. Maar ik meed een beetje het strand zelf. Misschien moest ik daarvoor teveel denken aan een oude liefde, die werkelijk gek op het strand was.

Nu waren we bij het miezerstroompje dat de Oude Rijn was. In plaats van de flinke stroom water achter mijn huis, liep hier niet meer dan een modderstroompje in zee. Ik had mij laten vertellen dat dit ƩƩn van de zwakke plekken langs de Nederlandse kust was, maar ik zag er weinig aan.

Loslaten

We lieten Sientje los. Hier kon het wel, vonden we. Ze liep heerlijk door het zand. Het water interesseerde haar niks. Het grote nat liet ze liggen. Een man en een vrouw liepen ons tegemoet. Sientje liep naar ze toe en ging met ze mee. Ik riep: ‘Sientje, Sientje.’ Ze liep met het stel mee alsof ze helemaal niet bij ons hoorde, maar het bezit was van deze man en vrouw.

Ik hief een wat strengere stem op. ‘Sientje kom hier!’ Sientje negeerde mijn oproep en liep verder van ons weg. Inge moest erom lachen. ‘Ik denk dat Sientje met ons mee wil’, zei de man als commentaar. Hij vond het erg leuk.

Ik voelde de onrust opborrelen en riep opnieuw. ‘Hier!’ De hond drentelde rustig van ons af. De afstand werd groter. 10 meter, 20 meter. Ik werd nog onrustiger. Wat nu? De man en vrouw liepen onverminderd in hetzelfde tempo door.

Op een holletje zetten

Ik zette het op een holletje achter Sientje aan. Zo makkelijk liet ze zich niet vangen en de man en vrouw hielpen ook niet echt mee. Dat ik haar uiteindelijk na heel wat rennen en hollen te pakken kreeg, vond ik een wonder.

Ze rende niet weg, maar ze liep gewoon van ons af. Of ze het eigenlijk in de gaten had dat ze wegliep, wist ik niet. Maar ik zette haar vast. Voorlopig zouden we haar aan het lijntje houden.

Lees het vervolg: Loslaten in Beeklustpark »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

13 mei 2018

Mee in bed - Sientje (19)

Sientje hield niet van regen. Het maakte haar buik van onderen verschrikkelijk nat. De korte pootjes gaven te weinig afstand tussen de natte grond en haar onderbuik. De woeste vacht – een dierenartsassistente omschreef Sientje als een ‘ruiggehaarde’ teckel – zorgde er ook voor dat het water lekker omhoog kroop en niet snel droogde. De regen die eerste kampeervakantie samen en met Sientje erbij (een dubbele eerste keer), zorgde er niet voor dat ze er lekker warmpjes bij kon zitten.

Na het verblijf in Vaals, trokken we meer naar het Noorden. Een andere camping iets onder Nijmegen, nog net in Noord-Limburg. Het was een landgoedcamping, maar viel ons verschrikkelijk tegen. We wilden na een paar dagen verder trekken naar een ander terrein.

Onvindbaar

Eerst kozen we een onvindbare camping in de omgeving van Nijmegen. In de bossen zat daar een heuse natuurcamping verborgen. De zoektocht leidde tot achteruitrijden op een weggetje waar we niet meer anders konden rijden. Sientje vond het maar niks. Ineens begon te gillen als een wolf of te kermen als een dier dat naar de slacht werd geleid. Dat hadden we nog niet meegemaakt. Het zou niet bij deze keer blijven. Na die keer begon ze altijd te janken bij achteruitrijden, inparkeren en langzaam filerijden.

De camping vonden we na lang dralen en veel gejank van Sientje. Het lag prachtig in de volle dennenbossen. Met mooie totaal geĆÆsoleerde plekken. Maar het toilet was daarmee zo’n eind van ons plekje af dat de loopafstand vele malen verder zou zijn dan de afstand tussen tent en toilet in Vaals. Het overbruggen van de paar honderd meter met toiletrol onder de arm zou gaan tegenvallen. Zeker als het hard regende of je moest diep in de nacht. We gingen daarom maar verder zoeken.

Achterhoek

Zo kwamen we uit bij een camping in de Achterhoek. Niet ver van huis, maar prachtig gelegen met een grote slechtweer tent en alle ruimte voor Sientje. De eerste nacht viel een beetje tegen. De hippies die we eerder zo leuk vonden, zorgden op het veldje voor veel herrie. Ze hadden een huilend kind, zongen tot diep in de nacht en waren keihard aan het praten.

Ze gingen de volgende dag weg en lieten een grote hoeveelheid houten speelgoed, karren en tafels achter. We dachten dat ze van deze mensen waren, maar de vrije hippies hadden de spullen voor algemeen gebruik in beslag genomen. Ook in een hippie schuilt een egoĆÆst.

IJskoud

De regentijd ging niet voorbij ondanks al het verkassen en verplaatsen van camping naar camping. Sientje werd ijskoud. Zodoende verbleven we het grootste gedeelte van de dag in het restaurant bij het openluchtmuseum Erve Kots. We zijn niet in eens in het museum geweest. We warmden ons in de verwarmde ruimte en aten appeltaart en pannenkoeken. Sientje droogde op en we keerden warm en voldaan ’s avonds weer bij onze natte spullen.

Sommige spullen waren behoorlijk nat geworden die dag. Een deel van de tent stond boven een kuil gespannen die het gevallen water verzamelde tot een plas. Gelukkig viel de schade mee, een paar dingen waren nat. We zetten het ergens anders neer en gingen slapen. Onze buurvrouw had het minder getroffen, die verregende helemaal en wilde bijna naar huis gaan. Zo doorweekt raakte alles.

Even bij ons kruipen

Die nacht regende het onverminderd door. We zouden naar huis gaan de volgende dag en waren het helemaal zat. Het was wel spannend of we de boel enigszins droog zouden kunnen inpakken. Terwijl de regen kletterde op het tentdoek, zag ik hoe Sientje in haar bench lag te rillen van de kou. Ik haalde haar eruit en voelde dat ze heel koud was. Daarom mocht ze op deze laatste vakantieochtend eventjes bij ons kruipen. Ik tilde haar bij ons.

Ze kroop heel koud en rustig tussen ons in. Bleef helemaal stijf liggen. Van de koud en misschien ook wel opwinding. Ze mocht nooit bij ons liggen en uitgerekend nu. Ze warmde langzaam op en kon zodoende lekker warmpjes mee terug naar huis. Sinds die vakantie mocht ze op de laatste ochtend altijd eventjes bij ons kruipen. Het moment dat ze op ons bed kwam, begon ze te kwispelen. Ze stopte niet voordat ze een plekje gevonden had om tussen ons te kruipen. Ik genoot net zo van het moment als zij.

Eindelijk thuis

We kwamen thuis van de vakantie. Het huis lijkt dan heel anders te ruiken. De ruimte is zo lang van verse lucht verstoken geweest dat de kleuren er heel anders uitzien, lijkt het. En alles is een beetje muffig en fris tegelijk. Muffig vanwege het niet luchten en fris omdat er 2 weken niemand is geweest. De stapel post lag er met alle afwijzingen op mijn sollicitaties. We wilden gaan zitten voor een lekker kopje koffie.

Maar eerst haalde ik Sientje binnen. Ze stapte opgewekt binnen, zag haar mandje en begon heel intens te kwispelen. Wat was ze blij. Ze voelde zich helemaal blij. Hadden die mensen haar meegenomen naar kampeerterreinen. Ze doorstond het allemaal gedwee, maar hier in haar warme mandje… Dat was toch het allerbeste plekje.

Onophoudelijk kwispelen

Ze kwispelde onophoudelijk, wroette in de dekentjes en kroop er heerlijk in. Spontaan begon de zon te schijnen en sjouwde ik alles het huis in. De rest van de dag kwam Sientje haar mandje niet meer uit en was ik druk in de weer. De was moest gedaan worden en alle natte spullen worden uitgehangen om te drogen. Einde vakantie, maar allemaal zo intens blij.

Lees het vervolg: Loslaten op strand »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

06 mei 2018

Teckel op stoom - Sientje (18)

Een hond mee op vakantie ketent je best wel vast. Dat merkten wij vrij snel na ons eerste nachtje slapen in de tent. Het regende veel. Tussen de buien door maakten we het eten klaar en probeerden we op te drogen van al het water dat in een onophoudelijke stroom uit de hemel viel.

We bleven lang in bed en maakten korte wandelingetjes met Sientje als het regende. Verder probeerden we elke dag op pad te gaan. Maar bij veel gelegenheden kom je niet binnen met een hond. In een museum vinden ze het niet fijn als je een hond bij je hebt. In een kerk worden honden ook niet echt als beminde gelovigen beschouwd en in winkels zijn ze er ook bijzonder weinig gek op.

Maar in de stoomtrein op het Miljoenenlijntje mochten honden wel komen, wisten we uit te vogelen. Een grote stapel folders verzamelden we bij de VVV in Vaals. In de folder over de stoomtrein die door het Zuid-Limburgse landschap reed, stond dat honden ook meemochten. We waren een dag eerder aardig verregend. Daarom reden we in de richting van Simpelveld voor een stoomritje op het miljoenenlijntje.

Voor een stoomliefhebber en een teckelliefhebber als ik dubbel feest. Onderweg naar Simpelveld luisterden we naar de muziek van Spinvis. De cd werd langzaam ons motto die vakantie, want bij het luisteren de eerste keer, waren we nog verbaasd over de vreemde combinatie tussen muziek en tekst. De keren erna dat we luisterden, gingen tekst en muziek steeds meer in elkaar over. Voor we het wisten draaiden we bij elk autoritje Spinvis en zongen de teksten mee. Op die momenten leek de zon even door te breken en reden we in een zonovergoten landschap, ook al regende het pijpenstelen.

In de stoomtrein konden we heerlijk opdrogen. Sientje kreeg een plekje op schoot. Ze trok zich weinig aan van alle rumoer en stoom die de grote locomotieven maakten. We vonden een mooie, luxe coupƩ voor ons drieƫn en genoten van de rit door het heuvellandschap van Zuid-Limburg. Wat was het hier mooi. Ik hing een groot gedeelte van de rit uit het raam om de geur van stoom op te snuiven. Al zorgde de regen er ook voor dat ik het met een nat hoofd moest bekopen.

Het leek wel even dat Sientje ook genoot van het treinritje. Het gemak waarmee ze achter ons aanliep door het gangetje in de trein. En zoals ze zich in en uit de wagon liet tillen. Sientje was geen moeilijke hond op vakantie. Ze gaf geen kik, zelfs als je haar even achterliet bij een winkel of de tent. Ze bleef netjes stil wachten tot weer terug was. Wel trok ze de lijn strak en tuurde onafgebroken in de richting waar je was verdwenen.

Dat deed ze ook als je alleen wegging en de ander even naar de wc was of ging douchen. Ze bleef dan net zo lang wachten tot je weer terug was. Ze deed dat zwijgzaam, eerst stond ze dan nog, met de strakgetrokken lijn achter zich. Dan ging ze zitten, maar ze bleef op haar hoede. Heel soms ging ze liggen, met de kop naar voren op haar buik. Ze tuurde dan de verte in. Als ze dan iets zag bewegen in de vorm van onze gestalte, kwam ze overeind en ging ze kwispelen.

Lees het vervolg: Mee in bed »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]