06 mei 2017

Rookwolk boven Amsterdam - #omzwervingen

Ik besluit om verder te rijden over de dijk, langs het bijzondere huis. Het lag vroeger ver buiten Amsterdam, nu raast het verkeer er van de A10 langs. Er wordt hier gewerkt aan de sluis, maar voor de fietsers is er een alternatieve route op vlonders aangelegd. De brug over het kanaal is volgekliederd met graffiti.

De woonboten die op het water achter de brug dobberen, zijn allemaal beschilderd en half vermolmd. Hoe kunnen hier mensen leven. Een zwaan heeft hier een nest gebouwd terwijl de fietsers hier omhoog klimmen.

Dan ben ik zo bij de kringloopwinkel Juttersdok. Ik kan het niet laten om hier even een kijkje te nemen. Zo loop ik er even later uit met de enige historische roman van A.F.Th. van der Heijden Ochtendgave. Ook heb ik een boek gevonden met korte bijdrages van Armando over zijn verblijf in Berlijn, in de jaren ’80. Boeken die ik niet heb en zeer welkom zijn in mijn bibliotheek.

Een slok water en ik rij in de richting van het centrum. Ik besluit om via station Amsterdam Centraal te fietsen. Mogelijk kom ik dan wat sneller vooruit dan wanneer ik via de binnenstad in de richting van de Westerkerk rij. De tegenwind en de regen worden er niet minder op. Ik haal soms een moeder in die met een leeg achterzitje rijdt.

Bij het stoplicht sta ik dan stil om haar even verderop opnieuw in te halen. Bij het muziekgebouw zie ik een donkere wolk in de richting van de stad blazen. Zou er een brand zijn in het havengebied? Het lijkt er wel op als ik zo kijk. Ik maak een foto en zet het op Instagram met de vraag of iemand weet waar dit vandaan komt.

Ondertussen eet ik hier op het bankje van het aidsmonument met zicht op het IJ, een broodje met bramenjam. Het antwoord laat niet lang op zich wachten: er is een flinke bedrijfsbrand in het havengebied.

Als ik dan achter het station omrijdt, pak ik niet de tunnel die meteen voor het station uitkomt, maar eentje verder. Zo kom ik vrijwel meteen op de juiste gracht, de Prinsengracht. Een lange rij voor het Anne Frankhuis zie ik staan. De wandelaars zijn heel slordig met oversteken. Ze kijken niet of het kan, maar gaan gewoon.

Toeristen die niet gewend zijn aan fietsers. Net als dat er veel fietsers zijn die niet gewend zijn aan fietsen. Je herkent ze snel aan opzichtige fietsen waarmee ze als grote groep samengeklonterd fietsen. Zo ontwijk ik alle mogelijke wandelaars op weg naar de Westerkerk. Niet zo ver als het lijkt.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Helder en heerlijk licht

05 mei 2017

Moerassen - #fietsvakantie

We komen in het gedeelte van Twente waar het veen heerst. Een groot natuurgebied vormt de grens tussen Nederland en Duitsland. Het dorp Langeveen ligt op een zandheuvel, er omheen verdwijnt alles in het moeras.

De enige weg die er ligt voert langs het natuurgebied. Wel wat stukken opengesteld voor wandelaars, maar wij rijden langs de drukken N-weg. De vrachtwagens denderen met grote snelheid voorbij. De luchtstroom trekt je mee. Het is bijzonder onplezierig om hier te fietsen.

Als we dan bij Kloosterhaar aankomen, slaan we af in de richting van Sibculo. Langs de onderkant van het veengebied. Gelukkig verlaten we snel de drukke N-weg en fietsen over een rustigere ventweg. Veel fietsers met een handdoek en zwemkleding onder de bagagedragers. Niet ver van hier is een recreatieplas.

Bij Sibculo liggen de resten van een klooster. In de Middeleeuwen was dit het eind van de wereld. Onbereikbaar en geïsoleerd leefden hier de monniken. Als je hier zo rijdt, snap je het. Het moerasland maakt het vrijwel onbereikbaar. Een ideale plek voor een klooster.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

02 mei 2017

Lammetjes en een vuilnisbelt - #omzwervingen

Ik rij over het bruggetje Muiden binnen. Over de smalle straat naar de sluis. Hier kruipt al het verkeer overheen. Er hangt een groot geel bord dat de doorgang verbiedt voor gemotoriseerd verkeer op zondag. Dan moeten al die plezierjachtjes door de sluis waarmee het hele stadje vast komt te staan.

Als ik bij de sluis kom, gaat de brug net open. Of dicht, het is maar van welke kant je het bekijkt. Er ligt een groot plezierjacht in de sluis. De brug draait met veel gerinkel open. De boot vaart weg, brug weer dicht en ondertussen heeft zich een flinke opstopping van fietsers, wandelaars en auto’s zich voor de brug verzameld.

Over de dijk mag je in deze tijd van het jaar. Het fietspad is weer open en ik fiets langs de oude zeedijk. Links van mij staan de tuinen. Veel auto’s, caravans en bootjes in de tuinen. Weinig groen te vinden. Iets verderop, voorbij de batterij waarin de scouting van Muiden zich verborgen houdt, openen de volkstuintjes langs de dijk, de aanval tegen de gemeente. De grote letters op de protestborden schreeuwen dat zij zich niet zomaar uit hun paradijs laten verjagen en dat de gemeente Muiden corrupt is.

Dan laat ik de corrupte tuintjes achter mij en ga de dijk op. Daar grazen de schapen. De lammetjes roepen om hun moeder en krijgen altijd antwoord van 1 schaap. De herkenning, de bevestiging. Dan springen ze weer in het veld. Ik zie een wit lammetje naast een zwart lammetje staan. Ze kijken guitig mijn richting uit. En ze zijn zelfs bereid om voor de camera te poseren.

In de verte raast het verkeer van de A1 achter de nieuwe hoge geluidsschermen. Een brede corridor door het landschap die er geen deel meer van uitmaakt. Geïsoleerd schiet het verkeer achter de wand van steen en glas. Als ik voorbij de elektriciteitscentrale ben, begint het te regenen. Steeds harder. En hier kan ik nergens schuilen.

Ik trap dapper wat harder. Daar is een tunneltje onder de weg naar IJburg. Maar nog voor ik bij de tunnel ben, houdt het op met regenen. Ik bekijk gelijk de hoeve die hier ligt. Het is een wonder dat deze hier nog staat. Op het grote bord dat op de natuur in dit gebied wijst, zie ik dat ik zojuist een Blauwborst heb gezien.

Over de sluis bij Diemen en het kleine huisje ernaast naar de lange weg van het Diemerpark. Boven deze vuilnisbelt is een uniek natuurgebied verrezen. Alleen verwijzen de vele pijpen en putten in het landschap dat hier iets onder ziet dat het daglicht niet kan verdragen. Ik hoop dat het niet omhoog of omlaag sijpelt, want zo op het oog is het hier prachtig.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees zaterdag Rookwolk boven Amsterdam

01 mei 2017

Verleid door zonnetje - #omzwervingen

Na een week vol zon wil ik het niet als straf laten aanvoelen dat ik op zaterdag even naar Amsterdam ga. Daarom stap ik op de fiets. Het zonnetje verleidt me, maar ik zie ook de dreigende wolken. Ik krijg het ook mee als waarschuwing: misschien ziet het er lekker uit, het is helemaal niet lekker.

Toch rij ik weg. De wind bindt al vrij snel na vertrek de strijd met mij aan. De rit door Almere Poort heeft hij vrij veel vat op mij. Het gaat gestaag voort. En ik weet dat hij gaat draaien, zoals hij altijd draait hier in de polder. Altijd de mindere kant van fietsen in Almere: de tegenwind en de saaie lange wegen.

De Hollandse brug geeft hier weinig verandering in. Dat maakt de klim extra zwaar, maar de echte tegenwind komt als ik van de brug ben en langs het strand van Muidenberg rijdt. De temperatuur helpt ook niet mee en ik ben blij dat ik mijn winterjas heb aangetrokken.

De bekende route

Zo zwoeg ik tegen de wind in, langs de bekende route, het strand en de kerk van Muiderberg. Het strand dat vroeger een echt zeestrand was zoals in het album Langs de Zuiderzee van Jacques P. Thijsse staat. Nu oefenen kitesurfers in het water staand tot hun middel hoe ze de reusachtige vlieger in bedwang kunnen houden.

De polder naar Muiden is zo’n geduchte overwinningstocht. Het groene gras omhelst de weg. Een boer rent door het weiland, stopt, kijkt naar iets en rent weer verder. Verderop de dijk en het kasteel, het Muiderslot.

Het ziet er heel indrukwekkend uit van deze afstand, maar is voor een kasteel eigenlijk best klein. Niet veel meer dan een uitgebreide vestingtoren. Kastelen zijn in Nederland eigenlijk heel klein. Neem nou slot Loevestein, ook niet heel groot van binnen. Al staat daar weer veel meer omheen dan het Muiderslot.

Zo’n slot, altijd strategisch gelegen aan een riviermonding of op de splitsing van rivieren. Het Muiderslot is 32 x 34 meter, Loevestein 60 x 40 meter. Hoe anders is het met kastelen in het buitenland. Daar gelden veel grotere afmetingen.

Deze week een fietsritje naar Amsterdam; lees morgen Lammetjes en een vuilnisbelt

30 april 2017

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

29 april 2017

De Bijlmer en zijn bouwmeester

Een heuse biografie over de bouwmeester van de Bijlmer. Het boek De betonnen droom is een mooie mix geworden van de futuristische wijk ten zuidoosten van de hoofdstad: de Bijlmer en de man op wiens tekentafel deze stad vorm kreeg: Siegfried Nassuth.

Daan Dekker heeft dit boek geschreven. Het is een mooi verhaal geworden. Aan de hand van zijn speurtocht naar de sporen van de inmiddels overleden ontwerper en de vele mensen die hem gekend hebben, schrijft Dekker het verhaal van de Bijlmer zelf.

Hij staat stil bij allerlei vragen en ontwikkelingen. Hoe een gedroomde wijk in een nachtmerrie verandert. Hoe veel mensen de Bijlmermeer zien als een mislukt project. Of hoe het mogelijk is dat deze woonwijk met honingraadflats is verworden tot een symbool van architectonische grootheidswaanzin.

Is het echt zo dramatisch gesteld met deze wijk? De vernieuwingsdrift van tegenstanders heeft de Bijlmer wel gemaakt tot een wijk die inwisselbaar is met allerlei andere nieuwbouwprojecten. Stond het eerst nog symbool voor gelijkheid en zag Siegfried Nassuth het groen als dé toegevoegde waarde, later is het vooral het beton en de hoogbouw geweest waartegen mensen zich verzetten.

In de biografie van Daan Dekker is het tijd voor de nuancering. Hij spreekt voorstanders en tegenstanders. De architect Pi de Bruijn heeft geen goed woord over heeft voor Amsterdam Zuidoost. Hij presenteert Siegfried Nassuth als een driftig mannetje dat zijn gelijk moet hebben. Als je hem tegenspreekt, verschijnt bij hem het schuim op de lippen.

Dit terwijl de architect Rem Koolhaas lyrisch is over de Bijlmer, zo vertelt Daan Dekker in zijn biografie.

Rem Koolhaas had zich al meerdere malen lovend over de woonwijk uitgelaten. ‘De Bijlmer heeft een monumentale grootsheid en is, ondanks haar onbeholpenheid, ruwheid en eentonigheid, een architectonisch spektakel. In haar monotomie, hardheid, ja zelfs in haar brutaliteit.’ (264)

De Bijlmer als ‘Socialisme in de jungle’. Het heeft niet mogen baten, want de woonwijk moest eraan geloven de laatste 25 jaar. Nog geen 25 jaar oud vielen de honingraadflats ten prooi aan de sloophamer. Het project was voor veel mensen mislukt. Maar zijn het niet heel andere fouten die gemaakt zijn bij de Bijlmer? En heeft deze wijk wel een kans gekregen?

Het lijkt er vaak op dat Nederlanders een duidelijk oordeel hebben over wat schoonheid is. Temidden van krakkemikkige woningen in een overvolle binnenstad, bijvoorbeeld. En moet iedereen echt aan een gracht wonen midden in Amsterdam. Net als het oordeel dat veel mensen klaarhebben over Almere. Het zijn plaatsen waar je blijkbaar niet trots op mag zijn.

Daan Dekker: De betonnen droom: over de Bijlmer en zijn eigenzinnige bouwmeester. Amsterdam: Thomas Rap, 2016. Prijs: € 19,99 (paperback). ISBN 9789400404731. 366 pagina’s.Bestel

28 april 2017

Intermezzo - #fietsvakantie

Het maakt mij weemoedig. Terugdenkend aan het plotselinge afscheid dat ik nam van het koor in Langeveen. Het kerkbestuur wilde met mij afspraken maken, maar ik voelde mij beknot.

De motivatie verdween. Ik moest weg bij de krant en het moment dat ik een andere baan kreeg, ver weg, heb ik aangegrepen afscheid te nemen van het koor. Zonder ze nog een keer te ontmoeten, verdween ik. Het niet is niet altijd makkelijk afscheid te nemen.

Thuisgekomen ga ik op zoek naar het koor van Langeveen. Ik lees van de leden die er niet meer zijn. Een groot interview met de koorleden, waarbij ze allen die er niet meer zijn.

De dirigent Nico is overleden, vrij snel nadat ik het koor verliet. Gestreden tegen een ernstige ziekte, overwonnen, maar dan ineens is het afgelopen.

Of Theo, die mij naar Langeveen haalde. Hij is er ook niet meer. Het maakt mij nog weemoediger dan ik al ben. Hoe zou het gegaan zijn als ik gebleven was. Zou het orgel nog weleens bespeeld worden?

De foto ziet er gelukkig uit en ik herken nog een paar gezichten. Hoe ik weer verder gegaan ben en zij weer. Mensen achterlatend die hun eigen weg hebben gevonden. Het kerkkoor van Langeveen. Het heeft een warm plekje in mijn hart. Al heb ik best wel ruw afscheid van ze genomen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

25 april 2017

Veelstemmigheid

De Russische literatuurwetenschapper Bakhtin noemt het heteroglossia in de roman, veelstemmigheid. Ik was helemaal vol van deze literatuurwetenschapper tijdens mijn studie Algemene Literatuurwetenschap in Leiden. In zijn roman Het valse seizoen speelt Christiaan Weijts met deze theorie.

Hij heeft de roman letterlijk opgebouwd uit 3 vertellers die elkaar brieven schrijven. De verhalen staan in de basis op zichzelf, maar soms kruisen de verhalen elkaar. Als bij een muziekstuk, zo gaan de stemmen met elkaar op of fungeert de ene stem als contrapunt voor de andere.

Dit is gedaan door de paragrafen in de hoofdstukken af te wisselen met de symbolen voor 3 sleutels zoals ze gebruikt worden in de muziek. Het is de g-sleutel (vioolsleutel), f-sleutel (bassleutel) en de c-sleutel. De eerste 2 sleutels worden bijna altijd gebruikt in de muziek. De c-sleutel is iets zeldzamer. Deze stem is dan ook bestemd voor Nadège. Zij laat zich wat minder goed in een sleutel passen.

Aanvankelijk lopen de verhalen nog best uiteen. Als lezer zoek je de verwantschap tussen de verhalen en de stemmen. Later gaat het veel meer in elkaar op. De bijzondere verhalen van het stel Camiel en Nadège krijgen daarmee een mooie aanvulling in het verhaal van de componist Pablo Sleedoorn.

Daarmee heeft Christiaan Weijts op een toegankelijke manier de literaire theorie van Michael Bakhtin verwerkt in zijn roman. De stemmen klinken zoals in de moderne roman, maar het is geen kakofonie. Juist de 3 aparte stemmen, maken deze roman tot een evenwichtig ensemble van 3 muzikanten.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

24 april 2017

IJsvogeltje

De ijsvogel heeft een mooie rol in Christaan Weijts roman Het valse seizoen. De vogel staat afgebeeld op de vioolkoffer van Nadège. De ijsvogel staat symbool voor zuiverheid en schoonheid. De violiste Nadège is ook de zuiverste muzikant in de roman. Zij vliegt haar eigen weg en kiest ook voor zichzelf.

Ik had je mee moeten noemen. Iets. Iets had ik moeten doen. Ik heb een inzet gemist. Misschiein hoefde ik alleen maar jouw naam te noemen. Misschien was dat voldoende geweest. Nadège! De ijsvogel die alweer weg is als je roept: een ijsvogel. (70)

Ze is daarmee ongrijpbaar en de verteller weet haar mooi te vatten. Ze laat zich niet zomaar pakken. Ze kiest haar eigen weg en weet daarmee haar oorspronkelijkheid te behouden. Juist het willen vastleggen en niet durven loslaten van de muziek, is de handicap van de violist Camiel.

Ze blijven daarmee om elkaar heencirkelen. Al hebben ze meer verwantschap dan ze denken. Hun verleden ligt dichter bij elkaar dan het zo lijkt. De muziek verbindt ook hier. Muziek is de grote verbinder in deze roman van Christiaan Weijts.

Juist muziek spreekt een verbindende taal. Daar verwijst Nadège ook naar als Camiel haar vraagt naar de ijsvogel op haar vioolkoffer. Ze heeft de afbeelding uit het Prado. Het herinnert haar aan de demonstraties op Puerto de Sol. Ze liep mee met de Indignados.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

23 april 2017

Dichter in Genua

Als het schip Titanic in de haven van Genua aanmeert, legt de verteller van de roman Het valse seizoen een leuke link met de werkelijkheid. 1 van de 3 personages, de componist Pablo Sleedoorn gaat van het schip af en bezoekt meteen een beroemde Nederlandse dichter.

Het is natuurlijk Ilja Leonard Pfeiffer die vorig jaar zijn imposante brievenboek over Genua uitbracht. En in 2014 met de roman La Superba over zijn geliefde Italiaanse stad nog de Libris literatuurprijs won.

Ik heb met Pablo een ommetje gemaakt en een bordje pasta gegeten op het Piazza delle Erbe waar we gezelschap kregen van een dikke langharige dichter uit Nederland die Pablo vroeger gekend had en die hier bleek te wonen.
‘Ah, kijk eens aan!’ klonk de bronzen basstem vanonder een luifel. ‘Pablo Sleedoorn… Wat een genoegen om jou hier te zien.’ (368)

Voor Camiel roept Genua herinneringen op aan de film over Paganini. Hij speelt hierin de vingerzettingen die de actueur Paolo Masterelli niet machtig is.

In de smalle stegen bij de haven rook het afwisselend naar voedsel, urine en schoonmaakmiddelen. (367)

De sfeer van de roman en het brievenboek van Ilja Leonard Pfeiffer ademt dit fragment slechts gedeeltelijk. Je proeft hier wel de fascinatie van de Nederlandse dichter voor deze rauwe stad. Dit is niet het Italië dat de meeste mensen kennen, merkt de verteller op. De steegjes in deze stad hebben dezelfde atmosfeer als de stegen rond de Amsterdamse Zeedijk.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel