26 augustus 2018

Park aan huis - Sientje (32)

We namen Sientje in huis met de kanttekening dat ze niet opgevoed was. Net als dat ze niet zindelijk was. ‘Ze heeft alleen in de kennel geleefd en niet in huis. Daarom moet ze nog leren hoe ze zich in huis moet gedragen. Ze is nog niet zindelijk.’ We probeerden haar zoveel mogelijk uit te laten en met behulp van beloningen buiten te laten plassen en poepen.

Dat ging de eerste dag gelijk al mis. Op het moment dat Inge iemand aan de telefoon had voor een bench die in de krant stond, stond Sientje midden op de vloerbedekking te poepen. De stress had het allemaal niet tot een mooie harde drol gehouden. De drol stonk enorm en was niet zo fraai gebonden om met een stukje keukenpapier op te pakken. We gaven het voer – Fokker Plus – hier de schuld van, maar waarschijnlijk was het een combinatie van omstandigheden.

Ze kreeg meerdere keren per dag gelegenheid haar behoefte te doen bij het uitlaten, maar het lukte niet altijd even goed. Zo waren we de eerste dagen flink bezig de boel op te deppen bij thuiskomst. Het had ook te maken met de manier waarop ze vroeger altijd werd behandeld. Ze kreeg het eten terwijl ze in de bak met zand stond waarin de honden uit de schuur ook hun behoeften konden doen.

Drollen

Dat hadden we ook gezien. In de uitlaatruimte stonden tussen de drollen de lege etensbakken en een bak met water. Als ze eten kreeg thuis, volgde na de laatste hap vrijwel meteen een drol. Zodoende probeerden wij de volgorde om te draaien. ’s Morgens lieten we haar meteen uit als we haar de bench haalden. Na het uitlaten kreeg ze haar eten. Het werkte best aardig.

Ook stelden we vaste uitlaattijden in: ’s morgens, aan het eind van de middag en ’s avonds. Hier volgden we een kennis die een baan had en ook op die manier haar honden een dag alleen kon laten. Eigenlijk is het een luxe om een hond zo kort na de ochtendwandeling alweer te trakteren op een ronde rond lunchtijd.

Zindelijk krijgen

Het kostte wat moeite om Sientje zindelijk te krijgen. De pogingen met de krant werkten zeer slecht. Het beste was om haar te belonen als ze buiten wat deed.

Een vriendin kwam in die tijd langs met haar labrador. De hond was vaker in het huis van Inge geweest, maar nog voordat Sientje bij ons kwam wonen. Het was een reu en hij stapte binnen. Maar keek al snel onwennig om zich heen vanwege die vreemde snuiter die hier nu ineens liep. Bovendien vond hij het stinken.

Eerst dook hij op zijn favoriete steen, die hij al een keer eerder probeerde te verschalken. Nu deed hij moeite om Sientje om zijn vinger te winden. Zeker ook omdat ze loops was. Volgens die vriendin, liet het hem koud, maar dat leek nogal mee te vallen. Of tegen te vallen, het maar hoe je het bekijkt.

Vreemde geurtjes

De hond was verder heel druk met de vreemde geurtjes die overal rondhingen. Zo liep hij op de verrijdbare poef in de hoek af. Hij snuffelde uitgebreid aan het stof, zette een stap opzij en verhief zijn achterpoot. Zo stond deze zindelijke volwassen hond midden in de kamer te plassen. ‘Hé’, riep die vriendin. ‘Het is hier geen park.’ Sientje keek hem alleen droogjes aan, met een blik van wat doe jij hier nou? Terwijl ze er zelf ook wel wat van kon.

Het bleef moeilijk om haar helemaal zindelijk te krijgen. In het begin had ze nogal de neiging bij de begroeting iets te laten gaan. We losten dat op door haar niet meer overdadig enthousiast te begroeten bij thuiskomst. Het hielp heel aardig. Daarnaast kon er weleens een ongelukje gebeuren. Dat gebeurde uiteraard altijd op een heel ongelukkige plek.

Het kleed was favoriet en er waren diverse zones in de vloerbedekking die ernstig verkleurden door de hondenurine. Het poetsen was daar niet zo bestand tegen.

Lees het vervolg: Kasteelhond »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

19 augustus 2018

Einzelgänger - Sientje (31)

Sientje heeft ons bij alles in het leven vergezeld. Overal was ze erbij. Op de essentiële momenten misschien niet, zoals bij het afstuderen en de geboorte van onze dochter, maar eromheen was ze er altijd bij. De enige uitzondering op de regel vormt onze trouwerij. Zeker, in onze gedachten speelde het idee om haar de ringen te laten binnendragen op een kussentje in de trouwzaal. Alleen merkten we dat dit niet echt zou werken bij Sientje. Ook omdat ze niet zoveel vertrouwen had in andere mensen. Het zou veel stress opleveren die haar ook niet gelukkig zou maken.

Bij onze ondertrouw hadden we de middag gepland in Apeldoorn, de plek waar we elkaar voor het eerst hadden ontmoet. We vroegen een vriendin of zij Sientje wilde uitlaten terwijl wij weg waren. Ze moest namelijk best lang alleen zijn. De vriendin had de sleutel gekregen en zou haar dan eventjes uitlaten. We hadden een heerlijk etentje en kwamen ’s avonds laat thuis. We stapten binnen, maar troffen geen Sientje.

Aan de deur hing een briefje: Sientje is bij de buurvrouw. De buurvrouw van de andere kant, die helemaal niks met ons en Sientje had. Juist zij had zich over de hond ontfermd.

Er was een drama geweest. Met een sleutel die ze per ongeluk in huis had laten liggen en zo. Ze moest weg en kon de hond niet mee naar huis nemen. Daarom belde ze bij de buurvrouw aan en vroeg of Sientje daar mocht doorbrengen. De buurvrouw, bezorgd om de hongerige hond, had haar kaakjes gegeven die gretig in de bek verdwenen. Ze had wel heel erge honger, beweerde de buurvrouw. Ze keek ons er een beetje verwijtend aan. Een teckel kun je nooit genoeg te eten geven. Natuurlijk hebben we haar duizendmaal bedankt.

Voor de trouwerij en de daaraan gekoppelde huwelijksreis zochten we een plekje waar Sientje een klein weekje zou kunnen logeren. Via een kennis kregen we een adresje midden in de landerijen bij Almelo. Daar was een hobbyboer die ook voor de hobby een kleine hondenhotel draaide. Het moest allemaal kleinschalig blijven, maar wij konden er wel met Sientje terecht. Ze besteedden echt veel aandacht aan de hond, met extra knuffels en zo. Zo kreeg Sientje ook een plekje toegewezen. We draaiden eerst maar eens een proefnachtje een paar weken voor ons huwelijk.

Het was de eerste keer zonder Sientje in huis. We werden er zelf onrustig van. Een nacht zonder hond. Het was bijna onmogelijk. We namen haar altijd mee, zelfs als we bij andere mensen logeerden of op vakantie gingen. Nu was ze er niet. Alleen weg in dat hotel. Niet ver van ons, maar toch. Zenuwachtig haalden we haar de volgende dag op en vroegen hoe het gegaan was. ‘Het ging erg goed’, vertelde de gastheer. ‘Ze is wel een beetje einzelgänger, het liefst op zichzelf. Andere honden interesseren haar niet.’ We bevestigden de veronderstellingen.

Bij ons huwelijk was Sientje de grote afwezige. Net als bij onze huwelijksreis naar Barcelona. We misten ons hondje best wel. Sientje hadden we al sinds het begin van onze relatie. Ze had overal bijgestaan. Zoals bij mijn huwelijksaanzoek, in de achtertuin terwijl we bij de vuilnisbak stonden en genoten van het voorjaarszonnetje. De teckel tussen ons in. Daar vroeg ik Inge ten huwelijk. Met een hond nog geen 3 maanden en een halfjaar na onze eerste ontmoeting in Apeldoorn.

Een dag na terugkeer van onze huwelijksreis, haalden we Sientje op. Ze lag net in de buitenkennel. Alleen was ze en ze genoot van het herfstzonnetje. Ze staarde ernstig voor zich uit en had ons niet eens in de gaten. Bij het horen van onze stemmen, keek ze verbaasd op en kwispelde haar staart bijna van haar lijf af. Dat was een enorme verrassing. Misschien verwachtte ze ons niet meer, maar de blijdschap bij het zien van ons, maakte ons ook weer helemaal blij.

De eigenaar van het dierenhotel vertelde dat Sientje toch wel duidelijk een Einzelgänger was. Ze maakte geen contact met andere honden, maar gaf ook geen kik als zij bij haar kwamen zitten om te kroelden. Ze liet het toe, maar zocht geen toenadering terug. Pas aan het eind kwam ze voorzichtig naar je toe als je het hok binnenkwam. Gelukkig was de eetlust niet verdwenen. Als ze de kans kreeg, haalde ze bakjes van de andere honden ook leeg. Maar dan riepen ze ‘Sientje’. Betrapt keek ze dan omhoog en kwispelde aarzelend.

Een mooie ervaring. Sientje is daarna nooit meer uit logeren geweest zonder ons. We waren gewoon onafscheidelijk.

Lees het vervolg: Park aan huis »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

29 juli 2018

Een echte teckel - Sientje (30)

Bij het bezit van een teckel hoort ook het lidmaatschap van de Nederlandse Teckelclub. Het is 1 van de oudste hondenverenigingen in Nederland. Het clubblad De Dashond leverde veel informatie op. Zeker in een tijd dat internet nog niet zo groot was al nu.

Als er iets is dat teckelbezitters verbindt, dan zijn dat de verhalen over hun viervoeter. Een teckel betekent altijd vertier in en om huis. Deze excentrieke beesten zorgen altijd voor grappige en leuke situaties. Dat de leden van deze vereniging deze verhalen graag met elkaar willen delen, spreekt voor zich.

In een tijd dat Facebook en zelfs Hyves nog geen deel uitmaakten van het leven, konden teckelbezitters eigenlijk alleen in De Dashond terecht met verhalen over hun hond. Nu worden Facebook en Instagram overspoeld met verhalen over teckels, de nestjes jonge honden en mooie foto’s. Sommige teckels hebben zelfs een eigen account waarop ze de wereld vertellen van hun ondeugende gedragingen.

Het contact met de vereniging bestond er voornamelijk uit dat we trouw elke maand het blad lazen. Bij de ontdekking dat de jaarlijkse familiedag in Veenendaal zou worden gehouden, trokken wij de stoute schoenen aan. We moesten maar eens andere teckelbezitters ontmoeten. Ook konden we daar wat meer informatie krijgen over de verzorging van de hond, compleet met een hondenshow. Aangezien we wel erg benieuwd waren hoe Sientje zou scoren op die test, vonden we het wel leuk om te gaan.

Omdat het veel wachten en zitten zou worden, namen we onze kampeerstoelen mee. De reisbench waren we vergeten. Iets waar best een beetje spijt van kregen. We zouden voor en na het evenement gelijk even bij mijn ouders langsgaan die – heel toevallig – ook in Veenendaal wonen. Het evenement in de Veenendaalhal – de oude fabriekshallen van VSW – duurde bijna een hele dag. Sientje was een aantal weken daarvoor ook geplukt. Dat zorgde ervoor dat we besloten om met de show mee te doen.

Het aanmelden voor dit evenement was ook een beetje een opwelling geweest. Dat mijn ouders in de buurt waren, maakte dat we op elk gewenst moment weer naar huis konden. We kwamen er binnen en ontdekten snel dat veel mensen met heel veel teckels binnenkwamen. Wij vormden met onze ene teckel een zeldzaamheid. Een hele dag daar zitten was best wel heftig voor ons. Zulke liefhebbers van teckels en van hun bezitters zijn we nou ook weer niet. We kenden ook helemaal niemand. Waarschijnlijk was dat nog het allergrootste probleem. Nu met al die Facebook-vrienden zouden we niet uitgepraat raken, maar daar kenden we niemand van de aanwezigen.

De hondenshow vormde wel het hoogtepunt van die familiedag. Het ging in een heel ongedwongen sfeer. We verwachtten er wel snel uit te liggen vanwege de slechte, verwaarloosde vacht van Sientje. Onze trimster deed wel erg goed haar best, maar ze kreeg het niet beter dan het nu was. Wij hielden ons vooral overeind met de gedachten dat het allemaal nog veel erger geweest was. Maar of we het beter konden krijgen dan nu? We twijfelden er sterk aan.

Ik wilde eigenlijk wel weer snel weggaan, maar de show begon en we haalden de voorronde. Zelfs het lopen in de ring deed Sientje keurig. Ze scoorde wel erg goed op alle punten. Zelfs het gedrag toonde dat ze in hart en nieren een teckel was. Het kreeg het hoogste aantal punten. Alleen de vacht vormde het minpunt. Maar we kwamen erg goed door de eerste ronde heen en wisten zelfs de tweede ronde door te komen. Hier waren we niet de eerste als bij de eerste ronde, maar gingen wel door naar ronde nummer drie.

We hadden niet zoveel zin meer. We moesten tussen de rondes door erg lang wachten. Net als bij een sportevenement bestond het hoofdbestanddeel van de wedstrijd uit wachten. Zeker, we kochten een teckelkalender voor het nieuwe jaar en wat informatieboekjes over teckels. Ook vonden we andere grappige en schattige gadgets die allemaal iets bevatten van en over teckels.

Sientje had er net als wij niet zoveel zin meer in. Het einde van de middag naderde en de laatste ronde die we liepen, verliep ronduit slecht. Ze liep niet meer zo fier als bij de eerste ronde en eindigde als laatste. Niet helemaal eerlijk, vonden wij. De hond die deze ronde won had een mottige vacht en een knik in de staart waardoor deze eerst een stukje recht naar achteren stond en daarna slap over de grond sleepte. Maar we waren blij dat we konden gaan. Anders hadden we nog een uur langer moeten blijven. En we waren het zat.

Als ik aan het evenement terugdenk, denk ik dat ik het nu heel anders zou aanpakken. We kennen tegenwoordig veel meer mensen met een teckel. Via de fokker van onze huidige teckels Teuntje en Saartje is er een wereld voor ons opengegaan op Facebook. Want wat zijn er veel mensen met een teckel en wat zijn er veel mensen die met zoveel passie bezig zijn met teckels. Ook valt op hoeveel mensen een ruwhaar teckel hebben. Het zijn onze vrienden geworden, waar we niet alleen teckelnieuws mee delen.

Bij de jonge hondendag die een paar jaar terug werd gehouden wilden we best graag komen. Maar we zagen weer dat wachten voor ons. En met 2 jonge teckels hadden we daar even geen zin in. De familiedag in Veenendaal was voor mij een hele belevenis. Ik denk er met plezier aan terug. We kwamen thuis met een echte teckel. Voordat we gingen dachten we dat Sientje een verknipte teckel was. Maar thuisgekomen realiseerden we dat het niet alleen een mooie hond was. Ze was een prachtige, volbloed teckel.

Lees het vervolg: Einzelgänger »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

22 juli 2018

Zwevende teckel - Sientje (29)

Wat een ontdekking was het fietsmandje. Het lag bij de dierenwinkel en ik was meteen verkocht. Zo’n rieten fietsmandje met een stevig metalen onderstel waarop de bodem was bevestigd. Je klikte het zo vast en de hond kon je ook goed vastketenen met kettingen.

Speciaal tuigje

Een speciaal tuigje zorgde ervoor dat je hond nog beter verankerd was aan de fiets. Het was een minder fors tuigje dan het ding dat in de auto om haar grote borst ging. We vonden het wel een mooi idee dat fietsmandje. Ze zou dan bij mij achterop de fiets kunnen en dan konden we haar ook meenemen als we een rondje gingen fietsen.

Zeker ook nadat Inge een prachtige fiets won bij een loterij van de supermarkt aan het Van Dronkelaarplein. Hij kreeg een mooi stel fietstassen mee en op mijn fiets mocht dan het mandje achterop. Het was nog een heel gehannes met kettingen en tuigjes om haar er goed in te krijgen. Ze wist er steeds uit te wippen. Maar we maakten een heel handige constructie door de gaten in het mandje. Zo zat ze stevig vast.

Sinaasappelkistje

In mijn jeugd namen we onze hond altijd mee achterop in een sinaasappelkistje. Mijn vader had na lang sleutelen het ding op de bagagedrager geklemd gekregen. De reden: een lange rit naar het bos naast de fiets hollen waarbij zijn pootjes helemaal kapotgelopen waren. Om de hond toch het rondje door het bos te gunnen, werkte mijn vader urenlang in de schuur om het oude kistje vast te zetten. Als we dan naar het bos reden, mocht Blekkie achterop in het kistje. De hond hing dan gevaarlijk voorover om langs de rug van de fietser te kunnen kijken. Ik kreeg het mandje ook wel eens achterop en dan helde de fiets helemaal met de hond mee.

Iets soortgelijks gebeurde bij ons met Sientje in het mandje ook. Bij het fietsen hing ze ook gevaarlijk naar voren. Als Inge achter mij reed, hing ze nog veel gevaarlijker op de fiets. Op de fietsrit van Almelo naar Delden merkten we dat het best gevaarlijk was. Daarom haalde Inge mij niet in en bleef ze of achter mij rijden, zodat ik Sientje een beetje in bedwang kon houden. Zo fietsten we op een heerlijke zomerdag in de richting van de Noordmolen bij Delden. We liepen daar een heerlijk rondje door het bos en fietsten huiswaarts.

Inhalen

In de buurt van Bornerbroek kwamen we weer op de drukke weg. Inge haalde mij nietsvermoedend in en fietste de rotonde op. Ik voelde dat Sientje druk bewoog. Er gebeurde van alles achterin het fietsmandje waar ik geen invloed op had. Ik voelde de fiets hellen en kon het niet corrigeren. Ik keek achterom en zag hoe Sientje gevaarlijk boven de weg hing in het tuigje. Ik stopte en gilde naar Inge, die mij zo zag tobben met een in de lucht bengelende hond. Ze zweefde gevaarlijk naast het fietswiel boven de weg. Gelukkig stopte ik snel en hees haar weer terug in het mandje. ‘Je moet ook niet vooraan rijden, dan gaat het fout’, zei ik boos. ‘Sorry’, zei Inge. ‘Ik had het even niet in de gaten.’

Precies bij de rotonde was een uitspanning met een groot terras. Het was een heerlijke zomerse dag net als vandaag. Ook op die zondagmiddag zat het zonovergoten terras boordevol met mensen. Ze lachten luid om het voorval dat ze daar hadden zien gebeuren. Het was een komisch tafereel geweest van een man die een hond naast zich had bengelen aan zijn fiets en een vrouw die een kleine honderd meter vooruit reed zonder iets in de gaten te hebben.

Zwevende teckel

Ik haalde alleen opgelucht adem voor de goede afloop, want de auto’s reden af en aan vlak langs mij. Ik had er niet aan moeten denken dat Sientje op de weg terechtgekomen was of met haar lijf tussen de spaken van mijn achterwiel.

Nadien was het fietsen altijd wat minder aangenaam. Ik hield haar altijd met een hand naar achteren vast. De ketting werd nog steviger omgebonden, maar we moesten het goed in de gaten houden. De ontsnappingskunstenaar wilde gewoon graag langs mij heen kunnen kijken. Ook fietsten we voornamelijk naast elkaar en als het verkeer dat vroeg, reed ik voor. Dan hield ik Sientje extra goed vast. Inge hield haar daarbij nauwlettend in de gaten. Zo probeerden we te voorkomen dat we in een situatie zouden terechtkomen als in Bornerbroek.

Sorry voor de mensen aan het terras, maar het was een te gevaarlijk lolletje om nog een keer te herhalen.

Lees het vervolg: Een echte teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

15 juli 2018

Ben je boos, pluk een paardenbloem - Sientje (28)

Sientje had het niet op wandelen. Ze was er niet mee opgevoed. Ik vraag me af hoe vaak ze in de 4 jaar dat ze in die schuur verbleef, het grote buiten heeft gezien. Ze kon niet goed aan de lijn lopen. Al pakte ze dit wonderbaarlijk snel op. In gedrag leek ze daarin meer op een puppie dan een volwassen hond die al meerdere nestjes in haar leven geworpen had.

Buiten lopen was niet echt haar ding. Ze liep liever thuis rond te struinen om dan in de tuin lekker in het zonnetje te liggen bakken. Ze leek daarin op van die veel te bruine badgasten die weken achtereen in de zon hun huid laten verschroeien. In de zomermaanden was haar onderbuik helemaal donker verbrand door de warme zomerzon. En als de achterdeur niet openstond, pakte ze met evenveel tevredenheid het zonnetje dat in de keuken naar binnen viel. Voor Sientje was de zon het grote genieten. Ze deed er alles voor om in het enige reepje zon dat in huis viel, te kunnen liggen.

Aan regen had ze een gruwelijke hekel en dan duid ik mij heel netjes uit. Ze had er de schurft aan. Hoorde ze de regen al op het platte dak in de keuken kletteren, dan wist ze hoe laat het was. Met tegenzin stapte ze naar buiten, voelde hoe haar onderbuik nat werd. Deed een plas en liep terug naar de voordeur, want die regen was maar niks.

We wilden wat meer gaan wandelen. Daarom schaften we een imposante verzamelband met ANWB-wandelingen aan. Zo kwamen we op het idee om een wandeling in de buurt te gaan maken, langs de Bornsebeek. Sientje had er niet veel zin in. Ik moest haar meetrekken, ze dreinde achter ons aan in een trage pas. Het begon een beetje te miezeren toen we uit de auto stapten. De dreigende wolkenlucht voorspelde genoeg, maar we wilden het hoe dan ook proberen.

Sientje had er overduidelijk geen zin in. Ik verheugde mij op de vistrap die iets verderop zou liggen. De regen viel al wat harder naar beneden, maar we liepen nog veilig beschut onder de bomen. Wat verderop viel de regen nog iets harder op ons. Sientje ging steeds noester lopen met de kop naar beneden. Ze had er echt, echt geen zin meer in. Ze was gewoon boos.

Ben je boos, pluk een roos. Inderdaad, gold dat voor Sien. Zo boos was ze. Alleen er waren geen rozen. We naderden de beek, omringd door lieflijke grasweiden. Tussen het gras staken gele paardenbloemen. Helemaal open in de volle gele kleur. Sientje kwam eraan gelopen en greep boos een paardenbloem. Ze hapte het ding naar binnen terwijl ze liep en slikte de bloem meteen door.

De regen viel nog harder en veranderde in een heuse stortbui. Dit leverde ons ook weinig plezier. We keerden om. Sientje veranderde haar standpunt van helemaal achteraan sjokken naar helemaal vooraan trekken. Ze liep vooruit en trok aan de riem. Wat wilde die graag terug naar de auto. We hadden haar op de achterbank gezet, drijfnat. Ze keek ons aan met een blik die vertelde dat zij ons allang had kunnen vertellen dat deze ellende op ons af zou komen. Zeker nu het ook bliksemde en de regen met bakken uit de hemel viel.

We reden iets verderop op de grote weg, ergens langs het punt van de Bornsebeek waar de vistrap lag. Het was opgehouden met regenen. Een mager zonnetje kwam door het wolkendek. De hemel werd langzaam maar zeker ontdaan van de dikke wolken en liet al wat stukjes blauw zien. Bij thuiskomst was de lucht meer blauw dan dat er wolken doorheen dreven. Genoegzaam vleide Sientje zich in het doorgebroken zonnetje in de achtertuin. Laat mij maar lekker thuis, zuchtte ze terwijl ze de ogen sloot.

Lees het vervolg: Zwevende teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

08 juli 2018

Loopse mijt - Sientje (27)

Ze is loops, vertelde de dierenarts bij de eerste controle. We hadden haar net die zaterdag gekocht en die maandag ging ik gelijk voor controle. Het was onze deal met de vorige eigenaar. Wanneer het een ongezonde hond zou blijken te zijn, kregen we ons geld terug. Aan de andere kant beseften we gelijk dat we Sientje niet meer kwijt wilden. Dus wat we gedaan hadden met een ongezonde hond zal altijd de vraag blijven.

Ik was ontzettend boos op de verkoper. Hij had me besodemieterd en een loopse teef aan ons verkocht. ‘Dat kan goed zijn’, antwoordde hij koeltjes. ‘Die andere waarmee ze in het hok zat, is vandaag ook loops geworden.’ Ik geloofde weinig van het verhaal. ‘Mankeert er nog meer aan?’ vroeg ik hem. ‘Nee, echt niet. Ze worden altijd ongeveer gelijkertijd loops als ze bij elkaar zitten’, antwoordde hij.

Dat hij de honden na de laatste inenting helemaal niet meer had ingeënt en de hoektanden afgesleten waren, liet ik maar voor wat het was. De inenting had ik ook nog niet laten doen. De dierenarts wilde haar niet teveel stress geven. Dat ze nu bij ons woonde, was voor haar al een grote verandering. Dan moest je niet teveel dingen erbij doen. Ook ontraadde hij ons haar snel te wassen of te trimmen. Laat haar eerst maar even rustig wennen.

Bij de controle en inenting een paar weken later, constateerde de dierenarts dat de loopsheid weliswaar voorbij was. Maar nu was ze schijnzwanger. Iets om in de gaten te houden, gaf hij er als opmerking bij. Dat ze even later schijnzwanger werd – met opgezette tepels en melk die eruit vloeide – probeerden we te bestrijden met kamferspiritus.

Het hielp weinig, maar ze rook wel heel erg lekker. Het hoorde bij de kwaaltjes die we onder handen namen. De ruimschoots aanwezige oormijt – volgens de dierenarts een duidelijk teken van verwaarlozing – bestreden we met oordruppels die hij zelf importeerde uit Frankrijk.

Op de terugreis van de kampeervakantie reed hij altijd langs de producent van dit goedje, dat volgens hem in Nederland niet verkrijgbaar was. ‘We moeten weer nodig naar Frankrijk’, zei hij een keer in mijn bijzijn toen hij de laatste doos met flesjes aanbrak.

We hebben het spul het hele leven van Sientje in haar oor gedruppeld. Na de druk op het pipetje wreven we het goedje flink in door het kleine oorzakje dat tegen de kop zit, zachtjes te masseren. Als ze genoot van het kneden, dan moesten we de behandeling nog even aanhouden. Alleen als ze koppig weigerde, dan zou de mijt vertrokken zijn. Tijdelijk want zodra ze weer fanatiek bij haar oor aan het krabben was, was de mijt teruggekeerd.

De schijnzwangerschap was eveneens een probleem. De dierenarts constateerde het. ‘Het lijkt niet dat het weggaat’, beweerde hij. Hij stelde voor om haar te steriliseren en alles eruit te halen. Alleen zo heeft ze er geen last meer van. Hoe het kwam, wist hij niet. Maar hij achtte het verstandig met sterilisatie een einde te maken aan het probleem van de voortdurende schijnzwangerschap.

Zo maakten we een afspraak voor het steriliseren. De dierenarts zou haar gelijk verlossen van een dikke knobbel op de rug. We brachten haar ’s ochtends vroeg. Ze moest nuchter zijn. Moeilijk voor Sien, want de hongerige wolf kreeg ’s morgens altijd te eten. Ik liep naar de dierenarts vanaf huis, dan kon ze gelijk haar gebruikelijke behoefte doen. Natuurlijk voelde ze dat haar iets te gebeuren stond en deed ze helemaal niks. Eigenwijs als ze was. Ik nam met weemoed afscheid van haar, dikke knuffel, beetje verdrietig. Wie zegt dat het allemaal goed af zou lopen.

Die middag kwam het verlossende telefoontje maar niet. Ik zat in spanning te wachten en uiteindelijk belden ze om vier uur. ‘Het heeft even geduurd, maar u kunt haar over een uurtje komen halen.’ We snelden naar de dierenarts en waren er binnen een kwartier. Veel te vroeg natuurlijk zodat we moesten wachten en de spanning alleen maar toenam.

Daar hoorden we dat het allemaal wel zwaar was geweest. De assistente stond ons te woord. Door een spoedgeval was de dierenarts weggeroepen tijdens de operatie, maar het was allemaal gelukt. ‘Ze heeft veel bloed verloren, dus ze kan nog wel een beetje instabiel op de pootjes staan. Het duizelt allemaal bij haar. Maar ze mag mee naar huis hoor. Zorg er goed voor dat ze niet bij de wond kan.’

Nog weer lang wachten en daar kwam ze binnen. Het eerste zag ik de dikke bult op haar rug, die er nog mooi bovenop zat. ‘Ik denk dat we dat zijn vergeten’, zei de assistente. De dierenarts was er nog steeds niet. Sientje liep een beetje dizzy op de pootjes, maar wilde zo snel mogelijk uit de wachtruimte. Naar buiten, weg hier van deze pijnlijke figuren.

We stonden nog niet buiten en daar wiebelde ze op haar pootjes. De rug gebogen, de voorpoten naar de pijnlijke achterkant. Daar kwam de drol die ze vanmorgen zo dapper had opgehouden. Nog duizelig van de operatie, viel ze bijna om maar ze perste die drol eruit. Vlakbij de ingang. Een man liep ons voorbij en kon zijn lachen niet inhouden. Met de poepschep raapte ik de worp op, maar Sientje trok mij al meteen naar de auto. Weg hier.

Lees het vervolg: Ben je boos, pluk een paardenbloem »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

01 juli 2018

Afgesleten hoektanden - Sientje (26)

Bij de eerste medische inspectie viel het de dierenarts gelijk op. ‘Afgesleten hoektanden,’ zei hij. Ik vroeg hoe dat kon. ‘Waarschijnlijk veel spelen met een balletje,’ suggereerde hij. Maar dat bestond niet. Volgens de overlevering had ze haar 4 levensjaren voornamelijk in een schuur geleefd en was er nooit met Sientje gespeeld. ‘Ik weet het niet’, zei de dierenarts. ‘Ik ken de hond niet en zie alleen dat de hoektanden afgesleten zijn.’

Het antwoord op het raadsel vonden we niet. Sterker nog: Sientje hield helemaal niet van balletjes. We hadden bij die eerste aankoop in de dierenwinkel van Goor ook wat speeltjes gekocht. Een balletje, een trektouw, een beestje met een luide piep erin. Spulletjes waar elke hond gelijk mee aan het spelen slaat. Sientje niet. Zij liet alles roerloos liggen. Pakten wij iets op en gooiden het weg, dan keek ze ons hooguit met verbazing aan.

Spelen moet je leren. Dat oudere honden aan een touw trekken, komt omdat ze het spelen niet zijn verleerd. Bij Sientje kon je je afvragen of ze ooit spelen had geleerd. Vanaf haar geboorte leefde ze in de schuur van de fokker. Daar waren geen speeltjes.

Toen we haar kochten liepen we van de schuur waarin ze zat naar de auto. Ze trok in de achtertuin en dook met haar neus hard in de grond. In de richting van een boompje trok ze. Ik dacht dat het kwam omdat ze niet gewend was aan de riem te lopen. Maar volgens de fokker kwam het omdat er een botje van de huishond lag.

De liefde voor botten zat in haar hele lijf. Wanneer je haar een kauwbot in de vorm van een stuk samengeperst runderhuid neerlegde, ging ze het te lijf met groot enthousiasme. Het ding werd zorgvuldig uitgepeld als een banaan uit haar schil. De restjes runderhuid hingen in Sientjes pootjes en kleefden aan haar nagels. Het overgrote deel van het bot verdween in de maag. Ze stopte pas als het bot op was of als ze van uitputting neerviel.

Maar spelen met een balletje. Daar deed Sientje niet aan. Je kon weggooien wat je wilde, er achteraan rennen liet ze over aan de gooier. Een project met eten in de bal mislukte jammerlijk. Zeker ze was druk met de bal in de weer en accepteerde dat het ding van die rare knorgeluiden maakte. Verder drukte ze het ding voortdurend in een hoek bij de deur. Ze beukte de bal tegen de deur tot het laatste brokje uit het smalle gaatje viel. Daarna was je nog geruime tijd in de weer alle stukjes brok te achterhalen die verspreid achter meubels waren terechtgekomen. Dan jankte en drukte met haar neus zo lang door tot je het voor haar had gepakt.

Hoe die afgesleten hoektanden kwamen, wisten we niet. We konden het alleen maar raden. Ze zagen er van boven helemaal afgevlakt uit en staken zo nauwelijks hoger uit dan de rest van de voortanden. Zo vertelden we vaak – ook om het zielige verhaal compleet te maken – onze vermoedens bij deze vlakke hoektanden. Het leek wel of ze afgevijld waren met een ijzervijl of nagelvijl. Zo vertelden we het verhaal dat haar hoektanden vermoedelijk waren afgevijld. Dit om de jongen te beschermen voor beschadigingen. De lijn van Sientje was een showlijn en daarom hielden wij dat rare idee erop na.

Maar is dat een goede verklaring of een mooi verhaal? Hoe slijt een hond zijn hoektanden? Met botjes lukt dat niet. Aan de balletjes heeft het evenmin gelegen. En met andere dingen is ze ook nooit in de weer geweest. Daarom zochten we vergeefs naar een verklaring. Er is er eentje. Van de fokker van onze huidige honden hoorden we het verhaal van een vurige teckel die steeds aan een houten reling hing. Ze sprong dan op, hing aan het hout van de schutting en liet dan eindelijk los. Ze deed dit tientallen malen per dag. Op den duur sleten de hoektanden dusdanig af dat ze zich niet meer kon optrekken aan de schutting.

Mogelijk heeft Sientje in de periode opgesloten in de schuur ook aan het houten schot gehangen. De kennels werden gescheiden door houten schotten waarvan de bovenkanten er inderdaad afgesleten uitzagen. In haar drift naar buiten te breken, kan ze dit gedrag hebben vertoond. Het is een verklaring, maar of het een afdoende verklaring is, vraag ik mij af. Net zo min dat ik geloof dat ze vaak met balletjes zou hebben gespeeld. De verklaring van het hangen in het schot, is dan een stuk logischer.

Lees het vervolg: Loopse mijt »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

24 juni 2018

Boekenverslinder - Sientje (25)

Wat heeft Sientje nog meer gemold? Teveel om op te noemen. In de lijst met kostbare dingen, valt op dat ze de stapels boeken op mijn tafel en naast mijn plekje op de bank vrijwel onaangeroerd heeft gelaten.

Een groot wonder voor een boekenliefhebber als ik. Vrijwel mijn hele bibliotheek heeft kortere of langere tijd naast mijn zitplekje gelegen. Daar zaten ook kostbare boeken tussen. Kostbaar genoeg om in woede of groot verdriet te ontbranden als de boel gevild zou worden zoals zoveel andere dingen het slachtoffer werden van sloopbedrijf Sientje.

Boeken verslinden

In de lijst met stukke spullen staan 2 boeken die Sientje verslonden heeft. Eentje behoorde toe aan Inge en eentje behoorde toe aan de Openbare Bibliotheek van Almelo. Verder verdwenen er heel veel voorwerpen – eetbaar en oneetbaar – in de keel van Sientje.

Van de boeken was er een boek van Inge dat onderin de boekenkast stond. De rug stak een stukje uit omdat het boek breder was dan standaard. Het was een juist aangeschaft kookboek van Jamie Oliver. Een langgekoesterde wens met heerlijke recepten.

Omgedraaid

Er was iets eigenaardigs met het exemplaar aan de hand. Bij het inbinden was een katern per ongeluk omgedraaid waardoor het verkeerd in het boek was terechtgekomen. Midden in het recept van de zalmsalade moest je het boek omkeren en het katern terugslaan om verder te lezen. Een omslachtige handeling die bij het koken natuurlijk allerlei ongewenste gevolgen kan hebben.

Sientje viel het uitstekende boek op en greep de opvallendheid. Vakkundig knabbelde ze de rug van het boek weg. Zo hing de rug los en zweefde op een klein stukje van de rug dat nog vastzat. Je staarde tegen de ingebonden katernen aan, inclusief het omgekeerde katern. Het zag er komisch uit en het boek was zeker niet onbruikbaar, maar we konden met de inbindfout niet meer teruggaan naar de winkel vonden wij.

weggeknabbeld

Sindsdien staat het kookboek zonder rug in de rij met kookboeken. Het valt niet meer op, want de weggeknabbelde rug heeft de maat gelijkgetrokken met de andere boeken. Het wordt voornamelijk om de spaghetti met kleine gehaktballetjes te maken en dat zit precies in het omgekeerde katern. Zo is tegenwoordig elke keer als we dit gerecht maken een herinnering aan Sientje.

Het ander geval was een boek van de bibliotheek. Ik had het rechtop staan in de grote leren tas die ik van mijn verjaardagsgeld had gekocht. Een miskoop, want ik heb de tas nooit meer zo intensief gebruikt als zijn leren voorganger. Het was een geleend boek van de Openbare bibliotheek: de verzamelde gedichten van Simon Vestdijk.

Druk in de weer

De kloeke boekband stond mooi te zijn in mijn tas. Ik was even naar boven gegaan en kwam een moment later naar beneden. Ik hoorde dat Sientje druk grommend in de weer was. Het leek wel of ze met een botje bezig was. Vreemd, omdat ze bij mijn weten helemaal geen botje gekregen had. Botje kauwen enige wat ze deed, aangezien ze met niks speelde. Balletjes, touwen of stukjes spijkerbroek deden haar niks. Ze speelde niet.

Ik opende de kamerdeur en zag tot mijn verbijstering dat ze haar tanden niet in een bot zette, maar in de dikke gedichtenbundel van Vestdijk. Geleend van de bibliotheek nota bene. Ik voelde een woede loskomen, krijste waarna Sientje haar literaire prooi onmiddellijk losliet.

Vakkundig gereten

Ik griste het boek weg tussen haar poten en zag dat ook van dit boek de rug vakkundig was gereten van de rest van het boek. De voorkaft en achterkaft zaten nog mooi om het boek. Op een enkele tandafdruk na in het papier, leek het verder allemaal mee te vallen.

Met een rood hoofd meldde ik een dag later het vernietigde exemplaar bij de bibliotheek. Ik mompelde er iets bij dat mijn hond het boek had gemold. Ik voelde mij de scholier die vertelt dat de hond het huiswerk heeft opgegeten. Maar dan erger. ‘Dat wordt betalen’, zei de bibliothecaresse streng. Ik vreesde het ergste. Hier zou een flink bedrag aan verbonden zijn. ‘We zullen het repareren en de rekening nazenden’, zei ze en liet me in spanning gaan.

Kleinere bladspiegel

Weken later viel de rekening op de deurmat. Het werd 4,50 euro voor de gemaakte kosten. Later leende ik het boek met alle gedichten van Simon Vestdijk bij de Almelose bibliotheek. Naast de nieuwe kaft was een klein stukje van de beschadigde bladzijden afgesneden. Hierdoor werd de bladspiegel wat kleiner.

Die kleinere bladspiegel hinderde mij het leesplezier niet. Dan genoot ik stiekem van de kleine tandafdrukken die er nog in zaten van Sientje. Het idee dat dit boek daar nog altijd ergens op een schap in de bibliotheek staat, doet mij goed. Ik bekijk met net zoveel genoegen de tandafdrukken die ze in het boek van Jamie Oliver heeft achtergelaten.

Lees het vervolg: Afgesleten hoektanden »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

17 juni 2018

Sloopbedrijf - Sientje (24)

Vrij snel nadat wij Sientje in huis hadden genomen ontdekten we dat deze zeer lieve teckel uit Goor er een aantal eigenaardigheden op nahield. De meest hinderlijke was toch wel het slopen van gebruiksvoorwerpen. Dingen die in haar ogen de moeite van het slopen waard waren en daarmee waardeloos voor ons. Waarmee dit gedrag te maken had, kon ik niet achterhalen. Achteraf denk ik dat het verlatingsangst was.

In de loop van de jaren werd de berg gesloopte spullen hoger en hoger. Het gebeurde gewoon als we van huis waren. Dan verdwenen dingen die haar in de weg lagen of stonden tussen de grijpgrage tanden. Niet als wij erbij waren, alleen als we weg waren. Niks was veilig voor de tandengrijper. Alles verdween tussen de kaken en vermaalde de voorwerpen tot moes. Of ze scheidde alles keurig in losse onderdelen.

Wanneer het precies gebeurde was altijd onduidelijk. Als je dan thuiskwam, lag ze doodstil op de bank en wachtte onze reactie af. De teleurstelling of het verdriet. Ze liet ons rustig uitrazen om later in onze richting te lopen. Kwispelstaartend. Het kon niet sneller heen en weer daar achter als ze met een flinke dosis schuldgevoel naar ons toe kwam. Of die staart nu sneller ging dan anders, kon ik niet uitmaken. Het viel gewoon extra op omdat er iets kostbaars naar de Filistijnen was geholpen.

De ontdekking was altijd het vervelende moment. Ik kwam op een dag thuis van een cursus. Ik was een paar dagen in Groningen geweest en eindelijk thuis. Gelopen vanaf het station met een grote tas over mijn schouders, opende ik de voordeur en kwam via de tussendeur de woonkamer binnen. Inge was er nog niet. Ze zou elk moment kunnen thuiskomen. Ik zag op het kleed – waar anders – iets in duizend stukjes liggen. Ik keek eens goed en zag dat het haar mobieltje moest zijn.

De mobiele telefoon was net aangeschaft, met bijbehorend nieuw abonnement. Vlak onder het beeldscherm stak een heel klein joystickje uit waarmee je de programma’s op het scherm kon selecteren. Het zag er onwijs schattig uit. Met een druk op de bovenkant kon je het programma bekijken. Ook zat er 1 van de eerste fototoestellen op. Inge was er heel blij mee. Ze maakte foto’s en speelde op elk gewenst moment met het ding, waar weinig meer mee kon dan bellen, sms’en en foto’s maken.

Nu lag het ding op het vloerkleed. Met in het midden als grote steen des aanstoots het schattige joystickje. Verder allemaal losse toetsjes, het scherm dat nu op een propje aluminiumfolie leek en verder allemaal kleine, losse transistortjes, mini-geheugenpanelen en andere minuscule elektronica. Het omhulsel lag verbrijzeld over de rest van het vloerkleed verspreid.

Wat is dit verschrikkelijk, dacht ik. Inge die krijgt een hartverzakking. Ze doet dat beest wat aan als ze dit ziet, schoot door mij heen. Precies op dat moment zag ik onze auto voor het raam aan komen rijden en stoppen. Ze zou zo de sleutel in het slot doen.

De autodeur sloeg dicht en ik liep snel naar de voordeur, deed open en suste geruststellend. ‘Er is iets vreselijks gebeurd, niet schrikken.’ Ze schrok zich lam, dacht waarschijnlijk aan alle erge dingen waaraan je kunt denken en volgde mij naar binnen. ‘Je telefoon’, zei ik terwijl ik de deur naar de kamer opende. ‘Kijk daar maar.’ Ze keek naar het kleed en zag haar net aangeschafte mobieltje in duizend stukjes liggen.

Ze barstte in hard gelach uit. ‘Dat joystickje’, riep ze lachend. Het zag er inderdaad heel komisch uit zoals dat joystickje uit het numerieke stelsel van toetsen oprees. ‘Daar kan ik niet meer mee bellen’, merkte ze droog op en kamde met haar vingers alle elektronica uit al het wol van het kleed. Overal lag er wel iets tot in de diepste vezels van het kleed. Ze plukte de kleine dingetjes eruit en stopte ze in een plastic zakje. ‘Ik zal er wel mee teruggaan.’

De volgende dag ging ze met het zakje boordevol losse onderdelen naar de aanbieder van mobiele telefoons. ‘Die kunnen we niet meer maken’, merkte de verkoper droogjes op. Ze kon een aanbiedingsexemplaar van een ander toestel kopen. Zo’n groot formaat telefoon waar ze net van af was. Helaas moest ze het volle pond betalen, want ze had niet een verzekering afgesloten die je voor dit soort acties van je hond vrijwaart.

Ze sloot bij de nieuwe aankoop gelijk een verzekering af. Onnodig want het grote toestel was haar tanden niet waardig, vond onze sloophond Sientje. ‘Mogen we het oude toestel hebben?’ vroeg de verkoper nadat hij met zijn collega’s uitgelachen was van verbazing en verwondering wat zo’n klein teckeltje teweeg kan brengen. ‘Dan leggen we die in de etalage om kopers erop te attenderen dat ze een verzekering kunnen afsluiten.’ Inge vond het goed. Het ding heeft nog jaren in de etalage gelegen. Het joystickje als trotse overwinnaar fier overeind in bende elektronica.

Lees het vervolg: Boekenverslinder »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

10 juni 2018

Kiwi-drol - Sientje (23)

Na het bezoek aan vrienden waar Sientje allerlei stukjes kaas en worst kreeg, kwam haar hongerige geest los. Van een hond die een pak stroopwafels gewoon liet staan, zelfs als je weg was, veranderde ze in een schrokop. Altijd op zoek naar eten. Ze liet geen gelegenheid voorbij gaan om te eten.

Nadat de dierenarts opmerkte dat ze echt te dik was geworden, was het tijd voor maatregelen. In het eerste jaar hadden we te nauwgezet de aanwijzingen op het pak hondenbrokken gevolgd. Aanwijzingen die je met een grote korrel zout moest nemen, zei de dierenarts. Als je de helft nam van de aanbevolen hoeveelheid, dan zat je wel goed. Zo snel zou ze niet verhongeren. Verder goed letten op het gewicht en in de gaten houden of het niet allemaal te bol wordt.

Het strikte dieet hielp niet mee de hongerige geest te temperen. We hielden het nauwgezet in de gaten, wogen haar soms om even te kijken of we op de goede weg zaten. Maar dan was het nog altijd moeilijk. Een teckel is namelijk heel sterk gericht op eten. Het lijkt wel een hongerige wolf, altijd op zoek naar iets eetbaars. Is het niet buiten, dan is het wel binnen.

Sientje greep elke kans. Zo moest de vuilnisbak die in de keuken stond er al heel snel aan geloven. Ze haalde het ding leeg als er iets eetbaars in zat. De buit werd breed uitgemeten op de vloerbedekking.

Samen met de ongelukjes zorgde het ervoor dat we vrij snel besloten het huis maar eens te onderwerpen aan een grote opknapbeurt. Het nieuwe kleed dat we daarna in de woonkamer hadden liggen, kreeg flinke opdoffers. Zo legde Sientje een keer beslag op een zakje met macaroni. De tomatensaus werd mooi uitgesmeerd over het witte kleed. Het kleed lag er om warme voeten te houden bij de bank, maar Sientje benutte het wol om het helemaal rood te maken.

Het kleed zou populair blijven om de veroverde prooi op te verorberen. Zo zou later nog een doos Nesquik over de witte wol worden verspreid. Het bruine poeder verdween in alle vezels van het kleed en zorgde er vanaf dat moment altijd voor dat het kleed iets groezeligs behield. Hoe vaak we het ook hadden uitgeboend, het wit was veranderd in een vreemde kleur geel. Ik had na de ontdekking in paniek de dierenarts gebeld.

Sientje stond te stuiteren van het suiker uit de chocoladepoeder. De assistente vroeg me hoe het ging met Sientje. ‘Ligt ze te hijgen?’ vroeg ze. Nee, ze lag niet te hijgen. ‘Heeft ze schuim op de bek?’ Nee, er was geen schuim op de bek. ‘Draait ze met haar ogen?’ De hond draaide heel snel rondjes om de tafel die midden op het kleed stond. De stofzuiger loeide, maar de hond draaide zeker niet met de ogen. Dus met die vergiftiging viel het wel mee.

De eetlust kwam na het stroopwafelincident snel aan het licht bij iets anders. Op het kastje bij de deur naar het halletje stond een fruitschaal. Daarin lagen wat kiwi’s. Op een avond waren we allebei in de computerkamer aan het werk. Ik hoorde beneden iets schuiven. Snel rende ik naar beneden. Niets te zien. Daarna weer naar boven. Ik schoof net mijn stoel aan voor achter de computer. Weer lawaai. Er viel iets, leek het.

Ik weer naar beneden. Daar lag de fruitschaal op de grond met alle kiwi’s op het kleed. Ik ruimde alles op, weer naar boven. Ik schoof de stoel aan en weer het kabaal. Weer naar beneden en daar lagen ze weer: de kiwi’s keurig verspreid over het kleed. Eentje leek aangevreten een andere lag klaar om verorberd te worden.

Hoeveel kiwi’s lagen er in die schaal? vroeg ik aan Inge. ‘Ik zou het niet weten’, zei ze. Volgens mij heeft ze er 1 of meer opgegeten, antwoordde ik. Geen idee. Het bleef een raadsel. We konden niet geloven dat Sientje zo gek op kiwi’s zou zijn. Het bestond toch niet, een teckel verslaafd aan de enigszins zure vrucht. We lieten het maar zo. Tot we de volgende dag heel toevallig samen met Sientje liepen. We staken de straat over en daar moest ze poepen.

Netjes als we waren, stond ik klaar met de poepschep om de uitwerpselen op te scheppen. Ze perste de drol eruit, keurig om de buitenkant verscheen het stickertje met daarop Nieuw-Zeeland van de kiwi. Het stickertje lag als een wikkel om de goedgekeurde drol. We barsten in lachen uit. Wie lacht er nou om een drol? Nou als je ziet dat je hond van de kiwi’s gegeten heeft, dan moet je echt lachen. Het raadsel was opgelost.

Lees het vervolg: Sloopbedrijf »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]