09 januari 2014

Ritueel - #WOT

image

Ik leef op rituelen. Alles is een ritueel. Tussen de middag een tosti eten bijvoorbeeld. Of het vaste rondje met de honden. En vergeet het elke dag bloggen niet. Net als dat er iedere dag een nieuw gedicht op mijn wolkenhemel.blogspot.nl komt.

Het ritueel begint in de ochtend al. Ik zet mijn rechtervoet uit het bed, eerst naar de wc, tanden poetsen. Bij het aankleden trek ik eerst mijn broek aan, doe de broek dicht en moet hem altijd weer openmaken om mijn hemd en overhemd er weer in te stoppen. Dan de sokken aan en de schoenen. Een compleet ritueel.

De seizoenen verhinderen dat het licht kan zien worden, maar onderweg bij het uitlaten van de honden maak ik altijd foto’s op dezelfde plekken. Een fietsrit naar de supermarkt of wandeling zorgen altijd weer voor de foto’s van de hemel. Een ander ritueel.

Zo vervullen de dagen zich met rituelen. Eerst de rechterschoen en dan de linkerschoen. Of de chocoladehagelslag die elke ochtend op mijn boterham gaat. Wat heerlijk. Ook een ritueel.

En zo verdwijnt ongemerkt de hele dag in een ritueel…

08 januari 2014

De gelukkige eilanden

image

In het boek De gelukkige eilanden maakt Paul Theroux een reis door Oceanië. Zijn huwelijk is gestrand. Hij is heel verdrietig en voelt zich eenzaam. Thuis zijn is geen optie voor hem. Daarom grijpt hij de uitnodiging van zijn uitgever aan voor een promotietour door Nieuw-Zeeland en Australië.

Opvouwbare kajak

In zijn bagage heeft hij naast een tent en een slaapzak, een opvouwbare canvas kajak, want hij wil graag peddelen van eiland naar eiland. Hij wil de Pacific overwinnen. ‘Deze oceaan bevat de helft van al het open water ter wereld, beslaat een derde van het oppervlak van de aarde.’ (12) En de Grote Oceaan is meer dan een oceaan. Het is een universum.

Promotiereis

Maar eerst moet hij op promotiereis. Het doorkruist zijn wens. Hij wil de

‘uitzonderlijk groene eilanden van Oceanië zien, onmodern, zonnig en traag, met bomen om onder te zitten en blauwgroene lagunes om in te peddelen. Mijn ziel deed pijn, mijn hart was beschadigd, ik was eenzaam.’ (14)

Hij begint in Nieuw-Zeeland, krijgt drie uur na aankomst al de vraag van een journalist wat hij van Na Zillun vindt. Het ergert hem. Hij droomt van peddelen in de kajak en wil hier zo snel mogelijk vandaan. Nieuw-Zeeland deprimeerd hem. Hij mist zijn vrouw. ‘Ik moet hier weg’, denkt hij. Hij zoekt de wildernis op.

Hij wandelt in Nieuw-Zeeland, maar het bevalt hem maar matig. Net als Australië, waar hij zich voornamelijk ergert aan de Australiërs. De journalisten stellen domme vragen en hij sluit zich op in zijn hotel. Als de piloten staken, moet hij met de trein van Perth naar Melbourne. Iets dat de doorgewinterde treinreiziger helemaal niet wil, maar uiteindelijk toch doet.

Walkabout

Uiteindelijk weet hij uit al het promotiegebeuren te ontsnappen. Het is een heuse walkabout, zoals Aboriginals doen. Paul Theroux vlucht uit de westerse wereld en zoekt juist die plekken van de Aboriginals op. De Walkabout als mystieke ervaring. Daar in Australië kan hij eindelijk de kajak in elkaar zetten en langs de kust of over rivieren peddelen. Alle waarschuwingen van Australiërs – het is daar gevaarlijk, daar zitten krokodillen – slaat hij in de wind. Sterker nog dergelijke waarschuwingen dagen hem juist uit het ruime sop te kiezen.

Van Australië maakt hij de overstap naar Nieuw-Guinea. Hier gaat hij helemaal los en peddelt over zee van eiland naar eiland. Zo zet hij aan voet bij de Trobiand-eilanden, Solomon-eilanden, Fidji-eilanden en Vanuatu. Hij maakt kennis met kannibalen en zendelingen. Ze passen volmaakt bij elkaar, vindt Paul Theroux. Maar de Jon Frum-beweging wekt de echte interesse bij de reisboekenschrijver.

Jon Frum

Jon Frum, ‘een onduidelijke, en misschien wel verzonnen Amerikaan […] die in de jaren dertig naar Tanna zou zijn gekomen.’ (233) Als hij er maar niet over schrijft, dan mag hij het weten. Want op schrijven rust een vloek. Als je schrijft, steel je de toverkracht van het opperhoofd.

Paul Theroux peddelt verder, in zijn oren draait de muzike uit zijn walkman. Een cassettebandje met opera-aria’s.

Voor de honderdste keer peddelde ik langzaam tussen de fraaie eilanden en luisterde naar een aria van Puccini over hoop, over een wit schip dat op een goeie dag op zee zou verschijnen en regelrecht de haven in, en dan zou alles goed zijn… (269)

Paaseiland

In het derde deel van het boek, doet hij Polynesië aan. Hij bezoekt de koning van Tongatapu en spreekt met hem over de golfoorlog. Verderop komt hij in de Amerikaanse eilandengroep Samoa, peddelt langs de kusten van Tahiti, de Cook-eilanden en komt hij in Paaseiland. Paaseiland is

het vreemdste eiland dat ik in heel Oceanië heb gezien, een eiland, doortrokken van somberheid en anarchie. Spookachtig is het er. (552)

Misschien zegt Paul Theroux hetzelfde over dit eiland als Boudewijn büch. Alleen ontdoet hij het van de depressieve lading die de Nederlandse eilandliefhebber eraan geeft. Als Paul Theroux Iman tegenkomt, hoort hij van de eilandbewoner dat er helemaal niks gebeurt op Paaseiland. Ze lopen langs het karkas van een paard.

‘Moet je kijken,’ zei ik.
‘Dat is een dood paard,’ zei Iman. ‘ Vanochtend omgevallen. Het is het paard van Domingo. Ik heb het zien gebeuren.’
‘En dan beweer jij dat hier niets gebeurt.’ (564/565)

In het vierde deel van De gelukkige eilanden belandt Paul Theroux in het paradijs. Hij geeft dit laatste deel in elk geval deze naam mee. Hij komt aan op Hawaii. Deze vijftigste staat van de Verenigde Staten van Amerika ademt de sfeer van het paradijs. Ondanks alle vervuiling, het massatoerisme en het ongedierte. De ratten en kakkerlakken tieren welig. Ook hier vindt hij de rust in het peddelen in zijn kajak.

Mystiek element

Het peddelen van een kajak heeft een mystiek element dat men kan beschrijven als de trance die ontstaat door het ritme van het peddelen, het aanhoudende op- en neergaan van de peddel, het zachte voortglijden. De peddelaar concentreert zich en wordt zwijgzaam, en zonder veel ophef, maar onophoudelijk en gestaag komt hij vooruit, terwijl hij met de golven meegaat. Het is natuurlijk inspannend, maar door die trance merk je haast niets van je inspanningen. (634)

Het peddelen helpt hem uiteindelijk om zichzelf te vinden. Het peddelen neemt de plaats in van het schrijven. Paul Theroux voelt geen aandrang om naar huist te gaan en maakt zo de eclips mee boven het Grote Eiland van Hawaii. En daar vindt hij het antwoord als hij de vrouw die naast hem staat kust: ‘Gelukkig zijn was net zoiets als thuis zijn.’ De schrijver is thuis, al is hij nog zover van huis.

07 januari 2014

Wijze levensles

image

De wijze levensles in Lieve Célin komt van Brookes moeder. Pamela zegt haar dochter net als zij is:

‘Laat niemand je ooit vertellen dat je anders bent’, zei Pamela. ‘En ook niet dat je speciaal bent, want speciaal is een woord dat mensen gebruiken die niet durven te zeggen wat ze willen zeggen en dan maar iets anders zeggen terwijl ze hetzelfde bedoelen, […]’
‘Maar onthoud dit, lief: wij zijn niet anders. Want anders bestaat helemaal niet. Als alle mensen op de wereld hetzelfde dachten, aten, evenveel geld verdienden en dezelfde kleren zouden dragen, ja, dan kan iemand anders zijn. Door iets anders te denken of te eten of te dragen. Maar eten, denken, dragen en verdienen alle mensen op de wereld hetzelfde? Dacht het niet. Iederéén is anders. En dus is iedereen hetzelfde. Allemaal even gewoon. En jij dus ook. Net zo gewoon als iedereen. Oké?’ (35/36)

Daarmee typeert ze het verschil tussen mensen. Verschil moet er zijn. Dat geldt voor iedereen. Alleen heeft Pamela het daar erg moeilijk mee. Vooral ook omdat haar dochter zo op haar lijkt. Ze weet er eigenlijk geen raad mee. Haar dood moet op een ongeluk lijken, maar is het niet. Ze nam namelijk nooit de pont in haar Cantas. Hoe kon ze dan tussen wal en de pont terechtkomen?

Het verhaal draait verder vooral om het verloop van Brookes leven na de dood van haar moeder. Er gebeuren veel dingen. Ze ontdekt de muziek van Céline Dion als het gedraaid wordt bij de begrafenis van haar moeder.

Het behoort tot het standaardrepertoire bij begrafenissen, maar nadat ze het gehoord heeft, stort ze zich helemaal op de Canadese zangeres. Als blijkt dat moeder Pamela het gezin in de schulden gestort heeft door allerlei dingen op afbetaling te bestellen, raken Brooke en haar slimme zus Sue in de problemen. Het huis wordt leeggehaald en ze kunnen niks meer.

Brooke krijgt hulp van een begeleidster en mag gaan werken bij de sociale werkplaats. Daar kan ze gaan sparen voor haar droom: een concert van Céline Dion. Die droom wordt echter wreed verstoord door ‘iets’ dat ertussen kwam en dat Brooke op haar eigen manier oplost. De verhaallijn in combinatie met mooi uitgewerkte personages maken Lieve Céline tot een prachtig verhaal om te lezen.

06 januari 2014

Begrip voor minderbedeelden

image

In Lieve Céline laat Hanna Bervoets zien met welke dilemma’s mensen leven die het met minder geld moeten doen. Vaak beschikken ze over niet veel IQ en zijn de ouders meer met zichzelf bezig dan met hun kinderen. Die wereld schetst Hanna Bervoets en op een prachtige manier.

De hoofdpersoon van het verhaal is Brooke, vernoemd naar ‘knapste actrice uit The Bold’, de lievelingsserie van haar moeder Pamela. ‘Haar ouders hadden haar de verkeerde naam gegeven. Brookes moeder heette Trude maar ze voelde zich een Pamela.’ (13)

Brooke is een beetje simpel. Ze komt niet goed mee op school en mag na een aantal incidenten naar een andere school. Ze vindt het niet leuk op die andere school en mag van haar moeder thuisblijven. Daar doet ze niet veel meer dan haar moeder. Dat is voornamelijk thuiszitten en een groot deel van de middag en avond alle soaps volgen die er op televisie te zien zijn.

En daarna, als alle series afgelopen waren, maakte Brooke lijstjes. De nummers van de afleveringen, de acteurs die erin meespeelden, het jaartal op de aftiteling, welke series die dag net iets te laat begonnen waren: ze hield het allemaal bij.

Hanna Bervoets vertelt het in een koele, afstandelijke stijl, met dezelfde soort korte zinnetjes als die Walter van den Berg in zijn romans gebruikt. Ze weet eenzelfde soort sfeer op te roepen van een gezin uit Amsterdam-Noord dat leeft van een uitkering en zijn weg zoekt in een leven waar het ook niet voor gekozen heeft.

Dat ze hierin verkeerde beslissingen nemen of niet de juiste oplossingen hebben, zorgt voor de lading van het verhaal. Als lezer word je zo meegenomen, dat je er zelfs begrip voor krijgt. Een grote verdienste van de schrijfster.

Ik kende Lieve Céline al van de prachtige telefilm die over het boek gemaakt is en die afgelopen zomer uitgezonden werd. Veruit de mooiste telefilm van dit jaar. De sfeer van het boek en de film sluiten naadloos op elkaar aan. Al weet het boek zelfs extra elementen los te maken door bepaalde zaken verder uit te diepen of op een andere manier te vertellen. Daarmee verandert het verhaal niet, maar wel de diepte en beleving van het vertelde.

Bij het lezen van dit boek vroeg ik mij de hele tijd af waarom politici niet zulke boeken lezen. Het zou ze helpen bij het nemen van moeilijke besluiten als de eisen die gesteld worden bij de bijstandswet. Misschien zou het meer begrip opleveren en vooral meer beleving.

Een goed verstand, een mooie opvoeding en rijke kansen komen niet iedereen toe. Wat misschien vanzelfsprekend lijkt, is niet vanzelfsprekend. En dat leert een mooi boek als Lieve Céline bovenal.

05 januari 2014

Maarten Koning - #50books

image

Wie ik zou willen zijn, is voor mij niet zo de vraag. Ik hoef niet zo nodig iemand anders te zijn. Zoals ik laatst per ongeluk schreef: ik ben ik. Daarvoor hoef ik niet zonodig een Frits van Egters, Max Delius of Alfred Issendorf te zijn. Wel herken ik veel in personages, de psalmzingende Maarten op de fiets in Een vlucht regenwulpen bijvoorbeeld.

Meeste gelijkenis

Misschien dat ik nog de meeste gelijkenis heb met Maarten Koning uit Voskuils zevendelige romancyclus Het bureau. Of dat ik in elk geval zo iemand zou willen zijn. Iemand die ochtend aan ochtend met het koffertje onder de arm naar zijn werk gaat. De belevenissen op het kantoor als heuse avonturen beschouwt.

Voor wie elke avond een feest is omdat hij dan even alleen mag zijn en schrijven. Het harde werken, frustratie om collega’s, spectaculaire gebeurtenissen. De romancyclus Het bureau leest als een heuse soapserie, compleet met plot. Als Voskuil iets laat zien in de cyclus is dat werk ook emotie is.

Werken en relaties

Als je werkt, bouw je relaties op die net als een liefdesrelatie of vriendschap is. Met dezelfde kenmerken, ontwikkelingen, conflicten en samensmelting. Ik vind dat dit prachtig is verwoord in de zevendelige serie van Voskuil.

Aan het zevende deel van de romancyclus heb ik nooit durven te beginnen. Omdat ik het einde niet onder ogen wilde zien. Het verhaal kabbelt gestaag als een heerlijk stroompje van een berg. Soms gaat het wat harder, soms is het beekje wat breder, een andere keer weer iets smaller. Het verhaal kabbelt. Daarom durfde ik het einde niet te lezen.

Al is het einde onontkoombaar. Dus wie weet begin ik weer eens en lees het verhaal opnieuw. En helemaal. Of ik dan nog de hoofdpersoon zou willen zijn?

#50books

Dit is het antwoord op vraag 1 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Martha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

04 januari 2014

Oliver Twist (5) - De afloop

image

Op wonderlijke wijze ontkomt Oliver Twist aan de bende van Fagin. Als hij wordt meegenomen voor een inbraak, gaat het helemaal mis en wordt Olivier beschoten. Hij raakt gewond. In de veronderstelling dat hij meer dan dood dan levend is, laten ze hem in een greppel achter. Hier wordt hij gevonden en wordt hij opgevangen door de mensen waar de bendeleden wilden inbreken.

Overigens weet Charles Dickens hier prachtig de spanning op te bouwen. Hij houdt hiermee de lezer in zijn greep, net als dat Fagin grip probeert te krijgen op Olivier. De leider van de bende laat zijn pupil niet zomaar gaan. Dit element maakt het verhaal extra spannend. Krijgt Fagin de jongen wel of niet te pakken. Het verhaal verloopt grillig maar vooral heel spannend.

Als uiteindelijk de bende ontmaskerd wordt, gebeurt er heel veel tegelijk. De lezer voelt wel wat er gaat gebeuren, maar de verteller houdt de spanning er op treffende wijze in. Hij geeft niet alles in één keer weg. Zo is de achtervolgingsscène van de beroepsdief Bill Sikes werkelijk adembenemend. De achtervolging over de daken van de Londense achterbuurt, waarbij Bill Sikes steeds zijn achtervolgers te slim af is. Tot hij zijn val onvermijdelijk is, ondanks het touw dat hij bij zich draagt om de acrobatische capriolen uit te kunnen halen.

Wat dan gebeurt, lijkt er sterk op dat de verteller ook wraak wil nemen op de meedogenloze moord op Nancy. Nancy, zijn vriendinnetje die de harten van de lezer verovert in de loop van het verhaal. Bill probeert zijn achtervolgers te slim af te zijn, maar op die daken in de Londense achterbuurt, loert het gevaar: de schim van de vermoorde Nancy.

‘Al weer die ogen!’ krijste hij met een rauwheid, die niet van deze wereld is.
En wankelend als door de bliksem getroffen, verloor hij zijn evenwicht en tuimelde over de daklijst. De strik zat om zijn nek, door zijn gewicht liep het touw strak af, gespannen als een boogpees en met een snelheid van een afgeschoten pijl. Zijn val was wel vijf en dertig voet de laagte in. Een plotselinge schok, een samenkrampen der leden en daar hing hij, het open mes in de verstijvende hand geklemd. (312)

Geschreven met een gevoel voor dramatiek, zie je als lezer het dode lichaam bengelen daar hoog boven de straat. Met nog meer gevoel voor dramatiek, voegt de verteller een extra element toe. De hond trouwe hond Bul volgt zijn baas. Alsof de gruwelijke scène uit Oliver Twist nog niet erg genoeg is. Het is buitengewoon beeldend geschreven.

Een hond, die zich tot dusver verscholen had gehouden, liep alerjammerlijskt jankend, van achteren naar voren en van voren naar achteren over de daklijst en zich tot een sprong gereedmakend, trachtte hij op de schouders van zijn dode baas te belanden. Maar hij miste zijn doel en viel over de kop buitelend in de gracht neer, waar hij te pletter sloeg tegen een steen, zodat zijn hersenen in het rond spatten.

Het zou een misdaadfilm niet misstaan, de dramatiek waarmee dit is geschreven. Het ene gruwelijke detail volgt op het andere. In een steeds hogere versnelling komen de gruwelijkheden voorbij. Het maakt Oliver Twist tot een indrukwekkend boek om te lezen. De week dat ik dit boek las, zat ik gekluisterd op de bank. Vol verwachting op wat er komen ging, meegetrokken in het verhaal, dat meer dan 175 jaar oud is, maar zich ter plekke in je verbeelding voltrekt.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs:

03 januari 2014

Oliver Twist (4) - De misdaadscènes

image

De passages in de misdadigersbende zijn uitermate sterk geschreven. Ze getuigen van een goed gevoel voor drama en spanningsopbouw. Zo komen meneer en mevrouw Bumble in contact met Monks, iemand die heult met de bende van Fagin en hem allerlei opdrachten geeft. Ze vertellen hem voor 25 pond het verhaal van de overleden vroedvrouw.

Deze scène gaat met veel dramatiek gepaard. Het onweert, ‘een felle lichtflits, gevolgd door een donderslag, die het hele gebouw op zijn grondvesten deed trillen.’

Als ze het verhaal vertellen, gevolgd door weer een donderslag, onthult Monks het echtpaar wat hij ze had willen aanrichten. Hij opent een luik in de vloer – op de plek waar de Bumbles zojuist stonden – en laat ze een gapende diepte zien. Als het hem niet had aangestaan, had hij de twee er zo in kunnen laten zinken, zegt hij er dreigend bij.

Onder hen stroomde het drabbige water, door de hevige regen gezwollen, snel voorbij en alle andere geluiden gingen te loor in het geweld van het klotsen en kolken tegen de groene en slijmerige peilers. Vroeger was daar beneden een watermolen geweest; en de vloed die rond de rottende palen en nog resterende machinedelen schuimde en schuurde, scheen met vernieuwde woede in het ongewisse voort te ijlen, nadat hij zich had bevrijd van de belemmeringen die hem nodeloos hadden getracht in zijn blinde vaart te stremmen. (229)

Een passage die rechtstreeks uit een Engelse misdaadserie kan komen. De kolkende, alles verzengende waterstroom die alles meeneemt. Als je daarin terechtkomt, eindigt het zeker met de dood. De Bumbles kijken met afkeer in het gapende gat en zijn zich bewust van de dreiging die onder hun voeten stroomde.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs:

02 januari 2014

Oliver Twist (3) - Het verhaal

wpid-2013-12-28-14.39.26.jpgDe roman Oliver Twist vertelt het aangrijpende verhaal van de wees Olivier Twist. Hij is de hoofdpersoon van het verhaal, maar krijgt erg weinig stem in het verhaal. Hij is vooral een speelbal. In eerste instantie ligt zijn lot in handen van de gemeentepedel, belast met de armenzorg. De pedel draagt hem over aan een begrafenisondernemer. Zo bespaart hij weer op de armenzorg.

De dienstmeid Charlotte en vooral de leerling Noach Claypole tergen en treiteren hem. Nadat Noach Claypole Olivers moeder ernstig beledigd heeft, wordt het zwart voor de ogen van Oliver. De woede en het onrecht dat hem daarna treft, doen hem vluchten naar Londen. Maar daar komt hij van de regen in de drup. Hij raakt verstrikt in een misdadigersbende onder leiding van de misdadiger Fagin.

Na een paar weken de merkjes uit gestolen zakdoeken te hebben geknipt, mag Oliver mee met twee bendeleden op rooftocht. Ze zijn aan het zakkenrollen. De twee trekken een zakdoek uit de zak van een man die bij een boekenstalletje naar een boek kijkt. Oliver schrikt zich rot en zet het op een rennen.

Dat komt hem duur te staan, hij wordt opgepakt en voor de rechtbank gesleept. Het ‘snelrecht’ avant la lettre dreigt hem te veroordelen, maar net op tijd vertelt de eigenaar van het boekenstalletje dat niet Oliver het was, maar twee andere jongens.

De man neemt Oliver mee en draagt zorg voor de jongen omdat hij helemaal uitgeput is. Maar als hij opgeknapt is en even weg is voor een boodschap vindt Nancy van de bende hem en ontvoert hem. Zo komt hij weer in de strikken vast te zitten van Fagin. Het dreigt een herhaling van zetten te worden, maar Charles Dickens weet op een leuke manier nieuwe spanning in het verhaal in te bouwen.

Meer lezen over Oliver Twist

Deze blog is onderdeel van een serie van vijf blogs over Oliver Twist van Charles Dickens. Lees ook de vier andere blogs:

01 januari 2014

Bruegel en João Ricardo Pedro

Öèôðîâàÿ ðåïðîäóêöèÿ íàõîäèòñÿ â èíòåðíåò-ìóçåå Gallerix.ruIn de roman Jouw gezicht zal het laatste zijn, komt naast de muziek ook de schilderkunst aan bod. De verteller verwijst naar een specifiek schilderij van Bruegel. Het is het verhaal van de pianoleraar en de mysterieuze schilderes en speelt in Wenen, waar in het Kunsthistorisch museum enkele Bruegels hangen.

Het schilderij van Pieter Bruegel de Oude wordt uitvoerig beschreven en het leverde mij een sport op om te ontdekken over welk schilderij het ging. Van Beethoven, Mozart en Bach noemt de schrijver João Ricardo Pedro wel om welke muziekstukken het gaat. Van de Bruegel laat hij de naam achterwege.

Ik ben gaan speuren. Het hangt in het Kunsthistorisch museum in Wenen. In een uitvoerige opsomming zegt de verteller wat er allemaal op het schilderij te zien is, nadat de vader van de verteller ontdekt dat een ‘vrouwsfiguurtje dat op twee krukken liep en wier rechterbeen een stukje over de knie in een verband eindigde’, het middelpunt van het schilderij is.

Nu kwam zij voor als het middelpunt van alles. Dat was niet zoals hij eerder had gedacht, het meisje dat water dronk bij de put.[1] Ook niet de dikke man in het blauwe vest en dito muts die op een wijnvat zat.[2] Ook niet de geest boven op een kar die aan twee touwen werd voortgetrokken.[3] Ook niet de tollende kinderen.[4] Ook niet de vrouw die boven op een ladder stond.[5] Ook niet die andere bij het vuur.[6] Ook niet de man die op het punt leek te staan zich uit een raam te storten.[7] Ook niet de bedelaars met uitgestrekte hand.[8] Ook niet de processie die uit de zijpoort van de kerk kwam.[9] Ook niet de man met de doedelzak.[10] Ook niet de andere man die een zak op zijn rug droeg.[11] Ook niet degene die hand in hand ronddansten in een kring.[12] Ook niet de gitaarspelende man met de dikke buik en een pan op zijn hoofd.[13] Ook niet de twee reusachtige vissen in een mand.[14] Ook niet het kind met zijn armen in de lucht.[15] Ook niet het groepje gemaskerden.[16] Ook niet de nonnen.[17] Ook niet het speenvarken dat de dikke man in blauw vest en dito muts aan een spies hield.[18] Ook niet het varken achter de put.[19] Ook niet het viskraampje.[20] Ook niet de man die een emmer leegde uit het raam.[21] Ook niet de twee bomen.[22] Nee. Het middelpunt van alles was die vrouw met het blauwe hoofddoekje, die op twee krukken steunde.[V] Daar, in die figuur, begon en eindigde alles. (141)

Het schilderij heet ‘De strijd tussen carnaval en vasten’ en is in 1559 door Pieter Bruegel de Oude geschilderd. De afbeelding speelt op vastenavond en illustreert het gevecht tussen lichaam en geest. Bovendien is het een prachtige weergave hoe aan het eind van de Middeleeuwen carnaval werd gevierd.

Pieter_Bruegel_strijd_tussen_carnaval_en_vasten_1559_scene_pedro

Het schilderij verbeeldt een tijd die misschien geweest is, maar die overduidelijk nog heel herkenbaar is. De enorme drukte op het schilderij, laat zien dat Bruegel niet zo sterk in een grote compositie dacht, maar allemaal losse taferelen schilderde, met elk een eigen verhaal.

Een tijdje terug sprak ik Jacob Jan Voerman over Bruegel. Hij droomde ervan om de schilderijen die we allemaal zo goed kennen, die ergens een plek in ons collectieve bewustzijn innemen, om deze schilderijen eens in Wenen te gaan bekijken. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar bij het zien van dit schilderij valt mij onmiddellijk op wat Jacob Jan Voerman vertelde over de schilderkunst van Bruegel: het zijn allemaal losse taferelen, kleine schilderijen in een schilderij, je raakt er niet op uitgekeken. Telkens zie je weer iets nieuws erin.

Dat effect dat Jacob Jan Voerman mij met zoveel vuur en liefde vertelde, zie ik terugkomen in dit fragment uit Jouw gezicht zal het laatste zijn. Alle elementen het speuren naar waar het schilderij eigenlijk over gaat. Het onderwerp van het schilderij dat telkens verschuift en van betekenis verandert. Dat effect merk je in het boek zelf ook. Het lijkt een nutteloze opsomming die de verteller hier geeft, maar voor mij is het een prachtig voorbeeld hoe onderwerp en stijl mooi kunnen samenvloeien. Het demonstreert het talent van João Ricardo Pedro.

Of zoals de verteller het zegt in het boek over de schilderijen van Bruegel:

Een schilderij waarvan het grootste probleem voor de toeschouwer, tenminste als je het voor het eerst zag, […], was dat je niet wist waar je naar moest kijken, of waar je moest beginnen met kijken, zoveel tafereeltjes, schijnbaar zonder enig onderling verband, waren erop afgebeeld. (138)

En dan somt de verteller hier nog minder dan de helft van wat er allemaal te zien is. Ieder personage op het schilderij is uniek en verbergt een eigen verhaal. Daarom heb ik maar nummertjes gezet bij het fragment. Het middelpunt heeft een [V] gekregen. Het fragment stimuleert nog beter te kijken. Een prachtige vermenging van schilderij en verhaal.

Een mooi idee om naar Wenen te gaan om dit schilderij (en de rest) van Bruegel te bewonderen.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.