31 januari 2017

Weduwe Paarlenberg

De kleine Hollandse gemeenschap High Prairie bij Chicago is erg geïsoleerd. De bewoners in de roman So Big Van Edna Ferber zijn strenggelovig en erg arm. Het is moeilijk om hier goed voedsel te verbouwen. Ze gaat in de kost bij Klaas Pool, een groentekweker. Ze ontdekt dat het bestaan hard is. Het huisje van de familie Pool is ijskoud. Ook is het eten dat ze krijgt eentonig.

De oudste zoon van Klaas Pool, Roelf. is een slimme jongen. Maar van zijn vader mag hij niet naar school omdat hij moet meehelpen op de boerderij. Daarom onderwijst Selina hem in de avonduren. Ook mag hij haar boeken lenen. Hij verslindt de boeken.

Alles draait in het dorpje om het kerkje en de rijke weduwe Paarlenberg. De weduwe Paarlenberg is geïnspireerd op de Nederlandse Antje Paarlberg. Ze komt uit Warmenhuizen (Noord-Holland) en emigreert met haar man Klaas Paarlberg naar Amerika. Nog voor ze aankomen, overlijdt hij. Hij krijgt een zeemansgraf. Zij vestigt zich in Amerika.

Op de weinige afbeeldingen die van haar zijn, is een norse vrouw te zien. Edna Ferber geeft haar een flink postuur in de roman Het purperen land. Ze weet haar heel treffend te typeren, als de forse vrouw de kerk binnentreedt:

Haar gang door het middenpad deed Selina denken aan een driemaster met volle zeilen. Ze was een struise vrouw, met een gladde, lichte huid en volle rode lippen, een aanzienlijke, stevige boezem en brede heuepen die traag en ritmisch wiegden. Ze had dikke, hooghartige wenkbrauwen. Haar handen, die de bladzijden van haar gezangboek omsloegen, waren zacht en blank. (64)

De schatrijke weduwe heeft haar zinnen gezet op Pervus DeJong, een jonge weduwnaar. Als er een veiling is waarvan de opbrengst is voor een nieuw kerkorgel, biedt Pervus een buitensporig bedrag op het eten dat Selina heeft meegenomen. Het is een prachtig hoofdstuk in de roman. Eigenlijk bieden de mannen niet op het eten, maar op de vrouwen die het eten gemaakt hebben.

Selina geeft Pervus bijles. In ruil daarvoor stookt hij de klas warm voordat de school begint. Pervus is erg arm, hij heeft het slechtste stukje grond. De drassige grond werkt ook negatief op zijn gezondheid. Hij heeft last van reuma.

De bijlessen eindigen in een hartstochtelijke zoen en in een huwelijk… Selina heeft gewonnen van de rijke weduwe Paarlenberg.

Edna Ferber: Het purperen land. Oorspronkelijke titel: So Big (1924). Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2016. ISBN: 978 90 468 2145 9. 320 pagina’s. Prijs: € 19,99.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn 2e bijdrage over de roman Het purperen land van Edna Ferber. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

30 januari 2017

Het purperen land, zonder twijfel een klassieker

Zonder enige twijfel is Het purperen land van Edna Ferber een klassieker. Dat blijkt al uit de eerste zinnen. De lezer wordt hier misleid. Lijkt het over de jongen Zo Groot ‘(een troetelnaampje uit zijn kindertijd)’ te gaan, het gaat helemaal niet over hem.

Het gaat in So Big, want zo heet de roman in het Engels, om Selina DeJong. Na de inleiding over haar kind, verschuift de verteller zin verhaal naar moeder. Haar zoon is succesvol, maar ze is er niet trots op. Sterker nog, ze schaamt zich ervoor. Of zoals de verteller het zegt:

Ze was niet alleen ontevreden, ze was zowel berouwvol als verbolgen, alsof zij, Selina DeJong, een boerin met een groentekraam, deels schuld had aan zijn succes, en zich er deels voor verraden voelde. (8)

Dat is de aanleiding voor het boek. Het vertelt het verhaal van Selina DeJong. Hoe ze vroeg haar moeder en vader verliest. Haar vader is beroepsgokker en wordt op klaardichte dag neergeschoten. De kogel is niet eens voor hem bedoeld.

Selina staat voor de keuze of terugkeren naar haar tantes in Vermont. Ze komt via haar vriendins vader August Hempel in de Hollandse gemeenschap High Prairie, 10 mijl buiten Chicago terecht. Daar gaat ze lesgeven, zoals ook de romanheldin in Jane Austens Trots en vooroordeel doet. Stiekem wil ze schrijfster worden, maar ze zal uiteindelijk boerin worden.

Voor mij staat Selina symbool voor het volharden. Ondanks alle tegenspoed weet ze door te zetten en iets van de boerderij te maken. Daarbij moet ze niet alleen vechten tegen een ontzettend eigenwijze man. Ze leeft in een dorpsgemeenschap die vreemd tegen haar aankijkt en ze heeft ook een zoon op te voeden.

Daarbij kiest ze vooral haar eigen weg. Dat levert haar buitengewoon veel op. Terwijl haar zoon kiest voor de makkelijke weg en snel geld verdient, weet zij veel te bereiken door zichzelf te blijven. Daarbij helpen boeken en kunst je om het leven glans te geven.

Edna Ferber: Het purperen land. Oorspronkelijke titel: So Big (1924). Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2016. ISBN: 978 90 468 2145 9. 320 pagina’s. Prijs: € 19,99.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Het purperen land van Edna Ferber. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

29 januari 2017

Grappige gedichten - #50books

Poëzie hoeft natuurlijk niet ernstig te zijn. De nieuwe bloemlezing die Ilja Leonard Pfeiffer maakte in de lijn van Gerrit Komrij De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, barst van de grappige gedichten.

Neem het bekende gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager:

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.

Jules Deelder – óók een Rotterdammer – kan er eveneens wat van. Zijn nieuwste bundel Rotterdamse kost laat dat wel zien. Hij schrijft prachtig over de verschillende vormen van eten. Zeker als hij het voordraagt, verandert de poëzie in een prachtige grap. Ik heb genoten – én gelachen – van het filmpje waarin hij gedichten uit deze bundel uit zijn hoofd voordraagt.

De dichter die het gedicht tot humor verheven heeft, is wel Cees Buddingh’. Hij vond met zijn gedicht over het verwisselen van een dekseltje de lach van het publiek:

Pluk de dag

Vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens

Dit gedicht laat zien dat poëzie helemaal niet hoogdravend en verheven hoeft te zijn, maar ook grappig. De uitvoering is dan veel belangrijker. Het gedicht ‘Pluk de dag’ heeft Ilja Leonard Pfeiffer niet opgenomen in zijn bloemlezing, maar is zonder twijfel de bekendste light verse van de Nederlandse literatuur.

Daarmee geldt Buddingh’ als onbetwistbare lichte dichter. Dichters als Driek van Wissen. Zijn poëzie is bijzonder toegankelijk en ook bij tijd en wijle grappig. Het gevaar bij deze gedichten is dat het vaak iets té toegankelijk is, waarmee het de zo onmisbare dubbelzinnigheid van poëzie mist.

Willem Wilmink heeft prachtige liedjes geschreven waarin een knipoog en een traan voorkomen. Neem ‘Frekie’ waarin je de ‘ernstig smoel’ voor je ziet. Of ‘Beroepskeuze’ waarin het lyrisch ik verzucht dat hij ‘stratemaker op zee’ wil worden.

Overigens kan Ilja Leonard Pfeiffer er ook wat van. Zijn baggersonnettenkrans Touwen waarin hij een loflied bezingt op het vrouwelijk geslachtsdeel, is een extreme vorm. Maar dit is weer zo vulgair dat het meer afschuw dan glimlach oplevert.

Ik heb ook verschillende pogingen gedaan om grappige gedichten te schrijven. Zo zijn er veel jeugdzondes. Neem het gedicht Lage Rijndijk 92c waarvoor ik mij bij mijn huisgenotes ter verantwoording moest verschijnen. En ik doe het nog steeds. Bijvoorbeeld de haiku die vanmorgen in mij opkwam bij het uitlaten van de honden: Hondenpoep.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

28 januari 2017

Twentse Welle

We bezoeken het Rijksmuseum Twenthe en hebben de auto geparkeerd in Roombeek, vlakbij het monument van de vuurwerkramp. Midden in dit open terrein ligt de plek waar de explosies zijn geweest. Een grote krater ligt hier als het bewijs van deze verschrikkelijke ramp op 13 mei 2000.

De wijk is na deze ramp helemaal uit haar as herrezen. Wat een prachtige wijk is dit geworden. De vermenging van oude fabrieken en de nieuwbouw van na de ramp. Het zijn voorbeelden hoe moderne stedenbouw te midden van de industriële gebouwen een harmonieus geheel vormen.
In 1 van die gebouwen zit de Twentse Welle, de bron van Twente. In dit museum kun je de geschiedenis van Twente beleven. In de grote fabriekshallen, proeven we de historie. Het begint met de ijstijd, de wolharige neushoorn en de mammoet. Enorme dieren dier hier leefden. De gereconstrueerde neushoorn maakt indruk. Het grote mammoetskelet is samengesteld uit een heel veel gevonden mammoeten.
Bij de entree maken de gigantische slagtanden van een andere mammoet indruk. En wat dacht je van de doorsnede van eikenboom van Oele! Het is een boom die zeker duizend jaar oud moet zijn geweest. Wat een gigantisch ding en wat mooi dat hij hier staat. Zulke voorwerpen nemen je mee het verleden in.
Zo worden we meegenomen in de verdere geschiedenis van Twente. Het ontstaan van de wereld laat zich vertellen aan de hand van dit stukje Nederland. Het is te zien in een 3D-animatie. Het verplaatsen van de wereldplaten en daarmee het verschuiven van het klimaat. Zo ligt Twente ter hoogte van de koude polen of juist midden in de tropen. De uitwerking van deze gebieden is hier allemaal in de bodem terug te vinden. De gevonden afdruk van een man in een graf, brengt het verleden even heel dichtbij.
Het model van het Los Hoes dat hier staat, is eveneens indrukwekkend en roept meteen herinnering op aan de zomervakantie toen we in het gelijknamig museum waren in Ootmarsum. Iets verderop komt de geschiedenis steeds dichterbij: de textielindustrie hier in Twente. De grote machines die draaien klinken lieflijk, maar dat komt ook omdat het er maar een paar zijn. Toch geven ze genoeg indruk hoe het eraan toe ging in de Twentse textielfabrieken.
Zo geeft dit museum een mooie inkijk en combineert geschiedenis met natuurlijke historie. De vogelnestjes in alle soorten en maten, de levende spinnen en de machinematige spinnenkop. Ze komen heel treffend samen in de Twentse Welle.

27 januari 2017

Plechelmus in Oldenzaal - #fietsvakantie

Oldenzaal op maandagmorgen. Op het plein naast de Plechelmuskerk is markt. Wij stoppen voor de kerk. Het is heerlijk warm, de fietsen zetten we tegen de rekjes. Tijd om de kerk van binnen te zien. Het is mij nog nooit gelukt, maar nu zie ik de kerkdeur wijd open staan en die kans laat ik mij niet ontgaan.

De Plechelmus in Oldenzaal wordt geprezen door kerken- en Middeleeuwliefhebber Willem Wilmink. Wil je de Middeleeuwen meemaken, ga dan naar de Plechelmus in Oldenzaal, schrijft hij in het verhaal ‘Twee meisjes in Twente’. We stappen de donkere kerk in en maken inderdaad een reis door de tijd.

Meteen bij binnenkomst overvalt je de mystiek. Hier heerst het geloof van eeuwen en dat merk je. Wat een overweldigende ervaring! Het donker helpt daarbij. Hier binnen is het een spel met licht en donker. De ruimte verhult, verbergt en onthult. Het raakt je en is eigenlijk niet precies te benoemen. Een religieuze ervaring.

Een moment van bezinning. Doris steekt een kaarsje aan bij de ingang voor haar overleden kleuterjuf Corinne. De smalle noorderbeuk door. Je voelt hier inderdaad de Middeleeuwen. Eeuwen geloof en vertrouwen vind je hier. Je moet er wel voor openstaan, maar wat komt het dan binnen. Ongelooflijk!

Het lichaam dat is opgegraven en laat zien dat onder de stenen allemaal mensen liggen. Het voorgeslacht als basis. Net als het beeld van Plechelmus. Van een overvloedige rijkdom, hoeveel mensen hiervoor hebben moeten kromliggen. Dat hindert mij een beetje. Al raakt de andere kant van de kerk je eveneens.

Hier de hoge vensters van de gotiek: een andere tijd waarbij het licht centraal staat. Het ademt meteen een andere sfeer uit, maar de basis van het begin is er nog steeds. Zo zijn we hier eventjes stil, terwijl we ons omringd voelen door hen die er niet meer zijn. Een moment van bezinning.

24 januari 2017

Verhalen van Paustovski

De verhalen van Konstantin Paustovski blinken boven alles uit. In deze bundel zijn er slechts 3 opgenomen. ‘Het stof van de Farsistaanse aarde’ (169 – 202), ‘In een open vrachtwagen’ (322 – 324) en ‘Sneeuw’ (358 – 365). Wat onmiddellijk treft, is de melancholische sfeer die de verteller weet op te roepen. Daarnaast raakt de zintuiglijke beeldspraak je. Je ziet alles voor je ogen afspelen.

Het eerste is een heus reisverhaal waarin je als lezer wordt meegenomen, waarbij de Farsistaanse aarde centraal staat. Eigenlijk is het een liefdesgeschiedenis, verklapt de verteller:

Alles wat ik tot hiertoe opgeschreven heb, getuigt van lafheid want wat ik eigenlijk wil vertellen gaat over een heel korte liefdesgeschiedenis tussen mij en een andere vrouw. Ik hoop dat je de kracht zult hebben mij tot het einde aan te horen. Ik had het er niet over willen hebben maar het is moeilijk en ik durfde niet. Daarom praat ik steeds over weemoed, over mijzelf, over Perzië. Om de tijd te rekken… (173)

Een prachtig verhaal komt los. Een korte maar heftige liefde tussen de verteller en een vrouw die plotseling zijn hotelkamer binnenstormt. Hij komt haar gedurende het verhaal verschillende keren tegen. Ze heeft verdacht veel van een prostituee en draagt iets melancholisch over haar. Hij probeert haar te krijgen, maar ze vliegt steeds weg als hij haar net te pakken lijkt te hebben. Zeker omdat hij beweert de liefde tussen hem en haar om zeep te hebben geholpen.

Het verhaal drukt een prachtige melancholie uit over het landschap, de mensen en vooral de sfeer in dit deel van de Kaukasus. De staten Armenië, Azerbeidzjan en Georgië zijn ingelijfd door Rusland. De verteller, een drinkeboer ziet alles in een waas. Zo krijgt de mistroostigheid alleen maar bijval in de drank van de verteller.

Een prachtig verhaal dat zich in de autobiografische bundel Goudzand op meerdere manieren laat lezen. Dat staat als een paal boven water. Dat geldt evenzeer voor de andere verhalen die in deze bloemlezing uit brieven, dagboekfragmenten, journalistiek werk en literaire verhalen staan.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

23 januari 2017

Leven samengevat in 3 liefdes

De samensteller en vertaler van Goudzand deelt het leven van Konstantin Paustovski in de vrouwen die hij heeft gehad. De Russische schrijver Konstantin Paustovski is 3 keer getrouwd geweest. Zo zijn de verhalen, dagboekfragmenten en brieven ook opgedeeld in 3 delen:

1914 – 1935: huwelijk met Jekaterina Stepanovna Zagorskaja (trouwt op 26 augustus 1916; gescheiden 1936)
1935 – 1948: huwelijk met Valeria Valisjevskaja Navasjina (1936, gescheiden in 1949)
1950 – 1968: huwelijk met Tatjana Jevtejeva (trouwt in 1949)

De 3 periodes leggen ook een andere nadruk op het leven van Paustovski. Al blijven zijn kinderen een belangrijke rol vervullen. Dat geldt voor elk kind dat uit elk huwelijk komt, aangenomen of niet. Hij behandelt ze allemaal als zijn kinderen. Hij onderhoudt daarna zorgvuldig een band met zijn (aangenomen) zonen en dochter. Het zijn de brieven aan zijn kinderen die onderhoudend en tegelijkertijd ook heel treffend zijn geschreven.

De egodocumenten geven een prachtige inkijk in het leven van Konstantin Paustovski. Geplaagd door geldnood, soms door honger en vooral door zijn gezondheid. De astma is iets waar hij veelvuldig last van heeft. Dan schrijft hij naar zijn Franse vertaalster en vraagt haar of ze hem medicatie wil toesturen tegen de astma.

Daarbij zijn ook de brieven aan zijn vrouwen heerlijk om te lezen. Hij vertroetelt ze, aanbidt ze zelfs en schrijft ze in lieve bewoordingen. De troetelnamen zijn hier aandoenlijk om te lezen. De verliefdheid vormt een aanhoudend thema en verschuift van vrouw naar vrouw. Zoals wanneer hij aan zijn laatste vrouw Tatjana schrijft, gekweld door zijn huwelijk met Valeria:

Het is een vreemd lichtblauwe, magische, maanbeschenen nacht, maar het nu over liefde gaan hebben zou nergens op slaan (u hebt immers geen ‘uitleg’ nodig), vooral ook omdat dit niet gewoon maar liefde is. Het is iets ongewoons dat het hart samenkrampt en waar ik in onze mensentaal geen naam voor ken. (381)

Konstantin Paustovski weet het prachtig te vatten in het verhaal ‘Sneeuw’ dat over het huis van een oude man gaat, waar Tatjana Petrovna met haar dochter gaat wonen. Ze komt er vanwege de woningnood in de Tweede Wereldoorlog. Ze blijft zo achter in het huis.

Als de zoon van de overleden man langskomt vanuit het front, is hij verbaasd. Hij zegt de vrouw eerder te hebben gezien, maar zij kan zich niets ervan herinneren. Het is voor hem vreemd om deze vrouw met haar dochter in zijn huis te zien, tussen zijn meubels en bij zijn piano.

Ze heeft zelfs zijn brief aan zijn vader opengemaakt. Niet dat hij het erg vindt, schrijft hij haar later. Hij zou haar zelfs kunnen liefhebben. Ook omdat hij haar in de Krim meent te hebben gezien. Maar zij is er nooit geweest, maar besluit het niet uit zijn hoofd te praten.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

21 januari 2017

Wereldgeschiedenis in brieven

Het treffende taalgebruik van Konstantin Paustovski doet je bijna vergeten dat er om hem heen ook een de wereldgeschiedenis speelt. Bij alle grote gebeurtenissen van de 20e eeuw lijkt Konstantin Paustovski aanwezig te zijn. De Eerste Wereldoorlog, de Russische revolutie of de burgeroorlog die tussen 1917 en 1922 in Rusland woedt.

Als de eerste geruchten over de revolutie hem bereiken, weet Konstantin Paustovski dit prachtig uit te drukken. De mooie taal, maakt het gelijk tot een belevenis waarvan je als lezer even deelgenoot bent:

Ik herinner mij dat ik de hele nacht als met koorts lag te rillen, niet bij machte dit te stoppen en orde te scheppen in de gedachten die door mijn hoofd krioelden. De revolutie denderde zwaar en dof langs het front, overal werden geestdriftige ietwat stuntelige bijeenkomsten gehouden waar soldaten hun regiments- en compagniecomités verkozen, op de boerenhuisjes stonden rode, alweer een beetje verbleekte vlaggen te wapperen, in sommige van deze woningen zaten kapitein-luitenants, bij wie de eerste tekenen van syfilis al zichtbaar waren, verontwaardigd te oreren, en bij de generaals beefde ’s nachts van angst de snorband waarmee ze de unten van hun knevel dapper omhoog gedraaid wilden houden. Net zoals sneeuw in het voorjaar wegsmelt, raakte het hele land opeens uit zijn verstarring en liep men bij nacht en ontij onstuimig en luidruchtig te hoop in de ravijnen. (93)

Een treffende verwoording, waarbij je de siddering die door het volk gaat, meevoelt en beleeft. Hier voel je de spanning van de nieuwe tijd die aanbreekt. De belofte, vermengt met de vlucht uit de ellende en verschrikkingen van deze oorlog.

Je beseft bij het lezen ook dat de Russische revolutie onlosmakelijk verbonden is met de Eerste Wereldoorlog. De vrije doorgang die Duitsland gaf aan de banneling Lenin, om op die manier de vijand te verwarren. Met effect lees je hier.

In deze beschrijving weet Konstantin Paustovski wel de geschiedenisboeken tot leven te wekken. Hier kom je als lezer niet meer onderuit. Het verhaal van de ooggetuige die je meesleurt in de geschiedenis. Dichterbij kan de geschiedenis niet komen!

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

20 januari 2017

Vliegveld Twente - #fietsvakantie

Een bijzondere wereld is het gedeelte van Twente waar de oude vliegbasis Twente lag. Ik herinner mij het protest toen dit vliegveld weg moest. Er zijn nog alternatieven bestudeerd om er een vliegveld voor burgerluchtvaart van te maken. Het is mislukt en veel mensen waren er rouwig om.

Waarom? De vliegtuigen die hier vlogen, maakten een verschrikkelijk kabaal. Om over de uitstoot van vieze stoffen maar te zwijgen. Nu is het hier heerlijk stil en wordt het voormalige vliegveld omgebouwd tot natuurgebied. Meer geluk kun je niet hebben. Ik herinner mij het kabaal van de F16’s die bij Soesterberg vlogen. Met de rust die er nu heerst is het bijna niet meer voor te stellen.

Wij genieten van de bossen waar we doorheen fietsen en zo ook op heel geheime plekjes komen. De wachthuisjes langs de weg, waar vroeger dienstplichtigen de wacht hielden, zijn nu leeg. Een enkele bezoeker waagt zich eraan om te gaan kijken. Wij fietsen door over het mooie fietspad in de richting van Oldenzaal.

Alles nog een beetje onwennig, dwars over de landingsbanen en langs de grote hangars. Alles om de Russen buiten te houden. Nu is het hier heerlijk rustig en hoop dat alle dagjesmensen die hier nu fietsen ook dat gevoel hebben. Wat een fantastisch besluit om dit herrieterrein weer terug te geven aan de natuur.

17 januari 2017

Zintuiglijke vergelijkingen

De vroege notities van Konstantin Paustovski in dagboeken en brieven, laten een zeer poëtisch taalgebruik zien. De zintuiglijkheid staat centraal in de vergelijkingen die hij maakt in Goudzand. Het is een beeldspraak die je vangt en die op geen enkel moment gekunsteld overkomt.

Hierbij ook alle lof voor de vertaler Wim Hartog. Hij weet in zijn vertaling heel treffend het Russisch om te zetten in het Nederlands. Je voelt nooit de taal in de weg staan in de vergelijkingen.

Zoals het moment waarop Paustovski schrijft over de eenzame stad Joezovska waarin hij tijdens de Paasdagen verblijft:

Ik ben helemaal alleen achtergebleven in dit grote, voor de feestdagen leeggelopen hotel. Doodse stilte alom. Vuurgloed boven de fabrieken, zwarte straten, in de nachten ritselt regen tegen de ramen, in de achtertuinen janken honden en zeurt een trage, effen wind. Er schuilt iets dofs, ondoordringbaars, lugubers in deze vochtigem mistige nachten, net nachtmerries van Goya. (75/77)

Konstantin Paustovski weet in deze vergelijkingen en vermenging van zien en horen, prachtig de eenzaamheid te treffen. Dat hij hierbij enerzijds de natuur en anderzijds zijn eigen gevoel meeneemt, is bijna vanzelfsprekend, maar je leest dit bijna nooit bij een schrijver. Voor Konstantin Paustovski hoort dit bij elkaar. Hij pakt je met dit taalgebruik dat zweeft tussen poëzie en proza in.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel