Bij het hardlopen aan het einde van de middag passeerde een jonge vader mij. Precies op dat moment hoorde ik de vader zeggen 'Ajandaweg'. Achterop in het fietsenzitje passagierde zijn kleine dochtertje. Het kind van nog geen 2 streelde met haar knuistje over de billen van haar vader.
Posts tonen met het label middelnederlands. Alle posts tonen
Posts tonen met het label middelnederlands. Alle posts tonen
06 september 2010
Ajandaweg
Labels:
dochter,
fietsen,
hardlopen,
inclinatie,
middelnederlands,
taal,
taalgebruik,
taalkunde,
vader
07 januari 2009
Poep, plas, sex in de kringloop
Hoe persoonlijk kan een boek zijn en mag dat zomaar verkocht worden. Zo stuitte ik op Komrij's bloemlezing van Middelnederlandse gedichten. Op de omslag en de titelpagina stonden wel heel persoonlijke dingen. Zo persoonlijk dat ik even overwoog het boek dat ik al bezit te kopen voor de €2,50 die De Kringloper voor het boek vraagt.
Het leest allemaal zo spannend dat ik me serieus afvraag wat Erik bedoelt met 'de manier waarop we tijdens de werkuren communiceren'? Of wat meent Mo, spuit12 met 'Poep, plas, sex. Moge al je dromen uitkomen...'?Dingen die een ander geen donder uitgaan, maar open en bloot te koop liggen. Blijft een grote vraag over: waarom heeft Margriet dit boek weggedaan?
Labels:
almere,
bloemlezing,
boek,
de kringloper,
Gerrit Komrij,
Komrij,
kringloopwinkel,
middelnederlands
14 juli 2008
Mystieke migraine
De Middeleeuwse mystici omringen zich met beelden, licht en bijzondere geluiden. De waarneming vormt bij de non en mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) de kern van het werk. Ze ziet God aan zich verschijnen in visioenen. Zwarte kooltjes, brandende punten, schietende sterren, vlammende ogen en cirkelvormige figuren vliegen rond in die visioenen.
Met een glimlach las ik laatst in Oliver Sacks' Companion de theorie dat de twaalfde eeuwse non aan migraine leed. Onzin van een hedendaagse wetenschapper die de geheimen van de mystici probeert op te lossen, dacht ik.
Toen ik de plaatjes uit een Middeleeuws manuscript van Hildegards Scivias (opgetekend in Bingen rond 1180) zag, was ik echter direct overtuigd. Gelukkig heb ik niet dagelijks migraine, hooguit één of twee keer per jaar, en ik herkende de plaatjes onmiddelijk. De trillende lijnen, de cirkels, de sterren en zelfs de engelen in het hemelse Jeruzalem, ik wist wie ze waren.
Overigens is het verbazingwekkend hoe goed ze de dingen die ze waarneemt, verder verwoordt in haar werk. Daar schuilt minstens de helft in van de kracht van de visioenen. Wanneer een migraine goed tot mij doordringt, kom ik er niet toe wat ik zie te werken in een mooi verhaal. Dat lukt mij niet. Dat migraine zo'n belangrijke bijdrage aan literatuur en geloof heeft geleverd, is al mystiek op zich.
Direct na mijn ontdekking bladerde ik door de Visioenen van de Brabantse mystica en dichteres, de Brabantse Hadewijch. Al snel stuit ik ook hier op de 'oghen swerde al vol vieregher vlammen. Hare voeren uten monde blixenen ende dondere'. Niet veel anders dus.
Of Hadewijch in 1240, ruim zestig jaar na de dood van haar Bingense collega-non en -dichteres, zich liet inspireren door haar voorgangster of ook aan koppijn leed, is gelukkig een geheim. In het voorwoord van mijn uitgave gaat Frank Willaert helaas niet in op dergelijke theoriën. Dat is jammer, want hij laat een uitgelezen kans liggen tot een herinterpretatie van het werk van Hadewijch.
Tot slot, omdat ik geen afscheid kan nemen van Hildegard von Bingen, heeft ze prachtige liederen geschreven. Muziek en taal vloeien hier wonderlijk mooi in elkaar over. Ze zijn het mooiste om te horen op een koele nazomeravond in een heel grote kerk, waarbij dag en nacht elkaar zoenen in de schemering. De ervaring die ik jaren geleden had met Cercamon in de Leidse Pieterskerk behoort tot mijn mystieke ervaringen. Dan zwijg ik nog over de improvisaties van Bert Matter op sommige liederen op het Hagerbeerorgel.
Met een glimlach las ik laatst in Oliver Sacks' Companion de theorie dat de twaalfde eeuwse non aan migraine leed. Onzin van een hedendaagse wetenschapper die de geheimen van de mystici probeert op te lossen, dacht ik.
Toen ik de plaatjes uit een Middeleeuws manuscript van Hildegards Scivias (opgetekend in Bingen rond 1180) zag, was ik echter direct overtuigd. Gelukkig heb ik niet dagelijks migraine, hooguit één of twee keer per jaar, en ik herkende de plaatjes onmiddelijk. De trillende lijnen, de cirkels, de sterren en zelfs de engelen in het hemelse Jeruzalem, ik wist wie ze waren.
Overigens is het verbazingwekkend hoe goed ze de dingen die ze waarneemt, verder verwoordt in haar werk. Daar schuilt minstens de helft in van de kracht van de visioenen. Wanneer een migraine goed tot mij doordringt, kom ik er niet toe wat ik zie te werken in een mooi verhaal. Dat lukt mij niet. Dat migraine zo'n belangrijke bijdrage aan literatuur en geloof heeft geleverd, is al mystiek op zich.Direct na mijn ontdekking bladerde ik door de Visioenen van de Brabantse mystica en dichteres, de Brabantse Hadewijch. Al snel stuit ik ook hier op de 'oghen swerde al vol vieregher vlammen. Hare voeren uten monde blixenen ende dondere'. Niet veel anders dus.
Of Hadewijch in 1240, ruim zestig jaar na de dood van haar Bingense collega-non en -dichteres, zich liet inspireren door haar voorgangster of ook aan koppijn leed, is gelukkig een geheim. In het voorwoord van mijn uitgave gaat Frank Willaert helaas niet in op dergelijke theoriën. Dat is jammer, want hij laat een uitgelezen kans liggen tot een herinterpretatie van het werk van Hadewijch.
Tot slot, omdat ik geen afscheid kan nemen van Hildegard von Bingen, heeft ze prachtige liederen geschreven. Muziek en taal vloeien hier wonderlijk mooi in elkaar over. Ze zijn het mooiste om te horen op een koele nazomeravond in een heel grote kerk, waarbij dag en nacht elkaar zoenen in de schemering. De ervaring die ik jaren geleden had met Cercamon in de Leidse Pieterskerk behoort tot mijn mystieke ervaringen. Dan zwijg ik nog over de improvisaties van Bert Matter op sommige liederen op het Hagerbeerorgel.
24 oktober 2007
Arme sloebers
Tot voor kort dacht ik dat schrijvers arme sloebers waren en voor elke habbekrats zouden gaan. Hoe groot was mijn verbazing toen ik las dat Jeroen Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren weigert omdat het geldbedrag een schijntje zou zijn. Voor 16.000 euro komt de schrijver zijn huis niet uit. 'Je wordt naar de Parnassus getild en afgescheept met een aalmoes', aldus de weigeraar.
Wat verwacht Brouwers? Dat hij tonnen krijgt toebedeeld en vanaf dat moment nooit meer een boek hoeft te schrijven. Hij zal juist moeten blijven schrijven, vind ik. Geld of geen geld, schrijven staat los van materie. De vraag of je schrijft voor de eer of het geld, is overigens niet nieuw. De schrijver van de Beatrijs opent er zelfs zijn verhaal mee:
Van dichten comt mi cleine bate.
Die liede raden mi dat ict late
Ende minen sin niet en vertare.
Hij schrijft omdat hij dit verhaal moet vertellen. Het is een van de mooiste stukjes uit de Middelnederlandse literatuur. Iets waar Brouwers een voorbeeld aan moet stellen, ophalen die prijs en de habbekrats van 16 mille geven aan een goed doel. Desnoods voor de zeehondjes.
Wat verwacht Brouwers? Dat hij tonnen krijgt toebedeeld en vanaf dat moment nooit meer een boek hoeft te schrijven. Hij zal juist moeten blijven schrijven, vind ik. Geld of geen geld, schrijven staat los van materie. De vraag of je schrijft voor de eer of het geld, is overigens niet nieuw. De schrijver van de Beatrijs opent er zelfs zijn verhaal mee:
Van dichten comt mi cleine bate.
Die liede raden mi dat ict late
Ende minen sin niet en vertare.
Hij schrijft omdat hij dit verhaal moet vertellen. Het is een van de mooiste stukjes uit de Middelnederlandse literatuur. Iets waar Brouwers een voorbeeld aan moet stellen, ophalen die prijs en de habbekrats van 16 mille geven aan een goed doel. Desnoods voor de zeehondjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)