Posts tonen met het label nederlands-indie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederlands-indie. Alle posts tonen

14 februari 2011

De Valentijn waar ik van houd

Valentijns Meer-min of Boeroeneesch-zeewijf
Zoals ik gisteren al schreef, houd ik niet van Valentijnsdag. Toch is er een Valentijn waar ik van houd: François Valentijn (1666 - 1727). De Dordtse predikant bezocht vanaf 1685 de Nederlandse koloniën in de Oost en woonde tussen 1686 en 1694 op het eiland Ambon.

In diezelfde tijd woonde op Ambon ook de beroemde natuuronderzoeker Rumphius (1627 - 1702), die het indrukwekkende twaalfdelige Het Amboinsche kruidboek uitbracht waarin de flora en fauna van Ambon tot in detail beschreven wordt. Heel veel bijzondere schelpdieren en beschrijvingen van kruiden bevatten deze boeken. Naast de zeer zorgvuldige en gedetailleerde beschrijvingen bevatten de boeken zeer gedetailleerde pentekeningen, werkelijk een lust voor het oog.

30 november 2010

Miskende kankeraar

Soms kom ik van die juweeltjes tegen op een boekenmarkt of in de kringloopwinkel. Zo trof ik vorige week op de laatste werkdag in Den Haag het prachtige boek Eendagsvliegen op de Haagse boekenmarkt aan. Eendagsvliegen van Willem Walraven is niet een titel die echt uitnodigt het boek te kopen, maar bij het lezen de afgelopen dagen heb ik er erg veel plezier aan beleefd. Want Willem Walraven is een heuse schrijver en een miskende kankeraar.

Onze tijd keert zich een beetje tegen de mopperaars en kankeraars.

29 oktober 2010

Junghuhn en de Merapi

Zelfportret van Junghuhn als hij de de noordzijde van de Javaanse vulkaan de Merapi bekijkt
De Javaanse vulkaan de Merapi komt de laatste dagen veel in het nieuws vanwege de hevige uitbarstingen die vrijwel dagelijks plaatsvinden. Zo zag ik gisteren beelden van een dikke laag as die in de wijde omgeving rond de vulkaan ligt en de zware wolken die de vulkaan uitblaast.

De Merapi is voor de Duits natuuronderzoeker in Nederlandse dienst, Franz Wilhelm Junghuhn (1809-1864) de eerste vulkaan geweest die hij beklom. Deze indrukwekkende vulkaan heeft ongetwijfeld de basis gelegd voor zijn latere interesse om 43 vulkanen op Java te beklimmen. Een vrijwel onmogelijke opgave die hij gedurende de dertien jaar van zijn eerste verblijf in de Nederlandse kolonie heeft uitgevoerd.

22 november 2008

De man met de hoed

I.M. Eric Montague “Monty” Beekman (1939-2008)

De vertaling van het boek Troubled Pleasures had ik vrijwel direct in huis. Het was 1998 en ik verslond Paradijzen van weleer, Koloniale literatuur uit Nederlands-Indië 1600-1950. Enthousiast werd ik van zijn theorieën, hij daagde mij uit. De man met de hoed, zoals hij op het omslag van het boek staat afgebeeld. Voor mij gaat hij sindsdien als de man met de hoed door het leven.

De uitdaging om Mutatuli's Max Havelaar polyfoon te noemen en de vergelijking van Junghuhn met Von Humboldt. Voor mij gold het als een inspiratie om scripties te schrijven. De laatste ging zelfs zover dat ik er uiteindelijk een forse eindscriptie schreef over Junghuhns Terugreis, compleet met aantekeningen. De bron Beekman stroomt rijkelijk in dit werk. De vergelijking met Von Humboldt en de opbouw van deze esthetisering van het natuurbeeld, het komt samen in het document van bijna 300 pagina's dat mijn afstudeerscriptie is geworden.

De twintig hoofdstukken van Troubled Pleasures tonen een man die met bijna dezelfde weemoed en passie werkt als mijn afstudeerobject Junghuhn. De gedegenheid en de verrassende ingevingen tonen een man die

Ik hoorde vorige week van zijn dood, toen ik een ander Junghuhn-kenner aan de lijn had. Ze las het Hans van der Kamp archief de brieven die de twee elkaar schreven. Van der Kamp verhaalde over de vele ziektes die hem kwelden en die andere ziekten veroorzaakten. Laten we ophouden, te schrijven over onze ziektes te schrijven, stelde Beekman. Dat heb ik bij voorbaat al verloren.

Beekman heeft inderdaad Van der Kamp overleefd. Het was kort na verschijning van de vertaling van zijn boek, dat hij Nederland nog aandeed. Ik hoorde het verhaal van mijn docent Peter van Zonneveld. Beekman had last van vliegangst en tobde de reis van Amerika naar Nederland met boten. Weken dobberde hij op de zee, maar hij bezocht zijn geboorteland wel.

Als een heuse evangelist keerde hij met het materiaal weer terug naar Amherst in Massachusetts. De laatste jaren was hij bevangen van Rumphius. Zijn laatste reis naar Nederland had hij veel materiaal verzameld. Daarna vocht hij met de dood, maar het lukte hem om het werk voor overlijden te voltooien. Het schijnt nu postuum, merkt het Obituary op de website van zijn universiteit op.

Beekman is erin geslaagd de Nederlands-Indische letterkunde een plekje in de wereldliteratuur te geven. Onder zijn bezielde leiding ontstond de boekenreeks Library of the Indies bij zijn universiteit, de University of Massachusetts Press. Twaalf boeken met vertalingen van werk van Rumphuis, Multatuli's Max Havelaar, Couperus' Stille kracht, Daum, Du Perrons Land van herkomst, Dermoût en Alberts. Stuk voor stuk legitieme keuzes die een beeld geven van de hoogtepunten van de Nederlands-Indische literatuur.

Soms heb ik spijt dat ik op het aanbod van een andere docent van mij om bij Beekman stage te gaan lopen in Amerika niet ben ingegaan.

Links:
Lees de obituary op: www.umass.edu/
Het boek Paradijzen van weleer is ook online te raadplegen bij www.dbnl.org

08 november 2008

Ja pannetje

De woonkamer weer eens aan het opruimen. Omdat Doris zo van koken houdt, het kookgerei van haar opgezocht. We wisten nog dat diverse pannetjes in de tuin lagen. Die vond ik spoedig in een emmer met speelgoed dat ik aan het einde van de zomer bijeen geraapt had.
Nu was alleen nog de braadpan kwijt. Ik zocht, zocht en zocht nogmaals, maar vond het ding niet. Ook Inge vond het ding in geen velden of wegen. We overpeinsden alle plekken waar hij in de herinnering lag, gingen die plekken af, maar vonden niets.
Toen ik in de gang, het papier opgeruimd en de schoenen maar eens netjes bij elkaar legde, hoorde ik het gerinkel van een pannetje achter mij. Doris haalde hem uit het reisvak van haar poppenwagen. Ik juichte. 'Ja pannetje, ja pannetje, hij is weer terecht.'

Corrie Vonk, de vrouw van Wim Kan, hield tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië af en toe een show voor haar medekampgenoten. Ze stond dan met wat pannen op het podium, zette een kookpannetje op haar hoofd en zei: 'Ja pannetje, ja pannetje, jouw krijg ik nog wel.' De bezetter zat in de zaal, maar hoorde de grap niet. Alle vrouwen die er waren wel. Kijk, dat is nou creatief verzet.

27 november 2007

Platen van Junghuhn

Even herleefden oude tijden dit weekend. Zaterdag bezocht ik David in Leiden en voelde ik even weer het enthousiasme opborrelen over Junghuhn (1809-1864). De grote natuuronderzoeker in Nederlands-Indische dienst, die prachtig geschreven heeft over de Javaanse natuur en vooral de vulkanen op het eiland.
Sinds kort is David bevangen van het Junghuhn-virus. Hij vond mij via het blog en we mailen sindsdien regelmatig over de beste man. David heeft onlangs de prachtige platenverzameling die bij het magnum opus Java hoort aangeschaft. Bij het driedelige werk in vier banden hoorde ook een boekje met elf platen. Op de platen staan natuurtaferelen afgebeeld. Het laat zien dat Junghuhn niet alleen goed kon schetsen in woorden, maar kon ook goed met de etspen overweg.
Een mooie koop zo zag ik zaterdag. De platen zien er nog puntgaaf uit, met een enkel roestplekje, maar de kleur is keurig bewaard gebleven in haar honderdvijftig jarig bestaan.
Wie een glimp van de platen wie zien, kan terecht op de Duitse Wikipedia bij het lemma Junghuhn. Daar is een even grote fan, heel fanatiek geweest om zijn geloof wereldkundig te maken.

03 november 2007

Kamergeleerde

Hij is er nooit geweest, maar kende Nederlands-Indië op zijn duimpje. De Dordtenaar Pieter Johannes Veth kende de Nederlandse kolonie alleen uit de boeken. Een raar idee, want de man wist heel veel van Insulinde, schreef zelfs het allesomvattende werk Java (in vier banden). Dit boek is in zekere zin uitgebreider dan Junghuhns Java. Veth besteedt meer aandacht aan de etnografie en historie van het eiland. Junghuhn blijft vooral steken in de beschrijvingen van alle vulkanen op Java.
Ik heb de biografie van Paul van der Velde er maar eens op opengeslagen. Van der Velde vindt het flauw om Veth als een kamergeleerde te zien. Onzin, schrijft hij. 'Veth was zeker geen kamergeleerde, want regelmatig verliet hij de droombibliotheek van het 'Instituut Veth', om voor volle zalen, weliswaar niet met luide stem maar wel met hard en ziel, zijn ideeën en plannen wereldkundig te maken.' (Van der Velde, 327)
De kamergeleerde verdedigt de kamergeleerde. Het stuit mij een beetje tegen de borst. Vooral ook omdat hij geen woord over Junghuhn rept. Dat terwijl ze tijdgenoten waren. Junghuhn had het niet zo op die geleerden die Indie alleen uit boeken kende. Hij fulmineerde er wild tegen. Met name aan het einde van zijn Terugreis. Hier haalt hij flink uit naar de Leidse professoren.
Ook leuk om te lezen is het moment van de wereldtentoonstelling. Op voorstel van zijn zoon Daniel laat hij bij de achtste wereldtentoonstelling een twaalftal woningen met veertig bewoners uit de archipel, compleet met huisdieren overbrengen. Het levert een interessante confrontatie op voor Veth, die Indie alleen uit de boekjes kende. De muziek van de ronggengs kon hij niet waarderen: 'Al wie ooit het gegil der ronggengs, al was het slechts op de Koloniale tentoonstelling van 1883 te Amsterdam, gehoord heeft, zal kunnen nagaan wat dat beteekent.' (naar Van der Velde, 282)
Overigens is Veth niet de enige die schrijft zonder in de archipel te zijn geweest. De romantische dichter Hofdijk, baseerde zijn gedichten over Indie ook op de boeken van geleerden. Dat de gedichten niet doorleefd zijn, staat buiten kijf. Ze geven een impressie en daar is alles mee gezegd.