Posts tonen met het label sloot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sloot. Alle posts tonen

28 november 2010

Over een nacht ijs

Het eerste ijs van dit seizoen
Het eerste ijs heeft zich in Almere gevormd op de plassen en sloten. Vooral de plekken waar de wind niet veel vat heeft, groeien langzaam dicht. De eenden lopen wat onwennig over het dunne en vooral gladde laagje ijs. Ze glibberen traag vooruit en weten nog hun evenwicht te bewaren. De zon weerkaatst vooral mooi in het water dat bedekt is met een dun laagje ijs.

16 augustus 2010

Bijten ze een beetje?

Ze zit aan de waterkant met een hengel die langer is dan dat de sloot breed is. Maar hier op deze driesprong lukt het haar aardig om aan te leggen met de lange hengel. Ze zit rustig op haar viskoffer als stoel en tuurt over het wateroppervlak naar de dobber. Het leefnet hangt keurig naast haar in het water. De dag kan niet meer stuk. Zelfs tegen de ergste regen heeft ze zich zelfs beschermd. Boven haar hoofd prijkt een brede paraplu.

Je kunt je tegen wind en regen beschermen als visser, maar het grootste gevaar schuilt in de belangstellende die met veel interesse en om een praatje verlegen, graag wil weten hoe de zaken ervoor staan. 'En? Bijten ze een beetje?' vraagt hij keurig zoals het hoort. Je hoort de zucht uit het lichaam van de visser ontsnappen. Ze zit hier voor haar rust, voor een praatje zou ze wel een ander, droger plekje verkiezen. Haar antwoord heeft ze paraat. 'Nee, ze hebben er vandaag geen zin in.' De man fluit naar zijn hond en ziet kans het gesprek voort te zetten. 'Ach ja, het weer is er ook niet naar.'

De rest heb ik niet meer gehoord, want toen was ik er echt voorbij gerend.

25 maart 2009

Wat een rotweer

Hij zat eenzaam op de rand van het dammetje. Het dammetje stelde niet veel meer voor dan een paar houten planken waar aan zijn linker en rechter zijde wat water stroomde, om het water wat in beweging te houden en ook voor het vrolijke gekletter. Tegenover hem hing een dikke jongen over de reling van de brug. Allebei staarden ze naar het water dat tussen hen in lag. Het wateroppervlak bestond uit een heel parket met kringen waarin de regen de sloot binnen viel.

De eend hield zijn snavel dicht, het koppie een beetje schuin en de ogen tuurden gedachteloos naar het kringencircus. Wat een rotweer zag je hem denken. De jongen trapte verveeld tegen de stalen buis van het bruggetje, rekte zijn been, draaide zich een stukkie om en liep weg. Ook al liep hij met zijn rug van mij weg. Ik zag hem denken.