Posts tonen met het label ijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ijs. Alle posts tonen

12 december 2010

Blije snater over het water

De eenden kunnen weer in gracht zwemmen na de afgelopen vorstperiode
Met het verdwijnen van de vorst en de transformatie van ijs naar water, zijn de watervogels in de gracht weer helemaal gelukkig. Gisteren keek ik naar buiten en zag de blijdschap en tevredenheid bij elke slag die de zwemvliezen maakten. Het leek warempel of ze echt heel blij waren.

Zojuist werd mijn constatering nog eens bevestigd door een blije snater die over het water van de gracht klonk. Zie je wel, de eenden zijn echt blij dat de vorst verdwenen is. De vraag is nu hoe lang de weergoden de vrolijke snaters van dienst zullen zijn.

28 november 2010

Over een nacht ijs

Het eerste ijs van dit seizoen
Het eerste ijs heeft zich in Almere gevormd op de plassen en sloten. Vooral de plekken waar de wind niet veel vat heeft, groeien langzaam dicht. De eenden lopen wat onwennig over het dunne en vooral gladde laagje ijs. Ze glibberen traag vooruit en weten nog hun evenwicht te bewaren. De zon weerkaatst vooral mooi in het water dat bedekt is met een dun laagje ijs.

13 februari 2010

IJsloos IJmeer

Vorig jaar kruide het ijs een behoorlijk eind omhoog langs de IJmeerdijk, maar dit jaar blijft het ijs een eind weg van de dijk. Er ligt hier zelfs water, een 100 meter verderop begint het ijs.

Bezoek
Het water levert veel bezoek op, in het ijsvrije stukje IJsselmeer dobberen allerlei watervogels. Ik zie bij het hollen een groepje gansen, meeuwen en vogelsoorten die ik niet zo snel ken.

Een kauwtje zit op een steen die uit het water steekt, de kauw bij hem vliegt omhoog. Het dier scheert vlak over het water, lijkt soms op het water te willen landen, maar hij laat zich meevoeren door de aflandige noord-oostelijke wind.

IJslaag
Ik tuur het beestje na terwijl meters dijk onder mijn voeten gaan. Nauwelijks te zien, vliegt het beest naar de ijslaag op het IJmeer, een 100 meter verderop. Heel in de verte zie ik hem landen waar het ijs begint. Zijn zwarte lichaam steekt mooi af tegen de lichte kleur van het ijs, anders had ik het stipje onmogelijk kunnen zien.

Had ik maar opa's verrekijker bij me, die gisteren kreeg. Dan had ik zijn vlucht beter kunnen volgen. Maar dan had ik onmogelijk kunnen doorhollen, besef ik tegelijkertijd. Ik passeer het enige hoopje opgekruid ijs, op de hoek van de dijk, waar de noordoostelijke wind harde tegenwind wordt. Ik heb nu echt wat anders aan mijn hoofd dan een vliegende kraai.

30 januari 2010

Spekglad

De Amsterdamweg bij mij achter is in de morgen en de avond een heuse ijsbaan. De vorst vriest het wegdek langzaam op waardoor je alle grip verliest. In de vroege ochtend wilde ik de weg oprijden. Ik nam de bocht en voelde mijn achterwiel wegglijden. De fiets helde, mijn voet zocht steun maar gleed ook weg. Bijna lag ik gevloerd tot op het laatste moment mijn voetzool grip kreeg op het gladde wegdek.

Diezelfde avond dacht ik dat het die ochtend helemaal verkeerd had kunnen gaan. Ik had op zijn minst kunnen vallen en ik zag een slag in het wiel. Of erger nog een been breken en dan weken mogen liggen. Niet meer kunnen rennen en de hele dag gedwee televisie kijken, of nog erger: een roman van Dostojevski lezen.

Ik bedacht het net toen ik de weg van de andere kant opreed. Ik nam de bocht en voelde mijn achterwiel wegglijden. De fiets helde, mijn voet zocht steun, maar gleed opnieuw weg. Bijna lag ik gevloerd, tot op het laatste moment mijn voetzool grip kreeg op het gladde wegdek.

Gistermorgen en -avond was de weg nog altijd spekglad, maar nu nam ik de bocht zo voorzichtig in een bijna rechte lijn dat ik niet meer uitglijden kon.

15 februari 2009

Kruiend ijs in het IJsselmeer

Bovenop had zich een dun laagje ijs gevormd, dat dikker werd naarmate het dichter bij de kant kwam. De golven duwden het ijs omhoog en gaven het ijs iets van een tafellaken dat werd uitgeklopt werd. Je wist dat onder het ijs het water golfde. Het leek of de golven gemaakt werden door een paar vrijwilligers, zoals bij een toneelstuk gebeurt als het schip in een ruwe storm verkeert.

Aan de kant had zich het ijs opgehoopt tot een stapel dunne schijfjes. Op de bevroren golven bewogen eindeloze hoeveelheden stukjes ijs. Alsof iemand honderden ruiten had laten sneuvelen en de stukjes glas bij elkaar had geveegd. Zo lagen al de stukken ijs over, op en door elkaar heen en schommelden mee op de maat van de golven.

De stilte op de dijk zorgde dat de symfonie van het kruiend ijs extra goed te horen was. De stukken ijs schuurden langs elkaar en tikten het zachte geluid van brekend glas na. De golven duwden de stukken ijs omhoog wat bij iedere daling een geroffel en geschuifel losmaakte. Terwijl ik zo rende vroeg ik mij of ik nu echt de enige was die dit bijzondere moment meemaakte.

12 januari 2009

Dooi

Op het ijs
ligt een laagje
water

Ik kan weer
naar buiten
zonder jas

11 januari 2009

IJsstrand

Het leek ons wel leuk om lekker uit te waaien op het strand van Almere. De wind woei kou over en door ons heen. Een groepje voetballers beslechtte een potje beachvolleybal en een enkele schaatser waagde zich op het gladde ijs. Doris heeft ook even op het ijs gestaan. Dat is best een beetje glad, merkte ze en een wantje is niet voldoende haar staande te houden.
Sientje rende zich warm.

06 januari 2009

Wak

Als een ijsbeer gehuld in lagen kleding hol ik langs het weerwater. De schemering maakt het ijs tot een spiegel van de stad. Het silhouet tekent haar vorm op het bevroren water.
Een verdwaalde schaatser glijdt over het ijs. Zijn lange schaduw haalt het zicht op zijn route weg. Hij passeert rakelijks een wak, ik zie het ijs zachtjes golven zo met de rode zon op de gladheid.

Ik vraag me af wat ik zou doen als hij in het water verdwijnt. Zou ik hem redden, of aan zijn lot overlaten? Ik hol de hoek om. Hij is uit mijn zicht, mijn vraag zakt weg in het wak van mijn verantwoordelijkheidsgevoel.

Thuiskomst van de IJsbeer.

28 december 2008

Vriezen en dooien

Ik zie de gracht dichtvriezen. Elke keer als ik kijk is het ijs weer een stukje verder opgeschoven. Vanmorgen was het water al hard geworden vanuit de hoek. Gisteravond bij het wandelen met de hond moest het water onder de brug nog hard worden.

Elke minuut groeit een stukje ijs bij. Alleen weet je in Nederland nooit hoe het gaat met de vriezen en de dooien.

09 juli 2008

Nee, ijs

Kleine kopjes hebben grote oren, luidt het gezegde. Hier in huis spreken wij soms gebarentaal, of spellen het woord langzaam. Alles om te voorkomen dat Doris het opvangt. Zo luidt het voorstel om haar in bad te doen: 'Moet ze in b-a-d?'
Vanavond hadden we lekker gegeten en toen stelde Inge voor om een 'i-j-s-j-e' te gaan eten. 'Nee, ijs', zei Doris bijdehand.