10 juli 2011

Rally op de busbaan

image

We reden naar de kringloopwinkel. Gewoon om er even uit te zijn en te genieten van rommel. Boeken die in stapels voor een prikkie liggen. Oude bestsellers en titels die een paar jaar geleden grif over de toonbank van de boekhandel gingen. De verleiding van de boeken lokte mij naar buiten.

Onderweg naar de ring, zag ik een prachtig stuk asfalt liggen naast de weg waar wij over reden. Het was een nieuwe busbaan die de nieuwe wijk Noorderplassen verbindt met de rest van de stad. Het zag er adembenemend uit dat donkere asfalt tegen de strook groen aan. Naast de weg groeide het gras nog met enige aarzeling. De sprieten staken uit het pas omgewoelde zand.

image
De nieuwe busbaan in de richting van de oude busbaan in Almere die van Kruidenwijk naar Muziekwijk gaat

Donker asfalt heeft altijd iets veelbelovends. Het is nieuw en je denkt dat er nog nauwelijks een auto overheen heeft gereden. De weg ziet er nog zo onbereden uit dat je elk bandenspoortje nog kunt zien. Een onzorgvuldige remactie onderweg laat nog iets achter. Normaal moet je daar veel moeite voor doen, maar op nieuw asfalt ligt het er zonder veel moeite.

Ik vroeg mij hardop af waarom Almere hier niet een evenement van maakt. De prachtige busbanen die dwars door de stad gaan. Ze liggen er altijd heel rustig bij. Op sommige plekken, zoals bij ons, rijden de bussen af en aan. Maar meestal ogen de banen heel kalm. Geen drukke weg doorkruist de baan. En fietsers kunnen er heel vaak overheen.

image
De nieuwe busbaan die Almere Kruidenwijk verbindt met de Noorderplassen

Als je ieder jaar een rally zou houden met snelle wagens, dan kon je van deze prachtige voorziening zelfs een groot evenement maken. Het station Almere Centrum ligt in het midden voor de start en finish. En rijden maar met die formule-1-auto’s. Al sinds ik hier woon fantaseer ik erover. Ik zie sportwagens met piepende banden voorbij de bushokjes stuiven. Een tijdelijke tribune bij het station doet de rest.

09 juli 2011

Repelsteeltje

sprookje repelsteeltje
Bij het boek aan de Kringloopwinkel vanmiddag trof ik zelfs het sprookje Repelsteeltje in boekvorm aan.

We waren wakker. In de kamer naast ons hoorden we Doris spelen. Ze ging helemaal op in haar spel. Ik vertelde wat ik gedroomd had. Dat we met een bus langs de kustlijn reden en dat het water wat verderop op de weg kwam. Daarna reden we dwars door de golven heen.

Dromen komen vaak niet uit het niets. Gisteravond hadden we naar Top Gear gekeken. Een uitzending waarbij de 3 presentatoren elk met een zelfgemaakt amfibievoertuig Het Kanaal moesten oversteken. Het lukte uiteindelijk in één vaartuig. Al moesten ze met z’n 3-en 15 kilometer voor de Franse kust nog flink het zeewater uit de auto hozen.

We reden in de droom Den Haag in. Ik zag de Hofvijver, het Binnenhof en de bocht van de Hofweg in de richting van het Spui. Overal was een laagje zeewater en we hadden honger gekregen. Omdat we vreesden dat de pinpas dadelijk niet zou werken, gingen we pinnen. Bij het automaat probeerde iemand de pincode bij Inge te ontfutselen. Het was een heel ingewikkelde lettercombinatie die hij volgens Inge nooit zou kunnen raden. Mij hij wist hem bijna te raden.

‘Niemand weet, niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet’, zei Inge en ze lachte. Ik wist ook wel hoe ik aan het verhaal van de pinpas kwam. Zo combineer je 2 gebeurtenissen van een dag eerder in een droom. ‘Hoe gaat dat sprookje van Repelsteeltje ook al weer?’ vroeg ik. Inge wist het ook niet zo snel. Ze was alleen op de zinsnede gekomen door mijn droom. ‘Het is iets met een prinses die de naam van een heel raar mannetje moet raden, omdat ze anders haar kind verliest.’

Ineens herinnerde ik me iets. Het was een film met de Vlaamse meidengroep K3 en een glansrol van cabaretier Urbanus als Repelsteeltje van wie de meiden natuurlijk de naam niet wisten. Ik keek een keer de film met een half oog mee met Doris. Door het acteerwerk van de 3 meiden verveelde ik me al zo snel dat de uitkomst mij volledig ontschoten is.

08 juli 2011

Oerwoud naast het huis

image

Het stukje voortuin naast ons huis bestaat eigenlijk alleen uit tegels. Maar als je er voorbij loopt, zou je dat niet denken. Tussen alle tegels zijn er allerlei uitschieters van jonge bomen en struiken. De snelgroeiers in de omgeving laten zo’n spoor van zaden achter dat een vierkante centimeter grond genoeg is voor de jonge spruiten.

De laatste dagen waren de struiken en bomen een flink eind over het pad gegroeid. Voorbijgangers beschikten niet meer de ruimte die ze bij de breedte van dit voetpad zouden moeten hebben. Niet dat er iemand over klaagde, maar het stukje tuin valt zo uit het zicht dat wij het niet zo snel in de gaten hebben.

Laatst zag ik de grote woestenij naast het huis. Een man kwam voorbij. Een hondje liep voor hem uit. ‘Misschien moet je eens snoeien’, zei hij. Hij maakte een grote knipbeweging met armen. ‘Snoeien’, herhaalde hij. Zijn hondje ging al de hoek om, dus hij besteedde geen aandacht meer aan mij.

Ik keek nog eens naar al het groen dat met het mooie weer en de regen goed gedijt. Veel groen, veel bladeren, maar verder nutteloos in mijn ogen. Niemand kan ervan genieten. Al die boompjes groeien alle kanten op. Mijn buurman noemde het de ‘bush, bush’. Hoe een paar vierkante meter kan uitgroeien tot een heus oerwoud.

Ik pakte de snoeischaar en knipte het ergst overhangende groen weg. Een paar knipbewegingen of naast mij lag een hele berg groenafval. Genoeg om het compostgedeelte van de duobak helemaal te vullen. Ik stopte en keek ook nog even opzij. In het tuintje lag een complete dennenboom. Hij was al helemaal bruin geworden.

Ik meende er de boom in te zien die een buurman van een paar huizen verderop op de heg voor zijn huis had neergelegd. Ineens was de neergekwakte dennenboom verdwenen. De boom die in mijn voortuintje lag, kon goed dezelfde wezen. Maar ook niet. Blijkbaar nodigt een oerwoud uit om je afval te dumpen.

Het voortuintje vraagt al langere tijd om een opknapbeurt. Een mooie afrastering en wat aantrekkelijke planten. Maar ik werd alweer naar binnen getrokken. De alledaagse werkelijkheid riep me tot de orde. Van het najaar, dacht ik. En zo zal het oerwoud naast ons huis nog even mogen voortbloeien.

07 juli 2011

Bureaucratie en ruimtevaart

Raketten en bureaucratie lijken 2 woorden die helemaal niet bij elkaar horen. Toch zijn ze broer en zus. Tenminste als je de woorden van astronaut Wubbo Ockels moet geloven.

Het televisieprogramma 1 vandaag stond gisteren stil bij de laatste lancering van de spaceshuttle. Morgen vertrekt de laatste ‘herbruikbare’ raket in de richting van de ruimte. De Atlantis – met 30 muizen aan boord – maakt dan een 12-daagse een reis naar het internationale bemande ruimtestation ISS. Na terugkomst wordt het ruimteveer nog tentoongesteld waarmee het doek definitief gevallen is voor de spaceshuttles.

Bij het interview met Wubbo Ockels kwam ook even het ongeluk met de Challenger op 28 januari 1986 aan de orde. Het ongeluk kostte de bemanning – 7 astronauten – het leven. Het maakte destijds op mij een grote indruk als 10-jarig jongetje. Temeer omdat er ook een onderwijzeres meeging aan boord. Ze zou onderweg haar leerlingen lesgeven over de ruimte.

Wubbo Ockels had een jaar eerder met de Challenger zijn ruimtevaart gemaakt. Ook een indrukwekkende gebeurtenis. In het interview gisteren haalde hij ook even de oorzaak aan. Het zou komen door een lek uit een stuwraket. Een medewerker had hiervoor gewaarschuwd, maar een manager luisterde hier niet naar. Zijn prestige werd belangrijker gevonden dan de veiligheid. ‘Verdomde bureaucratie’, mopperde de eerste Nederlandse astronaut. Wel was hij zeer te spreken over de gang van het onderzoek, waarbij niets en niemand gespaard werd.

Het zette mij aan het denken over hoe het vaak in organisaties gaat. Maar weinig managers luisteren echt naar hun medewerkers. Met veel frustatie als gevolg. Als dan de veiligheid in het geding is, moet het extra frustreren. Volgens mij ligt de sleutel van de oplossing in een verdeling van de verantwoordelijkheden. Waarbij de eindverantwoordelijke de verschillende deelverantwoordelijkheden delegeert en hierbij op zijn medewerkers vertrouwt.

Misschien is vertrouwen wel de grootste sleutel tot succes.

06 juli 2011

IJsbreker

In een kalme tred liep ze me tegemoet op het fietspad langs de spoorbaan. Ze had een prachtige, donkerrode jurk aan. Van een stof waar alleen feestjurken van gemaakt zijn. Haar loop had iets statigs, de rug mooi recht en de snelheid in een deftig tempo. Niet gehaast of onrustig. Haar ogen staarden de verte in, naar een doel dat ver achter mij lag.

Ze was prachtig. Ik rende haar tegemoet. Gehaast, snel en onrustig. Mijn schoenen schoven over het asfalt. Hier was iemand op de terugweg van een uurtje hollen. Een afstand verleggend waar zij uren over zou doen.

Ik passeerde haar. Ze zag er inderdaad adembenemend uit. In haar armen droeg ze 2 boeken. ‘IJsbreker’, stond erop. Ze was op de terugweg van de Nederlandse les. Speciaal voor de les had ze haar mooie kleren aangetrokken.

Ze zag er vermoeid uit. Na een dag hard werken de Nederlandse les. 2 uur achter elkaar volgepropt met moeilijke woorden en ingewikkelde zinnen. Nu was ze op weg naar huis. In het rustige tempo zoals ze in haar land vroeger kilometers aflegde

Ik was haar allang voorbij en keek nog even om. Dezelfde tred en de mooie jurk. Daar kon ik nog veel van leren met mijn hardloop-kloffie en onrustige snelheid. Ik holde de brug op over de ringweg. Een fris windje waaide over me heen. Het moment dat de avond koeler wordt, brak aan.

05 juli 2011

Gratis e-books maar wie wil digitaal oud papier?

image
Veel gratis aangeboden e-books liggen voor een habbekrats in de kringloopwinkel, zoals het werk van Jacob van Lennep, Jacobus Jan Cremer of Justus van Maurik

Het blijft een lastig verhaal om een leuk gratis e-book te bemachtigen. Vaak tref je boeken aan waarvan het copyright langere tijd geleden verlopen is. Of die juist oninteressant zijn. Neem bijvoorbeeld de lijst met gratis digitale boeken die bol.com beschikbaar stelt op zijn website. Een paar dagen geleden werd ik hierop door iemand via twitter geattendeerd. Ik schrok me wezenloos bij het zien van deze lijst. Ik trof alleen maar oude titels aan, zoals:

Boeken die stuk voor stuk weinig gelezen worden. Menig kringloopwinkel ligt vol met dit soort werken. Daarnaast ontbreken bijvoorbeeld de meesterwerken van de Nederlandse literatuur, verplichte kost voor de middelbare scholier. Ik denk dan aan De historie van Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken, Max Havelaar van Multatuli en Mei van Gorter. Voor deze boeken kunnen boekhandelaren nog interessante uitgaven slijten. Gratis e-books zouden in de weg kunnen staan voor deze uitgaven. Overigens is het copyright al jaren van deze boeken en staan ze zelfs al gratis online.

Het is denk ik de angst van boekhandelaren om in de eigen boekenverkoop te snijden door bepaalde boeken gratis aan te bieden. Ik vind deze angst onterecht. De functie van een e-book is namelijk een heel andere. Het downloaden van een gratis e-book hoeft nog niet te betekenen dat de persoon in kwestie het ook gaat lezen.

De huidige prijs van het actuele e-book ligt gewoon veel te hoog. Ik heb persoonlijk echt geen 12 euro over voor een e-book waarvan de papieren versie in de boekwinkel 18 euro kost. De marge zal moeten verschuiven. Net als de rol van het e-book. Ik denk dat het e-book nog teveel concurrentie heeft van andere digitale media om het papieren boek te kunnen vervangen. Daarnaast zal de rol van een digitaal boek anders worden.

De ontwikkeling van het e-book staat in de kinderschoenen. Waarom moet er dan zo paniekerig met het e-book worden omgesprongen? Ik denk dat het de angst is van uitgevers en boekhandels om te durven innoveren. Zolang zij hun markt angstig vasthouden, zullen ze meer en meer verliezen. Daarvan ben ik meer en meer overtuigd.

04 juli 2011

Vervelende ontdekking op spatbord auto

image
Kras op spatbord auto en de dader ligt op het kerkhof

Vanmiddag stapte ik in mijn auto en stuitte op een vervelende ontdekking: op het spatbord boven mijn linkervoorwiel zat een flinke kras die doorliep tot aan de voorbumper. Hier was een flinke schaafwond. Een auto had bij het uitrijden op een parkeerplaats vervaarlijk dicht langs mijn voertuig gereden.

Waar dit voorval plaats kon hebben gehad, wist ik niet. Ik controleer namelijk niet elk moment dat ik de auto instap alle velgen, spatborden en deuren op eventuele deuken of andere schades. Ik behoor niet tot het type autoliefhebbers die afrent op de jongens uit de buurt als ze een partijtje aan het voetballen zijn.

Flink balen, ook omdat de veroorzaker van dit incident verzaakt had om zijn gegevens achter te laten. Misschien dat ik het niet eens vergoed zou willen hebben, maar voor het fatsoen zou het al een goed indruk op mij hebben gemaakt. Nu baalde ik dubbel: en er zat een forse schade aan mijn auto en de dader lag op het kerkhof.

image
Ook de voorbumper is behoorlijk gehavend

Op basis van dit voorval zou je een enorm verhaal kunnen houden over de teloorgang van deze tijd. Hoe asociaal mensen wel niet zijn geworden en dat dit vroeger zeker niet gebeurd zou zijn. Je kunt ook gewoon constateren dat de persoon die dit voorval op zijn geweten heeft, zich onfatsoenlijk gedragen heeft. Over de moraal van de tijd kun je veel zeggen, maar of je daarmee ook de tijdgeest te pakken hebt, betwijfel ik.

03 juli 2011

Oefenen voor de oude dag

image

Dat je voor elkaar zorgt, zie ik als een vanzelfsprekendheid. Alleen had ik het moment wat later verwacht. Niet nu, als je nog jong bent en de levenslust uit alle hoeken en gaten van het lichaam borrelt. Maar nu mijn lief zo gekneusd rondloopt. De pijn zwaar valt en de arm onbewogen in de mitella hangt, is het allemaal wat weerbarstiger. Zorgen hoeven niet alleen in het hoofd te spoken. Ze kunnen ook in de praktijk toegepast moeten worden op iemand. Zodoende zorg ik nu voor Inge.

In haar geval is het niet de toetakeling maar vermoedelijk een draairad op de Hengelose kermis zo’n 20 jaar geleden. De EHBO-post en de huisarts een paar dagen later, zagen het niet als de arm uit de kom. Maar het was het waarschijnlijk wel. Sindsdien voelde Inge haar arm sneller als ze een onverwachte beweging met rechts maakte.

Dat ze mij 2 jaar geleden ineens belde vanuit het zwembad, zal ik niet snel vergeten. Bij de borstcrawl was er iets met de arm gebeurd en ze zou even later door de ambulance worden opgehaald. De eerstehulp had de diagnose snel gemaakt: arm uit de kom. Al schijnt het een schouder uit de kom te heten. In het ziekenhuis geven ze dan ook nog eens de naam schouderinstabiliteit. Het komt op hetzelfde neer: de arm schiet los van de schouder. Een pijnlijke gebeurtenis die zich vorig jaar op moederdag herhaalde.

Dat is te vaak. Daarom is na wat onderzoek besloten de boel te repareren. Dat betekent dat de kraakbeenrand en het bijbehorende kapsel weer zijn vastgezet aan de kom. Dit gebeurt met botankers. De operatie is via 3 kleine gaatjes in de huid gedaan. Dat scheelt enorm in het herstel. Maar dat haalt op dit moment de pijn niet weg.

Daarnaast kan iemand die de rechtse – de goede – arm in de mitella heeft, niet zoveel doen. Dat begint ’s morgens al met aankleden, een shirt aandoen is onmogelijk en de broek omhoog trekken is aan het eindje ook lastig. Dan de boterham smeren, een bezoek aan het toilet of een brief schrijven. Het gaat allemaal niet of met veel moeite.

Dat betekent dat ik vrolijk mag broederen in huis. De zorg rust nu goeddeels op mijn schouders. Die schouders zitten beide nog lekker in de kom en draaien dat het een lieve lust is. Geen klusje is te groot. En natuurlijk doe ik het allemaal met liefde. Eten koken, de was, opruimen, de vaatwasser inruimen en uitruimen en natuurlijk de boodschappen. Veel dingen doe ik normaal ook al, maar de taken kunnen iets minder goed verdeeld worden.

Laat ik het maar zien als een training op de oude dag, als de ongemakken dagelijkse kost worden. Dan kun je niet uitzien naar de dag dat de mitella af gaat en je elke dag weer iets meer dingen hoeft te doen.

02 juli 2011

Het zwanengevecht

image
Zwanengevecht

Gisteren bij het hardlopen stuitte ik op 2 vechtende zwanen. Het zag er erg indrukwekkend uit. De vleugels klapperden hard tegen elkaar aan. De lange nekken lagen in elkaar verstrengeld. De 1 probeerde de andere eronder te krijgen. Wat bijna lukte. De 2 mannetjeszwanen werden omringd door hun families. Een vrouwtje met 3 jongen en een vrouwtje met 7 jongen.

De zwaan duwde zijn soortgenoot gedurende het gevecht helemaal onder water en hield hem lange tijd onder water. Het andere dier verkeerde in doodsstrijd en wist zich toch weer overeind te krijgen. Aan de waterkant ging het gevecht verder. Zo sloegen de vleugels hard tegen elkaar aan en grepen ze elkaar in de kop van achteren.

image
De zwanen drukken elkaar naar de waterkant

Omstanders gingen ze ermee bemoeien. Dit leed konden ze niet aanzien. Volgens een man zouden ze doorgaan tot eentje het loodje zou leggen. De strijd werd heviger toen een vrouwtje zich ermee ging bemoeien. Ze sloeg toe bij het verzwakte mannetje. Gelukkig wisten de omstanders dit vrouwtje weg te krijgen.

image
Zwanenfamilies kijken toe; onder de kleine familie; boven de grote familie

Daarna verdween het vrouwtje van de verliezende partij. Ze koos met haar jongen de weg van de minste weerstand en taaide af. Het leek of ze haar man wilde vragen alsjeblieft met deze ongelijke strijd te willen stoppen. De strijd was verloren en doorgaan was zinloos. Het gebied waar hij wilde wonen, behoorde gewoon aan die ander toe.

image
Verliezende mannetje wordt onder water geduwd

De mannetjes vochten nog even door onder de enorme wilg. Het geluid van de vechtende zwanen klonk beangstigend. Het leek of het verliezende mannetje zich nog niet helemaal gewonnen wilde geven. Tot ik hem even later in het water zag. Met een paar grote slagen haalde hij zijn familie in.

image
Het vrouwtje van de winnaar bemoeit zich met de strijd

De winnende man zwom de andere kant op. Met even sterke slagen keerde hij naar zijn familie. De strijd was beslist. In de verte zag ik hoe hij zijn vleugels spreidde en als een echte winnaar met zijn vleugels sloeg over het water. De heer en meester van park.

image
De overwinnaar viert zijn triomf en zijn gezin kijkt toe

01 juli 2011

Chinese Fyra wel succesvol

Een Chinese hogesnelheidstrein verlaat het station van Shanghai op weg naar Beijng

Wat hier moeizaam tot stand komt, lukt de Chinezen in enkele jaren te realiseren. Gisteren is de hogesnelheidslijn tussen Beijng en Shanghai voor reizigers geopend. In 5 uur tijd raast de trein van de hoofdstad naar het economische hart. De afstand van ruim 1300 kilometer is vergelijkbaar met de afstand tussen Amsterdam en Barcelona.

Groot nieuws voor de treinliefhebber. Wat in Europa gedeeltelijk lukt en in Nederland amper, daar slagen de Chinezen wel in: het uit de grond stammen van een effectief en snel hogesnelheidsnetwerk. De 1300 kilometer spoor met veel technische hoogstandjes is in iets meer dan 3 jaar (38 maanden) tijd aangelegd.

Getallen die in Nederland vele malen overschreden worden. De bouw van de HSL-Zuid (147 kilometer hogesnelheidslijn) duurde voor het Nederlandse deel 6 jaar. Dat is 2 keer zolang over meer dan 10 keer korter traject. Samen met het Belgische gedeelte is de HSL-Zuid pas sinds 2009 klaar. Een groot gedeelte van de huidige problemen op de HSL-Zuid is ontstaan door de keuze voor het nieuwe Europese beveiligingssysteem ECTS. Het zou alsnog heel veel kosten schelen door alsnog een tweede, bestaand beveiligingssysteem aan te leggen.

In Nederland rijdt de Fyra al 2 jaar lang met 160 kilometer per uur over een spoor waar ruim 300 kilometer per uur gereden zou moeten kunnen worden. De snelheid kan niet gehaald worden omdat het beveiligingssysteem dit niet aankan. Daarnaast heeft de Nederlandse spoorwegen nog altijd niet de benodigde V250-treinstellen van AnsaldoBreda in bezit. De TGV Amsterdam-Parijs, de Thalys, die over hetzelfde traject met 300 kilometer per uur zou moeten kunnen razen, haalt deze snelheid niet omdat Fyra en TGV niet met verschillende snelheden op het traject kunnen rijden.

Alleen het traject van de besluitvorming van de hogesnelheidslijn door het Groene hart kostte Nederland ruim 10 jaar politiek bakkeleien. Met als hoogtepunt een totaal onnodige tunnel door een stukje weiland ter grootte van een voetbalveld. De schijnpolitiek heeft hier echt gezegevierd. Bovendien zou je heel lang kunnen discussiëren of een aanpassing van de bestaande lijn bij dergelijke afstanden van nog geen 150 kilometer met maarliefst 2 stops ertussen niet meer zin had gehad.

Dan is er tenslotte het oeverloze verhaal van de exploitatie. Na al die met pijn en moeite uitgegeven 7 miljard euro, blijkt het stuk lijn helemaal niet rendabel. Zo verliest de staat nog eens 2 miljard euro. Dat dit al sinds 2001 bekend was, lijkt dit heel veel mensen te steken.

In China kan de trein voorlopig niet de toegezegde 380 kilometer per uur voortrazen, maar moet het met 300 kilometer per uur doen. Hier ligt niet een politieke reden aan ten grondslag, maar een puur praktische: het elektriciteitsnet van China kan het nog even niet aan om zoveel stroom te kunnen leveren.

Al deze maffe gegevens verzamelend en het mooie verhaal horend van een vriend die naar China is geweest, probeer ik de dingen te combineren. Hoeveel vrijheid zou je willen inleveren om tot zulke snelle en effectieve besluiten te komen? Het jarenlange lobbyen, politici die de bevolking bijna smeken om de lijn aan te mogen leggen. Draagvlak creëren, zoals ze dat in Den Haag noemen. Om toch de zin door te kunnen drijven: die lijn moet er komen, koste wat het kost. En dan is die lijn er en dan verdwijnt het draagvlak in no time.

Vrijheid is een kostbaar goed, maar schijndemocratie is misschien even bedrieglijk. Tegelijkertijd kan een trage besluitvorming wel ten koste gaan van onze welvaart. Een dilemma om eens goed over na te denken op een reis van Beijng naar Shanghai.