13 oktober 2016

Het labyrint

img_20161010_205323.jpgDe kloosterbibliotheek in de roman De naam van de roos van Umberto Eco is een heus labyrint. Het is een ondoordringbaar gebouw met aaneengesloten kamers en die slechts 1 richting op gaan of doodlopen. De oude grijsaard Alinardo brengt ze op het idee met zijn opmerking dat de bibliotheek een labyrint is:

‘Hunc mundum tipice laberinthus denotat ille,’ citeerde de grijsaard in gedachten verzonken. ‘Intranti largus, redeunti ses nimis artus. De bibliotheek is een groot labyrint, teken van het labyrint van de wereld. Je gaat er binnen en je weet niet of je eruit komt. Men dient de zuilen van Heracles niet te schenden…’ (167)

William en Adson weten in de 2e nacht het gebouw binnen te komen. Ze dreigen te verdwalen in het stelsel van deuren en gangen. De ramen die ze menen dat het gebouw heeft, blijken binnen in het gebouw extra lastig te ontraadselen. Daarbij speelt de donkere nacht waarin ze door de bibliotheek dwalen extra parten.

Dan overdenkt de intelligente frater William hoe de bibliotheek mogelijk is opgebouwd. Ze rekenen vanuit de 8-hoekige luchtkoker in het midden van het gebouw. Ze komen tot een bibliotheek met 56 vertrekken, waarvan 4 7-hoekig en 52 min of meer 4-hoekig.

Volgens William is de bibliotheek geconstrueerd volgens een hemelse harmonie, met 4 torens waar in elke toren 5 vertrekken zitten met 4 zijden en 1 met 7. Ze tekenen een plattegrond waarmee ze de geheimen van de bibliotheek proberen te ontsluiten. Het is moeilijker dan ze denken.

Het raadsel ontvouwt zich in de taal, de letters boven de deuren die samen een woord vormen en daarmee het thema van die kamers. William wordt helemaal blij van alle boeken die hij bij het schamele licht leest. Het houdt hem bijna af van zijn werk om het grotere raadsel van het boek op te lossen.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel

11 oktober 2016

De naam van de roos

img_20161010_205304.jpgDe Middeleeuwen, kloosters en monniken. Doris is er erg mee bezig en ik besluit inspiratie te halen uit de Umberto Eco’s roman De naam van de roos. Een bijzondere titel die pas helemaal aan het eind van de roman duidelijk wordt. Het is een boek die ik al heel lang wil lezen.

De verteller van het verhaal is de oude monnik Adson. Hij schrijft de oude geschiedenis op die hij beleefde met de franciscaanse frater William. Ze bezoeken het klooster in Melk. Het is Adson onduidelijk wat de precieze missie van zijn leermeester is, maar als ze aankomen in Melk blijkt dat er een raadselachtige dood is van een monnik.

Hij is buiten gevonden in de sneeuw. Het is onduidelijk of hij uit een raam is gevallen of dat er iets anders is gebeurd. William en Adson gaan op onderzoek uit. William hoopt meteen iets meer te kunnen zien in Melk, namelijk de fraaie kloosterbibliotheek. Hij zegt dit als hij de opdracht krijgt om de dood van de monnik te onderzoeken:

‘Maar ik zal vandaag nog beginnen, voordat de monniken horen welke opdracht u mij hebt gegeven. Bovendien zou ik, en dat is niet de onbelangrijkste reden van mijn komst hier, bijzonder graag uw bibliotheek bezoeken, waarover in alle abdijen van de christelijke wereld met bewondering wordt gesproken.’
De abt kwam haast met een ruk overeind, zijn gezicht strak en gespannen. ‘U kunt gaan en staan war u wilt in de abdij, heb ik gezegd. Maar beslist niet op de bovenste verdieping van het Hoofdgebouw, in de bibliotheek.’ (43)

Als William vraagt waarom hij er niet mag komen, spreekt de abt zich in vage termen uit. Op de bibliotheek rust een verbod voor alle monniken, alleen de bibliothecaris mag er komen. De toegang is beperkt tot hem, waarbij het geheim waar alle boeken zich bevinden, wordt overgedragen van bibliothecaris op bibliothecaris.

De roman van Umberto Eco wordt niet alleen ontzettend spannend door de speurtocht naar de oorzaak van de raadselachtige moorden. Ook draait het in De naam van de roos om de toegang tot de bibliotheek. Het zoeken naar boeken en vooral het labyrint waarin de boeken zich bevinden, maken het verhaal extra spannend.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel

10 oktober 2016

Literaire verwijzingen

img_20160926_204115.jpgHet reisverhaal In Patagonië van Bruce Chatwin bevat een paar prachtige literaire verwijzingen. De meest in het oog springende verwijzing is die naar Dante. Hier vergelijkt Bruce Chatwin Tierra del Fuego met het eiland waar Ulysses in Dantes Inferno probeert aan te meren.

De vergelijking doemt op als de Nederlanders proberen aan te meren. De vuren die de Hollanders vanaf hun schepen zien, doen ze denken aan het inferno, boordevol met monsters en de Roc, een reusachtige condor. In werkelijkheid waren de vuren aangestoken door de Indianen op het eiland.

Dan is Vuurland Satans land, waar vlammetjes flikkeren als vuurvliegjes op een zomernacht en, in de enger wordende kringen van de Hel, het ijs de schimmen van verraders gevangen houdt als rietjes in een glas.
Dit verklaart misschien waarom ze niet geland zijn. (127)

Een mooie combinatie van de literatuur en de geschiedenis van de ontdekkingsreizigers. De vergelijking met Ulyssus die bij Dante gestraft wordt voor zijn verlangen de grenzen die de mens gesteld zijn, te overschrijden.

Naast Dante haalt Bruce Chatwin ook Shakespeare aan. Hij doet dit als hij de herkomst van de naam Patagonië bespreekt. Het gebied zou verwijzen naar de grote voeten van de oorspronkelijke bewoners, maar het monster Patagon.

Shakespeare heeft in zijn tragedie De storm duidelijk verwijzingen naar de Zeereis van Pigafetta, stelt Bruce Chatwin. In deze Zeereis spelen monsters met de kop van een hond en de poten van de hartebeest, de Grote Patagon, een rol.

Heerlijk om zo de grote literatuur te zien verzinken in het boeiende reisboek In Patagonië. Zo zijn vallen alle verhalen samen bij Bruce Chatwin.

Bruce Chatwin: In Patagonië. Oorspronkelijke titel: In Patagonia. Uit het Engels vertaald door Eelco Hesse. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1987 (1e druk in 1979). ISBN: 90 351 0518 4. 228 pagina’s. Alleen antiquarisch verkrijgbaar

09 oktober 2016

Lees je nog wel eens een kinderboek? - #50books vraag 41

img_20161009_091827.jpgHet is kinderboekenweek. Hier in huis leven kinderboeken al jaren. Inge is er verzot op en Doris leest met haar leeftijd mee. Begonnen we met Het ei van Dick Bruna, nu zit ze op de bank met Achtste-groepers huilen niet van Jacques Vriens. Ze wil morgen een fragment uit dit boek voorlezen bij de voorleeswedstrijd op school.

Ik lees de kinderboeken die ik als kind las eigenlijk nooit. Ik heb weleens overwogen om de zeevaartboeken van K. Norel eens te herlezen of Snuf de hond. Ik heb het niet gedaan. Niet omdat ik er geen zin in heb, ik ben bang dat de verhalen mij tegen zullen vallen. Ik heb me eens aan een fragment van W.G. van der Hulst gewaagd. Dat leverde vooral frustratie op. Wat een vreselijke stijl zeg. Dat ik vroeger om die boeken huilde. Ik kan het me niet meer voorstellen.

Wel heb ik een groot deel van mijn kindertijd ingehaald met het voorlezen aan Doris. De boeken van Jacques Vriens die ik niet kende, maar ook Tonke Dragt en natuurlijk Paul Biegel. De verhalen van Willem Wilmink waren ook om van te genieten. Net als de spannende serie van Harry Potter.

Daarom staat vandaag de boekenvraag in het teken van de kinderboekenweek:
Lees je nog weleens kinderboeken? En waarom wel of niet?

Ik ben heel benieuwd hoe jij het ervaart om oude kinderboeken te herlezen. Is het een feest der herkenning of verbaas je je over de stijl en opbouw?

Zoals elke week ben ik weer heel nieuwsgierig naar de antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

08 oktober 2016

Neef Charlie

img_20160926_204138.jpgBruce Chatwin reist zijn neef Charlie achterna in het reisboek In Patagonië. Bovendien vertelt hij de vele verhalen van de mensen die in dit onherbergzame gebied leven. De aanleiding is een stukje huid, van wie het verhaal gaat dat het om de huid van een dinosaurus gaat.

Niet waar, zo ontdekt hij nog voor hij naar Patagonië gaat, maar wel de moeite waard om zijn neef achterna te gaan. Niet alleen de plekken te bezoeken die zijn neef aandeed, maar vooral de verhalen van het gebied en zijn bewoners te achterhalen.

En dat zijn bijzondere verhalen, al is de leidraad in het boek toch wel de bijzondere neef, neef Charlie. Hij spoelt in Patagonië aan. Letterlijk als kapitein van een koopvaardijschip leidt hij schipbreuk en vestigt zich in Punta Arenas. Hij heeft een huis met een torenkamer. Volgens de buren kan hij niet kiezen of hij in een kasteel of een kerk wil wonen.

Mijn neef Charlie had in de toren een telescoop staan en als oude zieke man placht hij uit te turen over de Zeestraat. Of hij zat aan een schrijftafel zijn geheugen te doorzoeken om de extase te hervinden van wie met een schip de zee op gaat. (168)

Een prachtige episode waarin Bruce Chatwin helemaal in de huid van zijn neef kruipt. Naar de huid van de bijzondere luiaard waar zelfs Goethe een essay over schreef, gaat Chatwin verder op zoek. De grot waarin met het ‘grove, roodachtige haar dat ik zo goed kende’. Daar in die grot merkt hij dat het haar zijn eigen herinneringen van een verduisterde slaapkamer in oorlogstijd oproepen. De nieuwe verhalen weten dit niet te overschrijven.

Bruce Chatwin: In Patagonië. Oorspronkelijke titel: In Patagonia. Uit het Engels vertaald door Eelco Hesse. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1987 (1e druk in 1979). ISBN: 90 351 0518 4. 228 pagina’s. Alleen antiquarisch verkrijgbaar

07 oktober 2016

Het witte huis - #fietsvakantie

img_20160812_180157.jpgBij de laatste rotonde van het plaatsje Twello zie ik ineens de witte villa met het torentje. Hoe vaak zag ik dit grote huis vanuit de trein tussen Deventer en Apeldoorn. Nu rijden we er vlak langs. We moeten 3/4 van de rotonde nemen, maar ik kan het niet laten om even te stoppen en het huis te fotograferen.

Ergens heeft het gebouw iets van de villa waar Gerrit Komrij in Portugal woonde. Een statig 19e eeuws gebouw met prachtige halfronde bogen boven de ramen. De witte kleur geeft het huis nog iets extra’s.

De grote serre aan de zijkant van het huis en het bijzondere torentje aan de andere kant. Ik keek er altijd met verwondering naar als de trein erlangs reed. Voor mij het signaal dat ik uit Overijssel was, op weg naar het westen. En andersom dat ik de brug over de IJssel bij Deventer naderde.

img_20160812_180213.jpgOp de fiets ziet het gebouw er minstens zo mythisch uit als in de verbeelding op reis van en naar Almelo. Nu fietsen we erlangs en ik kijk over de mooie heg in de richting van dit bijzondere gebouw. De toren en het mooie lichthellend dak maken het extra mooi. Zeker ook omdat dit samen met de halfronde bogen boven de ramen verwijzingen zijn naar het 19e eeuwse huis van Gerrit Komrij. Zijn huis mist de toren, maar bezit veel overeenkomsten in mijn beleving.

Het gebouw hier aan de oostkant van Twello heet De witte brug, gebouwd in 1874 door een bankier uit Amsterdam. Later woonde de burgervader van Voorst in het gebouw. De grote villa geniet bekendheid in Twello als hotel en later het jongensinternaat. Nu zou er een advocatenpraktijk in gevestigd zijn, al zijn de berichten die ik daarover vind van een tijdje terug.

Doris is de hoek al om in de richting van de camping. We fietsen al de hele dag. De tocht over Flevoland, dwars door de Veluwe en nu rijden we van Apeldoorn naar Deventer. Bij deze stad zullen we gaan overnachten. Het is al avond en we voelen de kilometers in de benen. Nog een klein stukje naar de dijk en dan moet het daar ergens liggen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

04 oktober 2016

Onmogelijk wonen

img_20160926_204106.jpgDe wind snijdt altijd ijskoud door alle kieren van de huizen, schrijft Bruce Chatwin in zijn reisboek In Patagonië. Het maakt het bijna onmogelijk om hier te wonen. Alleen de schapen weten het hier uit te houden.

Aan de hand van de bijzondere bewoners die Chatwin bezoekt, komen de verhalen van Patagonië los. Zoals van de oude vrouw van wie haar boerderij werd afgepakt door de marxisten in 1973. Ze woont nu in een nieuw, klein huis.

De bui brak los. De regen kletterde bij bakken neer in de tuin vol bloemen. Het nieuwe huis was klein maar warm. Er lagen vaste groene kleden en er stonden Chippendale-meubeltjes.
‘Ik ga niet weg,’ zei ze. ‘Ik hoor hier thuis. Ze zouden me eerst moeten ombrengen. Trouwens, waar zou ik heen moeten?’ (167)

Dat is wel met het gebied. Het kost misschien veel ontberingen om er te wonen, maar als je er eenmaal woont, wil je er niet meer weg. Zo vindt Bruce Chatwin er ook het verhaal van zijn neef Charlie en vermengt dat mooi met zijn bevindingen in gebied in het zuiden van Argentinië. Het is er prachtig door de onherbergzaamheid en lelijkheid.

Bruce Chatwin: In Patagonië. Oorspronkelijke titel: In Patagonia. Uit het Engels vertaald door Eelco Hesse. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1987 (1e druk in 1979). ISBN: 90 351 0518 4. 228 pagina’s. Alleen antiquarisch verkrijgbaar

03 oktober 2016

In Patagonië

img_20160926_204058.jpgDe Engelse schrijver Bruce Chatwin is vervuld van Patagonië. Het gebied in het uiterste zuiden van Latijns Amerika houdt hem al langere tijd bezig. Zo zou zijn neef Charley Milward, een kapitein op een koopvaardijschip, er ooit een brontosaurus hebben gevonden.

Charley zou een heel gaaf exemplaar van het prehistorische dier hebben gevonden. Als bewijs stuurde hij een stukje huid naar Chatwins grootmoeder. Dat het helemaal niet om een brontosaurus gaat, maar om een mylodon of reuzenluiaard, vindt Bruce Chatwin pas veel later uit.

Bruce Chatwin zegt dat hij ondanks deze ontdekking toch graag naar Patagonië wil. Het ligt verscholen in de geheimzinnige naam. Ook biedt dit afgelegen oord alle mogelijkheden om te verblijven na de ontploffing van de kobaltbom die nog erger is dan de waterstofbom. Patagonië is onder die dreiging toch wel de veiligste plek op aarde.

Zo vertrekt hij naar Patagonië. Het inspireert later de schrijver van treinverhalen Paul Theroux om naar dit afgelegen oord in Argentië af te dalen voor de Patagonië Express. Chatwin vertelt in zijn boek de verhalen over de bijzondere bewoners die in dit gebied leven: de treinrovers, Engelsen en andere mensen die bereid zijn in dit afgelegen en onherbergzame gebied te gaan wonen.

Hij zwerft van verhaal naar verhaal, begeleidt door het onherbergzame landschap waar alleen schapen gedijen en verder niets. Of zoals hij het zelf schrijft:

De geur van een verhaal volgend ging ik verder en begaf me weer naar de hoofdweg. De chauffeur van een vrachtwagen met wol stopte en nam me mee. Hij droeg een zwart hemd waar roze rozen op geborduurd waren en hij speelde de Vijfde van Beethoven op zijn cassette. Het landschap was leeg. De heuvels werde goud en purper in het licht van de ondergaande zon. Onder een telegraafpaal zagen we een eenzaam figuur staan. (63)

De eenzame figuur is een man voor het volgende hoofdstuk. De man met blond haar heeft een kaart gescheurd uit de encyclopedie waarop de mijnen in Argentinië staan aangegeven. Het maakt hem niet uit hoe ver de mijn ligt. Een mijn is een mijn.

De verhalen over Patagonië gaat over mensen die letterlijk aan de rand van de samenleving wonen. Dat zijn ook de rovers en de krakers.

Bruce Chatwin: In Patagonië. Oorspronkelijke titel: In Patagonia. Uit het Engels vertaald door Eelco Hesse. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1987 (1e druk in 1979). ISBN: 90 351 0518 4. 228 pagina’s. Alleen antiquarisch verkrijgbaar

02 oktober 2016

Naar welk boek kijk jij uit? - #50books vraag 40

img_20161002_095034.jpgHet najaar en het voorjaar zijn de momenten waarin de meeste boeken verschijnen. Dit najaar komt er een heel bijzonder boek uit. Het 6e deel in A.F.Th. van der Heijdens reeks De tandeloze tijd met de titel Kwaadschiks. Het boek zou al vorig jaar uitkomen, maar is onderbroken door een roman die er tussendoor kwam, de historische roman De Ochtendgave.

Het is een boek waar elke liefhebber van Van der Heijden en de reeks De tandeloze tijd reikhalzend naar uitkijkt. Hoe vergaat het de personages van de eerdere boeken. Het lijkt ook uit te komen in een mooie menging van personages uit de eerdere delen.

Ik kijk vooral uit naar de nieuwe verhalen met nieuwe personages die aansluiten bij het eerdere, grotere verhaal. Zoiets is echt iets om naar uit te kijken.

Bij de ‘Harry Potter’-koorts in de jaren rond de millenniumwisseling stonden de fans op de dag van uitgave klaar bij de ingang van de boekwinkel. Boekhandelaren speelden hierop in door middernacht open te gaan en met een speciaal feestje de nieuwe uitgave te omlijsten.

Bij Van der Heijden zal dit waarschijnlijk niet gebeuren. Het is nog maar de vraag of november echt gehaald wordt. Vorig jaar werd het een paar weken voor het boek uit zou komen, uitgesteld.

Dat brengt mij bij de boekenvraag van deze week:
Naar welk boek kijk jij reikhalzend uit?

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

01 oktober 2016

Crimineel milieu

De autobiografie De Man & De Schreeuw moet het vooral hebben van het inkijkje in het criminele milieu waarbij Klaas Bruinsma, alias Die Lange ook even langskomt. De drugstransporten, het witwassen van geld en de hoerentent die Gennaro Pepe overneemt. Het zijn verhalen die je met rode oortjes leest. Zeker ook om dat de verteller ze erg leuk kan vertellen en ze ongetwijfeld flink aangedikt heeft.

De bewuste schreeuw

Het verhaal eindigt met de bewuste schreeuw die Gennaro Pepe 10.000 euro boete en een gevangenisstraf van 8 maanden oplevert. Ook hier ontbreekt het hem aan zelfreflectie. Hij schuift de dronkenmanschreeuw naar een schreeuw van wanhoop. Had hij een huisje gekregen of op een andere manier geholpen, dan was het waarschijnlijk allemaal niet gebeurd.

Na inmiddels vijf(!) jaar van daklooshied was er nog steeds geen subsidieslurpende instantie of hulpverelener die ook maar iets voor me deed. (293)

Geen enkele instantie heeft ook maar iets voor hem gedaan, beweert hij. Geen wonder dat hij tot die daad is gekomen. Zeker, hij wijst aan het einde van zijn autobiografie op zijn keuze het verhaal te vertellen zoals hij dat heeft meegemaakt.

Genarro Pepe: De Man & De Schreeuw, Autobiografie Damschreeuwer. Soest: Uitgeverij Boekscout.nl, 2016. ISBN: 978 94 022 2448 1. 299 pagina’s. Prijs: € 19,95. Bestel