26 november 2016

Het orgelmuseum - Dagje Elburg (3)

img_20161105_144747.jpgWe lopen via de kerk naar het andere museum in Elburg, het Nationaal Orgelmuseum. Ik ben heel benieuwd naar dat museum. Helaas is daar de Museumkaart (nog) niet geldig. Dat is best jammer maar gelukkig mogen kinderen tot 12 jaar gratis naar binnen. Zodoende hoeven we alleen voor mij te betalen.

Ook hier is weinig publiek. Al meteen bij de entree kijk je recht op een prachtig orgelfront. Het is een orgel waarvan het pijpwerk afkomstig is van de orgelmaker Pieter Backer uit Medemblik. Op de film die in deze ruimte getoond wordt, is te zien hoe dit orgel op basis van allerlei resten wordt samengesteld en gerestaureerd.

Het instrument is in gebruik genomen als het Maarten Seijbel Orgel, genoemd naar de initiator van dit museum. Overigens is het jammer dat de film niet te vinden is op youtube. Het bevat namelijk veel informatie die ook best buiten het museum gedeeld mag worden.

img_20161105_134328.jpgSinds 2014 is het museum gevestigd in het Stadskasteel van Elburg, het ‘Arent Thoe Boecop’–huis. Een indrukwekkend pand dat de ontwerper van de stad bouwde in de 14e eeuw. Het gebouw heeft lang dienstgedaan als stadhuis, met bijbehorende gevangenis. Het museum heeft hiermee een prachtig gebouw in Elburg gekregen. Misschien wel het mooiste gebouw van het Zuiderzeestadje.

In de kelders is de techniek van het orgel te zien. De opengewerkte modellen demonstreren register- en toetstractuur. Ze geven een goed beeld hoe een orgel werkt. Net als de portatiefjes en andere instrumenten die hier staan opgesteld. In de laatste ruimte is de werkplaats van een orgelmaker nagebouwd met alle instrumenten die de orgelbouwer gebruikt.

img_20161105_140549.jpgOp de verdiepingen die het stadskasteel telt, kom je elke keer een eeuw verder. Het is heel mooi om te zien hoe het Nederlandse orgel zich heeft ontwikkeld. Altijd met de juiste bespeelbare voorbeelden erbij. Zo zie je een Middeleeuws instrument en kom je in de verschillende stijlkamers instrumenten tegen uit de 16e/17e eeuw, 18e eeuw en 19e eeuw. Het zijn orgels in een handzaam formaat, waarbij het verhaal uit die tijd wordt verteld.

De collectie van het orgelmuseum is indrukwekkend te noemen. De grote hoeveelheid historische instrumenten, waaronder naast het gereconstrueerde orgel van Pieter Backer, ook een heel mooi instrument uit Gapinge staat. Dit orgel is van Ludovicus de Backer. Hier staat ook prachtige huisorgels van Hess en Moreau.

img_20161105_140602.jpgEen verdieping hoger in de 19e eeuw staat een groot pedaalharmonium en een huisorgel van Hermanus ter Hart. Instrumenten waar je als bezoeker bij staat te kwijlen. Het is een heel indrukwekkend orgelbezit dat hier staat. Zeker ook omdat het instrumenten zijn die vaak gebouwd zijn voor de huiselijke kring. Dat levert een heel ander klankbeeld op. In dit museum klinkt het alleen maar heel mooi.

De Sweelinckkamer is ook de moeite van het bekijken waard. Hier staan een klavecimbel en een klavicord. Instrumenten waarop de oude muziek van Sweelinck mooi tot klinken gebracht kan worden. Ook is de aparte ruimte met zicht op het orgel waarop Sweelinck speelde, een leuke belevenis. De geluidsfragmenten brengen een historische tijd tot leven.

img_20161105_140554.jpgIn de kast van de Sweelinckkamer staan ook een paar koraalboeken met de psalmmelodieën en zettingen. Ik heb er aandachtig naar staan kijken. Een paar boeken heb ik ook in mijn bezit. Voor mijn idee is dit een stukje cultuurhistorie waar niet veel mensen aan denken, maar die een deel van de kerkmuziektraditie in Nederland vertegenwoordigt.

De leukste kamer vind ik boven, het is de verkoopkamer waar heel veel cd’s, lp’s en bladmuziek ligt te wachten op een gelukkige koper. Hier speur ik met de hand op de knip naar uitgaves waar ik al heel lang naar op zoek ben. Zo vind ik hier een paar mooie cd’s van het Orgelpark, uitgaves die ik nog niet heb en waar ik heel blij mee ben dat ik ze vind.

img_20161105_145122.jpgDoor de opwinding van de nieuwe aankopen vergeet ik helemaal het Boon-orgel in de daarvoor speciaal gemaakte zaal te bezichtigen. We gaan weer de stad in. Vervuld van de indrukken. Het Orgelmuseum is namelijk een heel mooi, toegankelijk museum dat het orgel op een toegankelijke manier laat zien.

We lopen terug nog even langs de stadsmuur. Speciaal trekt mijn aandacht het huis dat ik al vanuit het stadskasteel heb gezien. Het staat namelijk helemaal ingebouwd in de halve ronding van de muur. Hier is vroeger een wachttoren geweest, maar nu staat er een huis, met als achterwand de oude stadswal. Het ziet er heel speciaal uit.

img_20161105_144924.jpgWe lopen nog eens goed langs de stadsmuren. Helaas kunnen we er niet op staan. De stellage die bij de kerk is, bevat een groot bord en dikke kettingen. Ze houden de nieuwsgierige bezoeker op afstand.

Daarom stappen we maar op de aarden wal die buiten de stadmuur ligt. Het is de verdediging tegen de zware kanonskogels. Zo blijft de vijand toch buiten. We komen zo weer bij de Vischpoort, de toegang tot de stad. Tegen de motregen is weinig te beginnen. We gaan weer terug naar de auto, niet zonder nog een blik op het kleine vestingstadje te werpen.

img_20161105_145258.jpg

25 november 2016

Kamperen bij de boer - #fietsvakantie

img_20160813_200051.jpgWe vinden een plekje bij de boer in Hengevelde. Ik ken het plekje als redacteur bij de Twentsche Courant Tubantia. Nu zetten wij ons tentje op een vrij leeg veld. Plek genoeg. Het weer heeft veel kampeerders ontmoedigd. Een paar dagen eerder daalde de temperatuur ’s nachts aan de grond zelfs tot het vriespunt.

Het is ergens in 2004 geweest. Ik schreef over bedrijvigheid en gastvrijheid in de Hof van Twente waarin ik als redacteur werkte. Zo voerde ik langs verschillende campings met het logo ‘Kamperen bij de boer’. Ik ging mee met een familie die een trektocht maakte met een huifkar en een ezeltje. Daar wil ik ooit kamperen, dacht ik toen.

Nu sta ik hier op de camping. Samen met mijn dochter hier naartoe gefietst, flink gedwaald. Midden tussen de weilanden. We zijn aardig afgemat van de 140 kilometer in 2 dagen die wij gereden hebben. Ik merk het in de benen en we besluiten om hier een extra rustdag te nemen. De boer zien wij niet. Als ik ga kijken bij de stal, zie ik de boer. Hij is druk met de koeien. Zet je tent maar op, mijn vrouw komt straks.

Ik zie mevrouw niet meer. Pas de volgende morgen als we hebben ontbeten, zie ik de boerin bij de wasruimtes. Ik betaal meteen voor 2 dagen. Zo kunnen we deze zondag nog een stukje fietsen in de richting van Almelo waar we zeker nog even langs willen rijden.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

22 november 2016

Stadsmuseum - Dagje Elburg (2)

img_20161105_121305.jpgHet is erg rustig in het Stadsmuseum van Elburg op deze zaterdag. Blijkbaar hebben de mensen wat anders te doen. Bij de ingang helpen 2 dames ons heel vriendelijk. We verdwijnen daarna omlaag onder de gewelven. De wc’s bevinden zich hier ook, daar brengen we eerste een bezoekje aan. Het toilet bij de heren zit verstopt. Ik voel me altijd een beetje beschaamd om zo’n wc te gebruiken.

Door naar de kelders onder het entreegebouw. Hierin wordt uitleg gegeven over de bouw stad Elburg. De stad is ontworpen op de tekentafel door Arent Thoe Boecop. In het stadskasteel van hem is tegenwoordig het Orgelmuseum gevestigd. Daar gaan we straks heen, maar nu zien we een mooie maquette van de stad. Alleen de Ellestraat loopt niet helemaal recht. Daar is de nieuwe stad omheen gebouwd. Uiteindelijk heeft de kerk in een hoekje van de stad een plekje gekregen.

img_20161105_121513.jpgWe zien kogels, geweren met bajonetten. Deze ruimtes vertellen het verhaal van de vestingstad. Compleet met de verschillende wapens en kaarten over de opbouw van de stad. Via een groot scherm bij de ingang is ook informatie te vinden over allerlei andere aspecten uit deze vestingstad.

Bij het wandelen door de kelder horen we orgelklanken. Voor we de trap omhoog klimmen naar de bovenverdieping van de dubbelkapel ontdekken we waar de klanken vandaan komen. Iemand bespeelt het huisorgel dat er staat. We klimmen eerst omhoog naar boven. Hier is uitleg over het strenge leven in het klooster dat gesitueerd is rond de verschillende gebeden.

img_20161105_121335.jpgEen ronde waaier laat je stilstaan bij de verschillende uren van de dag. Het geeft een mooie inkijk in het strakke leven van het klooster. De nonnen leefden hier volgens de regels van de kloosterorde van St. Franciscus.

In de benedenkapel woonde het gewone volk de mis bij. Zo kregen zusters en bevolking elkaar niet te zien. Via een verborgen trap bleven de nonnen uit beeld van de gewone mensen. De benedenkapel bezit prachtige gotische gewelven. De akoestiek in deze kapel klinkt ook heel mooi. Op de muur waarvoor ooit het altaar stond zijn mooie schilderingen teruggevonden. De hoogte van de kapel vanaf dit punt is best indrukwekkend.

img_20161105_122145.jpgWe lopen verder door de rest van het museum. De dubbelkapel is niet meer te overtreffen, al zijn er ook een paar mooie ruimtes te vinden, waaronder de schilderswinkel en aan boord van een schip waarbij een scheepsslag wordt nagebootst. De lichtflitsen en het gedonder maken het best tot een realistische beleving.

Net als de martelwerktuigen die staan in de kamer rond de stad en het recht. De grote pijnbank ziet er pijnlijk uit. De zwaarden van de beul zijn confronterend. De levens die ermee zijn beëindigd kleven altijd aan de kling. Het scherpgeslepen metaal is voldoende om een hoofd eraf te hakken. Al is dat niet altijd in 1 keer gegaan.

img_20161105_130642.jpgDe kloostertuin is het volgende hoogtepunt. Zeker ook door de rustige sfeer van deze tuin. Vroeger werd dit helemaal ingesloten door het klooster. Ik vind het jammer dat er niet een reconstructie gemaakt is waarbij je kunt zien hoe deze tuin er in vroegere dagen uitzag. Een groot deel van het oude klooster is namelijk vervangen door de woningen die er nu staan.

We pakken een appeltje die uit de appelboom gevallen is. Eerst peuzelen we onze meegebrachte broodjes op en zitten op het bankje naast de oude waterput. Heel sappig zijn de appels; ze smaken als Jonagold. Elke hap die we nemen gaat vergezeld met een hoop sap.

img_20161105_124736.jpgEen heerlijke beleving. Maar ook best eng om appels in het wild te eten. De hele kleine appeltjes in de boom iets verderop zien er heel anders uit. Daar liggen geen eetbare appels onder de boom om te proeven of ze echt lekker zijn.

Lees zaterdag het derde deel van dit verhaal: Het orgelmuseum

21 november 2016

Dagje Elburg

img_20161105_115030.jpgDoris en ik besluiten er samen een dagje van te maken, omdat Inge deze zaterdag weg is. De bestemming wordt Elburg. Eigenlijk wilden we naar Drenthe maar ik heb geen zin om zo’n stuk te rijden. Daarom kiezen we voor het Gelderse stadje dat tegen de Veluwe ligt.

We zijn al eens eerder in Elburg geweest. Bij de allereerste fietsvakantie in 2012 kwamen we door het stadje langs het IJsselmeer toen we vanuit camping De ruimte naar Zeewolde fietsten. We staken over het IJsselmeer en fietsten via Harderwijk naar Zeewolde. Een mooie, maar erg drukke fietsroute.

img_20161105_115508.jpgIn de winkelstraat van Elburg dronken we chocomel en aten een taartje. Even keken we bij het stadsmuseum en zaten in de kloostertuin. Het bleef bij een kort bezoek. Als je fietst heb je namelijk andere dingen aan je hoofd dan rustig te kuieren door een stad.

Nu hebben we iets meer tijd. We parkeren iets buiten de haven en lopen onder de stadspoort door het stadje binnen. Langs de stadswal staat een gids iets aan een groep senioren uit te leggen. We horen gelach opstijgen door het smalle straatje.

img_20161105_145222.jpgNooit geweten dat Elburg op papier ontworpen is. De stadsplattegrond ziet er uit als een rechthoek, opgedeeld in streng geometrische vlakken waarin de huizen zijn gebouwd. Het rechthoek bevat in het midden de stadspoorten. Slechts 1 is er bewaard gebleven.

Het is een indrukwekkende poort, met een fraai dakje midden op het schuine dak bedekt met leisteen. Waarschijnlijk om de wachter een plekje te geven. Aan de andere kant zit een klokkenstoel. De moeite waard om naar te kijken.

img_20161105_124730.jpgOok al is het een beetje regenachtig, het is best leuk om door Elburg te lopen. We gaan naar het Museum Elburg. Dit is gevestigd in het oude vrouwenklooster, Agnietenklooster van de stad. Weliswaar hebben er iets meer dan een eeuw vrouwen in dit indrukwekkende gebouw gewoond, het draagt nog altijd de naam van de eerste bewoners: het Agnietenconvent.

Lees morgen over het Museum Elburg

20 november 2016

Welk schrijversinterview vergeet je nooit? - #50books vraag 47

img_20161120_092632.jpgHet programma DWDD begint meer en meer een boekenprogramma te worden en minder het accent op televisie te leggen zoals in de beginjaren. Zo waren er afgelopen maandag 2 schrijvers in de uitzending en werden de biografie over Boudewijn Büch gepresenteerd en de biografie van wielrenner Thomas Dekker.

Interessant in deze discussies was de vraag: wat is waarheid. Beroepsfantast en schrijver Boudewijn Büch tegenover de wielrenner die eindelijk eens de waarheid wil vertellen. De cruciale rol van Frits Barend in dit geheel die tekeer gaat over de kleedkamergeheimen die de wielrenner Thomas Dekker verklapt, maar milder is in de teleurstelling van vrienden als ze erachter komen dat Boudewijn Büch zijn vrienden voorloog.

Ik kijk eigenlijk nooit naar boekenprogramma’s op televisie. Het stimuleert mij niet om een boek te gaan lezen. Al krijg ik van sommige fragmenten met schrijvers nooit genoeg. Dan draait het er vooral om als ze beginnen voor te lezen. Maarten Biesheuvels Brief aan zijn vader, is werkelijk prachtig. Het geeft dit verhaal extra dimensie als hij het zelf voorleest. Maar over het algemeen boeien mij de verhalen over het hoe en waarom van een boek wat minder.

Hoe zit dat bij jou? Heb jij een schrijversinterview dat je prachtig vindt? Of inspireren interviews op televisie met schrijvers je om een boek te gaan lezen? Je mag de vraag ook uitbreiden tot interviews in kranten of tijdschriften.

De vraag van vandaag is: Welk schrijversinterview heeft blijvend indruk op je gemaakt?

Ik ben benieuwd naar je antwoord.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

19 november 2016

Stoere piemels

img_20161106_143028.jpgDe verhalenbundel De stadsvogelaar van Jip Louwe Kooijmans is heerlijk om te lezen. Hij schrijft op een aanstekelijke manier over de vogels en mensen die hij tegenkomt. Tussendoor tokkelt hij graag op zijn gitaar. Het is een mooie combinatie: muziek maken en naar vogels kijken en luisteren.

Als de verteller op een dag in de supermarkt staat te wachten voor de kassa, komt er een heel aantrekkelijk liedje op zijn pad. Een peuter gaat pontificaal in de open ruimte voor de kassa’s staan:

Hij stak zijn handen in zijn zakken, duwde zijn kruis naar voren en begon luidkeels te zingen: stoere piemel, stoere piemel! Stoere piemel, stoere piemel! (68)

Hij zingt zo toonvast en in een staccato metrum dat het de verteller enthousiasmeert. Hij hoort er een leuk deuntje in voor een liedje. Hij snelt met de boodschappen naar huis, legt de gitaar op zijn knie en slaat het eerste akkoord aan:

Voor het raam hingen mantelmeeuwen roerloos in de wind. Zoals ze daar de dag hiervoor ook hingen en – mits het weer niet om zou slaan – morgen ook weer zouden hangen. Ik keek naar de meeuwen en ik keek naar mijn gitaar. Misschien is het niet de dag dat de wereld verandert, dacht ik bij mijzelf. (70)

Het is die heerlijke ontnuchtering van de vogels die je als lezer ook wakker maakt. De schoonheid van buiten is sterker dan de schoonheid van binnen dat je alleen maar stil kunt zijn.

Ik herken veel in die heerlijke verhalen van Jip Louwe Kooijmans. Hij weet het zo treffend uit te drukken, terwijl de vogels altijd aanwezig zijn. Ze vliegen hoog, vliegen laag of drijven. Maar ze zijn er. In alle verhalen.

Jip Louwe Kooijmans: De stadsvogelaar & andere verhalen. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt, 2016. ISBN: 978 94 6153 9182. 110 pagina’s. Prijs: € 12,95.Bestel

18 november 2016

Labyrint - #fietsvakantie

img_20160813_172359.jpgWe komen daar tussen Rijssen en Almelo in een labyrint terecht. De kronkelende weggetjes vormen een heus doolhof waarin we verzeild raken. Als we dan ook nog eens de bordjes in de steek laten omdat ik denk dat ik hier vroeger kwam met hardlopen, dan is het hek helemaal van de dam.

De kronkelweggetjes, de houtwallen. Ja alles lijkt opeens op elkaar. We passeren de Regge. Het is de grens van Twente met het Salland. Het Twentse volkslied, in keurig Nederlands overigens, bezingt Twente dat tussen de riviertjes de Regge en de Dinkel ligt.

De grensrivieren zijn een geografische aanduiding van het gebied waar vaak verwarring over heerst. Want ligt bijvoorbeeld Helledoorn in Twente? Alle Twentenaren lijken het precies te weten, maar als het vraagt, weten ze het niet exact te benoemen. Ik als buitenstaander, ben er nooit achtergekomen. Maar daar ben ik ook buitenstaander voor.

Hetzelfde gebeurt als ik vergeefs op mijn mobiel zoek hoe we moeten fietsen. Een man spreekt ons aan. Hij praat exact een beetje sterker Twents en vraagt of we Pokémons zoeken. Als we vertellen de weg naar Almelo te zoeken, wijst hij ons de weg. Voor we er erg in hebben komen we weer uit waar we een uur eerder pauze hielden.

We kiezen maar weer de route in nummers. Vanaf het kanaal nemen we de snellere weg naar de camping die we voor ogen hebben. De boerencamping bij Bentelo. Een plek waar ik al wil kamperen sinds ik erover schreef voor de krant waar ik toen werkte, de Twentsche Courant Tubantia. Zo fietsen we de laatste 10 kilometer van die dag evenwijdig aan de aftakking van het Twentekanaal naar Almelo. Op de plek van de t-splitsing staat de camping.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

15 november 2016

2 cirkels

img_20161114_081029.jpgOp de cover van de André Platteels roman Net veertien staan 2 cirkels. De rode en oranje cirkel doorcirkelen elkaar. Op dit vlak delen ze hetzelfde oppervlak. Dit beeld staat symbool voor de opbouw van André Platteels roman. Hij heeft het boek opgedeeld in 2 delen: Deel 1 Jonathan 1983 en Deel 2 Stefan 1991.

Het verhaal is opgebouwd uit de 2 verschillende vertellers van de roman, Jonathan in het eerste deel en zijn jongere broer Stefan in het tweede deel. In de roman wordt gespeeld met deze 2 vertellers. Ze vertellen het verhaal vanuit hun eigen perspectief, voegen nieuwe elementen eraan toe of laten juist dingen weg.

Het is als de 2 cirkels op de cover van het boek. De verhalen delen eenzelfde oppervlak, maar ze beslaan ook een eigen, uniek verhaal. Het zijn 2 verhalen vanuit het gezichtspunt van allebei de broers. Ze spelen ook allebei in hun 14e levensjaar. Beschrijft Jonathan de periode kort voor hij zijn moeder verliest, als hij net 14 is. Het verhaal van Stefan vertelt over de tumor die hem treft en het gevecht tegen de kanker die hij voert.

Hierbij worden de hoofdstukken afgewisseld met korte citaten, waarin de wanhoop spreekt. Zo opent het deel van Stefan met de volgende tekst:

Met dit verhaal ga ik de dood in.
Maar dan herschrijf ik het toch gewoon.
Maar kan dat het einde veranderen?

Het tweede deel laat dit ook doorschemeren, want is Stefan wel de verteller van dit verhaal? Het lijkt op alles dat Jonathan voor zichzelf dit schrijft uit naam van Stefan. In een poging zijn broer weer tot leven te wekken. Het einde is inderdaad niet te veranderen.

Daarmee krijgt Net veertien iets van een politieverslag. Ze delen dezelfde geschiedenis maar geven er toch een andere kijk op. De poging om het verhaal te herschrijven, mislukt jammerlijk. Want elke keer brengt het tot dezelfde afloop. Dat is de bijtende emotie van deze roman, zonder ook maar ergens emotioneel te worden.

André Platteel: Net veertien. Utrecht: Uitgeverij Magnolia, 2016. ISBN: 978 94 9224 1122. 220 pagina’s. Prijs: € 18,95. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Net veertien van André Platteel. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

14 november 2016

De stadsvogelaar

img_20161106_142957.jpgOver vogels kun je heel veel schrijven. Dat bewijst vogelliefhebber en gitarist Jip Louwe Kooijmans wel in zijn verhalenbundel De stadsvogelaar & andere verhalen. Het boekje met 40 vogelverhalen geven een mooi inkijkje in het leven van een stadsvogelaar.

Jip Louwe Kooijmans is heel openhartig over zijn liefde voor vogels, zijn gezinsleven en zijn gitaarspel. Langzaam geeft hij de lezer een inkijkje in het leven van vogels en hun bewonderaar in de stad. Hij voert in 40 verhalen de bijzondere vogels op die hij gezien heeft en hoe hij vervult raakt van de vogels in de stad.

Aan de hand van een vogel, zoals de boerenzwaluw, vertelt hij hoe zijn moeder het zolderraampje op een kier zet om de vogel in de nok van de zolder te laten broeden. Of dat meeuwen eigenlijk helden zijn in plaats van irritante vogels:

Meeuwen behoren tot de beste vliegers uit het dierenrijk en hebben geleerd om zich succesvol aan te passen aan een wereld die in toenemende mate gedomineerd wordt door mensen. (32)

De mens zou net zo leergierig moeten zijn als de meeuw, stelt Jip Louwe Kooijmans. Dan zouden mensen en meeuwen prima met elkaar kunenn samenleven in de stad. Alleen leren meeuwen sneller hun lessen dan mensen.

Hij schrijft met een grote liefde over de behendige kauwtjes die jongleren op de wind of de dodaars die hij in de haven van Amsterdam ziet. Het diertje haalt hem over om in de hoofdstad te gaan wonen. Een wereld vol vogels gaat voor hem open. Niet alleen alledaagse vogels, maar ook bijzondere exemplaren.

Jip Louwe Kooijmans weet zelfs van zijn hobby zijn beroep te maken. Als de functie van stadsvogelaar vrijkomt, sollicteert hij onmiddellijk. En met succes: hij wordt de eerste van Nederland! Sindsdien werkt hij aan een beschermingsprogramma voor stadsvogels.

Jip Louwe Kooijmans: De stadsvogelaar & andere verhalen. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt, 2016. ISBN: 978 94 6153 9182. 110 pagina’s. Prijs: € 12,95.Bestel

13 november 2016

Verliefd op een romanheld? - #50books vraag 46

img_20161113_091854.jpgGebeurt het vaak dat een personage je zo aanspreekt dat je er best wel eens verder mee zou willen kennismaken of misschien ? Ik kom ze niet zo vaak tegen, personages die mij laten wegdromen. Misschien is dat ook voorbehouden aan andere genres als het kasteelromannetje of doktersromannetje.

Er zijn zeker wel personages in boeken waar ik door geïnspireerd raak. Tegelijkertijd ergeren ze mij meer dan ooit. Ook ken ik niet zoveel vrouwelijke hoofdpersonen. Het lijken toch vooral mannen te zijn die een rol spelen in een boek. Maar dat terzijde. Ik heb ook mijn favorieten, maar het is ook best een beetje genant een romanheld leuker te vinden dan zomaar het verhaal.

Dat brengt mij bij de boekenvraag van deze week:
Met welk personage uit een roman of verhaal zou je best een beschuitje willen eten?

Misschien allemaal een beetje overtrokken. Daarom mag je de vraag ook iets algemener maken. Bijvoorbeeld welke romanheld heeft een onuitwisbare indruk op je achtergelaten?

Zoals elke week ben ik heel benieuwd naar jullie verhalen bij deze vraag.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.