29 april 2018

Regen, heel veel regen - Sientje (17)

Het is ontzettend gezellig om je teckel mee te nemen op je eerste vakantie samen. Meteen de ochtend na het afstuderen vertrokken we. De auto bij terugkeer naar mijn studentenkamer al gedeeltelijk ingepakt voor de volgende dag. Zo lagen de tent, matrasjes en het kampeergerei verspreid in kratten in Inges Toyota Starlet.

Een studiegenote gaf een prachtige cd voor het afstuderen. Het was het debuutalbum Bagagedrager van Spinvis. We namen de nummers de avond voor vertrek over op een bandje. Zo konden we onderweg naar deze muziek luisteren.

We waren de volgende ochtend vroeg uit de veren om de rest in te pakken. De bloemen die ik van mijn collega’s kreeg voor mijn afstuderen, gingen mee. Ze konden toch moeilijk in mijn kamer verwelken. De bos kreeg een plekje naast de opengeslagen bench van Sientje. Bovenop de weekendtassen en tent was een mooie plaats gereserveerd voor de teckel. Ze had mooi uitzicht en genoot van de wind die door het opengeklapte achterraampje naar binnen waaide. De vakantie begon nu echt.

We kwamen aan met prachtig weer, zetten de bloemen buiten, vlak naast de tent lieten we Sientje heerlijk rondsnuffelen. We kozen voor een afgelegen plekje bij de wei met koeien. Sientje keek met verbazing naar de dieren. We zetten haar goed vast met een speciale pin die we voor deze kampeergelegenheid hadden aangeschaft.

Het ding verankerde mooi in de Limburgse Lössbodem. Sientje nam een snelle aanloop in de richting van de grote koeien. Ze had niet in de gaten dat ze vast zat en duikelde over de kop toen de lijn zijn einde genaderd was. Ze schrok er zo van dat ze het niet meer gedaan heeft. Wel bleef ze gek op het boerenbont dat aan de andere kant van het hek net zo nieuwsgierig naar ons keek als wij naar hen.

Dat we een heel eind van de wc’s af zaten was wat minder, maar we vonden het een heerlijk rustig plekje. Sientje genoot van het gras en zat er het liefste de hele dag in. Dan legde ze zichzelf heerlijk neer naast de tent en keek rustig om zich heen. Ook kreeg ze geen genoeg van alle kampeergeurtjes in het gras. Ze snuffelde elke grasspriet af op zoek naar een stukje macaroni dat in het gras gevallen was bij het afgieten. Of het stukje vlees dat uit het braadpannetje was geraakt bij het omdraaien van het vlees.

Alleen sloeg het weer snel na onze aankomst flink om. Was het de eerste dag nog heerlijk warm, de volgende dag begon het te regenen. Het zou het begin betekenen van een periode met heel veel regen die precies in onze vakantie viel. 2 weken met ontberingen zouden volgen. Veel regen, heel veel regen.

Dat begon op de tweede dag. Ergens in de middag begon het te regenen en het hield in de dagen erna niet meer op. Drijfnat waren we. We hadden het koud en zochten een heenkomen in de dorpskroeg. Een deprimerende ruimte waar we terechtkonden voor een saté, maar waar de ongezelligheid overheerste. Sientje kroop onder ons bankje en probeerde weer enigszins op temperatuur te komen, maar het was koud.

Lees het vervolg: Teckel op stoom »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

22 april 2018

Kamperen met je teckel? - Sientje (16)

Kamperen met je teckel. Verstandig om te doen? We namen Sientje meteen mee op onze eerste vakantie samen. Niks hondenpension, gewoon gezellig bij ons op de camping.

Lekker romantisch. Niet alleen voor het eerst samen weg, maar ook op reis met de hond. Zou dat wel gaan met een teckel op vakantie? En hoe zou het gaan met ons samen in een tentje.

Ik wilde graag op vakantie met de tent. Inge was al jaren niet meer op vakantie geweest en kamperen . We kochten bij de Makro een tentje, matrassen en slaapzakken. Het kookpitje mochten we van mijn ouders lenen. Zo hoefden we niet alles duur aan te schaffen. Want stel je voor dat het tegenviel. Dan zou je al die uitgaven hebben en er slechts 1 vakantie van kunnen ‘genieten’.

Een jaar eerder fietste ik alleen op de fiets door Nederland. Ik had toen het fenomeen natuurkamping ontdekt. Dat wilde ik Inge ook laten zien. We zouden nu met de auto gaan en planden een camping in Vaals voor de eerste week. De tweede week hadden we gereserveerd in Limburg op een landgoedcamping. Voor de laatste week was het nog niet gelukt om iets te reserveren.

We zouden gaan ontdekken of kamperen ons wel beviel. Net als dat we leerden kamperen met een teckel. Sowieso leerden we hoe het is om met een hond op vakantie te gaan. Een 5 meter lange lijn maakten we waaraan Sientje rond kon lopen, vastgepind aan een grote schroef. Het beantwoordde aan de regel dat de hond aan de lijn moest.

Autorijden was ze al gewend. Net als wij. Bijna een jaar pendelden we al tussen Almelo en Leiden. Toch is Zuid-Limburg vanuit Leiden met een volle auto best een end. Ook omdat Inge alleen reed. Na die vakantie besloot ik rap om mijn rijbewijs te gaan halen.

En met een teckel op vakantie: 1 woord: geweldig! Het is ontzettend gezellig, al is het vaak ook passen in meten. Zeker bij een bezoek aan een stad en een museum. Dan is het wisselen wie naar binnen mag of heel lief een suppoost aankijken.

We hadden er nog niet zo over nagedacht en gingen het vooral ontdekken die eerste vakantie met z’n 3-tjes.

Lees het vervolg: Regen, heel veel regen »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

15 april 2018

Doctorandus - Sientje (15)

In mijn studentenkamer waren geen huisdieren toegestaan. Ik zou afstuderen op 28 juni 2002. Inge was overgekomen, had hiervoor zelfs vrij gekregen. De hond moest nu een groot deel van de middag in de kamer alleen blijven. We lieten haar in de bench zitten. Dat zou de rust moeten geven. We hoopten dat ze niet zou blaffen.

We lieten Sientje alleen en gingen een prachtige dag tegemoet. De grachten schitterden in de warme zomerzon. Ik droeg het grijze pak dat ik gekregen had voor dit soort gelegenheden. Het was niet strak uitgesneden en flubberde aan alle kanten. Ook gaf de grijze kleur mij iets grimmigs. In combinatie met mijn keurig geschoren uiterlijk begon een mooie dag. Een mijlpaal.

We verzamelden ons in de stad bij het café recht aan de overkant van het academiegebouw. Oma was mee, mijn ouders, broer, zus, een aantal vrienden en enkele collega’s. Later wachten in het academiegebouw zelf. Wat was dit spannend. Verder naar de zaal waar mijn docent mij toesprak. Ik wilde iets verbeteren, maar de hoogleraar greep in. Het was niet de bedoeling dat ik hier zou tegenspreken. Ik diende te luisteren.

Daarna een borrel in het café in de Doezastraat – tegenover de Mensa – en als bekroning van de dag pannenkoeken eten aan de Beestenmarkt. Ieder op eigen kosten zoals dat bij studenten gaat. Geld om iedereen te trakteren ontbrak. Aan het einde van de borrel kreeg ik van mijn collega’s een enorm boeket bloemen. ‘Maar ik ga de volgende dag met vakantie’, stuntelde ik. ‘Ach dan neem je die toch mee’, grinnikte mijn collega.

Zo kwamen we die avond thuis met een enorm boeket bloemen. Sientje was helemaal blij ons eindelijk weer te treffen. Ik liet haar gelijk uit. Droeg haar eerst de steile trap af naar beneden om haar te trakteren op een mooie wandeling. Een paar maanden eerder hadden Inge en een vriendin voor het raam gekeken en gelachen. Het zag er ook wel heel bespottelijk uit om mij te zien wachten tot de hond uitgepoept was en daarna het geschetene met de poepschep van de straat te scheppen.

Nu zag het er bespottelijk uit hoe een kersverse doctorandus keurig in pak daar zijn teckel uitliet. Een dag voor de vakantie. Morgen zouden we aan kamperen in Limburg. De kortgeleden bij de Makro aangeschafte tent lag al in de auto klaar om meegenomen te worden. De bos bloemen zou de volgende dag naast Sientje geschoven worden. Op de camping in Vaals kreeg het boeket een plekje in de emmer waarin we eigenlijk hoorden te plassen. Naast de tent kwam het boeket te staan. Het zag er niet uit, maar was erg origineel. Wie neemt er nou een bloemetje en een teckel mee op vakantie?

Lees het vervolg: Kamperen met je teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

08 april 2018

Teckel in studentenhuis mag dat wel? - Sientje (14)

Sientje woonde in Almelo bij Inge. Zij had een huisje met een tuintje. In de tijd dat we Sientje kregen, woonde ik nog in mijn Leidse studentenkamer aan de Lage Rijndijk.

Mijn kamer bevond zich op de eerste etage aan de voorzijde. Ik had de meest in het oog springende kamer van het huis door de iets naar buiten stekende erker. De ramen gingen open met een ingenieus mechaniek van katrollen en gewichten in het kozijn.

Onder mijn kamer bevond zich een grote opslag. In de jaren dat ik er woonde was er in elk geval een kringloopwinkel gehuisvest en later vormde de ruimte het magazijn van een schildersbedrijf. Elke ochtend stegen de terpentine, thinner en andere oplosmiddelen omhoog door de houten vloer. Ik begon de dag zo altijd enigszins bedwelmd en high.

Zachte spons

Inge kwam af en toe logeren in de weekenden dat ik werkte. Speciaal voor die logeerpartijtjes had ik een oud slaapbankje voor 100 gulden bij de kringloopwinkel op de kop getikt. Het was een slecht, versleten ding. Maar met een extra door midden gezaagd oud matras van Inge ging het best. Het sliep heerlijk in de zachte spons die we hadden gemaakt.

Soms ging ik met Inge en Sientje mee terug naar Almelo als de laatste dienst erop zat. Andere keren kwamen vrienden even langswippen. Inge nam bij die bezoeken Sientje mee. Ze kreeg het beest niet alleen de trap op. De steile trap maakte het voor haar onmogelijk om ook nog een hond in de arm te houden. Ze was met haar hoogtevrees veel te veel bezig om omhoog of omlaag te komen.

Daarom droeg ik de hond altijd aan het begin of einde van mijn werk bij de dak- en thuislozen de trap af en op. Gelukkig waren de diensten daar kort genoeg voor. Ik werkte dicht genoeg bij huis voor Sientjes blaas. Ik liep nooit grote rondjes in de buurt. Het was er niet zo hondvriendelijk, over de brug aan de achterzijde van het huis, was een klein stukje industrieterrein met gras. Verder liep ik de Sumatrastraat in, maar daar viel nog minder groens te besnuffelen.

Hoge laarsjes

Een studiegenote van mij kwam een keer op bezoek en droeg hoge laarsjes. Ze stapte de kamer binnen. Sientje ging voor haar staan en blafte zich een ongeluk. Ze hield niet zo van die laarsjes. Zelfs nadat mijn studiegenote ging zitten, bleef Sientje onrustig. Daarom liep ik maar even een rondje met het hondje voor de avondplas. Ik droeg haar onder mijn arm de trap af naar beneden.

Buitengekomen stonden mijn studiegenote en Inge te kijken hoe ik Sientje aan het uitlaten was. Ze moesten erom lachen hoe ik daar stond met die teckel en in mijn vrije hand de poepschep. Het uitlaten van een teckel heeft natuurlijk iets komisch. Zo’n langgerekte hond, kort op de pootjes naast zo’n rechtopgaande mens.

Teckelgang

Teckels hebben altijd een grappig loopje zeker als de tussen stap en draf vooruit komen. Het lijkt misschien het meeste op een tussengang, waarbij de achterpootjes ogenschijnlijk onhandig door de lucht zwaaien.

Sientje kon erg goed sprinten. Ze zette zich dan af met de achterpoten en trok de voorpoten daarna effectief naar achteren. Ze bereikte er hoge snelheden mee waarbij haar oren flapperden in de door de snelheid veroorzaakte wind.

Steile trap

De trap liep steil naar beneden en onderaan waren de treden ook nog eens in een heel onhandige kromming gemaakt. Geen ideale trap om over te lopen. Ik was het niet anders gewend. We wilden Sientje niet leren traplopen en Inge vond het maar een eng ding. De smalle gangen boven waren bedekt met afgesleten linoleum. Sientje struinde daar op momenten dat wij bezig waren in de keuken gewoon rond tussen de kamer voor en het smalle keukentje helemaal achterin het pand.

Om van de keuken in de kamer te komen moest je door de smalle gang naar voren lopen, met een lichte knik het stukje hal pakken tussen toilet en trap en daarna de nis induiken naar de deur van mijn kamer.

Sientje ontdekte al heel snel dat je deze route snel kon pakken. Ze holde door het smalle gangetje, nam de strakke bocht bij het toilet om de nis in te sprinten van mijn kamer. Het dier liep met een noodgang door de gang. Wij waren allebei in de keuken met een pan eten toen we haar vooruit stuurden naar de kamer. We zagen het niet, maar hoorden de nagels krassen op het afgesleten linoleum. Er klonk een enorm gekras, ze wist ternauwernood de kamer te bereiken.

Levensgevaarlijke manoeuvre

Ik besefte pas later dat ze in die bocht een levensgevaarlijke manoeuvre uitvoerde op weg naar mijn studentenkamer. Ze had zo de bocht uit kunnen vliegen en zou zich dan in het trapgat hebben gelanceerd. Met alle verschrikkelijke gevolgen. Zonder twijfel zou ze met haar snelheid en de val 3 meter lager, haar nek en rug hebben gebroken. Je moet er niet aan denken. Je begrijpt wel dat we na die krabbelactie voorzichtiger waren geworden. We lieten Sientje nu alleen onder begeleiding door de gang lopen.

Een andere keer stormde ze na de meer dan 2 uur durende autorit uit Almelo mijn kamer binnen. Ze sprong met een enorme vaart het slaapbankje op en stopte precies op tijd op enkele centimeters van het raam. Ook daar zou een ongelukkige beweging fatale gevolgen hebben gehad. Het dunne enkelglas in het erkertje van mijn kamer zou weinig hebben tegengehouden.

Grootste verhuisbus

Nog geen 11 maanden nadat we elkaar voor het eerst hadden leren kennen via internet, verhuisde ik naar Almelo. Te gevaarlijk voor een hond was dat studentenkamertje. Bovendien verlangde ik altijd als ik in dat kamertje zat, naar mijn lief en ons schattige hondje in Almelo. Zodoende gebeurde het dat ik een halfjaar na onze eerste gezamenlijke aankoop met de grootste bus die je met een B-rijbewijs mocht besturen naar Almelo verhuisde.

Bij de verhuizing bleef Sientje thuis. Mijn kersverse (oud-)collega Mo hielp met sjouwen en droeg zo mijn enorme Mannborg-harmonium naar beneden. Van die trap waar niet alleen teckels de kans liepen hun rug of nek te breken, maar ook verhuizers. Hij droeg het muziekinstrument manshandig op zijn rechterschouder naar beneden.

Met bewondering en ontzag zag ik hoe zijn rug het instrument droeg en zijn schouder meestuurde. Wat een gewicht en wat een kracht. Beneden mocht ik het ding de verhuiswagen in tillen. Het zware gevaar gevaarte dat ik een paar jaar eerder naar boven had gesjouwd met twee vrienden. Ik had plechtig moeten beloven nooit meer zoiets te kopen en voorlopig niet meer te verhuizen. Maar dit was iets heel anders natuurlijk.

Lees het vervolg Doctorandus »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

01 april 2018

Ons teckeltje verandert in een hongerige wolf - Sientje (13)

We gaven Sientje netjes haar eten en verder niets extra’s. Af en toe kreeg ze een botje. Daar was ze gek op. Dat wisten we al toen we haar ophaalden. Voor het eerst liepen we met Sientje aan de lijn door de tuin van de vorige eigenaar.

Bij de perenboom trok ze heel erg aan de lijn en wilde niet mee. ‘Dat komt omdat daar een botje ligt’, verklaarde de vorige eigenaar. Hij trok haar weg bij het enige strookje groen in de achtertuin.

Ik was in die tijd verslaafd aan stroopwafels. Ik at ze als enige thuis, daarom stond op het tafeltje naast waar ik op de bank zat, het pak met stroopwafels. Bij het drinken van een kopje koffie nam ik dan mijn geliefde shot in de vorm van een stroopwafel. Sientje liet het pak onaangeroerd. Zelfs als we weg waren, stonden daar die stroopwafels. Bij terugkomst wachtte het pak nog netjes op mij en nam ik een stroopwafel bij het kopje koffie.

Later dachten we met smart terug aan deze tijd, waarbij al het eten gewoon kon staan waar het stond. Geen teckel die loerde op iets eetbaars en bij ontdekking het eten direct in een verleden tijdsvorm omzette. Waar ligt de verandering?

We bezochten vrienden in Wormerveer. Daar aangekomen kreeg Sientje ook stukjes kaas en worst van de omstanders, net als de hond van het huis. Ons teckeltje kreeg meer te eten dan ze normaal kreeg in de vorm van de bak met brokken.

Dat was op een zondag. De volgende dag ging ik weer naar Leiden om te gaan werken. ’s Avonds aan de telefoon hoorde ik wat er was voorgevallen. Inge kwam thuis en trof een buitengewoon slome hond aan. Ze lag helemaal stil op de vloer. Alleen het staartje bewoog traag op en neer. Ze lag op haar zij met een hele dikke buik.

Inge ging op onderzoek uit en zag dat het hele pak stroopwafels op het tafeltje aan mijn kant van de bank weg was. Het inpakplastic lag zorgvuldig op de grond naast Sientje. Net als het metalen lipje waarmee de stroopwafels waren afgesloten.

Pas veel later die dag kwam de teckel in beweging. Ze kreeg die dag en de daarop volgende uiteraard geen eten meer. We merkten snel dat ze na de worst en kaas bij die vrienden obsessief speurde naar eten. Als ze de kans kreeg snaaide ze ergens wat. Wij gaven haar niks, maar het hielp niets. Als ik opstond van mijn plaats, moest ik altijd goed kijken of er niets te eten lag. Anders was het bij terugkomst verdwenen. De honger naar eten verergerde toen de dierenarts haar op een dieet zette. Ze was veel te dik geworden vond hij.

Zij vond van niet. Hongerig struinde ze door het huis. Dan wierp de hongerig wolf in teckelformaat de vuilnisbak om, sleurde alles wat eetbaar was naar het witte wollen kleed dat midden in de kamer lag. Zo hebben we de prachtige rode kleuren van tomaat en paprika in het kleed teruggezien. Zo heeft Sientje de gevonden en verslonden macaronieschotel blijvend in het kleed vastgelegd.

Help!

Lees het vervolg: Teckel in studentenhuis, mag dat wel? »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

25 maart 2018

Van wie is die leuke teckel? - Sientje (12)

Met onze teckel Sientje hadden we een enorme pluizenbol in huis gehaald. Haar verblijf in het stro van de schuur gaf haar nog meer een muf en stoffig aanzien. Ze stonk verschrikkelijk terwijl ze door onze kamer liep. Onwennig gaf de vloerbedekking zachtjes terug. Het klonk heel komisch hoe ons nieuwe hondje haar voorzichtige stapjes in huis zette. Elke hoek inspecterend, ruikend alle nieuwe geuren. Daarna stapte ze steeds zekerder rond tot ze alles overnam en bij ons op de bank kroop.

De maandag na de aankoop ging ik met Sientje naar de dierenarts. Hij legde mij met klem op voorlopig niks met haar uit te halen. Niet wassen of trimmen. Even geen grote veranderingen. Ze was al gestresst genoeg. De stress uitte zich in het niet-blaffen. Ze liep zwijgzaam rond. Liet alles over zich heenkomen. We mochten haar oppakken, vasthouden en aaien, maar ze genoot er absoluut niet van. Alles liet ze gebeuren.

Tactiek

De tactiek was duidelijk: als ik nu maar gewoon alles met me laat doen, dan gaat het vanzelf wel over. Ze werkte niet tegen maar vooral niet mee. Als jij dat wil doen, vind ik best. Ik werk alleen niet mee. Het was haar manier om zo weerstand te kunnen bieden tegen vervelende dingen.

Daarom wachtten we eerst enkele weken op een trimbeurt. Eerst probeerden we haar nog voorzichtig te kammen, maar er was geen doorkomen aan in die ragebol van haren die zich om haar lijf had gevormd. Het leek steeds harder te gaan, dus we gingen op zoek naar een trimmer. We sloegen een Gouden gids open, in die tijd de manier om aan adresjes te komen die je zocht.

Trimsalon

We kwamen uit bij een trimsalon verderop aan de Bornsestraat. Het was een aardig eindje voorbij de dierenarts die aan dezelfde straat zat. Iets voor de Chinees aan de brede straat, waar de auto’s in een onophoudelijke stroom raasden. Het was een heel gehannes om het dier daar uit de auto te krijgen. Ik bracht haar die morgen. Inge zou haar weer ophalen, want ik moest werken in Leiden.

Trimster Jeannette was een heel aardige dame. Iemand die duidelijk van honden hield. Iemand van het soort die haar hondjes op alle mogelijke manier vertroetelt en verwent. Ze keek vol bewondering naar de grote teckel waarmee ik binnenkwam. ‘Wat leuk’, zei ze. ‘Mijn hulpje heeft ook een ruwhaar teckel. Maar deze is veel groter.’

Ze ging meteen aan de slag met Sientje. Druk in de weer om het dier weer een beetje aantoonbaar te plukken. Met een beetje weemoed liet ik haar erachter. Straks moest ik de trein in. Inge zou haar later ophalen. Wat zou ze aantreffen? En hoe zou Sientje zich gedragen. Hond zonder opvoeding.

Inge haalde Sientje aan het eind van de middag op als ze uit haar werk kwam. Ik was op dat moment druk aan het werk in Leiden. Inge kwam binnen en keek naar de honden die er op hun baasje wachtten. Er zaten 2 teckels. Goh, wat een leuke teckel is dat, dacht ze bij het hondje dat heel enthousiast stond te kwispelen. ‘Maar dat is Sientje niet’, zei ze toen Jeannette haar die leuke teckel wilde meegeven. Het was haar wel, maar compleet anders.

Kale hond

Toen ik weer terug was, keek ik met verbazing naar de kale hond die door ons huis liep. Ik kon niet geloven dat het Sientje was. Maar dan zag ik dat ze op precies dezelfde manier over de vloer struinde. De poten tjipten over de vloerbedekking die zachtjes teruggaf bij elke stap die ze zette. Wat een beest was het geworden, met een kaal staartje. Het deed zeer als ze tegen je been stond mepte met die staart. Om haar nek hing een lapje van een boerenzakdoek. Wat zag het er geweldig uit die kale teckel.

D’r kop was nog wel iets teveel als een schnauzer geknipt, met te lange plukken naar beneden waardoor haar blik iets te streng was. Maar Jeannette maakte een zorgvuldige studie naar de tekening van ruwhaar teckels. Zo ontstond er meer en meer een mooie standaard ruwhaar teckel.

Steeds mooiere hond

Sientje werd een steeds mooiere hond, met een sprekend uiterlijk. Zo mooi dat de trimster vroeg waar we haar vandaan hadden. We wilden het adres niet geven, want die man verdient het niet om teckels te verkopen. Een klein jaar later liep er ook een klein teckeltje rond bij Jeannette. Ze was ook aangestoken door het teckelvirus. Daar hebben wij een beetje aan mogen bijgedragen door Sientje mee te nemen en door haar te laten trimmen.

Lees het vervolg: Ons teckeltje verandert in een hongerige wolf »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

20 maart 2018

Overspannen kerkorgel

In haar roman Triomf maakt de verteller mooie vergelijkingen. Zo barst de taal soms uit zijn voegen in de heerlijke vergelijkingen.

Een treffende vergelijking is bijvoorbeeld als Treppie helemaal hypo van de drank zich laat gaan. Hij kan alleen maar ratelen en lijkt zich geen moment stil te kunnen houden.

Maar toen moesten ze de hele weg nog nar Treppies onzin luisteren, want hij was helemaal opgefokt, hij praatte als een overspannen kerkorgel. Over alles wat hij in die boeken ‘alleen voor volwassenen’ had gelezen. Hij zei dat het er wemelde van de ‘schaamdelen’, maar dan wel in het Latijns, want in dat boek ging het alleen over professoren, studenten en van dat spul. (190)

Treppie slaat helemaal op hol in zijn gepraat over seks en jut daarmee de oversekste Lambert op. Hij heeft hem aan het begin van de roman een hoer toegezegd voor zijn 40e verjaardag.

Door deze belofte gedreven, vervolgt de roman het verhaal van de bijzondere familie Benades. Ze wonen in de wijk Triomf, waarvoor een zwarte wijk moest wijken. Daarmee weet Marlene van Niekerk een treffend familieportret neer te zetten. Waarvan de uitkomst de wel te verwachten is, maar die toch verrast.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel

18 maart 2018

Oorlog met teckel om de bank - Sientje (11)

Meteen nadat onze teckel Sientje in huis kwam, stelden we de eerste regel: geen hond op de bank. Een hond op de bank was smerig, vonden we. Daarom wilden we onder geen beding een hond op de bank zien. De hond uit mijn jeugd had nooit op de bank gemogen. Ik wilde het niet. Zo’n hond die op je plek zit.

Om te voorkomen dat als wij weg waren, Sientje lekker op de bank zou gaan liggen, bouwden we allerlei stellages op de bank. Een paar kratten, dozen, een omgekeerde kruk en allerlei andere middelen werden ingezet om te voorkomen dat Sientje zich een plekje op de bank zou toe-eigenen als wij niet aanwezig waren.

De stellage werd elke keer verder uitgebreid. We ontdekten dat ze steeds wel een manier vond om op de bank te kruipen. Zo waren we elke keer voordat we weggingen bezig een heel kasteel aan te leggen op en rond de bank. Zo probeerden wij te verhinderen dat Sientje zich een plekje op onze bank vond tijdens onze afwezigheid.

Het had weinig zin. Vaak kwamen we thuis en zagen haar liggen. Op een dag waren we thuisgekomen, de bank hadden we kasteel gelaten en we waren gelijk aan de slag gegaan. Inge was aan het koken, ik liet de hond uit en ging bij terugkomst nog wat dingetjes doen.

Over de kook

Het koken verliep niet zoals gepland. Er zat niet genoeg water in de pan en de zuurkool brandde aan. Inge tierde en schold. Ze liep de kamer in en er klonk een enorm gebrul. Ik dacht dat ze helemaal in tranen was uitgebarsten en rende naar haar toe. ‘Wat is er aan de hand.’ Ze lachte. ‘Moet je kijken.’ Sientje lag kwispelend op de bank en keek vanuit een krat ons aan.

Het verzet zag er zo aandoenlijk uit, dat we de strijd opgaven. We hebben verloren, zeiden we tegen elkaar. Vanaf die dag lieten we de bank gewoon zonder obstakels achter. Ook mocht ze lekker tegen ons aankruipen. De bank veranderde in een mand. Net als de stoel waarin de schone was lag die nog gestreken moest worden.

Schone was

Ze sprong op de stoel en nestelde zich heerlijk in de schone was. Met haar pootjes schikte ze de was tot een aangename kuil. Net als in de tijd dat ze het stro in haar Goorse hok schikte tot een warm nestje. Geen groter plezier voor Sientje dan de schone was in het weekend.

Lees het vervolg: Van wie is die leuke teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

11 maart 2018

Een teckel die niet blaft? - Sientje (10)

‘Heb jij Sientje al eens horen blaffen?’ vroeg ik aan Inge. We hadden onze teckel Sientje nog maar een paar dagen. Ze sjokte al een aardig pootje door het huis. Het werd steeds meer haar domein, maar ze had nog nooit een blaf laten horen. Zou ze wel kunnen blaffen?

Nee, Inge had ook niks gehoord. Het dier was muisstil. Ze at keurig de brokken op. Van de ene op de andere dag waren we op ander voer overgegaan. Volgens de dierenwinkel was het prima voer voor die prijs. De stank van Fokker Plus konden we niet verdragen. Dit nieuwe – uiteraard duurdere – voer weerde meteen de ergste hondengeurtjes uit ons huis.

Kan ze wel blaffen

‘Zou ze wel blaffen?’ vroeg Inge. Ik had geen idee. We leefden alweer een tijdje met het dier en we vertelden langzaam iedereen over onze aankoop. We werden met grote ogen aangekeken. Het was een grote stap, vond iedereen. In het huwelijksbootje stappen was een kleinere. Een collega had mij met medelijden aangekeken. ‘Man’, had hij verbaasd uitgeroepen. ‘De volgende stap is een kind.’

Ik zag het niet zo. En als het wel zo was, vond ik het eigenlijk helemaal niet zo erg. Ik had alweer gewerkt en was naar Leiden vertrokken voor een paar dagen. Het ontbreken van de hond, vond ik meteen al een gemis. Sientje was ook van mij. Voor de helft. Ik had 100 euro van de 200 betaald. Het bezoek aan de dierenarts was ook keurig door de helft gegaan. We waren zelfs een kasboek gaan bijhouden.

Op woensdagmiddag was Inge met het dier naar het Nijreesbos gegaan. Ze was er een stukje het bos ingelopen. Sientje achter haar aan. Het dier was dit soort zware tochten helemaal niet gewend. Keurig volgde ze. Zwijgend en hijgend. Het dier liep netjes om de modderplas midden op het pad heen. Op de terugweg, kwamen een paar tegenliggers tegemoet. Sientje was bekaf en stapte zonder nadenken in de diepe modderpoel. De pootjes zogen zich vast en er klonk een zoenend geluid van een hond die zich losmaakte uit de modder.

Vieze teckel

Inge nam een heel vieze teckel mee naar huis. De hele kofferbak van de auto was een modderbende geworden. Thuisgekomen had ze de hond – tegen het advies van de dierenarts in – onder de douche gedaan. De douche zou veel te veel stress geven en die had Sientje nu even genoeg. Sientje had geschud en probeerde de warme straal te voorkomen. Geen grotere verandering dan van een hok in de schuur naar een mand in de warme huiskamer. De modderactie had ons wel vooruit geholpen: Van de muffe strolucht en vieze walm waren we vanaf dat moment verlost. Geholpen door het veel betere voer.

Ik begroette een paar dagen later weer helemaal blij mijn 2 dames. Sientje had ook gekwispeld, maar bleef verder muisstil. Een paar dagen later kwam de eerste visite langs. Een vriendin van Inge bracht even een bezoekje om het nieuwe hondje te zien. Ze had haar eigen hond maar even niet meegenomen.

Ze kwam binnen, hing haar jas op en kwam de kamer in. De hond rook onwennig aan haar. Sientje wist er zogezegd weinig raad mee. Totdat Ingeborg wilde vertrekken. Ze liep naar de gang om haar jas aan te trekken. Sientje stormde op haar af en begon te blaffen. Ze wilde het duidelijk niet. Wij riepen verbaasd en blij: ‘Ze blaft, ze blaft.’

Blaffen met de jas aan

Inderdaad blafte ze. Vanaf dat moment werd de jas voor Sien het signaal om te gaan blaffen. Iemand die binnenkwam met de jas aan, moest deze zo snel mogelijk uittrekken. Niet aanhouden. Mijn schoonmoeder moest er al snel aan geloven. Ze hield haar jas aan bij binnenkomst. Moeder wipte even langs en wilde dan ook weer zo gaan. Maar dat mocht niet. Jas uit, anders kalmeerde ze niet. Daarom kreeg ze een hap – per ongeluk – tussen het blaffen door. Sientje schrok er zelf ook van.

De blaf ontwikkelde zich tot een apparaat dat gelijk afging met de deurbel of het vertrek van bezoek. Blaffen was vooral uit angst. Angst voor het onbekende. Wat zou er ging gebeuren? Ze wist niet wat mens en dier gingen doen.

En op bezoek bij mijn ouders kon ze de bel van van de hangklok niet verdragen. Bij elke tingel om het halve uur en het aantal uren getingeld om het hele uur, blafte ze woest om zich heen. Die klok, dat mocht niet. Een bezoek aan mijn ouders werd zo elk halfuur opgeluisterd met een fraai staaltje blaffen.

Rothond

Zo kende mijn oma Sientje. Een keffertje noemde ze de hond. Ze kon het dier niet uitstaan. Totdat Sientje een keer bij wijze van hoge uitzondering bij mijn ouders op de bank mocht. Ze lag daar heerlijk te kroelen naast oma. Vanaf die dag veranderde de ‘rothond’ in een ‘lief beest’.

Lees het vervolg: Oorlog om de bank »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

09 maart 2018

Triomf

De naam van de nieuwe woonwijk in Johannesburg is Triomf. Gebouwd op de puinhopen van de gesloopte wijk waar de zwarte medemens woonde en verdreven is. Zo begint de roman met dezelfde naam van Marlene van Niekerk. Een vuistdikke roman over de arme, blanke bewoners van het nieuwe Zuid-Afrika.

Het is 1994, het jaar waarin de eerste verkiezingen zijn waarbij heel Zuid-Afrika naar de stembus mag. De familie Benades wordt omringd door andere arme Afrikaanders. Ze krijgen bezoek van de NP die proberen stemmen te ontfutselen. Ook de Jehovagetuigen vallen de familie lastig.

Het draait om de verjaardag van Lambert. Hij wordt binnenkort 40 jaar en hij is zwakbegaafd. Zijn moeder Mol en zijn vader Pop wonen in hetzelfde huis, net als zijn oom en broer van Pop, Treppie. Het levert een bond geheel op in huis, waarbij de aanvallen van Lambert het huis geregeld in een ruïne veranderen.

Het boek leest als een soapserie. Elk hoofdstuk is een op zichzelf staand verhaal waarbij de personages over elkaar buitelen en het huis regelmatig als in chaos verandert. De familie houdt nogal van een glaasje en het verwoest hun levens. Lamberts gezondheid balanceert onder invloed van de drank geregeld op het randje. Hij krijgt er epileptische aanvallen van, maar hij kan soms ook door woede verblind enorme schade aanrichten.

Zoals als de buren barbecueën en Lambert opgeruid door een opmerking van de buurvrouw spontaan het gras gaat maaien. Ook als is het laat op de avond. Alleen maar om hun van streek te maken, dwingt hij met zijn krachtige lichaam zijn moeder om het gras te maaien:

Als hij de zitkamer binnenkomt schreeuwt hij zo hard dat de ruiten ervan trillen: ‘Hé, ma, kom op, we gaan gras maaien! Het gras is te lang!’
Hij trekt de machine tot in het midden van de zitkamer. Hij bukt zich, stompt Pops knieën uit elkaar en sleept zijn gereedschapskist onder Pops stoel uit. Hij moet de benzineknop op ‘open’ afstellen. Het hendeltje is afgebroken. Nu moet hij het stompje dat is overgebleven met een tangetje in beweging brengen. Hij kan het kleine tangetje niet vinden. Hij vindt die klotetang niet in zijn kist. Met één beweging keert hij de hele kist ‘kaboem!’om op de blokjesvloer. Pop komt langzaam overeind uit zijn stoel. Hij tast in de lucht in Mols richting. Zij staat daar allang. (107/108)

Natuurlijk krijgt het voor elkaar dat zijn moeder het gras gaat maaien, met haar dronken kop.

De beschrijvingen van Marlene van Niekerk geven een inkijkje in een familie aan de onderkant van de blanke Zuid-Afrikaanse samenleving. De familie Benades vindt zich wel beter dan hun donkere medemens, tegelijkertijd worden ze door hun blanke medebroeders genadeloos in de steek gelaten. Het geeft ze een lastige positie. En De verteller weet dit buitengewoon treffend neer te zetten.

Marlene van Niekerks roman bevat een buitengewone levendigheid. In uitermate treffende beelden weet ze het verhaal voor je te laten afspelen. De beroerde staat van het huis, de trieste inrichting, de brievenbus die meer op de grond ligt dan aan het hek vastzit, de hondjes Gerty en Toby die meer aandacht krijgen dan hun medemensen en de vetes tussen de 2 broers Treppie en Pop. Het lijkt wel of het verhaal voortdurend in een spagaat tussen de personages ligt.

Het geeft de roman zijn kracht en spanning. Want je wilt weten hoe het met deze familie afloopt. Al weet je het ergens ook wel dat het bezoek van de hoer aan Lambert op een fiasco uitloopt. Alleen wil je weten wat voor een fiasco het is. Een spanning die de verteller krachtig weet vast te houden en je als lezer tot de laatste bladzijde aan het boek geklemd houdt.

Daarmee is Triomf van Marlene van Niekerk een prachtig boek. Het geeft een beeld van het Zuid-Afrika op de rand naar het nieuwe, vrije land waarbij alle bewoners evenveel te zeggen hebben. Het laat ook iets zien van de angst onder de verschillende bevolkingsgroepen. Angst voor elkaar en hun situatie. De grimmige stad Johannesburg tegen welk decor het verhaal geschreven is, doet de rest.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel