Misschien dat hij net zo onverschillig doet als hij hem eindelijk krijgt. Harry Mulisch heeft de felbegeerde Nobelprijs voor de literatuur weer niet gekregen. Of het erg is, weet ik niet. Ik denk dat de journaille ieder jaar meer teleurgesteld is dan Mulisch. Of ze zijn juist blij: kunnen ze hem weer bellen waarom hij het weer niet is geworden.
Wie het wel geworden is: Doris Lessing. De 86-jarige Britse schrijfster die mooie boeken heeft geschreven. Ze worden weleens feministisch genoemd, maar dat vind ik wat overdreven. Ze spreekt me best wel aan en ik heb zelfs een paar boeken van haar boven op zolder in dozen staan. Niet dat de boeken te oninteressant zijn om niet in de kast te staan, maar meer omdat de bibliotheek op de zolder nog niet klaar is. Daarom kan ik met geen mogelijkheid de boektitels uit mijn geheugen grissen van de boeken die ik heb. Ik weet alleen dat het er twee zijn, met heel groot Doris Lessing op de zijkant. Ik meen dat (een deel van) haar autobiografie, vertaald als Onder mijn huid tot mijn boekbezit hoort. Misschien ook wel het tweede deel In de schaduw, maar dat weet ik minder zeker. En ik kan het niet checken, omdat de dozen ver buiten mijn bereik liggen. Eerlijk gezegd heb ik meer over haar gelezen dan van haar.
Dat is eigenlijk wat er altijd gebeurt met een Nobelprijswinnaar. Je bent heel blij dat hij het geworden is, of je hoort voor het eerst een onbekende naam. Je neemt je voor om de boeken van hem of haar te lezen, omdat je wilt weten of het terecht is dat hij die prijs heeft gekregen. Van Günter Grass (1999) kende ik al wel, maar had slechts marginaal gelezen. Ik kocht gelijk een partij boeken van hem in, maar ze zijn nog ongelezen. V.S. Naipaul (2001) had ik al wel gelezen, maar ik wilde toch echt veel meer van hem lezen, dus ook hiervan verscheen een nieuw stapeltje in huis. Elfriede Jelinek (2004) bleef beperkt tot een voornemen en aan Harold Pinter en Orhan Pamuk ben ik niet verder gekomen dan een 'O, ja? Leuk'-gedachte. Alleen J.M. Coetzee (2004) ben ik juist gaan lezen, maar hij is de enige bij wie de Nobelprijs voor mij gewerkt heeft.
Dan kun je beter Harry Mulisch zijn die dan net tachtig is geworden, maar voor wie zes schrijvers een novelle schreven, gebaseerd op zijn oeuvre. Toch heeft Doris Lessing wel een speciaal plekje in mijn hart. Als mensen verbaasd kijken als ik de naam van mijn dochter uitspreek, dan zeg ik altijd: 'Ja, van Doris Day. En van Doris Lessing, een hele goede schrijfster.' Een beter voorbeeld van een vrouw met die naam kun je niet geven.
11 oktober 2007
10 oktober 2007
Verdriet in Goor
Een immens plein waarop alle 13.000 Gorenaren moeten kunnen zitten, maar waar genoeg ruimte is om op te parkeren. Meer is de Höfte niet, vindt Wim de Bie op zijn Bieslog. Een oerlelijk nieuw stadhuis omhelst het plein. Veel meer dan een Blokker en een Scapino kan De Bie niet bespeuren nadat hij via de onder doorgang van het ultramoderne stadhuis de Groote straat heeft bereikt.
De Bie bezoekt Goor omdat hij nieuwsgierig is geworden. Een paar dagen eerder bezocht Martin Bril het Twentse gat en hij constateert: In Goor is niets. Op de Höfte eet hij een broodje haring bij het enige vertier op het grote plein: Vishandel Verdriet. De Bie is het oneens met Martin Bril, maar hij constateert pas thuis wat Goor heeft. Goor is de geboorteplaats van Bert Haanstra, Rutger Kopland en Tommy Wierenga. Daarom is het een belangrijkere plaats dan Martin Bril wil suggereren.
Beide heren vergeten het allerbelangrijkste van Goor: het Schoolfeest. Jaarlijks wordt eind juni een grote tent op het plein gezet. Daarom is het plein zo groot. Dat het gemeentehuis daar staat, is een gunst van de Goorse bevolking. Het is namelijk hun Schoolfeestplein. Het hele jaar door kunnen er auto's op parkeren of 13.000 Gorenaren op zitten, maar het plein is voor het Schoolfeest. Dat is het enige doel van dat plein.
De Bie en Bril hadden met deze wijsheid echt uit kunnen pakken. De grond is in 1938 door het echtpaar Jannink aan de Goorse bevolking geschonken en is eigendom van de gemeente. Wel is er één belangrijke voorwaarde: de weide moet blijven zoals het is, een plek voor het schoolfeest en andere evenementen. Daarom is het ultramoderne gemeentehuis van een ingewikkelde gang voorzien die doorgang kan bieden aan de bierwagen met het Schoolfeest. Het Schoolfeestbestuur beheert de grond en ging alleen akkoord met de definitieve aantasting van de weide als de aanlevering van bier gegarandeerd was.
Het heeft toch voordeel om een jaar verslaggever geweest te zijn in Goor, dan weet je meer dan Wim de Bie en Martin Bril samen! Over pretentie gesproken...
De Bie bezoekt Goor omdat hij nieuwsgierig is geworden. Een paar dagen eerder bezocht Martin Bril het Twentse gat en hij constateert: In Goor is niets. Op de Höfte eet hij een broodje haring bij het enige vertier op het grote plein: Vishandel Verdriet. De Bie is het oneens met Martin Bril, maar hij constateert pas thuis wat Goor heeft. Goor is de geboorteplaats van Bert Haanstra, Rutger Kopland en Tommy Wierenga. Daarom is het een belangrijkere plaats dan Martin Bril wil suggereren.
Beide heren vergeten het allerbelangrijkste van Goor: het Schoolfeest. Jaarlijks wordt eind juni een grote tent op het plein gezet. Daarom is het plein zo groot. Dat het gemeentehuis daar staat, is een gunst van de Goorse bevolking. Het is namelijk hun Schoolfeestplein. Het hele jaar door kunnen er auto's op parkeren of 13.000 Gorenaren op zitten, maar het plein is voor het Schoolfeest. Dat is het enige doel van dat plein.
De Bie en Bril hadden met deze wijsheid echt uit kunnen pakken. De grond is in 1938 door het echtpaar Jannink aan de Goorse bevolking geschonken en is eigendom van de gemeente. Wel is er één belangrijke voorwaarde: de weide moet blijven zoals het is, een plek voor het schoolfeest en andere evenementen. Daarom is het ultramoderne gemeentehuis van een ingewikkelde gang voorzien die doorgang kan bieden aan de bierwagen met het Schoolfeest. Het Schoolfeestbestuur beheert de grond en ging alleen akkoord met de definitieve aantasting van de weide als de aanlevering van bier gegarandeerd was.
Het heeft toch voordeel om een jaar verslaggever geweest te zijn in Goor, dan weet je meer dan Wim de Bie en Martin Bril samen! Over pretentie gesproken...
De leugen bestaat niet
De Nederlander bestaat niet, zei Prinses Maxima twee weken terug bij de presentatie van een rapport over identiteit. Het levert veel discussie op in de verschillende media en er worden kamervragen gesteld. Het is uit de context gehaald, riep premier Balkenende vanmiddag. De kritiek is dat hij wel erg laat de prinses verdedigd.
Het doet mij denken aan Jaap de Jong die onderzoek deed naar de eerste minuten van een toespraak. Hij heeft vorig jaar met studenten van de Universiteit Leiden de troonrede beluisterd en becommentarieerd. Het is allemaal niet zo spannend, zo vertelt De Jong in het blad Metaal.Dat komt ook omdat ze er weinig persoonlijks in kan leggen. 'Het was verdomd vakkundig geschreven, maar niet memorabel', was zijn oordeel.
Wat er gebeurt met een toespraak van iemand van koninklijke bloede, die er wel wat persoonlijks in legt, is nu te zien. De hele natie valt over één zinnetje. Toch gaat mijn voorkeur uit naar deze toespraak. De troonrede die Beatrix een paar dagen eerder hield, is vergeten, maar 'De Nederlander bestaat niet', is een huwelijk aangegaan met de andere beroemde zin die alleen aan ons is overgeleverd in een citaat: 'de leugen regeert'
09 oktober 2007
Rembrandt of een ladenkast
Interessant verhaal gisteren bij EenVandaag over het schilderij Jan Six (1618-1700) van Rembrandt. Dit wereldberoemd schilderij is nog altijd in particulier bezit. Sterker nog: het is nog altijd in bezit van de familie Six. Jan Six X, de huidige eigenaar van het schilderij, werd geïnterviewd. Het schilderij staat met alle andere schilderijen van familieleden opgesteld in het huis aan de Amstel. Jan Six X woont er ook. Jan Six 0 was burgemeester van Amsterdam in de Gouden Eeuw. Afgelopen weekend stond de huidige burgemeester precies zo geposeerd op een foto in het maandblad M van NRC Handelsblad. Of hij hiermee gelijk staat met zijn grote voorganger, valt te betwijfelen.
Het huis wordt momenteel opgeknapt en het schilderij is in bruikleen gegeven aan het Mauritshuis. Een bijzonderheid, want vijftig jaar geleden is het schilderij voor het laatst geëxposeerd. Ergens heeft de huidige eigenaar grote moeite met het uitlenen van dit familiebezit. Het schilderij hoort thuis tussen alle andere familieleden in het huis aan de Amstel.
Mijn wetenschap over mijn voorouders reikt niet verder dan een de foto's van mijn overgrootouders. Statige plaatjes genomen bij de fotograaf, waarvoor nog echt een uitje bij hoorde. Dat gaat dus slechts vier generaties terug, maar niet meer dan tien, zoals bij Jan Six X het geval is. Enige jaloezie treft mij, maar eigenlijk is het een vals soort jaloezie. Ik heb ooit eens een jonkheer ontmoet en wil niet die verantwoordelijkheid dragen over een paar spulletjes zoals hij die draagt vanaf zijn geboorte. Die verantwoordelijkheid gaat voor Jan Six X veel verder. Hij heeft een dagtaak aan het instandhouden van het bezit van die eerdere Jannen. Dat terwijl ik slechts zorg draag over een paar schotels en een kastje van mijn grootmoeder.
Mijn wetenschap over mijn voorouders reikt niet verder dan een de foto's van mijn overgrootouders. Statige plaatjes genomen bij de fotograaf, waarvoor nog echt een uitje bij hoorde. Dat gaat dus slechts vier generaties terug, maar niet meer dan tien, zoals bij Jan Six X het geval is. Enige jaloezie treft mij, maar eigenlijk is het een vals soort jaloezie. Ik heb ooit eens een jonkheer ontmoet en wil niet die verantwoordelijkheid dragen over een paar spulletjes zoals hij die draagt vanaf zijn geboorte. Die verantwoordelijkheid gaat voor Jan Six X veel verder. Hij heeft een dagtaak aan het instandhouden van het bezit van die eerdere Jannen. Dat terwijl ik slechts zorg draag over een paar schotels en een kastje van mijn grootmoeder.
08 oktober 2007
Taalfouten
De lunch behandelde niet alleen Vondel en Han Pape, maar een interessanter gesprek was de opvatting over taalfouten. Ze moeten gewoon weer dingen erin stampen, zoals vroeger. Of dat de juiste oplossing is betwijfel. Dat in veel teksten spelfouten sluipen, staat buiten kijf. Een sollicitatiebrief met een spelfout leg ik terzijde, hoorde ik. 'Ja, jij doet dat, maar hoe moet dat straks. Als de slechte spellers moeten oordelen over de brieven. Zijn merken de fouten niet, maar zien de goede spelling voor fout aan.'
Het doet bijna denken aan de fout van de journalist die Wouter tegenkwam. Het ging om een taalfout, die de journalist per ongeluk goed opschreef. Mogelijk hebben we hier de eerste te pakken die goed voor fout aanziet...
Het doet bijna denken aan de fout van de journalist die Wouter tegenkwam. Het ging om een taalfout, die de journalist per ongeluk goed opschreef. Mogelijk hebben we hier de eerste te pakken die goed voor fout aanziet...
Labels:
han pape,
roskam,
spelfouten,
spelling,
taalfouten,
vondel
Vondel en De Roskam
Eigenlijk was het enige boek dat zaterdag op mijn verlanglijstje stond, het boek van Frans-Willem Korsten over Vondel. Als ik dat zo lees, dan is het ontzettend jammer dat zijn taal zo ver van de onze staat. Daarmee komt zijn werk zo archaïsch en verheven over op de hedendaagse lezer, terwijl het zo speels en het enthousiasme overal in doorklinkt. Het boek Vondel belicht, Voorstellingen over soervereiniteit laat zien dat Vondel dichter bij ons staat, dan we vaak denken.
Enthousiast geworden door het verhaal van Korsten het gedicht 'Roskam' er maar eens bijgehaald. Het gedicht haalt de politieke huichelarij door de roskam. Draait het echt om geloof, of is er een ander doel. Hypocrisie is van alle tijden, want het speelt nog altijd. Een draaikonterige PvdA die haar kiezers niet serieus neemt en geen referendum wil, omdat een coalitiegenoot dat niet wil en ze bang voor ruzie in de tent zijn. Of het idee dat de enige die het komend jaar erop vooruit gaan, de kamerleden zijn. Het zijn allemaal zakkenvullers is niet zo'n rare gedachte, als die in je opkomt.
Pas toen ontdekte ik dat het Twentse weekblad De Roskam mogelijk een verwijzing is naar het gedicht van Vondel. De Roskam is het halfzacht eitje van de Twentenaar en oude stadsgenoot Han Pape uit Almelo. Vanmiddag tijdens de lunch kwam zijn weekblad even ter sprake. Ik heb het blad nooit zo bijzonder gevonden en heb mij er altijd over verwonderd dat het blad kan voortbestaan met hooguit enige duizenden abonnees. De abonnees zijn volgens mij voornamelijk knorrepotten. Mogelijk dezelfde knorrepotten die Vondel lezen, maar dan omdat die zo lekker archaïsch overkomt.
Enthousiast geworden door het verhaal van Korsten het gedicht 'Roskam' er maar eens bijgehaald. Het gedicht haalt de politieke huichelarij door de roskam. Draait het echt om geloof, of is er een ander doel. Hypocrisie is van alle tijden, want het speelt nog altijd. Een draaikonterige PvdA die haar kiezers niet serieus neemt en geen referendum wil, omdat een coalitiegenoot dat niet wil en ze bang voor ruzie in de tent zijn. Of het idee dat de enige die het komend jaar erop vooruit gaan, de kamerleden zijn. Het zijn allemaal zakkenvullers is niet zo'n rare gedachte, als die in je opkomt.
Pas toen ontdekte ik dat het Twentse weekblad De Roskam mogelijk een verwijzing is naar het gedicht van Vondel. De Roskam is het halfzacht eitje van de Twentenaar en oude stadsgenoot Han Pape uit Almelo. Vanmiddag tijdens de lunch kwam zijn weekblad even ter sprake. Ik heb het blad nooit zo bijzonder gevonden en heb mij er altijd over verwonderd dat het blad kan voortbestaan met hooguit enige duizenden abonnees. De abonnees zijn volgens mij voornamelijk knorrepotten. Mogelijk dezelfde knorrepotten die Vondel lezen, maar dan omdat die zo lekker archaïsch overkomt.
Labels:
almelo,
de roskam,
frans-willem korsten,
han pape,
hypocrisie,
politiek,
twente,
vondel,
vondel belicht
07 oktober 2007
Een levend schilderij
Mijn allerliefste zusje gaf Doris voor haar tweede verjaardag een vis cadeau. Een sluierstaart in een zakje, die even later voorzichtig zwom in de ronde kom. We kochten de volgende dag een vriendje voor het dier, want alleen is zo zielig. Binnen een uur hapten de twee vissen aan het wateroppervlak. Zuurstoftekort. De oplossing: een aquarium van dertig liter met een geavanceerd filter.
Het verhaal gaat verder. Er kwam nog een visje bij en om zeker te zijn van nog meer zuurstof plaatsten we nog een bubbeltjesapparaat in het veel te kleine apparaat. Kleine vissen worden groot. Zo bleek snel dat de maten van het aquarium niet toereikend genoeg waren voor de groei van deze dieren. We speurden op internet, kwamen in echte aquariumwinkels die de grote aquaria uit de dierentuin nabootsten: clownvisjes en andere indrukwekkende soorten uit het koraal.
Eigenlijk wilden we een groter aquarium, 60 liter of 80 liter, maar ergens kwam het er niet van. Een kennis bood een aquarium aan, compleet met de inhoud: guppy's, neontetra, een meervalletje en drie oranje algeneters. Vanmiddag hebben we ze opgehaald. De dieren gingen gewoon met een bodempje water mee in de kofferbak.
Nu zitten de vele dieren in ons kleine aquarium, de drie sluierstaartjes met de guppy's in de vissenkom met de luchtbubbels. Morgen gaat Inge naar de grote vissenwinkel in Hilversum om de sluierstaartjes in te ruilen en dan begint het echte aquariumleven, opgebouwd volgens een doordacht plan met kleine garnaaltjes en andere lieverdjes, niet te groot en geschikt voor ons grote aquarium. Hoe je van het een in het ander rolt.
En Doris? Een vis is voor haar een vis. Een sluierstaart is net zo leuk als een guppy. Of er nu een meerval of een schooltje neontetra's in het water zwemmen. Voor haar maakt het allemaal weinig uit. Alleen wij vinden het zielig dat die dieren in een te klein aquarium zwemmen en zoeken naar mooi watertje in de kamer. Net zoals de kennis zei toen we wegreden met het dunne laagje water: het is best mooi, een levend schilderij, dat is het.
Het verhaal gaat verder. Er kwam nog een visje bij en om zeker te zijn van nog meer zuurstof plaatsten we nog een bubbeltjesapparaat in het veel te kleine apparaat. Kleine vissen worden groot. Zo bleek snel dat de maten van het aquarium niet toereikend genoeg waren voor de groei van deze dieren. We speurden op internet, kwamen in echte aquariumwinkels die de grote aquaria uit de dierentuin nabootsten: clownvisjes en andere indrukwekkende soorten uit het koraal.
Eigenlijk wilden we een groter aquarium, 60 liter of 80 liter, maar ergens kwam het er niet van. Een kennis bood een aquarium aan, compleet met de inhoud: guppy's, neontetra, een meervalletje en drie oranje algeneters. Vanmiddag hebben we ze opgehaald. De dieren gingen gewoon met een bodempje water mee in de kofferbak.
Nu zitten de vele dieren in ons kleine aquarium, de drie sluierstaartjes met de guppy's in de vissenkom met de luchtbubbels. Morgen gaat Inge naar de grote vissenwinkel in Hilversum om de sluierstaartjes in te ruilen en dan begint het echte aquariumleven, opgebouwd volgens een doordacht plan met kleine garnaaltjes en andere lieverdjes, niet te groot en geschikt voor ons grote aquarium. Hoe je van het een in het ander rolt.
En Doris? Een vis is voor haar een vis. Een sluierstaart is net zo leuk als een guppy. Of er nu een meerval of een schooltje neontetra's in het water zwemmen. Voor haar maakt het allemaal weinig uit. Alleen wij vinden het zielig dat die dieren in een te klein aquarium zwemmen en zoeken naar mooi watertje in de kamer. Net zoals de kennis zei toen we wegreden met het dunne laagje water: het is best mooi, een levend schilderij, dat is het.
Labels:
algeneters,
aquarium,
guppy,
meerval,
sluierstaart,
vis,
vissen,
vissenkom,
zuurstoftekort
Krijg de Vinkspin
Een parodie op Spinvis stelde het voor. Gisteravond zag ik Koefnoen waarin Owen Schumacher de Nieuwegeinse zolderkamerartiest imiteerde. Een clip met schimmige beelden en een bekrulde artiest. Met grappige taalspelletjes over mij in mei en het geloof in jezelf.
Toch kwam het gebeuren uitermate flauw op mij over. De wereld van Spinvis is zo specifiek, dat zelfs een parodie misplaatst klinkt. Spinvis is zo eigen, hij valt niet te imiteren en iedere poging vormt een aanval op zijn geheimzinnige wereld.
Eén voordeel: gisteravond voor het slapen gaan neuriede ik al 'wespen op de appeltaart'. Een geweldig liedje. Een parodie hierop zou alleen de parodie bespottelijk maken. Een onovertroffen liedje.
Kijk voor teksten en filmpje op Spindievis.nl.
Toch kwam het gebeuren uitermate flauw op mij over. De wereld van Spinvis is zo specifiek, dat zelfs een parodie misplaatst klinkt. Spinvis is zo eigen, hij valt niet te imiteren en iedere poging vormt een aanval op zijn geheimzinnige wereld.
Eén voordeel: gisteravond voor het slapen gaan neuriede ik al 'wespen op de appeltaart'. Een geweldig liedje. Een parodie hierop zou alleen de parodie bespottelijk maken. Een onovertroffen liedje.
Kijk voor teksten en filmpje op Spindievis.nl.
06 oktober 2007
Pinnen
Denk je dat niemand, je pincode ziet, maar vanuit de snackbar boven kun je gewoon zien welke code iemand in het apparaat toetst. Het pinautomaat bij de Albert Heijn in Almere stad stond vorige week in de Almere Vandaag. Van bovenaf gefotografeerd zag je een man zijn code intoetsen. Zijn vinger lag bij de '4' en de verslaggever schreef de pincode erbij die hij had zien intoetsen. Vlak achter de man stond een parasol. Als je nu die parasol iets naar achteren schuift, ziet niemand het, dacht ik.
Het krantenbericht was genoeg waarschuwing voor de Albert Heijn om het ding te verplaatsen. Nu staat het op een andere plek, maar ik ben er nog niet zeker van dat niemand mijn code ziet. Want ik heb het gevoel dat vanaf de trap bij de ingang nog veel te zien is. Opgelet voor mensen met verrekijkers dus...
Het krantenbericht was genoeg waarschuwing voor de Albert Heijn om het ding te verplaatsen. Nu staat het op een andere plek, maar ik ben er nog niet zeker van dat niemand mijn code ziet. Want ik heb het gevoel dat vanaf de trap bij de ingang nog veel te zien is. Opgelet voor mensen met verrekijkers dus...
Labels:
albert heijn,
almere,
almere vandaag,
code,
pincode
Je boeken of je leven
Een open dag bij uitgeverij Verloren trok mij vandaag naar Hilversum. Ik ging alleen, want de rest lag met griep op bed. De uitgeverij is gehuisvest in een kerk. Ik moest flink wat trappen bestijgen om hogerop te komen bij het summum van de dag: wat een prachtige uitgaven lagen daar uitgestald op de kramen. Ik zag de beroemde en vooral dure delen met uitgaven van al die Middelnederlandse handschriften: namen als het Comburgse handschrift en het Geraardsbergse handschrift. Van het laatste kocht ik tijdens mijn studie de peperdure uitgave, maar wat zien al die andere boeken van die serie er mooi uit.
Ik verliet de uitgeverij met drie boeken en kreeg daarbij een alleraardigst geschenk (natuurlijk ook een boek) cadeau. De tocht ging langs de grote verleiding. Zoals een hoerenloper moeilijk de rode zone kan passeren, zonder er toch doorheen te lopen, zo zwaar is het voor mij om De Slegte voorbij te treden. Gelukkig hebben we er geen één in Almere, net als antiquariaatjes. Daarom dook ik vandaag de gele winkel binnen. De hoerenloper zal waarschijnlijk na wat rondjes zijn keuze maken. Mijn handen gleden over de boekenruggen, pakten de boeken uiteindelijk en verzamelden een stapel. Ik was nu echt verloren.
Het begon met een allerliefst boek voor Doris, Vijf verhalen voor jonge haasjes van Max Veldhuis. Het eerste excuus was er. Daarna zag ik ineens de biografie van P.J. Veth, een heiligenboek van Ludo Jongen, Donna Tart, een boek over Multatuli en als een geschenk voor Inge (tweede excuus, de overwintering op Nova Zembla). Een hele stapel boeken, waarvan Alberto Manguels Dagboek van een lezer de uiteindelijke reden is om mijn weblog weer op te pikken. Want het voordeel van internet: je kunt nu reageren en al je ideëen en andere denkbeelden publiceren. Hier reageert dus een lezer. Een lezer die schrijft.
Maar is er niet veel meer dan boeken? Ik heb een vrouw, een dochter en een teckel, om nog te zwijgen over het eigen huis. Dan moet ik mijzelf zoveel vrijheid gunnen door niet alleen over boeken te schrijven, maar over leven. Vandaar een nieuwe naam voor de oude blog die ik vorig jaar al startte: Hendrik-Jan leeft, leest en schrijft... Welkom. Voor de echte recensies is daar natuurlijk Litnet, binnenkort met een verhaal over Komrij's Kakafonie.
Ik verliet de uitgeverij met drie boeken en kreeg daarbij een alleraardigst geschenk (natuurlijk ook een boek) cadeau. De tocht ging langs de grote verleiding. Zoals een hoerenloper moeilijk de rode zone kan passeren, zonder er toch doorheen te lopen, zo zwaar is het voor mij om De Slegte voorbij te treden. Gelukkig hebben we er geen één in Almere, net als antiquariaatjes. Daarom dook ik vandaag de gele winkel binnen. De hoerenloper zal waarschijnlijk na wat rondjes zijn keuze maken. Mijn handen gleden over de boekenruggen, pakten de boeken uiteindelijk en verzamelden een stapel. Ik was nu echt verloren.Het begon met een allerliefst boek voor Doris, Vijf verhalen voor jonge haasjes van Max Veldhuis. Het eerste excuus was er. Daarna zag ik ineens de biografie van P.J. Veth, een heiligenboek van Ludo Jongen, Donna Tart, een boek over Multatuli en als een geschenk voor Inge (tweede excuus, de overwintering op Nova Zembla). Een hele stapel boeken, waarvan Alberto Manguels Dagboek van een lezer de uiteindelijke reden is om mijn weblog weer op te pikken. Want het voordeel van internet: je kunt nu reageren en al je ideëen en andere denkbeelden publiceren. Hier reageert dus een lezer. Een lezer die schrijft.
Maar is er niet veel meer dan boeken? Ik heb een vrouw, een dochter en een teckel, om nog te zwijgen over het eigen huis. Dan moet ik mijzelf zoveel vrijheid gunnen door niet alleen over boeken te schrijven, maar over leven. Vandaar een nieuwe naam voor de oude blog die ik vorig jaar al startte: Hendrik-Jan leeft, leest en schrijft... Welkom. Voor de echte recensies is daar natuurlijk Litnet, binnenkort met een verhaal over Komrij's Kakafonie.
Abonneren op:
Posts (Atom)