11 september 2017

Bedelkerk

Kerken bedelen, stelt Bill Bryson in zijn reisboek Een klein eiland. Al bij de entree staan de grote borden klaar die vragen om een vrijwillige bijdrage. Daarna word je als bezoeker regelmatig herinnerd aan:

Alles bij elkaar telde ik negen verschillende collectebussen tussen de entree en de cadeauwinkel – tien als je die voor de votiefkaarsen meetelt. (116)

Hij schrijft dit over de kathedraal in Salisbury, maar het geldt voor heel veel kerken in Engeland, stelt Bill Bryson. Al is hij zich ervan bewust dat de kerken veel geld moeten hebben om overeind te blijven.

£ 8.000 per jaarEen klein eiland.

En gelijk heeft hij, maar tegelijk zet het mij aan het denken over de openstelling van kerken. Ergens verwacht je dat je geen entree hoeft te betalen, maar het instandhouden van al deze monumenten kost verschrikkelijk veel geld.

Sinds ik dit gelezen heb, houd ik hier extra rekening mee als ik een kerk binnenstap en langs zo’n collectebus loop.

Lees morgen het vervolg: Bijzondere vloer

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

10 september 2017

Little Dribbling

En dan heb ik nog niet eens verklapt waarom ik eigenlijk Bill Brysons boek Een klein eiland lees. Ik heb namelijk het vervolgboek van Bill Bryson De weg naar Little Dribbling liggen ter bespreking. Enthousiast begon ik eraan, maar bij de inleiding stuitte ik op de reden van dit boek: het 20 jaar eerder verschenen reisboek door Groot Brittannië: Een klein eiland.

De meligheid waarmee hij zijn nieuwe reisboek opent, vraagt om het ter hand nemen van de vorige reis. Het is onmogelijk om deze boeken omgekeerd te lezen, lijkt deze inleiding te willen zeggen. Net als dat je eerste het ene boek besproken moet hebben voordat je het andere alleen al begint te lezen. Het gevaar van de verwarring en het door elkaar hutselen ligt op de loer!

Verzonnen naam

Overigens komt de door Bryson verzonnen naam Little Dribbling uit zijn eerdere Engeland-boek. Daar schrijft hij over de bereikbaarheid in Engeland. Engelsen klagen al steen en been voor een klein autoritje, ze vinden hun land namelijk veel groter dan het is.

Het gesprek gaat er dan over een pietluttig afstandje, dat Engelsen in gesprek met elkaar veel groter maken dan het is. Het is heel erg ver en vergeet alle activiteiten die op het traject plaatsvinden niet. Ze werken vertragend en maken een autoritje van een uur, snel een lange reis:

‘En dan is er dit weekend ook de Great West Steam Rally in Little Dribbling,’ meldt iemand die van het andere eind van het vertrek bij jou komt staan, omdat het altijd leuk is om akelig automobilistennieuws te kunnen brengen. (27)

De plaats Little Dribbling bestaat niet, maar zou natuurlijk zo kunnen bestaan. In het nieuwe reisboek van Bill Bryson maakt hij de rit die hij hier beschrijft. Met minstens evenveel hilariteit waarmee hij in Een klein eiland heel Groot Brittannië doorkruist.

Lees morgen het vervolg: Bedelkerk

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

09 september 2017

Bill Brysons Een klein eiland

Zo’n boek dat ik al een tijdje in de boekenkast heb staan en waarvan ik weet dat ik het zou moeten lezen. Als ik het dan eindelijk lees, kan ik mijzelf niet begrijpen: waarom heb ik het niet eerder gelezen!

Wat een geweldige reisschrijver is Bill Bryson. Zijn trektocht door Engeland, Een klein eiland is een genot om te lezen. De zelfspot en humor waarin hij zijn reis door Groot-Brittanië beschrijft, zijn onnavolgbaar.

Natuurlijk stuit je ook op de onhebbelijkheden van Bill Bryson. Hij heeft een hekel aan de autisten van de Blaenau Ffestiniog Railway. Zij laten de beroemde stoom trein vertrekken 4 minuten voor de bus aankomt en Bryson 4 uur moet wachten tot de volgende trein gaat.

Ook andere ongemakken meet Bill Bryson uitvoerig uit in zijn reis door Groot Brittannië. Zoals de lelijke gebouwen die Engelsen in hun steden weten te zetten. Elke stad heeft wel zoiets lelijks. Sommige steden zagen er in het verleden heel mooi uit en zijn voorgoed verknalt. In de Victoriaanse tijd moet Engeland er adembenemend uit hebben gezien volgens Bryson. Daar is veel moois van verdwenen.

En dan is er natuurlijk nog de hel van het zoeken naar een goed hotel. Bill Bryson stelt dat zijn vrouw hier een kei in is. Hij niet. Net als dat hij in de supermarkt altijd de verkeerde rij bij de kassa kiest, zo weet hij uit een rijtje hotels perfect de verkeerde te kiezen.

Mijn vrouw kan een rij pensions bekijken en dan direct datgene uitkiezen waar een witharige weduwe met een vriendelijk karakter en een zwak voor kinderen de scepter zwaait en dat sneeuwwitte lakens en fonkelend badkamersanitair te bieden heeft, terwijl ik meestal uitkom bij datgene waar een vent met een inhalige instelling, een peuk op zijn lip en zo’n hoest waarbij je je afvraagt waar hij de fluim laat, de baas is. En ik dat, wist ik akelig stellig, zou vanavond het geval zijn. (281/282)

Inderdaad vindt hij zo’n pension. Niet onvermakelijk natuurlijk. Het zou een saai verhaal opleveren als hij met zijn vrouw zou zijn geweest of haar mooie eigenschap zou hebben gehad. Nu geeft het veel vertier. Waarbij de veel te hoge prijs voor de overnachting samen met de walgelijk smerige koffiepotjes prachtig zijn om te lezen.

Tussen al het gemopper valt het dan op als Bill Bryson onverwacht positief is over een stad. Of als hij na een dag mopperen, de volgende dag ineens de schoonheid van Edinburgh ziet. Dan moet hij wel oppassen in de trein als hij in slaap valt, de kwijl die uit zijn mond valt, zorgt daar voor een groot web van slijm.

Zo rol je van het ene plezier in het andere als je Bill Brysons boek leest. Het stimuleert mij zelfs bij het schrijven. Ik betrapte mij erop dat ik het reisje naar het Muiderslot opeens op eenzelfde manier ging beschrijven. Onhandig, want ik geloof nooit dat ik deze reisheld kan evenaren.

Lees morgen het vervolg: Little Dribbling

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. 2e druk. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

08 september 2017

Stilstaan - Saartjes hernia (8)

De patiënt Saartje geneest langzaam maar zeker van haar hernia, maar het gaat langzaam. Elke dag een paar keer de oefeningen en we breiden meer en meer het rondje lopen uit. Daarbij let ik ook goed op. Soms loop ik te snel, als ik dan wat vertraag, zie ik hoe goed de achterpootjes alweer mee kunnen lopen. Ik moet voorkomen dat ze teveel moet huppelen, met haar klik-klakheupjes.

Dat betekent dat we nog een lange weg moeten gaan. Het oude rondje lopen zie ik deze maand niet gebeuren. De spieren van de achterpoten, heupen en rug zijn nog lang niet zo sterk als ze ooit waren. Het lukt bijvoorbeeld nog niet om haar pootje zover op te tillen dat ze over de hoge rand van de mand kan stappen. Saartje heeft er weinig last van, dan laat ze de boel gewoon glijden.

Het beste zagen we het toen we op een avond met de oefeningen, Teuntje de oefeningen lieten doen. Ze wilde ook heel graag op de krukjes. Naast dat Teuntje een veel bewegelijkere teckel is, vond ze het getrek maar helemaal niets. Inge probeerde haar pootje op te tillen, maar dat ging niet zo makkelijk. Ze verplaatste hem steeds net als Inge hem wilde optillen.

Die krachtige rug van Teun in vergelijking met de wiebelige rug van Saartje is dan best confronterend. We zijn er nog lang niet. Al hoop ik nog steeds op een volledig herstel. Volgende week gaan we weer naar de dierenarts. Ik ben ontzettend benieuwd.

07 september 2017

Ikea-catalogus - Tiny House Farm

Een jaarlijks jippie-momentje. Een paar weken geleden zag ik een postbode lopen met een stapel Ikea catalogi. Die stopt er straks 1 in onze bus, dacht ik. Ik werd al blij bij de gedachte aan de ideeën en inspiratie die zou voortvloeien uit de dikke gids.

Tot mijn grote verbazing liep hij ons huisje voorbij. Misschien in een andere zending. Maar hij bleef weg. Een paar jaar terug, sloot Inge zich aan bij de beweging rond Ikea, een familiekaart krijg je dan. En elk jaar de catalogus als eerste in de bus. Dat is alleen in 2014 gelukt. Vorig jaar was het een algemene aan de bewoners van dit adres en dit jaar dus niet.

Tweet

Vorige week informeerde ik eens het grote meubelwarenhuis via Twitter naar de status van de gids. Vreemd, ik moest in een persoonlijk bericht even mijn gegevens melden. Dat deed ik netjes in de hoop dat het mogelijk was alsnog een exemplaar te krijgen.

Mijn gegevens klopten. Dat wist ik zelf ook wel. Maar het nazenden werd heel lastig. Wat de reden was, is mij niet duidelijk. Het kon niet en ik werd boos. Dat moet je natuurlijk niet doen op Social media. Je gaat een gevecht aan met windmolens. En die win je niet.

Of toch wel? Ik schreef nog een Tweet dat het niet kon. Opnieuw vroeg een medewerker van Ikea naar het nummer op mijn klantenpas. Ik antwoordde dat ik al geholpen was. Jammer, maar helaas. Geen gids voor mij dit jaar. Terwijl we serieus bezig zijn met het idee om de keuken straks bij Ikea te bestellen.

Opeens kreeg ik het bericht dat er een paar catalogi waren gearriveerd op de afdeling en ze mij er 1 zouden toesturen. Zo lag zaterdag een gids op mijn mat. Ik heb er heerlijk in gebladerd. Al voelt het een beetje als het jongetje dat de hele tijd heeft zitten dreinen om een ijsje. Als hij dan eindelijk het ijsje krijgt, dan is het opeens niet meer zo lekker.

Oud-papier

Mijn collega’s hadden ook iets opgevangen van de catalogus-discussie. Zodoende kreeg ik er ook nog 1 van hem. Bovendien leverde de post nog een keer de nazending van de Ikea. Nu liggen er hier 3 exemplaren. Van niks naar heel veel. Zo voelt het nu.

Ik vertelde het laatst nog een paar collega’s. ‘Had dat gezegd. Ik heb dat ding allang bij het oud-papier gegooid’, kreeg ik als reactie. Ook zou hij dit jaar niet meer zo inspirerend zijn als voorheen. Om over dat laatste een oordeel te hebben, moet ik hem nog wat beter lezen.

Wel jammer met breedverstuurde post. Als je er behoefte aan hebt, word je in 1e instantie niet geholpen, terwijl een massa de gids bij het oud-papier gooit. Blijf ik bij het idee om hem alleen nog aan mensen te sturen die erom vragen. Maak ze nieuwsgierig, roep de begeerte op en laat ze het hele jaar de papieren gids bestellen via de website.

Eigenzinnige manier

Jarenlang is Ikea geprezen om de bijzondere en eigenzinnige manier van marketing voeren. Sinds ze zich op een andere manier presenteren in de televisiereclames, is dat veranderd. Het begint meer en meer een gewoon bedrijf te lijken. Zo krijgt een mooi bedrijf steeds meer het beeld van een Leenbakker of Kwantum.

Vooralsnog merk ik nog geen verandering bij de producten. Die ervaar ik als uitstekend. En ideeën genoeg. Zoals het idee dat we geen vensterbank nemen, maar gewoon een (boeken)kast onder het raam zetten. Dat idee hadden we al, maar als je het zo ziet, helpt het wel om het ook echt te gaan doen.

05 september 2017

Ruimtelijke ervaring - Evensong (4, slot)

Nu gaat een wereld verder voor mij open. Natuurlijk luister ik weleens naar de vele uitzendingen van Evensongs door het hele land van de BBC. De ervaring van de ruimte, veel mensen die erbij zitten en genieten, helpt mee om de beleving compleet te maken.

Al weet ik zeker dat het anders is als je in een Engelse kathedraal zit. Hier in de Hooglandse kerk is het even Engeland. Al is deze kerk beduidend lichter dan veel Engelse kathedralen.

De muziek van Philip Radcliffe en Sir Edward Elgar doen de rest. Een mooie samenstelling van muziek waarin alle vormen van emoties de ruimte krijgen. Van diep verdrietig tot uiterst vreugdevol en alles wat ertussen zit. Al heerst wel de melancholie op zo’n avond. De beleving van de kerk zorgt voor deze inkeer en moment van bezinning. Daar heb ik geen preek voor nodig.

Bij de afsluitende Organ Voluntary, de gastorganist Martyn Noble bespeelt het Willis organ, dat dit jaar voltooid is. Het is een imposant instrument, met een vol karakter, maakt de Engelse beleving wel compleet. Het is een krachtig instrument, dat een grote klankrijkdom kent.

Het 19e eeuwse karakter is goed behouden gebleven na de vergroting vorig jaar. Al is de afwerking best een beetje potsierlijk, de Oosters aandoende torentjes aan weerszijden van de zijkant, doen een beetje overdreven aan. Het front boven de speeltafel is weer fraai. Net als de gigantische open houten pijpen van de 32 voet.

Bij het teruglopen naar de auto, door het Leiden op een zomeravond, de Haarlemmerstraat, besef ik hoe ik veranderd ben in de loop van de jaren. Op het moment dat ik hier studeerde, moest ik er niks van hebben. Geen kerkdiensten. Zeker ik heb het geprobeerd, maar vond het niet. Teveel gebeurd.

Ik keer toch weer – onbedoeld – terug naar de beleving van vroeger. Al is het anders, rustiger, meer gebalanceerd. Vriendelijker ook. Niet meer dat heftige, maar een moment van bezinning en daarna weer verder. Wilde ik voorheen te vaak in de bezinning blijven steken waardoor het geen bezinning meer was. Nu schudt ik het van mij af en behoud het goede.

Al voel ik mij nog heel sterk verbonden met de student die ik hier in 2002 achterliet. De creativiteit, het schrijven en het vurige verlangen dat hier overal om mij heen was. Nu schijnt alleen de zon en maakt alles van goud. Zo loop ik weer terug naar het heden. Genoeg bezinning. De snelheid van de A4, A10, A1 en A6 brengen mij weer terug naar huis en het nu.

Dit is het slot van een 4-delige blog over de Choral Evensong in de Leidse Hooglandse kerk. Regelmatig zijn deze diensten in de grote stadskerk van Leiden.

04 september 2017

Silence - Evensong (3)

De Evensong in de Hooglandse kerk is aan volle gang. De 2e lezing. Er volgt zo nog 1. Als ik voorzichtig langs de vlonder wil stappen, loopt Hans Brons, cantor van de Leidse Cantorij, streng naar mij toe. ‘Silence’ slist hij mij toe. Ik ben doodstil, gebaar ik. Juist het voorkomen om te stappen op die vlonder, heeft de rust behouden.

Daarom ga ik wat verder van de mensen in het hoogkoor zitten, in de kooromgang zitten op een bijna lege bank. Aan de andere kant zit iemand met een fototoestel naast zich. Af en toe loopt hij weg om een foto te maken.

De Schriftlezing is voorbij, het orgel begint te spelen en het koor zet in. De Engelse Conductor Huw Williams enthousiasmeert het koor. Ze zingen mooi het Magnificat van Kenneth Leighton. Het orgel klinkt goed. Al zit ik aan de zijlijn en niet gunstig ten opzichte van het ‘Father’ Willis organ uit 1891.

Het zweet van het rennen gutst nog langs mijn lichaam en maakt een grote vlek op mijn borst. Rustig blijven zitten en genieten. De volgende lezing uit Handelingen, gevolgd door het Nunc Dimittis. Brede akkoorden. Hard en zacht vullen de ruimte.

De stemmen klimmen omhoog door de gewelven hoog boven ons. En wat schijnt de zon toch schitterend door de Zuidbeuk. De hoge ramen tegenover mij in het koor van de kerk, doen de rest. De hooggotiek, de tijd van het licht. De immens hoge ramen zorgen ervoor. En gewoon genieten.

Waarom is er dan toch weer altijd die preek. Terwijl de kracht van de klassieke Evensongs schuilt in de muziek, de lezingen en het gebed. Daarom verschuif ik mijn gedachten daar in het schrijven van een paar haiku’s over de muziek en de werking en de gewaarwording over vroeger en over nu:

Preken

Voorheen hoogtepunt
de woorden en de duiding
nu het dieptepunt

of

Licht

Kleurt licht de ruimte
geleiden gewelven wit
in Hooglandse kerk

Sinds het horen van de cd met koormuziek van Herbert Howells ben ik heel enthousiast geworden over Engelse koormuziek. Daarvoor moest ik er niet zoveel van hebben. Misschien teveel associatie met Songs of Praise.

Het spel van hard en zacht, afwisseling van brede akkoorden naar eenstemmige zang. De stemmen meegesleurd door de ruimte. Het moet op 1 of andere manier toch in een kathedraal.

De Hooglandse kerk heeft het allemaal. En als de preek geweest is, volgen Preces en Responses van Philip Radcliffe. Schitterend en indringend zo aan het begin van deze zomeravond eind augustus. Ik geniet in stilte en kijk gelijk naar de indringende rug van Hans Brons.

Lees het vervolg: Ruimtelijke ervaring

03 september 2017

Hooglandse kerk - Evensong (2)

Precies 5 uur. Ik moet hollen naar de Hooglandse kerk. Anders ga ik de Choral Evensong nooit halen. En hopen dat de kerk open is. In tempo ren ik onder de Morspoort door. Geen fietspad meer, maar een pad, met een trappetje. Ik zie het allemaal op tijd en spurt van het trappetje in een fraai huppelpasje.

Door de Morsstraat, verder langs de Oude Rijn naar het centrum. Ik weet hetzelfde tempo te blijven hollen. Niet te hard, maar hard genoeg om het vol te houden. De oude route van weleer die ik op mijn oude bruine Gazelle altijd fietste door de stad. Over de voetgangersbrug, langs de De Waag en V&D.

Het antiquariaat dat al jaren te koop staat, waar een scene van Discovery of Heaven is opgenomen. De hele avond van de scene zat ik in het aangrenzende café met de veelzeggende naam Van Engelen. De boekwinkel ziet er sleets uit. De winkelpui is al jaren niet meer geschilderd. Zon en regen hebben hun effect op het hout. Je herkent er bijna niet meer de boekwinkel in uit de film. Verder langs de Nieuwe Rijn, in de richting van de Hooglandse kerk.

Blijft imponerend dat dwarsschip en koor. Hoog boven de huizen uit torent het. Een poging om er een bisdom te huisvesten mislukte in de 14e eeuw. Haarlem won. Het schip van de kerk is daarmee in het midden altijd laag gebleven. Maar desondanks een prachtige kerk.

Ik ben ontzettend blij dat de kerk open is. Schuifel voorzichtig naar binnen. Op de tafel ligt nog precies 1 programmaboekje. Ik loop verder. Er is een Schriftlezing, zo te horen uit een Koningenboek. De profeet Elia komt erin voor. Ik wil bij de groep mensen zitten, niet zover weg in het schip. Het koor staat midden in het koor. Op zijn Engels. In evenwijdige rijen en op krukjes bij gebrek aan de verhogende koorbanken.

Lees het vervolg: Silence

02 september 2017

Choral Evensong in Leiden

Orgel gespeeld in Noordwijk, lopend over het strand en turend naar het onzichtbare eiland in het verre westen, schiet mij te binnen dat Leiden niet ver van Noordwijk ligt. En op zondag is er af en toe een heuse Evensong in Engelse stijl.

Ik fietste er vroeger soms naar Noordwijk, meestal ’s avonds, om even de zee te zien. Altijd via Valkenburg, scherend langs Wassenaar sloeg ik net op tijd af in de richting van Noordwijk. De tocht viel altijd weer een beetje tegen.

Snel op mijn mobieltje kijken of dit vanavond het geval is. Inderdaad. Het is het geval, maar de dienst begint al om 17.00 uur en het is nu iets voor half 5. Snel verder lopen over het strand in de richting van de auto die ik een eind van de kerk moest parkeren omdat de parkeerplaats voor de organist bezet was.

Als ik wegrijd is het al veel te laat. Bovendien is het straatje waar de auto staat veel te smal om te keren. Ik moet naar het eerste luxe huis en pak de oprit om te keren. Bij het afslaan naar de grote weg, beletten fietsers mijn zicht. Natuurlijk geen handen uitsteken als je afslaat. Een hinderlijke eigenschap van vrijwel elke fietser.

Zo rij ik volgens mij veel te hard van het duin af, Noordwijk uit. De helling en de frustratie vanwege de fietsers helpen niet mee. Zodoende rij ik even later precies de weg die ik vroeger fietste naar Leiden. Daar ligt het vliegveld Valkenburg. Naast de weg ligt de dijk waarop het trammetje nog veel vroeger reed.

Het is er allemaal niet meer. Nu is er een grote colonne in de richting van Leiden. Het kost veel te veel tijd om in Leiden aan te komen. Parkeren is dan ook nog eens een kunst. Ik wil eigenlijk geen parkeerkosten maken, daarom zoek ik een plekje in de Mors.

Gelukkig is het hier vrij parkeren op zondag. Ik zie het te laat, anders had ik wel een paar honderd meter meer in de richting van de Morspoort kunnen parkeren.

Lees het vervolg: Hooglandse kerk

01 september 2017

Umami

Een Japans aandoende naam: Umami. Het is een smaak. De naam is ontleend aan het Japans. Daarom roept het zien van deze boektitel een Japanse associatie bij mij op. Umami is de 5e smaak die je kunt proeven naast zoet, zuur, zout en bitter.

Umami roept een hartige associatie op. Het ligt wel in de lijn van het zout, maar is een heel eigen smaak. Ook pas later ontdekt en als zodanig onderscheiden van de andere 4 smaken.

De roman Umami van de Mexicaanse schrijfster Laia Jufresa doet zeker zijn naam eer aan. Haar boek beschrijft de levens van de families die wonen in een hofje waarvan de 5 huizen allemaal de naam van een smaak dragen.

Op het dak van het huis van de eigenaar zijn de appartementen gegroepeerd rond een smal gangetje met een klok in het midden. Het gangetje ademt een heel eigen sfeer door het poortje bij de ingang. De bewoners leven met elkaar en delen allemaal een stuk verlies. Zo is een gezin een kind verloren, de eigenaar van het complex is zijn vrouw verloren en een gezin mist hun moeder.

De verhalen kringelen om elkaar heen als de smaken bij een goede maaltijd. Het boek bestaat uit 4 delen, verdeeld over de jaren 2004, 2003, 2002, 2001 en 2000 vertellen de verschillende personages hun verhalen en de verhalen van de ander. Zo ontdek je als lezer langzaam de hiaten.

Het lezen van het boek lijkt daarmee ook op een reconstructie. Je probeert te achterhalen wat de verschillende bewoners hebben meegemaakt. Maar je ontdekt ook hoe ze over elkaar denken. Het werkt soms best verwarrend en geeft je soms ook een onbestemd gevoel. Is moeder nu weg of is ze toch ineens teruggekomen?

De roman is daarmee niet alleen een smaakmaker, maar ook een raadselachtig boek. Elke jaar zijn eigen verteller. Je ziet alle gebeurtenissen in het hofje door alle ogen. Zo hoor je ergens het verhaal door het meisje Ana. Lees je verderop een opmerking van buurvrouw Marina over haar dikke, verwende buurmeisje.

Marina gaat toch, om te roken op de zeldzame ogenblikken dat de kinderen alles drie voor de tv zitten. Ze moet het stiekem doen, want de oudste – een dikkertje van een jaar of twaalf dat praat alsof ze een woordenboek heeft ingeslikt – voert een permanente antirookcampagne. (30)

Verderop vertelt Ana over haar buurvrouw die snoepjes gaf, omdat ze bang was dat ze dik zou worden:

Zelf ben ik daar tegenwoordig ook bang voor, een beetje dan, maar ik kan haar niks vragen want ze stierf drie maanden na mijn zusje. Als ik aan mama vraag of ik dik ben zegt ze van niet, dat het baby fat is, dat ik het vanzelf wel outgrow. (83)

Zo slinger je heen en weer tussen de personages.

Voor mij gaat dat ten koste van het verhaal. Ik raak daarmee veel van mijn nieuwsgierigheid kwijt. Jammer, want het is zeker een roman met veel aspecten en verschillende spanningsbogen. Voor mij verdwijnen deze doordat ik alle kanten slinger tussen de personages.

Laia Jufresa: Umami. Roman. Vertaald door Heleen Oomen. Oorspronkelijke titel: Umami. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2017. ISBN: 978 90 254 4842 4. Prijs: € 21,99. 256 pagina’s. Bestel