03 juli 2008

Ingehaald

Vlak achter mij aan
holt mijn mijzelf
Zijn hete adem blaast
mijn nekharen overeind

In de ruiten van de huizen
die mij passeren zie ik
hetzelfde witte shirt
een luttel eindje van mij rennen

Het geel van dezelfde Brooks
licht op als ik mijn hielen
oplicht van het donkere
asfalt dat voor mij baant

Als hij mij inhaalt, ben ik
verloren
Als ik vertraag, komt hij
dichterbij
Als ik wegsprint, holt
hij even hard op
Als ik de hoek omschiet, vliegt
zijn hijgen rechtdoor

Dan stokt mij adem
en staat bij de pas stil
de schim passeert
en zijgt neer van zijn bliksem

02 juli 2008

Digitale faust

Ik lees dat een Nieuw-Zeelander zijn ziel op TradeMe te koop heeft aangeboden. 671 dollar is al geboden. Het hoogste bod zal wel van de duivel moeten komen, anders verliest een beroemd motief zijn waarde in dit digitale tijdperk.
Er zit best wel een roman in. Man verkoopt zijn ziel via internet aan een geheimzinnige vrouw in ruil voor een grote pot geld. Hij krijgt er spijt van, blogt erover en schrijft diverse forums vol, maar het helpt allemaal niet. Hoe hij zijn ziel probeert terug te krijgen, lees je in het boek dat ongetwijfeld volgend jaar uitkomt.

Vorige week bood een Australiër zijn leven aan via internet. Je kreeg dan zijn huis, auto en baan. Een gelukzoeker bood 383.000 dollar voor het oersaaie leven van de man.

Weifelaar

De weifelaar weifelt
tussen mij en jou

Hij zucht, steunt en
weifelt de weifeltocht
die alle weifeltochten
overbodig maakt

Dan kiest hij steevast
jou boven mij en barst
in tranen uit, alsof het
voor mij niet erg is

Oprechtheid bestaat niet
alleen de tuf is echt
die met de woorden
stroomt uit zijn mond

Ik weet het niet zeker
maar ik denk dat hij
best gelijk heeft, borrelt
de limonade in het glas

Dan geef ik je een zoentje
en mompel 'gefeliciteerd'

01 juli 2008

Horen, zien en zwijgen

Het kan erg leuk zijn om een boek uit 1977 eens op te pakken en te lezen. Horen, zien en zwijgen van Gerrit Komrij werkt dertig jaar na dato nog steeds op de lachspieren. Ik heb het een paar weken in mijn bezit en lees er af en toe een pagina uit. Het boek behandelt het televisiejaar 1976. Gerrit Komrij keek een jaar lang voor NRC Handelsblad televisie. Op zijn eigen wijze doet hij hier verslag van de beelden uit de kleurentelevisie die hij van de krant kreeg.

De televisie is weinig veranderd. Sommige helden van weleer verschijnen nu nog op de buis. Van Ivo Niehe hebben we nog altijd last. Rob de Nijs, Gerard Cox, Martine Bijl en Ben Cramer, ze leven niet alleen, maar ze vertonen hun koppen dertig jaar later nog steeds op het beeldscherm. De prestaties verschillen niet veel met de tegenwoordige tijd.

De ergernissen zijn evenmin veranderd:


Het is mei en ze ontvallen je weer één voor één, de programma's. Geen zinsnede hoor je de afgelopen weken zo vaak op de treurbuis dan 'Voor de laatste maal in dit seizoen ziet u...' [...]
Waarom staat dan de tv vijf maanden op een laag pitje? [...]
De winternonsens is in elk geval voorbij en we krijgen nu de geïnflateerde zomernonsens.

Heerlijk om dit te lezen, want we kijken nu al bijna twee maanden naar herhalingen. Het maakt televisiemakers lui, goede televisieprogramma's zijn uitzondering.

Of sport op televisie:


Sport, of wat daar onder verstaan wordt, is het enige waarvoor op de jammerkast alles moet wijken. Nagenoeg niets kan of mag, maar als er om vier uur 's nachts in Chattanooga, Tennessee, een bokswedstrijd is, dan zien we het.

Of het programma-aanbod:


Elke manager die voor zo'n wanbeleid verantwoordelijk zou zijn, voor het minachten van miljoenen cliënten, was in iedere onderneming, al betrof het een strijkboutenassemblagebedrijf, op staande voet ontslagen. Maar ons omroepstelsel is er op gericht zoveel mogelijk mensen tegelijk te treiteren.

Ik geniet hier van en betreur het dat in onze tijd de kritische geest ontbreekt. Van mij mag Komrij wel weer een jaartje het leed van de treurbuis bespreken.

30 juni 2008

Vlieg naar de Noordpool

Het Wereldnatuurfonds leidt achttien jonge mensen op tot ambassadeurs om het veranderende klimaat op de kaart te zetten, meldt NRC Next vanmorgen. De achttien jongelui maken een poolreis om te zien dat het ijs voor hun ogen wegsmelt.
Je moet het zien, een voorbeeld hebben, om het te duiden, is de gedachte. Je gaat minder autorijden als je een ijsbeer door het ijs ziet zakken, terwijl zijn jong van hem afdrijft op een schotsje groot als een pantoffel. De pantoffel wordt alsmaar kleiner en kleiner, tot het dier verzuipt.
Neem daarom iedereen mee naar de Noordpool en we zullen vanaf die dag zuinig zijn met het milieu. Geschrokken door de ervaringen die we onderweg tegenkwamen. De verbrande kerosine zorgt voor voldoende nieuwe warmte om minstens de helft van de reizigers een schok te bezorgen. De hele Noordkap is dan gesmolten op de warmte van al die anderen die uit waren op een schrikervaring.

Ik geloof niet in ambassadeurs die het minder-evangelie op basis van een bezoekje aan de Noordpool overtuigend kunnen brengen. Het milieu is een veel te ver van mijn bed show. Het artikel beschouwt aanverwante onderwerpen als de dure olie en de voedselcrisis als concurrenten, terwijl ze juist een aanvulling op het verhaal vormen.
Heel ordinair gezegd: de wereld kan het niet aan als elk mens vijf keer per jaar een vliegreis maakt voor een vakantie naar de zon. De olieprijs stijgt en zal alleen maar stijgen omdat de vraag toeneemt en er niet meer olie is. De boel gaat op. De schok is er pas als alles op is. Tenzij verstandige mensen opstaan en de wereld, en vooral de mensen op die wereld wakkerschudden. Tot die tijd zoeken achttien jonge ambassadeurs vergeefs in het poolijs naar een ijswereld die zij nooit gekend hebben en nooit zullen kennen.

Rookvrije perrons?

Misschien ontloopt het de stugge berichtgeving rond het rookverbod in de horeca, maar toen ik vanmorgen in de trein zat, hoorde ik tot mijn verbazing bij sommige stations de mededeling schallen over een totaal rookverbod op het station. Het gebeurde bij meerdere stations van de NS. Bij andere treinstations zaten nog een paar die-hards een rookoffer te plengen bij de paal.
Is de roker nu zelfs op het perron bij de pafpaal verbannen? Dat is nieuw voor mij. De antirooklobby schiet wel iets te ver door met dit soort maatregelen.

29 juni 2008

Omlopen

Wie hardloopt balanceert op de rand van de blessure. Toch zoek je voortdurend die grens op. Als die grens dan onverwacht wordt verlegd, zit je goed met de gebakken peren. Het overkwam mij gisteren bij de training.
Ik wilde weer eens een ander rondje lopen en vooral niet te lang. Een uurtje of anderhalf, liefst niet langer. Ik besloot weer eens het wilgenbos in te gaan. De vorige keer, daags voor de vakantie naar Duitsland, was het enigszins anders gegaan door de Rally, maar ik wist mij een weg te banen tussen alle belemmeringen en afzettingen door. Uiteindelijk had ik enkele honderden meters moeten omlopen.
Ook nu kwam ik door het wilgenbos en keerde terug langs de Lepelaarsplassen aan de kant van de vaart. Ik passeerde een afzetting die keurig opzij geschoven was. Mogelijk stond er iets in het verschiet voor binnenkort. Verder geen mededelingen.
Een fietser haalde mij in, een vrouw met een hond liep mij voorbij. De fietser kwam ik veel verderop weer tegen, hij reed mij nu tegemoet. Voorzichtig begon ik te weifelen en een paar honderd meter werd ik geconfronteerd met een open brug. Het doorhaaltje naar de zuidkant van de Noorderplassen was weg.
Teruglopen betekende de hele rit weer terugrennen, iets waar ik weinig trek in had. Ik rende een eindje terug en kreeg het alternatief, boven de Noorderplassen langs. Er was een doorhaaltje naar de nieuwe woonwijk waardoor ik waarschijnlijk een kilometer of vier extra moest lopen dan ik in mijn hoofd had.
Ik holde vermoeid de woonwijk tegemoet, zag een fietspad met mooi omringende lantaarnpalen. Ik kwam dichterbij. Het beloofde doorhaaltje was verdwenen, water lag er in plaats van een fietspad of een schelpenpad.
Ik moest helemaal omlopen, nog zeker zes kilometer erbij, wat mij fataal werd. Ik kon niet meer, voelde mij bedrogen en was bek af. Een paar woedekreten riepen in de richting van de kale woonakker. Een paar overvliegende ganzen antwoordde in een gak of wat.
Pas bij de dijk zag ik het bordje dat ik zeven kilometer eerder had moeten zien. De brug naar de Stad was defect, of we even anders wilden lopen. Te laat, het leed was al volop aan het geschieden. Ik voelde de boosheid in mijn kuiten en bovenbenen verzuren.

Nogmaals verzoek ik de gemeente Almere met alle spierpijn en krakende botten die ik nu heb, om afzettingen met alle liefde en begrip voor hardloper en wandelaar nog beter te verankeren. Dat scheelt kilometers en uren spierenleed. Ik heb uiteindelijk tweëenhalf uur gelopen, terwijl er voor anderhalf aan energie was. Dat merk ik vandaag de hele dag.

Tom (2x)

'Kun je het vinden?' Uit de Mediamarkt stapt een man met een groot pak onder zijn arm. Hij wordt aangesproken door een passant. De passant draagt een vreemd hoedje. Verbaasd kijkt de pakman naar de hoedenman. 'Kun je het vinden?' herhaalt hij geduldig.
Zijn vinger wijst naar het pak onder de arm van de pakman. 'Vanaf nu verdwaal je nooit meer. Het schijnt de beste ter wereld te zijn.' Hij laat de man met het pak onder de arm verdwaasd achter en vervolgt zijn weg. 'TomTom bij zich en ze weten niet eens waar ze zijn.' Een schaterlach valt met de motregen tussen de gebouwen.

28 juni 2008

Omvormer

Als je ziet dat bijna alle winkelwagentjes op zijn, dan weet je eigenlijk al dat het te laat is. Vanmorgen toog ik vroeg naar de Aldi voor de omvormer die in het gat past van de elektrische aansteker in de auto. De omvormer tovert dan heuse elektriciteit uit de trouwe vierwieler. Ideaal als oplaadstekker voor mobiele telefoon en laptop.
Ik rende drie keer de winkel door met het kreupele winkelwagentje. Het voorwiel liet zich niet gewillig meedraaien, maar sputterde bij elke draai. De geldkluis en een vage waterpomp stonden in dozendik torenhoog. De omvormer van achttien euro was nergens te bekennen.
Een bedrijfsleider liep zenuwachtig heen en weer. Elke paar meter werd hij weer aangesproken waar dan die omvormer, of dat ding dat je in dat gat kan steken en waar je dan stroom uit haalt, toch lag. Hij herhaalde even geduldig als gestresst hetzelfde verhaal elke paar meter: 'Nou, die waren er vanmorgen tot drie minuten na openingstijd. Daarna waren ze op.'

27 juni 2008

Frans en Hans

Op het plateautje bij de tramhalte staat een teckel. Zijn genitaliën zweven onder het lange lijf als een grote bom onder een lange bommenwerper.
Naast hem staat een man met een donkere zonnebril, de glazen ronden zijn ogen voor het publiek weg. Zijn ogen volgen mij aandachtig achter de verborgen glazen. Dan zie ik het: Hans van Willigenburg.

Als ik verderop mijn route de Bijenkorf verlaat, schiet in een blik Hans Molenaar voorbij. Ditmaal geen teckel en geen donkere bril. Genoeg bekende Nederlanders voor vandaag, denk ik. Dan tel ik Johannes van Dam op de Spui-boekenmarkt, op zijn klittebandsandalen niet mee.