10 februari 2014

Weer in de moestuin

moestuin-in-februariVorig jaar hadden voor het eerst ons eigen moestuintje. Ik ben vandaag weer eens in de zijtuin gaan kijken. Gewapend met een schoffel en een schep, woelde ik de aarde weer om, haalde het onkruid weg en probeerde wat planten van vorig jaar te vinden.

Ik hakte in een wortelstelsel, trok met mijn vingers aan de wortels en rook de intense geur van selderij. Dat was dus de maggiplant die ik lostrok. Ik heb de rest maar laten zitten. De muntplant heb ik verplaatst naar een plekje bij de regenpijp.

Overgebleven kruiden

Er is best veel overgebleven van de kruiden. Er steekt wat bieslook uit de grond, net als de knoflook die omhoog gekomen is uit het restje dat we aan het eind van de zomer in de grond stopten. Verder de bladselderij en wat andere kruiden die ik niet zo goed kan definiëren.

Verder schoffelde ik de plantenresten tussen de aarde. Zo kan het dode spul als voeding voor de nieuwe gewassen dienen. Verder schudde ik de ingeklonken tuinaarde weer een beetje op. Het lucht is straks hard nodig voor de groei van de nieuwe groenten.

Goede voornemens

Nu eens gaan bedenken wat we allemaal anders gaan doen. Sommige dingen pakken we hetzelfde aan, maar minstens zoveel dingen anders. Een paar goede voornemens:

  • Eerder beginnen met planten (vorig jaar pas halverwege mei, nu wel in maart de eerste planten erin)
  • De hoge planten gaan naar achteren tegen de muur. Zo nemen ze niet het zonlicht weg voor de andere planten.
  • Kruiden uit de bakken, in een eigen bak voor het huis (dichterbij de keuken en zo krijgen ze minder de kans te overwoekeren)
  • Geen tomaten meer in de bakken (ze overwoekeren de rest)
  • Een klein kasje komt er voor het kweken van groenten die wat meer warmte nodig hebben.

09 februari 2014

Boeken om weg te geven - #50books

image

Niets moeilijker dan het geven van een boek. Daarom is de boekenbon ook zo waanzinnig populair: je geeft toch een boek maar laat die ander zelf het boek uitzoeken. In het geven van een boek zit iets dwingends: je moet dit lezen. Terwijl lezen veel aandacht en tijd van je vraagt.

Ik geef vrijwel nooit boeken weg. Alleen duidelijk aangegeven op een verlanglijstje wil ik het nog cadeau doen. Maar om een duur boek weg te geven en dan te horen dat iemand het laat verstoffen in zijn boekenkast. Of dat iemand het al heeft. Dat toont wel dat je een boek hebt gekocht dat in zijn interessegebied ligt, maar het is leuker een boek te geven dat hij nog niet heeft en toch graag wil hebben.

Kringloop

Ik krijg zelf ook zelden boeken. Soms waagt iemand zich eraan, maar vaak heb ik het al – en dat vind ik verschrikkelijk vervelend om te zeggen – of het grenst tegen iets aan dat ik graag wil hebben. Het net-niet cadeau. Of dat je het boek al hebt, maar dan in een net iets andere uitvoering. Ze belanden vaak ongelezen in de boekenkast. De kringloopwinkel ligt vol met dat soort geschenken.

Zo speurend in die kringloopwinkels stuit ik soms op boeken voor anderen. Dat vind ik eigenlijk veel leuker om te doen. Zo bezorg ik mensen dikwijls een verrassing. Ik vind een boek dat mij heel erg lijkt te passen bij iemand. Soms heb ik het zelf af, maar ook is het echt iets speciaals voor iemand anders.

Dan loop ik tegen een atlas aan voor mijn vader of vind ik een boek dat mij heel mooi lijkt voor een vriend of vriendin. Dan bewaar ik dat cadeau voor wanneer zich de gelegenheid voordoet. Erg leuk om te doen en als iemand het boek dan al heeft is de schade niet zo groot. Zo krijgt het boek dat al een cadeau was en in de kringloopwinkel belandde toch een nieuw plekje, de kringloop is rond.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 6 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

08 februari 2014

Sneeuw in Constantinopel

Jaren geleden was Jan van Aken rond Pasen in Istanbul. Het begon te sneeuwen. Zo stond haar daar op een brug over de Bosporus en zag de sneeuw vallen.

De sneeuw in de stad verbaasde hem. Ook omdat het niet vaak gebeurt in deze Turkse stad. Hij wist het: ik ga dit gebruiken voor mijn boek.

In De afvallige gebeurt dat inderdaad. Het sneeuw in Constantinopel als de verteller Dido daar voor de eerste keer aankomt. Het is winter en hij heeft niet eens in de gaten dat hij de stad Constantinopel binnenkomt.

‘De Bosporus,’ vertelde de onbekende die zich bij hen had aangesloten. En terwijl ze nog uitkeken over de zee-engte, hield het op met sneeuwen. Ze liepen verder en nu zag Dido, de muren en huizen, de kerken, alles onder die witte deken. Vitalis volgde zijn blik. ‘Zie,’ zei hij somber, ‘de keizerin van het Oosten in haar doodskleed.’ (270)

De sneeuw die op de stad valt, het trof Jan van Aken. En het is een mooie passage geworden waarin werkelijkheid, verbeelding en verhaal heel mooi samenvallen.

Lees Versteende woud

Lees Doedelzak en kwinkslag

Lees mijn artikel voor het Zuid-Afrikaanse Litnet

07 februari 2014

Versteende woud

In zijn verantwoording lijkt Jan van Aken een volstrekte willekeur te hanteren. Hij wekt mijn nieuwsgierigheid gewekt met het volgende zinnetje:

Het versteende woud is nu Pobiti Kamani in Bulgarije en de zomereik die ontkiemde op de plek waar Eleutherius zijn eerste ervaringen in de liefde opdeed, staat er nog altijd; de eik van Granit in Bulgarije is meer dan 1650 oud en daarmee de laatste nog levende tijdgenoot van Julianus in die regio. (604)

Hij verwijst de passage die speelt in het versteende woud. Ze staan bij een eik van enige tientallen jaren oud. Eleutherius heeft zijn vrienden hiermee naar toegenomen om deze plaats van herinnering te tonen.

Dido vraagt zich af of hier dan een veldslag heeft plaatsgevonden. Nee, krijgt hij als antwoord. Eleutherius is hier zijn maagdelijkheid verloren. Hij vrijt hier met drie vrouwen en na afloop hoort hij dat ze hem willen offeren. Hij weet de vrouwen van zich af te schudden als ze hem willen vastbinden en vermoordt hierbij een vrouw.

Op een plek in de rulle bosgrond groef hij een gat en legde haar lichaam erin, want het leek hem een juiste handelwijze. Hij bedekte haar met aarde en markeerde de plek met een kring van witte stenen. Daarna plantte hij een eikel midden in de kring als nagedachtenis aan de eerste vrouw die hij had liefgehad, hoe kortstondig ook en hoe onfortuinlijk ook de afloop. (373/374)

Een spel met de geschiedenis, waarbij een eik van 1650 jaar oud een groots symbool wordt. Terwijl naar alle waarschijnlijkheid de eik uit de grond is gekomen omdat een eekhoorntje zijn wintervoorraad is vergeten.

Lees mijn bijdrage Doedelzak en kwinkslag

Lees mijn artikel voor het Zuid-Afrikaanse Litnet

06 februari 2014

Doedelzak en kwinkslag - #WOT

image

Geschiedenis is dikwijls een ernstig verhaal boordevol met dramatische elementen: oorlogen, heersers, verliezers en verslagenen. Tussen de veldslagen is weinig ruimte voor kwinkslagen. Maar gelukkig is er de historische roman van Jan van Aken. Zijn boeken spelen in het verleden en spelen met de geschiedenis. Eigenlijk zijn het kwinkslagen met het verleden.

Een flinke roman

Een flinke roman is De afvallige van Jan van Aken. Het is zijn zesde roman, de tweede bij de uitgever Querido. Bij zijn vorige roman Koning voor één dag in 2008 stapte hij over van Prometheus naar Querido. Deze nieuwe roman staat in de lijn met zijn debuutroman Het oog van de Basilisk uit 2000. Of zoals hij het zelf in zijn verantwoording schrijft:

Dit boek gaat chronologisch vooraf aan mijn debuut Het oog van de Basilisk, waarin Swintharik een kleine rol speelt als stokoude blazer die het bloedverduisterende Hunnentij begeleidt met zijn doedelzak. (603)

Jan van Aken heeft mij weleens vertelt dat de twee romans bij elkaar horen en samen met – een nog te verschijnen – derde roman een trilogie vormen. De romans spelen in de late jaren van het Romeinse rijk. Het rijk staat op wankelen. De Goten vallen het land binnen, later volgen de Hunnen. Hun speldenprikken vormen een voortdurende bedreiging van het rijk.

Beduidend kleinere rol

En inderdaad Swintharik speelt in het debuut van Jan van Aken een beduidend kleinere rol dan hij in De afvallige doet. Al is het een iets grotere rol dan die Jan van Aken in zijn verantwoording schetst. De doedelzak krijgt een prominente rol. Dezelfde doedelzak waarvan het ontstaan in De afvallige uit de doeken wordt gedaan.

Swintharik is verslaafd aan de drank. Naar eigen zeggen komt dat door de dipsa. De dipsa is een slang. Waarna hij bijt, maakt hij de gebetene dorstig. Zo dorstig dat hij niet te stuiten is. Swintharik is kort nadat hij de keizer Julianus vermoord heeft, gebeten door de slang. Sindsdien kan hij niet van het wijnvat afblijven.

Wijnzak van geitenbok

Omdat hij vaak onderweg is, maakt hij van een geitenbok een wijnzak, een podeoon. Hij sleept de podeoon de hele tijd bij zich. Uiteindelijk verandert de wijnzak in een muziekinstrument: de doedelzak. Dat gebeurt in hoofdstuk 34 met de vanzelfsprekende titel ‘Doedelzak’ als hij de wijnzak wil laten bijvullen door de schenker. Hij houdt ondertussen zijn schalmei ook vast.

Swintharik pakt de podeoon op, maar voor hij de schenker bereikte, struikelde hij, zodat het blaasinstrument met zo veel kracht in de leren zak gestoken werd, dat die een lange klacht uitstootte, alsof de laatste adem van de zo lang geleden gestorven geitenbok nu ontsnapte. (546)

Als keizer Valens eindelijk uitgelachen is, stelt hij voor dat Swintharik de zak volblaast in de hals terwijl hij met zijn vingers de schalmei bespeelt. ‘Het was een ander instrument nu, dat geen ruimte liet voor rusten en stilten tussen de noten.’

Het verhaal klinkt als Astrix en Obelix die bijvoorbeeld ervoor gezorgd hebben dat de neus van de sfinx eraf viel. Of andere grootse gebeurtenissen uit de historie die een mooie verwerking krijgen. Dat gebeurt bij Jan van Akens De afvallige ook. Tussen alle helden lopen de personages. Banaal en dubbelzinnig beïnvloeden ze de geschiedenis.

Doedelzak spelen

De doedelzak speelt in Het oog van de Basilisk een belangrijke rol. Al geeft het hem ook iets idioots. In dit laatste boek is hij een oude man, misschien wel honderd jaar oud, suggereert de verteller en loopt hij te zeulen met die doedelzak.

Jan van Aken is daar erg goed in. Hij verweeft in de bekende geschiedenis vol keizers, dappere helden en grootse overwinningen zijn eigen verhaal. Het is een verhaal vol drank, begeerte en vooral van dwazen. Zijn vertellers zijn nooit te vertrouwen, ze smeden samen en bedriegen de lezer waar hij bij staat. Soms maken ze zichzelf groter dan ze zijn, andere keren juist weer kleiner.

De kwinkslag

Dat is de kwinkslag in het werk van Jan van Aken. Ik ben er gek op. Het plaatst de geschiedenis in een ander daglicht. Het haalt het profane uit de besofte boeken vol helden en overwinningen. Het maakt de geschiedenis weer wat ze is: het leven van mensen. Daarmee trekt hij het verhaal soms door naar het ordinaire en alledaagse. Precies zoals het hoort dus.

Voor het Zuid-Afrikaanse Litnet bespreek ik De afvallige nog uitvoeriger: lees mijn bespreking op Litnet

05 februari 2014

Gebruiksgemak

image

De eerste Apple is niet een totaal gesloten systeem zoals Steve Jobs dat voor ogen heeft. Zijn compagnon Stephen Wozniak wil er graag mogelijkheden in dat mensen zelf hun computer kunnen aanpassen. Hij is teveel een hacker, maar als hij in de rij staat voor de nieuwe iPad, ziet Wozniak er wel wat in.

‘De meeste mensen willen dingen die makkelijk zijn in gebruik. Steve is een genie omdat hij weet hoe hij dingen eenvoudig moet maken, en dan kan het nodig zijn om alles te beheersen.’ (594)

Als Steve Jobs de kans krijgt zelf een computer te ontwerpen bij de Macintosh, kiest hij voor een totaal gesloten systeem. Alleen Apple-technici kunnen de kast openmaken en onderdelen vervangen. Gebruikers kunnen nergens bij. Volgens Jobs is dat ook helemaal niet nodig. Gebruikers willen gewoon een kant en klaar product.

Naadloos aansluiten

Om de hele gebruikservaring te ondersteunen moeten software en hardware naadloos op elkaar aansluiten. Het ontbreken van de cursortoetsen bijvoorbeeld zorgt er gelijk voor dat softwareontwikkelaars voor Apple speciale software moeten blijven ontwikkelen dat niet aansluit op andere systemen.

Daarbij geldt het mantra uit de eerste brochure voor de Macintosh: Simplicity is the ultimate sophistication:

Jobs was van mening dat het een kerncomponent van eenvoud van design was om producten zo te maken dat ze intuïtief makkelijk te gebruiken zijn. (161)

Daarbij ziet hij zichzelf als kunstenaar die de kunst verbindt met de techniek. Een computer moet ook in een museum kunnen staan omdat het een volmaakte creatie is.

Zesjarig jongetje

Voor Steve Jobs is het een groot compliment als hij van Michael Noer een verhaal over de iPad leest. Noer is op het platteland van Colombia en laat een zesjarig jongetje zijn iPad gebruiken.

Zonder enige instructie en zonder dat hij ooit eerder een computer had gezien, begon de jongen het ding intuïtief te gebruiken. Hij veegde over het schermm startte apps, speelde een spelletje filpperden. ‘Steve Jobs heeft een krachige computer ontwikkeld die door een zesjarige gebruikt kan worden zonder dat iemand hem zegt hoe,’ schreeft Noer. ‘Als dat geen magie is, dan weet ik niet wat dat wel is.’ (595)

Die hang naar perfectie en gebruikersgemak gaat heel ver bij Steve Jobs. Als hij werkelijk doodziek in het ziekenhuis ligt en balanceert tussen leven en dood, weigert hij bepaalde apparatuur omdat het design en gebruikersgemak hem niet aanstaan. Het gedrag wekt op de lachspieren, ondanks de ernst van de situatie.

Zelfs toen hij nauwelijks bij bewustzijn was, bleek toch iets van zijn persoonlijkheid. Op een gegeven moment probeerde de longarts een masker aan te leggen bij Jobs die al verdoofd was. Jobs trok het van zijn gezicht en mompelde dat hij het design vreselijk vond en weigerde het te dragen. Hoewel hij nauwelijks kon praten, beval hij om vijf alternatieven te gaan halen en dat hij dan het design zou kiezen dat hij mooi vond. […] Ook had hij een hekel aan de zuurstofmeter die ze op zijn vinger vastmaakten. Hij zei dat het ding lelijk was en te ingewikkeld. Hij deed voorstellen over hoe het eenvoudiger ontworpen kon worden. (581)

Hij ligt verschrikkelijk ziek in het ziekenhuis, kort voor zijn levertransplantatie, maar bemoeit zich met alles. Het lijkt of je hier Steve Jobs ziet vergaderen in zijn managementteam. Hier werkt een kunstenaar die van gebruiksvoorwerpen goed doordachte ontwerpen wil maken. Of hij nu ziek is of niet, voor hem is het een levenswijze.

image

04 februari 2014

Siena-zandsteen

image

Voor de biografie van Steve Jobs maakt Walter Isaacson gebruik van een aantal gegevens die hij veelvuldig laat terugkomen, zoals het ‘reality distortion field‘, het verlangen een kunstwerk te maken en het focussen van Steve Jobs.

Het geldt voor de grote onderwerpen, maar ook in de kleinere onderwerpen laat Walter Isaacson elementen terugkomen. Bij het verhaal van de zandstenen vloer in de Apple stores komt dit heel mooi terug. De biograaf maakt hier gebruik van een vooruitwijzing in zijn verhaal, een techniek uit de roman.

Florence

Het is 1985 en Steve Jobs wordt uit de directie van zijn bedrijf gezet. Hij gaat naar Europa. In Florence verdiept hij zich in de architectuur van de stad en de gebruikte bouwmaterialen:

Heel bijzonder waren de stoeptegels die afkomstig zijn van de mijn Il Casone bij de Toscaanse stad Firenzuola. Ze zijn een rustgevend blauwgrijs, diep van kleur maar toch ook vriendelijk. Twintig jaar later zou hij besluiten dat op de vloeren van de belangrijkste Apple Stores, tegels van deze steensoort uit de mijn Il Casone moesten komen. (295)

Bij het inrichten van de modelwinkel voor de Apple Store komt de biograaf heel mooi terug op dit gegeven. Het is inmiddels bijna twintig jaar nadat Steve Jobs de stenen in Florence had gezien.

Nadat hij in 1985 uit Apple was gezet, had hij een bezoek gebracht aan Italië, waar hij onder de indruk was gekomen van de grijze natuurstenen tegels in Florence. In 2002, toen hij tot de conclusie kwam dat de lichte houten vloeren in de winkels wat kaal begonnen te worden – een zorg waarvan je je moeilijk kunt voorstellen dat een Steve Ballmer, de CEO van Microsoft, die zou delen – wilde Jobs het hout vervangen door die zandstenen tegels. Enkele collega’s drongen erop aan om beton te gebruiken dat je dezelfde kleur en structuur zou kunnen geven, en dat tien keer zo goedkoop zou zijn, maar Jobs stond erop dat de tegels authentiek zouden zijn. (451)

Met de trap doet Walter Isaacson hetzelfde. Steve Jobs laat in zijn nieuwe kantoor voor het bedrijf NeXT een trap in de hal ontwerpen door I.M. Pei die in de hal lijkt te zweven.

De aannemer zei dat het ontwerp niet uitgevoerd kon worden. Jobs zei dat het wel kon, en het gebeurde. Jaren later zou Jobs ervoor zorgen dat dergelijke trappen kenmerkend werden voor de Apple Stores. (277)

Ook de trap komt terug in het verhaal. Als hij de modelwinkel voor de Apple Store ontwerpt, concentreert de CEO van Apple zich op de doorkijktrap: ‘de doorkijktrap die is gemaakt van glazen treden die aan elkaar zitten met titanium’.

Apple Store

Zo heeft de biograaf een groot deel van de Apple Store al ingericht nog voordat het idee in het boek komt. En hij komt op deze elementen verderop nog een keer terug. Als hij het bijvoorbeeld heeft over het maken van keuzes. Hier slaat Walter Isaacson een beetje door in het psychologiseren van zijn held, maar de voorbeelden die hij geeft illustreren precies het gedrag dat hij beschrijft. Zoals het moment waarop Steve Jobs twijfelt over zijn terugkeer bij Apple.

Hij worstelde niet graag met complexe zaken. Dat gold voor producten, design en meubilair. Het gold ook als het aankwam voor persoonlijke verplichtingen. Als hij zeker wist dat een bepaalde weg de juiste was, dan was hij niet te stoppen. Maar als hij twijfelde, dan trok hij zich weleens terug en dacht hij liever niet na over dingen die hem niet perfect uitkwamen.
Deze houding kwam deels voort uit zijn neiging om alles in tegenstellingen te zien. Iemand was een held of een hufter, een product was geweldig of shit. Maar het leek soms alsof hij werd tegengehouden door zaken die complexer lagen, genuanceerder waren: trouwen, de juiste bank aanschaffen, je verplichten om een bedrijft te leiden. (381)

Dit soort elementen geven dit boek kenmerken van een roman en vergroten het leesplezier. Want behalve een leerzaam boek, is het leven van Steve Jobs ook een mooi verhaal om te lezen. Het verhaal van een doorzetter en een wilskrachtig iemand, die gelukkig ook zijn twijfels heeft.

 

03 februari 2014

Overleven door de metafoor - #50books

dialoog-il-postinoIk las eens het verhaal van een man die droomde dat motorkap van zijn auto losschoot terwijl hij in volle vaart op snelweg reed. De paniekdroom zorgde ervoor dat hij nadacht hoe hij dit het beste kon oplossen als het gebeurde. Een paar dagen later overkwam het hem op de snelweg. Hij wist de auto veilig aan de kant te zetten omdat hij al over het probleem had nagedacht.

Als de literatuur zo’n functie kon hebben, zou het natuurlijk geweldig zijn. Dan was tegen elk euvel wel een roman of verhaal opgewassen. Het is mij niet overkomen, tenminste ik kan het mij niet herinneren. Een ex gaf mij een boek cadeau van Keri Hulme. Onze relatie deed haar aan dat boek denken. Ik heb het boek nooit durven lezen. Ik verwachtte in dezelfde hel terecht te zullen komen.

Overlevingspakket

De metafoor is de grote overlever als het om literatuur gaat en in het bijzondere de poëzie. Ze helpen niet zozeer om je in te leven in een situatie, maar veel meer om je te helpen door een bepaalde situatie te leiden. De literatuur als troost en nog veel meer als vriend en metgezel.

De film Il Postino laat zo mooi zien wat een gedicht met je doet. In het eerste gesprek tussen de dichter Pablo Neruda en de postbode Mario Ruoppolo komt dat al aan de orde. Gedichten worden gedragen door metaforen. Daar haalt Mario een dichtregel van de dichter aan.

Ik vond het ook mooi dat u schreef: “ik ben ’t moe een mens te zijn.” Dat heb ik ook weleens. Maar ik wist niet hoe ik ’t moest zeggen.

Volgens Pablo Neruda gaat het niet om de betekenis van het gedicht.

Weet je Mario. Ik kan niet uitleggen dat er in m’n gedichten staat. Dan wordt de poëzie banaal. Het gaat niet om de uitleg maar om de emotie die poëzie kan oproepen.

Metaforen aan het strand

Aan het strand zitten de dichter en de postbode een paar dagen later. Daar draagt Pablo Neruda een prachtig gedicht van hem, ‘Oda al Mar’ voor over het eiland en de zee die eromheen slaat. [http://www.neruda.uchile.cl/obra/obraodaselementales5.html]

Mario wordt helemaal meegenomen door de woorden. Hij vindt het vreemd. De dichter vraagt wat hij precies bedoelt.

Vreemd zoals ik me voelde toen u ’t voordroeg.
– Wat voelde je dan?
Ik weet niet. De woorden gingen heen en weer.
– Zoals de zee?
Precies, zoals de zee.
– Dat is ’t ritme
Ik voelde me zeeziek. Want… Hoe zal ik ’t zeggen. Ik voelde me als ’n boot die schommelt op de woorden.
– Als een boot die schommelt op mijn woorden?
Weet je wat je hebt gemaakt? Een metafoor.

Hij gelooft het niet, omdat hij hem niet bewust gemaakt heeft. Volgens de dichter is dat wel degelijk een metafoor. Ook beelden die spontaan ontstaan zijn metaforen.

Mario draaft een beetje door als hij de hele wereld als metafoor beschouwt. De dichter belooft er later op terug te komen, maar dat lukt niet omdat Mario getroffen is door de liefde. ‘Beatrice maakt grenzeloze liefdes los’, zegt Pablo Neruda als Mario compleet over zijn toeren haar naam noemt.

Beelden vastleggen

De metafoor komt in de film helemaal tot bloei als Mario Ruoppolo het eiland vastlegt voor de dichter op een geluidsband. Hij legt het ruizen van de wind vast, maar ook de sterrenhemel. Een beeld dat niet in geluid te vatten is, maar waar de taal genoeg beelden kan oproepen. Zo helpt de metafoor je te begrijpen wat je voelt maar wat je niet onder woorden kunt brengen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 5 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

02 februari 2014

Il postino

Il Postino (filmtrailer, detail)
Il Postino (filmtrailer, detail)

Ik kwam hem tegen en wilde hem opnemen. Gewoon omdat hij te laat was en ik zo laat een film niet meer goed kan verwerken. Dan lig ik een hele nacht wakker en daar had ik geen zin in. Daarom zou ik hem gaan opnemen.

Het is Il Postino, een film over de dichter Pablo Neruda. Ik kende deze film via mjn oom Wout, die jaren in Chili woonde en waarmee ik eens over deze bijzondere dichter sprak. Volgens hem was het een heel bijzondere film over de dichter en de postbode. De postbode die de dichter uit zijn isolement haalt en een vriend voor hem is. De jongen die ingewijd wordt in de wereld van de poëzie.

Ik vergat mijn dvd-recorder in te stellen, totdat ik op facebook in mijn timeline ontdekte dat de film was uitgezonden. Wat baalde ik. Nu had ik deze bijzondere film alsnog gemist. Maar ik ontdekte de film bij mijn bibliotheek. Hij belandde op de stapel ‘nog te kijken en te lezen’. De inleverattentie vorige week dwong mij iets met de dvd te gaan doen. Ach, laten we hem kijken, zei ik tegen Inge gisteravond. Hij moet uiterlijk 3 februari zijn ingeleverd.

Zodoende keken we naar deze bijzondere film. Il Postino gaat over de dichter Pablo Neruda en de jongen Mario Ruoppolo. Neruda is verbannen naar dit Italiaanse eiland, op de vlucht voor de regering in zijn moederland Chili. Hij trekt zich terug in een klein dorpje op het eiland, vol analfabeten. Omdat hij dagelijks overstelpt wordt met brieven en pakketten, moet iemand de post bij hem bezorgen. Mario krijgt dit baantje toebedeeld omdat hij als één van de weinigen een fiets heeft.

Mario komt langzaam in contact met de dichter die hem inwijdt in een wereld van metaforen en poëzie. Als Mario verliefd wordt op Beatrice Russo, helpt de Chileense dichter hem bij het veroveren van haar hart met hulp van de poëzie. Het is een prachtig verhaal, eenvoudig en zuiver gespeeld. De wending aan het eind van de film is verrassend. Het heeft mij een groot deel van de nacht uit de slaap gehouden.

Dat komt zeker ook door combinatie met het verhaal over de acteur die Mario Ruoppolo speelt: Massimo Troisi. Hij leed aan een ernstige hartafwijking sinds zijn geboorte. Aan het begin van de filmopnames hoorde hij dat hij niet lang meer te leven had en per direct een harttransplantatie moest ondergaan.

Massimo Troisi koos ervoor eerst de film te maken. Het werd zijn internationale doorbraak. De prijs die hij ervoor betaalde was hoog. Hij overleed een dag na de laatste opnames bij zijn zus thuis, waar hij even was gaan liggen om uit te rusten.

De film geïnspireerd op de roman Ardiente paciencia van de Chileense schrijver Antonio Skármeta. Alleen zijn in het verhaal een paar dingen aangepast. Zo is in de roman Pablo Neruda een dichter aan het eind van zijn leven en is de plaats van handeling verplaatst naar Italië. Daar verbleef Pablo Neruda inderdaad rond 1952 op het eiland Capri in de Golf van Napels.

In dit geval is de film werkelijk ongekend sterk en kan het boek alleen maar tegenvallen. De film is namelijk zelf heel poëtisch en geeft een prachtige inkijk in de gedichten van Pablo Neruda. Het is daarmee een film geworden van verlangen (naar de liefde en het vaderland), het observeren van de wereld in metaforen en als een groot levend gedicht. De kracht van taal.

De film inspireert ontzettend om het werk van Pablo Neruda ter hand te nemen. Zijn autobiografie Ik beken ik heb geleefd maakte mij al jaren geleden enthousiast om zijn magnum opus Canto General te lezen. De film zorgt voor een hernieuwd enthousiasme, want wat is zijn poëzie om te genieten!

Lees de indrukwekkende necrologie over Massimo Troisi

01 februari 2014

Onderwijsvernieuwing

image

Steve Jobs heeft aan het eind van zijn leven in het contact met Obama gewezen op het hopeloos ouderwetse onderwijsstelsel. Hij verbaast zich erover dat de schoolklas nog helemaal is ingericht volgens een systeem waarbij de leerkracht voorin de klas bij het bord staat en de leerlingen uit het schoolboek hun informatie halen.

Leerkrachten moesten behandeld worden als specialisten, zei hij, niet als fabrieksarbeiders die aan de lopende band staan. Schoolhoofden zouden de bevoegdheid moeten hebben om hen aan te nemen en te ontslaan op basis van hun kwaliteiten. Scholen zouden tot minstens 6 uur ’s avonds en elf maanden in het jaar open moeten zijn. (649)

Al het leermateriaal en tests moeten volgens Jobs digitaal beschikbaar zijn, aangepast aan elke leerling met directe feedback. Het vraagt om een heel andere inrichting van het onderwijs, afgestemd op elke individuele leerling en de leerkracht die daar als coach doorheen laveert. Het huidige onderwijs – ook in Nederland – is veel te veel ingericht op alles om de leerling heen en niet op de leerling zelf.

Politiek verlamt

Het project valt stil en Steve Jobs is teleurgesteld in Obama.

‘Hij heeft moeite met het geven van leiding omdat hij niet graag mensen schoffeert of wegstuurt.’

In zijn gesprekken met de president valt hem op dat politiek verlamt, zeker als je op een positie zit waarbij je macht afhankelijk is van anderen.

‘De president is heel slim, maar hij bleef maar redenen geven waarom dingen niet konden. Ik werd er woest van.’
Walter Isaacson: Steve Jobs, de biografie. Oorsponkelijke titel: Steve Jobs - the Biography. Vertaald door Rob de Ridder. 16e druk. Houten, Antwerpen: Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum, 2013 [eerste druk: 2011].