11 mei 2013

De eerste spruiten

moestuin de eerste spruitenDan kijk je naar de zwarte aarde en zie je ineens de eerste spruitjes omhoog komen. De Afraikaantjes komen op en in het andere vak zie ik de rode bietjes opkomen. De rode knoppen slaan open. Daar verschijnen de blaadjes.

Het is een mirakel. Een wonder hoe uit zo’n klein zaadje een heus plantje groeit. Het DNA zit overal verstopt. Net als met de knoppen van de Ginkgo, komt hier de plant op die al in het zaadje zit. Als je heel goed kijkt, zie je al de oervorm tevoorschijn komen.

de afrikaantjes komen op

De vreugde bij het zien van de eerste knoppen. De verbazing die zich meester van je maakt. Eigenlijk maak je een klein huppeldansje van blijdschap. Laat de groenten maar komen. Al weet je dat het nog veel ijver zal kosten.

10 mei 2013

Zonsondergang

image
De camera loopt

Gestimuleerd door de #WOT ‘romantiek’ dacht ik gisteravond iets romantisch uit: samen kijken naar de zonsondergang. Ik zocht op internet wanneer de zon zou ondergaan. Een immense tabel bracht me in verwarring. Bijna vertrokken we een uur te vroeg.

Ik keek op 9 april en toen ging de zon om 20.28 uur onder. Gisteravond was dat bijna een uur later, om 21.18 uur. Wat later en een wegomleiding verder reden we in de richting van het IJmeer. We parkeerden de auto op de plaats waar overdag een frietkot staat, vlakbij het drijvende hotel en zagen de zon vol boven de wolkenrand uittornen.

image
Inge kijkt naar de zonsondergang

Ik installeerde de fotocamera op een statief en liet hem draaien op de videostand. Er stond nog een minuut of 18 ruimte op de schijf. Waarna ik het toestel evenwijdig met de horizon zette. Het rulle zand zette het statief niet helemaal waterpas. Na wat passen en meten was ook dat in orde.

Inge maakte foto’s met haar camera en ik klikte soms een enkel plaatje met mijn mobieltje. Wat een prachtig gezicht hoe de zon achter de wolkenband verdween en de rand met wolken een eigen tint meegaf. Alles om de wolkenrand heen kleurde in de tinten van de ondergaande zon. Een schitterend gezicht.

image
Muggen in beeld

De vele muggen die daarna opdoemden gooiden wel wat roet in het eten. Ze gaven het water duizenden puntjes als de pixels van een oude krantenfoto. Zo puntig maakte de zwerm muggen het beeld van het kabbelend water. Iets dat bij de echte zee niet zal gebeuren. Het binnenmeertje zorgt nog eens extra voor de nodige levensruimte van deze gevleugde streepjes.

Zo verdween de zon en verscheen de romantiek. Misschien ben ik toch een romantischer jongeling dan ik mijzelf toedicht.

09 mei 2013

Romantisch - #WOT

image
Pure romantiek, het landschap van Indonesie zoals Franz Wilhelm Junghuhn het beschreef en tekende.

Ik raak altijd een beetje in de zweem van ‘romantisch’. Mensen zien dan een tafel met twee stoelen, een kaarsje en een ober die de maaltijd voor de twee mensen op de stoelen serveert. Romantisch diner voor twee, heet dat.

Geen romanticus
Ik vind daar niet veel romantisch aan. Dat komt ook omdat ik niet zo’n romanticus ben. Ik kom niet thuis met een bosje rode rozen. Als ik op een mooie kikkerverzameling stuit, neem ik het mee voor haar en geef het. Dat doe ik weer.

Echt romantisch is de cultuurhistorische stroming, met imposante parken als het Vondelpark. De kronkelpaadjes en het op het oog ongeordende, dat haast symbool staat voor de verborgen hartstochten in de mens.

Als in een roman, betekent romantisch dan ook. De personages van een roman doen ook zo overdreven en excentriek. Later slaat het vooral op een bepaald soort romans, op liefdestaferelen en schattige paartjes in datzelfde romantische park. Het heeft weinig meer van doen met de romantiek.

Pure romantiek
Voor mij is de natuur pure romantiek. Bij het horen van Peter van Zonnevelds college over Junghuhn werd ik geraakt. Hier was een schrijver van mijn hart. Iemand die de natuur in al zijn hartstocht beschreef. Ongrijpbaar en bijna onmogelijk in woorden te vatten.

Daar wilde ik meer van weten en mijn studie stond vanaf die dag in 1998 in het teken van Franz Wilhelm Junghuhn. Ik kreeg een paar dagen later het artikel van Peter van Zonneveld mee waarin hij over Junghuhn schrijft. ‘Groots, woest of bekoorlijk? Het romantisch landschap en de Nederlandse literatuur (1750-1850)’

Extase
Veel wist ik al van zijn colleges maar de vergelijking die Van Zonneveld maakte tussen Alexander von Humboldt en Junghuhn, bracht mij in extase. Ik ging verder met die vergelijking en schreef een scriptie van 32 pagina’s. Veel te veel voor die 3 studiepunten, maar wat een feest om te doen.

En dat is nog altijd het toppunt van Romantiek: de natuurbeschrijvingen van Junghuhn. Het heeft mij nooit meer losgelaten. Ik studeerde op Junghuhns Terugreis af en werd zelfs genomineerd voor de scriptieprijs. Nog altijd grijp ik een paar keer per jaar naar zijn werk. Dan lees ik weer die ontroerende passages en voel mee met de natuur die Junghuhn presenteert in zijn werk.

08 mei 2013

In spanning - #50books

image

Spannende boeken, ik heb er een broertje dood aan. Ik probeer ze zoveel mogelijk te ontlopen. Soms kan het niet anders, dan moet ik wel, maar het liefst lees ik een boek zonder spanning. Dat is pas genieten. Niet die afleiding maar het boek en het verhaal zelf. Hoe saaier hoe mooier.

Dat zelfs ik soms een spannend boek lees, zou ik het liefste niet willen zeggen. Ik las Dan Brown, waagde mij aan het eerste deel van de 50 tinten-serie en las Arjen Lubachs IV. Stuk voor stuk boeken waar de spanning vanaf druipt. Ik vond het bij allemaal zonde dat ik ze las. Mijn kostbare tijd geven voor een verhaal dat alleen maar de lucht van de spanning laat leeglopen. Nee, het is niet aan mij besteed.

Daar had ik vroeger geen last van. De zeemansverhalen van K. Norel en oorlogsverhalen van Snuf de Hond. Overal zat een enorme hoeveelheid spannende lading. Die boeken kon ik niet wegleggen. Ik wilde weten hoe het afliep. Al was mijn eerste ervaring van Snuf de Hond anders. Ik vond het maar niks en ruilde het boek bij de boekwinkel in voor een Kameleon.

In het programma Man bijt hond liep een verslaggever over het strand en informeerde mensen wat ze lazen. Daar zat een vrouw met een e-reader op schoot in een strandtent. Eigenlijk stoorde de verslaggever haar. Ze was op de laatste bladzijde aanbeland van het boek en wilde zo snel mogelijk weten hoe het afliep. Ze las een stukje voor, maar het ging niet van harte. Ze dook weer snel verder in haar verhaal.

Wat later keerde de verslaggever nog even terug. ‘Mag ik weten hoe het afliep?’ vroeg hij. ‘Hij leeft nog’, zei ze opgelucht. ‘Ja, daar was ik zo benieuwd naar. Het leek of hij dood zou gaan en niemand dacht dat hij het zou halen. Maar hij heeft het gehaald.’ De opluchting maakte al die uren van spanning in een klap goed.

Deze blog is mijn reactie op vraag 16 van Petepels #50books. Elke zondag lanceert Peter Pellenaars een vraag over boeken op zijn blog.

07 mei 2013

Rijksdaalder

image
Rijksdaalders die ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis werden geslagen. Links de herdenkingsmunt voor het 400-jarig bestaan van de Unie van Utrecht in 1979. De rijksdaalder rechts werd een jaar later geslagen bij de troonswisseling van Juliana naar Beatrix.

Een slungelige jongen komt de bestelling halen voor de familie. Hij noemt de familienaam. ‘Drie keer een tijger’, zegt hij erbij. Het winkelmeisje dat hem helpt, kijkt naar haar oudere collega. ‘Is het voor Debora?’ vraagt ze tegn de donkere zonnebrilglazen. De jongen knikt. ‘Mijn moeder heet Debora’, antwoordt hij. ‘Kijk, dat weet ik dan weer, maar die achternaam ken ik niet onthouden.’

Het meisje snijdt het brood en de oudere winkeldame helpt afrekenen. ‘Heb je er misschien een stuiver bij?’ vraagt de winkeldame. Ze kijkt over haar leesbril naar de jongen. Hij kijkt haar verbaasd aan. ‘Een wat?’ ‘Een stuiver’, herhaalt ze en kijkt hem nog eens goed aan. ‘Dat is 5 cent, maar jullie kennen de stuiver zeker niet.’ ‘Nee’, reageert het winkelmeisje. ‘Wij zijn van de euro en niet van die andere munt.’

‘Sorry’, zegt de oudere winkeldame. ‘Ik word ouder, dan reken je nog in guldens en vraag je om een stuiver of een dubbeltje. Of een kwartje.’ De jongen kijkt nog altijd verbaasd naar de benamingen. ‘Maar zo lang is het toch niet geleden? Wacht eens.’ Ze slaat aan het rekenen. ‘Het was 2002 toen de euro kregen. Maar jij bent toch veel ouder?’ ‘Ik ben 16’, zegt de jongen.

Ze vertelt verder over de gulden. Mijn brood wordt gesneden. ‘Ook had je vroeger een munt voor 2,50 gulden. Tjonge, hoe heet dat ding ook alweer.’ ‘Rijksdaalder’, zeg ik. ‘Ja, een rijksdaalder’, bevestigt ze. Ze knikt en kijkt me snel aan. Even denken we aan die grote munt van 2,50 gulden. De munt die er al bijna 12,5 jaar niet meer is. ‘Dat wordt dan 7 euro 55’, zegt ze. Ik geef haar er keurig een stuiver bij.

06 mei 2013

Rijksmuseum

doris voor de nachtwacht in rijksmuseumBij de opening van het vernieuwde Rijksmuseum sprak directeur Wim Pijbes over het doel van het Rijksmuseum: alle kinderen in Nederland voor hun 12e jaar de Nachtwacht laten zien.

Een bijzonder doel dat Doris bij alle aandacht in de media voor de opening van het vernieuwde Rijks goed opving. ‘Ik wil op mijn verjaardag naar het Rijksmuseum’, zei ze. ‘Om de Nachtwacht te zien.’

Ze is acht jaar geworden en heeft dus nog vier jaar de tijd om de doelstelling te halen. Maar dat was niet belangrijk. ‘We kunnen nog een keertje.’ Bovendien moest ze vanmorgen haar verjaardagsmuts op.

inge en doris voor rijksmuseum amsterdam

Zo stapten wij vroeg in de trein op weg naar het Rijksmuseum in Amsterdam, via Amsterdam Zuid en tram 5 kwamen we in de cultuurtempel van Nederland. Ze herkende het gebouw van architect Cuypers als van verre. Onderwijl kregen we de ene felicitatie na de andere. Het valt best op dat je jarig bent als je met een verjaardagsmuts rondloopt. Zelfs al is het in Amsterdam.

Vanuit de tram zagen we de lange rijen wachtenden bij het Van Goghmuseum en Stedelijk. We vreesden soortgelijke taferelen bij het Rijksmuseum. De verf van de restauratie is nauwelijks opgedroogd. De aandacht in de media niet vergeten. Dus dat beloofde wat.

Maar de rij viel erg mee. Alleen moest ik mijn rugzak inleveren en daar was een kleine rij. Daarna weifelden we even welke weg we zouden inslaan. Doris wilde graag bij de Middeleeuwen beginnen en we liepen de zalen met prachtige Middeleeuwse en Renaissance kunst door.

Daar troffen we ondermeer Renaissancekunst van Lucas van Leyden aan. De dans om het gouden kalf, een altaarstuk uit ca. 1530. Ik ben liefhebber van deze schilder uit Leiden. Maar het verlangen naar de Nachtwacht werd sterker en een klein uurtje later betraden we de zaal, de galerij der Groten op de tweede verdieping.

veel toeschouwers bij nachtwacht rembrandt

‘Waar is de Nachtwacht dan?’ vroeg ze terwijl we aankwamen op de tweede verdieping, precies ter hoogte van de zaal met de Nachtwacht. Ik zag hem zo opdoemen vanuit het trapportaal. Imposant en groots: de Nachtwacht van Rembrandt.

Hoe vaak heb ik dat beeld niet gezien. Ontelbare keren. De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren. Dat is de originele titel. Het meisje dat vol in het licht valt. De schutters erom heen. De kapitein en luitenant beraadslagen iets, de route die gemarcheerd moet worden? De heer op de trom en de enorme vlag die deels buiten het schilderij valt.

Misschien is het vooral de grootte van het schilderij. Dat origineel nog groter was. Een heel stuk van de linkerkant is verdwenen en daarmee is de compositie niet zo volmaakt. Maar zeker een mooi gebruik van de kleuren en het licht.

De zaal is ook prachtig. De andere schuttersstukken vallen erbij in het niet. Net als de vrouwenfiguren die het dak dragen. Ze verbeelden, nacht, morgen, dag en avond. Ik moest gelijk denken aan Junghuhn. Deze kariatiden zouden zinspelen op Rembrandts spel met licht en donker. Voor mij verwijzen ze naar de dagelijkse cyclus van het leven.

Ik had bewondering voor het geduld en de liefde waarmee ze naar het schilderij van Rembrandt keek. Een meisje van acht dat geniet van kunst. De kunst met een hoofdletter. Ze lijkt het te begrijpen.

eregalerij rijksmuseum

De eregalerij bevat overigens prachtige schilderijen en biedt een mooi overzicht van de Nederlandse schilderkunst uit de Gouden eeuw. Jan Steen, Jacob van Ruisdael en Salomon van Ruysdael. Net als Frans Hals en Johannes Vermeer. Schilderijen die je vaak al kent, maar nu in het echt ziet.

Heerlijk om zo samen te genieten van kunst en geschiedenis. Na het zien van de eregalerij liep het museum steeds voller. We zijn nog in de zalen met scheepsmodellen en wapens geweest, maar vrij snel daarna was het lunchtijd. In de museumwinkel kreeg de jarige ook nog een cadeau van het museum: een mooie kaart van de Nachtwacht en een boekenlegger.

aan de pizza

De trek in een lunch lokte ons naar buiten. Daar zagen we de lange rij wachtenden voor de draaideur van het museum staan. Een heerlijke pizza hebben we veroverd aan de Lange Leidsedwarsstraat, met uitzicht op lossende leveranciers. Ook hier van alle kanten felicitaties. Een verjaardagmuts valt op. Ook in Amsterdam.

Onderweg naar huis en bij het uitlaten van de honden heb ik nog lang genoten van de beelden van deze meesterwerken.

05 mei 2013

Keyboard

wpid-2013-05-05-20.19.59.jpgDe vraag is wat je moet kopen voor haar verjaardag. Ze weet het zelf ook niet zo goed. Ze vindt het heerlijk om melodietjes te spelen op een piano of een orgel. De melodie speelt ze met een vinger. En ze weet misschien niet hoe de noot heet, maar ze weet feilloos te moduleren en met het ritme heeft ze ook geen moeite.

Daarom vinden wij het een leuk idee via marktplaats een tweedehands keyboard te kopen. Als rechtgeaarde orgelliefhebber is dat best een gewaagde beslissing, maar om haar nu aan de klavieren van het pedaalharmonium te zetten. Dat vind ik een stap te ver.

Na wat speuren ontdekten we de verschillen tussen keyboards. Aanslaggevoeligheid wordt vaak als reden gegeven. De Roland of Yamaha als bijbehorend merk. Over de types verschillen de meningen. Maar als we een Roland E-16 vinden op marktplaats in Naarden besluiten we maar eens een afspraak te maken.

De eigenaar kan alleen op zaterdag of zondag. Omdat we zondag de verjaardag vieren, spreken we zaterdagavond af. Maar als ik dan om half acht voor de deur van de Roland-eigenaar in Naarden sta, wordt er niet opengedaan. Teleurgesteld rij ik naar huis.

Inge mailt direct waar hij toch was. We hadden toch afgesproken. Nu zitten we zonder een cadeau voor de jarige. Een klein uurtje later reactie. Hij was naar de dodenherdenking en onze afspraak glad vergeten. Hij biedt aan de volgende dag langs te komen om het ding uit te proberen.

We sturen Doris naar boven als hij aanbelt met het keyboard. Een mooie standaard, een heus pedaal (aan een draadje) en zelfs een draaikrukje. Ik speel er wat op. Probeer wat toetsen. Hij vertelt wat over het instrument en we maken een prijs. Verkocht. De koop is gesloten en de oude eigenaar vertrekt weer.

We onthullen het cadeau voor haar. Ze is helemaal blij. Als even later de visite komt, zijn ze niet weg te slaan bij het keyboard. Nu haar de basisbeginselen van het klavierspel bijbrengen. Maar vooralsnog zijn alle knopjes meer dan de interesse waard. En dat mag ook eventjes. Niet te lang, want anders worden we gek.

04 mei 2013

Kippenvel - #50books

image

Bij muziek heb ik het weleens dat ik het kippenvel over mijn rug krijg. Een bepaalde passage bij Julius Reubkes Orgelsonate bijvoorbeeld of ergens bij het tweede koraal van Cesar Franck. Net als het moment dat het thema van Ten Holts Canto Ostinato voor de tweede keer terugkomt.

Een enkel gedicht wil weleens een enkele rughaar overeind trekken. Maar bij een roman lukt het nooit. Boeken lenen zich niet voor zo’n ontluisterend moment. Het verhaal vraagt daarvoor teveel lange adem en raakt je op een andere manier. Ik heb het tot nog toe een keer meegemaakt dat bij het lezen van een roman het kippenvel op mijn rug kwam.

Ergens schaam ik mij ervoor omdat het gebeurde bij een schrijver van wie ik het nooit zou verwachten. Ik volgde de eenjarige Havo en liet mij helemaal vollopen met literatuur. Ik las Harry Mulisch’ roman Het stenen bruidsbed. Het verhaal van de Amerikaanse piloot Norman Corinth die in de Tweede Wereldoorlog meehelpt bij het bombarderen van de Duitse stad Dresden.

Het bombardement dat de geschiedenis is ingegaan als het zinloze bombardement. Maar dat de geallieerden zouden hebben gedaan om de laatste genadeslag te geven aan het moraal van de Duitse bevolking. De winter en de honger deden de rest.

In het boek gaat Norman Corinth naar een tandartsencongres in Dresden. Daar komt hij zijn Duitse collega Hella tegen. Zoals vaker gebeurt op congressen, gaat hij met haar naar bed. De veroveraar. De hoofdstukken die spelen ten tijde van het congres worden in Het stenen bruidbed afgewisseld met ‘zangen’. In deze zangen komt een terugblik op het bombardement van Dresden.

Deze zangen zijn bezien vanuit Norman Corinth al vliegend in de Amerikaanse bommenwerper. De tweede zang verhaalt over de terugkerende bommenwerpers die na de tweede bommenregen nog over de Elbe vliegen om de mensen te zien in de rivier.

Dan hoort Corinth het verhaal van een vrouw die het bombardement heeft meegemaakt. Ze was in de Elbe gesprongen was om de verzengde hitte van de brandende stad te doorstaan. Ze droeg haar kind in haar armen.

‘Ze maakte het kind nat en nam het over haar schouder en ging toen ook zo ver mogelijk in het water staan, en toen kwam het vliegtuig. Op misschien tien meter hoogte en het kwam met het gillen van de mensen. De kanonnen schoten, maar als u het mij vraagt, begreep ze het niet meer. Ze dacht dat iets in haar been beet en het kind ontglipte haar en ze voelde om zich heen door het water, maar ze kon het niet meer vinden…’ (87)

De piloot Norman Corinth ziet haar in het water en vergeet haar blik nooit meer. Bij het lezen van die passage, voelde ik het kippenvel op mijn rug. Wat verschrikkelijk. Misschien was het meer kippenvel van de gruwelijkheid dan van de schoonheid. Maar dat is ook literatuur. Ik ben het nooit meer vergeten.

03 mei 2013

Hek voor moestuin

image

Het vullen van de bakken met tuinaarde en het zaaien en planten van de groenten in de moestuin, wijzen op een andere activiteit: er moet een hek aan de voorkant komen. Een hek om de erfbegrenzing weer goed aan te geven. Het moet voorbijgangers wijzen dat dit stukje grond aan iemand toebehoort en niet vrij toegankelijk is.

image

Het eerste deel zette ik vorig jaar met Hans op. Ik was er ontzetend blij mee. Hij gaf mij het eerste zetje om aan de taak te beginnen. De maanden erna ben ik bezig geweest met het inrichten van de moestuin. Nu kwam ik eindelijk toe aan het vullen van de bakken met de laatste aarde. En nu moet dan ook het sluitstuk komen: de bouw van het hek.

image

Zo begon ik met het uitzetten van de plek waar het hek moest komen. Een heidens karwei, waarbij je je snel vergist. Wat ik bedacht en uitgemeten had, viel toch weer iets anders uit. Zodoende moest ik weer naar de bouwmarkt om twee palen te ruilen voor een langere die ik door de helft kon zagen voor de twee palen aan het einde van het hek.

imageGelijk ben ik aan de slag gegaan met het menien van de palen en uitsteken van de gaten. De palen heb ik erin gezet, een werk van veel passen en meten. Bij het aanbrengen van de planken heb ik de waterpasser weggelegd en ben op het oog gaan werken. Want je kunt nog zo recht iets afmeten, als het scheef oogt, krijg je het nooit recht.

image

Nu is het hek aan de voorkant klaar en ik voel mij best trots. Waar ik vorig jaar mee begonnen ben, is nu klaar. De moestuin is zo goed als klaar. De eerste zaden zijn gezaaid. De tomatenplanten en aardbeiplanten geplant. Ik ben erg nieuwsgierig naar de eerste oogst, maar daar is nog veel werk en tijd voor nodig.

imageHet begin is daar. Een nieuwe periode begint.

02 mei 2013

Herdenken - #WOT

image
Oorlogsmonument van Veenendaal

Ik wilde wel eens wat verder gaan dan het herdenken van de slachtoffers in Veenendaal. Daarom stelde ik mijn vriend Bart voor de dodenherdenking naar de Grebbeberg te gaan. Daar waren nog eens slachtoffers gevallen bij het binnenvallen van de Duitsers in mei 1940. Zodoende fietsten wij op de avond van de vierde mei vanuit Veenendaal in de richting van Rhenen.

We waren pubers. Het was al heel wat dat we herdachten. In die tijd herdachten we de gevallenen nog een minuut en niet twee minuten. Iets na zevenen waren wij vertrokken, dus we zouden er ruimschoots op tijd zijn. Dat had ik ingeschat met de route langs de Cuneraweg. Zo fietsten wij naast de drukke provinciale weg. Het verkeer leek zich weinig van het herdenken aan te trekken. Mogelijk reden ze allemaal naar de herdenking toe op de Grebbeberg.

Bij Achterberg sloegen we af om achterlangs de Grebbberg te beklimmen. Ik had berekend dat dit weleens flink wat sneller zou zijn. Het was voorbij Ouwehands dierenpark waar de herdenking plaatsvond. Op het hoogste punt van de vijftig meter hoge berg. We waren er nog lang niet.

Ik had me drastisch vergist in de tijd. Het fietsen duurde langer dan ik voordat we gingen verwachtte. We fietsten midden in de weilanden voorbij Achterberg toen de klok bijna acht sloeg. Het was tijd om te gedenken. De minuut stilte zou bijna ingaan.

Ook was de route via Achterberg nodeloos om. Bart was boos en schold onderweg op alles en iedereen. ‘En ik had in Veenendaal moeten zijn bij de onthulling van het monument’, riep hij vlak voor achten. ‘En nu rijden we hier.’

De tijd verstreek minuut na minuut. Het trappen hielp niet meer. Acht uur kwam sneller dan we dachten. Daarom stopten we midden in het weiland en bleven daar de minuut stil. Bart wilde weer terug, maar ik wilde nog langs de Grebbeberg rijden. De eerste auto’s van de herdenking reden ons al tegemoet toen wij de berg omhoog kropen.

Op de fiets een hele klim die vijftig meter omhoog. Alle auto’s die terugkeerden. Zo kwamen we eindelijk bij de berg aan. Het was al ver na half negen toen we bij het monument arriveerden. De bloemkransen stonden mooi uitgestald. We keken even waarna we de daling inzetten. Bart baalde. Hij had bij de herdenking in Veenendaal willen zijn.

Bij het monument in Veenendaal waren we een jaar later een minuut stil. De hele weg in de nabijheid van het station Veenendaal Centrum was afgezet. Daar stond de naam van zijn opa. Hij overleed door een verdwaalde bom die op het schuurtje viel. Vanaf dat moment moest zijn oma een heel gezin opvoeden. Voor het eerst stond de naam van zijn opa bij de namen van de andere gevallenen van Veenendaal. Als eerste, want het stond op alfabet.

Bart legde een bos bloemen op die plek, waarna we vol eerbied keken naar de brede steen waarop alle namen stonden. Want dat is het mooie van herdenken. Je doet het elk jaar weer en elk jaar biedt weer een nieuwe kans te herdenken. En wat ik toen nog niet wist, herdenken begint heel klein.

Ik had de grootse militaire slag bij de Grebbeberg in mijn hoofd als oorlog. Maar oorlog is het verhaal van de verdwaalde bom die een gezinsleven verwoest. Dat besef ik nu meer dan ooit. Misschien stond ik daarom wel een minuut stil naast mij fiets in het weiland bij Achterberg.