Ze drinken een glas, doen een plas en alles blijft zoals het was. De G8 bestaat uit gewichtigheid, veel geheimzinnigheid en vooral veel beloftes. Dit jaar staat het milieu volop in de belangstelling, maar tot een heuse afspraak is het niet gekomen. De berichten puilen uit van de informatie over alle afspraken.
Het doet mij denken aan het bezoek aan de kroeg, waarbij je laat op de avond tot de grootste afspraken doen. Een paar clichés: 'Gaan we doen'; 'we bellen, mailen, faxen' en 'doen we'. De afspraken zijn de volgende morgen opgelost in hoofdpijn.
Wat ik mis in alle berichtgeving is het terugkijken. Voor journalisten een kat in het bakkie, door simpel een rijtje op te stellen met de afspraken van de afgelopen tien jaar en daarnaast de uitkomsten. Miljarden veranderen in een paar stuivers en reductie van emissie, wijzigt in toename. Geen makkelijkere vorm van journalistiek. Je weet dat er weinig in praktijk is gedaan, het is alleen de vraag hoe weinig.
Ik vraag me vaak af waarom activisten strijden tegen deze top. Het levert niks en de grote hoeveelheid bombast zou gewoon genegeerd moeten worden. De wereldleiders kiezen steeds afgelegener plekken. Een beetje kroegtijger slaat hier een slaatje uit.
10 juli 2008
Gewichtsloze gewichtigheid
Labels:
actualiteit,
co2,
emissie,
g8,
japan,
klimaatsverandering,
milieu,
wereldleiders
09 juli 2008
Nee, ijs
Kleine kopjes hebben grote oren, luidt het gezegde. Hier in huis spreken wij soms gebarentaal, of spellen het woord langzaam. Alles om te voorkomen dat Doris het opvangt. Zo luidt het voorstel om haar in bad te doen: 'Moet ze in b-a-d?'
Vanavond hadden we lekker gegeten en toen stelde Inge voor om een 'i-j-s-j-e' te gaan eten. 'Nee, ijs', zei Doris bijdehand.
Vanavond hadden we lekker gegeten en toen stelde Inge voor om een 'i-j-s-j-e' te gaan eten. 'Nee, ijs', zei Doris bijdehand.
Labels:
doris,
ijs,
inge,
spellen,
taalgebruik,
taalverwerving
08 juli 2008
Wild vlees
De gevaarlijke teckel moest vandaag onder het mes. Een fors groei van wild vlees versperde de ingang van het gebit. Sientje is een dappere hond liep aanvankelijk nog wat onwennig op de poten. Binnen een uur na thuiskomst blafte ze de narcose uit het lijf bij iedere voorbijganger die het huis passeerde.
Ze at en dronk al aan het eind van de middag. Ook struinde ze weer door het huis op zoek naar iets eetbaars. Alsof vanmorgen een morgen was zoals alle morgens, want aan Sientje merk ik niks meer. Aan de portemonnee wel, die voelt niet meer zo vol als vanmorgen.
O ja, het wilde vlees zag er zo gezond uit, dat de dierenarts een nader onderzoek niet nodig vond.
O ja, het wilde vlees zag er zo gezond uit, dat de dierenarts een nader onderzoek niet nodig vond.
Labels:
dierenarts,
narcose,
operatie,
sientje
Snateren
Donald Duck is het meest gelezen tijdschrift onder studenten, vertelt het programma EénVandaag. Is dit voor het eerst gemeten? Ik vraag het mij af omdat ik de studenten van zo'n tien jaar terug er ook wel van verdacht.
Best komisch dat EénVandaag in deze komkommertijd de grootste snateraar van Nederland optrommelt: Thomas von der Dunk. Zijn speciale stemgeluid, vertoont opvallend veel overeenkomsten met de favoriet van de studenten. Neem er de wilde gebaren bij en alleen de neefjes ontbreken nog.
Overigens kwamen zijn opmerkingen vrij sonoor over door alleen maar over het wereldbeeld te praten. Datzelfde wereldbeeld schijnt de Donald Duck regelmatig in haar verhalen te gebruiken, aldus de hoofdredacteur in hetzelfde item.
Best komisch dat EénVandaag in deze komkommertijd de grootste snateraar van Nederland optrommelt: Thomas von der Dunk. Zijn speciale stemgeluid, vertoont opvallend veel overeenkomsten met de favoriet van de studenten. Neem er de wilde gebaren bij en alleen de neefjes ontbreken nog.
Overigens kwamen zijn opmerkingen vrij sonoor over door alleen maar over het wereldbeeld te praten. Datzelfde wereldbeeld schijnt de Donald Duck regelmatig in haar verhalen te gebruiken, aldus de hoofdredacteur in hetzelfde item.
Labels:
actualiteit,
donald duck,
Een vandaag,
studenten,
studeren,
thomas von der dunk
07 juli 2008
Beroerde jeugd
Blaffende honden bijten niet. Dat geldt zeker voor de teckel. Ze zijn fel, dat zit in het ras. Onderzoek zo meent de Telegraaf bewijst dat ze graag bijten. Niet de Pitbul, niet de Rottweiler, of de Dobbermann. Nee, de teckel hapt graag in de benen van de voorbijganger.
Als ik me omdraai en het dier uitgeteld zie liggen op de stoel, kan ik het niet geloven. Zeker, Sientje kan fel zijn, maar wij verwijten het altijd aan haar beroerde jeugd. Nu blijkt het gewoon aan het ras te liggen.
Eén voordeel, de vorige eigenaar heeft de hoektanden weggevijld, dus doorbijten zit er niet in.
Als ik me omdraai en het dier uitgeteld zie liggen op de stoel, kan ik het niet geloven. Zeker, Sientje kan fel zijn, maar wij verwijten het altijd aan haar beroerde jeugd. Nu blijkt het gewoon aan het ras te liggen.
Eén voordeel, de vorige eigenaar heeft de hoektanden weggevijld, dus doorbijten zit er niet in.
Labels:
actualiteit,
hond,
hond bijt man,
honden,
hondenbeet,
teckel,
telegraaf
Een regenbui aan ergernissen
Hoe tenenkrommend kan digitale televisie soms zijn, zeker als de zender Cultura een boekenprogramma Knetterende letteren in de aanbieding heeft. Het is een uitzending van 29 januari 2008 die ik onlangs zag en waarbij een regenbui aan ergernissen mij ontvlood.
De uitzending werd geregeerd door ene Kenneth van Zijl als koning van de ergernis. De lastige mug vloog hij rond mijn oren en vroeg vragen waarop geen antwoord te geven was. Zijn slachtoffer Remco Campert sputterde wat tegen, wiebelde wat op zijn stoel en probeerde de vragen wat te ontwijken.
Het hielp niet en uiteindelijk liet het schaap zich gewillig scheren. Hier viel niet tegen te vechten. Dat hij bebloed en met meer geblaat dan wol de uitzending huilend verliet, zagen wij gelukkig niet. Dat mag je een oude man niet aandoen.
Meneer Kenneth van Zijl was nog niet klaar met zijn zelfkastijding. Er volgde nog een interessant vraaggesprek met vier gasten die allemaal boeiender waren van de presentator zelf. De presentator was zich hier echter niet van bewust en leefde in het waanbeeld dat hij het programma was. Mai Spijkers, Wouter van Oorschot, Elsbeth Etty en Peter Houtman hadden stuk voor stuk iets moois te zeggen, maar dat werd verstoord door de interviewer. Op het moment dat een roos met een mooi verhaal uit dreigde te komen, knipte Kenneth van Zijl hem eigenhandig weg.
Het werd mij teveel, toen Kenneth van Zijl de zoveelste non-uitspraak probeerde te ontlokken en die natuurlijk ook kreeg. Zijn publiek was veel te beleefd en had bij het eerste gehakkel en gestuntel de studio al moeten verlaten. Om zichzelf en de anderen te beschermen.
Bij Doeschka Meijsing ben ik afgehaakt. Eindelijk was ik verstandig en ik heb er geen seconde spijt van gehad.
Elke zendercoördinator die dit leest: ik kan dat beter. Dit is geen arrogantie, het toont alleen maar de slechte keuze van een nepbelezen man die meer parodie dan ernst uitstraalt. Je kunt beter die drie kwartier testbeeld uitzenden, dan dit boekenprogramma. Of nog beter: een boek lezen.
O ja, voor die zendercoördinator, je mag altijd mailen. Ik heb een heel aardige agent, die de deur opendoet, een kopje koffie zet en je masseert voor de onderhandelingen.
De uitzending werd geregeerd door ene Kenneth van Zijl als koning van de ergernis. De lastige mug vloog hij rond mijn oren en vroeg vragen waarop geen antwoord te geven was. Zijn slachtoffer Remco Campert sputterde wat tegen, wiebelde wat op zijn stoel en probeerde de vragen wat te ontwijken.
Het hielp niet en uiteindelijk liet het schaap zich gewillig scheren. Hier viel niet tegen te vechten. Dat hij bebloed en met meer geblaat dan wol de uitzending huilend verliet, zagen wij gelukkig niet. Dat mag je een oude man niet aandoen.
Meneer Kenneth van Zijl was nog niet klaar met zijn zelfkastijding. Er volgde nog een interessant vraaggesprek met vier gasten die allemaal boeiender waren van de presentator zelf. De presentator was zich hier echter niet van bewust en leefde in het waanbeeld dat hij het programma was. Mai Spijkers, Wouter van Oorschot, Elsbeth Etty en Peter Houtman hadden stuk voor stuk iets moois te zeggen, maar dat werd verstoord door de interviewer. Op het moment dat een roos met een mooi verhaal uit dreigde te komen, knipte Kenneth van Zijl hem eigenhandig weg.
Het werd mij teveel, toen Kenneth van Zijl de zoveelste non-uitspraak probeerde te ontlokken en die natuurlijk ook kreeg. Zijn publiek was veel te beleefd en had bij het eerste gehakkel en gestuntel de studio al moeten verlaten. Om zichzelf en de anderen te beschermen.
Bij Doeschka Meijsing ben ik afgehaakt. Eindelijk was ik verstandig en ik heb er geen seconde spijt van gehad.
Elke zendercoördinator die dit leest: ik kan dat beter. Dit is geen arrogantie, het toont alleen maar de slechte keuze van een nepbelezen man die meer parodie dan ernst uitstraalt. Je kunt beter die drie kwartier testbeeld uitzenden, dan dit boekenprogramma. Of nog beter: een boek lezen.
O ja, voor die zendercoördinator, je mag altijd mailen. Ik heb een heel aardige agent, die de deur opendoet, een kopje koffie zet en je masseert voor de onderhandelingen.
06 juli 2008
Het is jouw dag
Of ik even achteraan in de rij wilde aansluiten. Het recyclingperron op zaterdagmiddag is een ramp. Ik heb mijn auto volgeladen, vol met oude troep en rommel die ik met hartzeer weggooi. Dingen die je wegdoet, heb je vroeg of laat altijd weer nodig.
De dingen die je bewaart, kunnen eigenlijk net zo goed weg, want je gebruikt ze nooit meer. Kortom, het dilemma van rommel bewaren of wegdoen, hoort bij de hedendaagse consument, die vooral koopt en nooit meer iets weggooit.
Het stoplicht voor het platform brandt continu groen, maar de auto's staan helemaal stil. Een waarschuwingslichtje knippert dat er auto's na de helling kunnen staan. Ik zie ze ook voor mij, dus dat lichtje knippert onzinnig.
Veel busjes wachten met mij. Ik zie door het ruitje van het busje voor mij een oude koelkast. Naast mij treuzelt een karretje met bouwafval. Een paar stenen en vooral veel behang, aan hout en delen van gipswanden gekleefd.
Als ik dan eindelijk stop naast de man met het gele hesje, krijg ik een plekje bij het hardplastic toegewezen. Hij ziet de hardplastic delen die bedoeld waren voor mijn Flärkes, liggen over alle andere troep heen. De auto die net naast mij stond, rijdt a-sociaal langs mij heen om hem precies op mijn afgesproken plekje neer te zetten. Daarom kluns ik mijn auto naar achteren op spiegels die meer rommel dan weg laten zien.
Het hardplastic ligt netjes in de diepe containers en ik sleep het grote computerscherm in de bak met computerschermen. Daarna houd ik een dekbed met meer stof dan veren omhoog naar een man in een hesje. 'Die maar bij restafval?' vraag ik, omdat ik weet dat dekbedden niet gewaardeerd worden in de textielbak. 'Mag daar ook in', zijn vinger wijst naar de groene textielbak. 'Dekbedden mogen toch niet?' 'Van mij mag het', zegt hij snel. 'Maar je mag hem ook daar in doen hoor. Het is jouw dag.'
Het dekbed verdwijnt in de bak met restafval. Ik zie nog net hoe een groen stuk metaal hem wegdrukt. De slapeloze nachten verdwijnen met de nachten vol begeerlijke dromen.
De dingen die je bewaart, kunnen eigenlijk net zo goed weg, want je gebruikt ze nooit meer. Kortom, het dilemma van rommel bewaren of wegdoen, hoort bij de hedendaagse consument, die vooral koopt en nooit meer iets weggooit.
Het stoplicht voor het platform brandt continu groen, maar de auto's staan helemaal stil. Een waarschuwingslichtje knippert dat er auto's na de helling kunnen staan. Ik zie ze ook voor mij, dus dat lichtje knippert onzinnig.
Veel busjes wachten met mij. Ik zie door het ruitje van het busje voor mij een oude koelkast. Naast mij treuzelt een karretje met bouwafval. Een paar stenen en vooral veel behang, aan hout en delen van gipswanden gekleefd.
Als ik dan eindelijk stop naast de man met het gele hesje, krijg ik een plekje bij het hardplastic toegewezen. Hij ziet de hardplastic delen die bedoeld waren voor mijn Flärkes, liggen over alle andere troep heen. De auto die net naast mij stond, rijdt a-sociaal langs mij heen om hem precies op mijn afgesproken plekje neer te zetten. Daarom kluns ik mijn auto naar achteren op spiegels die meer rommel dan weg laten zien.
Het hardplastic ligt netjes in de diepe containers en ik sleep het grote computerscherm in de bak met computerschermen. Daarna houd ik een dekbed met meer stof dan veren omhoog naar een man in een hesje. 'Die maar bij restafval?' vraag ik, omdat ik weet dat dekbedden niet gewaardeerd worden in de textielbak. 'Mag daar ook in', zijn vinger wijst naar de groene textielbak. 'Dekbedden mogen toch niet?' 'Van mij mag het', zegt hij snel. 'Maar je mag hem ook daar in doen hoor. Het is jouw dag.'
Het dekbed verdwijnt in de bak met restafval. Ik zie nog net hoe een groen stuk metaal hem wegdrukt. De slapeloze nachten verdwijnen met de nachten vol begeerlijke dromen.
Labels:
afval,
almere,
almere-poort,
Flärke,
nachten,
recyclingstation,
textiel
05 juli 2008
Gedumpt maar vrij
Bij het rennen vandaag heen door het Kromslootpark en terug langs de spoordijk. Ik holde over het houten bruggetje, dat over de sloot van Almere Poort gaat. Ik tuurde het troebele water over en zag tot mijn schrik een klein koppie steken uit een steen.
Nu moest ik echt even stoppen. Een schildpad lag heerlijk te zonnen. Zijn schild was al helemaal droog en de kop keek tevreden om zich heen. Het dier was fors, zo'n 25 centimeter lang schatte ik het schild. Waarschijnlijk een Roodwangschildpad, maar daarvoor heb ik te weinig verstand van die dieren. Gedumpt, maar genietend van zijn vrijheid.
Ik herinnerde mij Ouwehands dierenpark van twee weken terug, waar die koppies ook boven het water uitkwamen. Of de schilden lagen in de zon te drogen, met de pootjes amechtig langs het lijf gestrekt.
Nu moest ik echt even stoppen. Een schildpad lag heerlijk te zonnen. Zijn schild was al helemaal droog en de kop keek tevreden om zich heen. Het dier was fors, zo'n 25 centimeter lang schatte ik het schild. Waarschijnlijk een Roodwangschildpad, maar daarvoor heb ik te weinig verstand van die dieren. Gedumpt, maar genietend van zijn vrijheid.
Ik herinnerde mij Ouwehands dierenpark van twee weken terug, waar die koppies ook boven het water uitkwamen. Of de schilden lagen in de zon te drogen, met de pootjes amechtig langs het lijf gestrekt.
04 juli 2008
Tante Truus
We hebben net te horen gekregen dat Doris een bril moet, daarom gaan we even lunchen bij Tante Truus. Ik voel mij hier gelijk thuis, voel mijn verleden met Evenbeeld weer opborrelen. Mensen met een verstandelijke beperking bedienen ons en maken voor ons het eten klaar.
Twee jongens staan bij onze tafel, of we iets willen bestellen. De jongen met de bril loopt weg en haalt een menukaart waarop we een aantal mogen schrijven. Ze gaan samen met hun rug tegen de bar hangen. Ik herken het gedrag van de meiden in het theehuis op Wielbergen. Ze zien het werk niet, maar doen het werk heel ijverig.
Als de brillenjongen de kaart komt ophalen, zegt hij streng: 'Tafelnummer'. Hij wijst naar het lege vakje bovenin het stuk papier. 'Sorry, dat heb ik niet gezien', zegt Inge. 'Geeft niks', vergoelijkt hij de fout. 'We zijn allemaal mensen van vlees en bloed.'
De jongen komt terug met het bestek. 'Pas op voor dit mes', zegt hij bezorgd. 'Want het is scherp.' Hij legt een zwaar accent op het laatste woord. Het klinkt bijna als een bedreiging.
De andere jongen is een stuk jovialer. Ik zie hoe hij langs de tafel van de buren loopt. Hij ziet een DAG-krantje liggen, houdt het omhoog en wijst naar de foto van Ingrid Betancourt. 'Mooi hè, dat ze vrij is.' De gasten glimlachen enthousiast en knikken terwijl ze 'ja' zeggen.
We eten druk van de volle borden voor ons en nemen een nip van de chocolademelk. Met een dienblad vol drankjes stopt de joviale jongen bij onze tafel. Hij vraagt wie wat heeft. We kijken verbaasd omhoog. 'Ik denk dat dit niet voor ons is', zegt Inge tegen hem. Hij schuift door naar de tafel naast ons. Zijn ogen fonkelen net zo enthousiast als net.
'Geeft niks. We zijn allemaal mensen van vlees en bloed', hoor ik de brillenjongen zeggen.
Twee jongens staan bij onze tafel, of we iets willen bestellen. De jongen met de bril loopt weg en haalt een menukaart waarop we een aantal mogen schrijven. Ze gaan samen met hun rug tegen de bar hangen. Ik herken het gedrag van de meiden in het theehuis op Wielbergen. Ze zien het werk niet, maar doen het werk heel ijverig.
Als de brillenjongen de kaart komt ophalen, zegt hij streng: 'Tafelnummer'. Hij wijst naar het lege vakje bovenin het stuk papier. 'Sorry, dat heb ik niet gezien', zegt Inge. 'Geeft niks', vergoelijkt hij de fout. 'We zijn allemaal mensen van vlees en bloed.'
De jongen komt terug met het bestek. 'Pas op voor dit mes', zegt hij bezorgd. 'Want het is scherp.' Hij legt een zwaar accent op het laatste woord. Het klinkt bijna als een bedreiging.
De andere jongen is een stuk jovialer. Ik zie hoe hij langs de tafel van de buren loopt. Hij ziet een DAG-krantje liggen, houdt het omhoog en wijst naar de foto van Ingrid Betancourt. 'Mooi hè, dat ze vrij is.' De gasten glimlachen enthousiast en knikken terwijl ze 'ja' zeggen.
We eten druk van de volle borden voor ons en nemen een nip van de chocolademelk. Met een dienblad vol drankjes stopt de joviale jongen bij onze tafel. Hij vraagt wie wat heeft. We kijken verbaasd omhoog. 'Ik denk dat dit niet voor ons is', zegt Inge tegen hem. Hij schuift door naar de tafel naast ons. Zijn ogen fonkelen net zo enthousiast als net.
'Geeft niks. We zijn allemaal mensen van vlees en bloed', hoor ik de brillenjongen zeggen.
Labels:
almere,
evenbeeld,
philadelphia,
tante truus,
wielbergen
Heel even is Almere New York
Een nasale stem mompelt over het Stationsplein. Ik herken hem onmiddellijk, zie rookpluimen uit de Twin Towers ploffen en hoor bekakte hondjes blaffen bij de hondenpsycholoog. Op het plein staat Max Westerman, een kaart van Almere uitgeklapt bij een donkere man.
Hij vouwt de kaart op. 'Woon je ook hier in Almere?' hoor ik hem vragen. De jongen is buiten mijn bereik en ik kijk nog even hoe de magere benen de microfoon vasthouden en begrijpend knikken.
Heel even is Almere New York. De trein dendert het station binnen en ik spring op mijn fiets naar mijn werk.
Hij vouwt de kaart op. 'Woon je ook hier in Almere?' hoor ik hem vragen. De jongen is buiten mijn bereik en ik kijk nog even hoe de magere benen de microfoon vasthouden en begrijpend knikken.
Heel even is Almere New York. De trein dendert het station binnen en ik spring op mijn fiets naar mijn werk.
Labels:
almere,
max westerman,
new york,
rtl nieuws,
station,
stationsstraat almere
Abonneren op:
Posts (Atom)