10 oktober 2015

Goudstrelend tafereeltje

image

De najaarszon streelt de straat. Een vrouw loopt met haar fiets in de hand. De fietstassen zwaar beladen en een tas op het bagagerek. Ze houdt de tas vast met een hand en balanceert met het gevaarte door de zonovergoten straat.

Twee jongens lopen met een stapeltje flyers in de hand. Ze kijken om zich heen op zoek naar een slachtoffer. ‘Jesus loves you’, staat op hun shirt en petje geschreven. De vrouw houdt haar fiets scheef en roept naar de jongens: ‘Als Jezus van me houdt, wil die me dan even helpen.’

De jongens aarzelen, maar lopen naar haar toe en helpen haar de tassen die dreigen te vallen, weer rechtop te zetten. Terwijl de ander de fiets vasthoudt en zo de vrouw helpt, haar rit weer te vervolgen.

Alles wat de zon aanraakt, verandert in goud. Alleen licht en geluk lacht je toe. Zo sterk dat de twee jongens helemaal vergeten een flyer bij de vrouw achter te laten en de straat oversteken in de richting van de markt.

09 oktober 2015

Zien wat je leest

image

Waar begint de verbeelding van een boek of een verhaal? Volgens Peter Mendelsund is het verbonden met een indrukwekkende ervaring of belevenis tijdens de jeugd. Zo schrijft hij in Wat we zien als we lezen.

Hij merkt het bij het lezen van Dickens roman Onze wederzijdse vriend. Hij gaat op zoek naar de rivier die hij zich inbeeldt. Waar komt hij vandaan? Hij kan het niet vinden de vergelijkbare plek die in zijn hoofd opkomt:

Maar dan schiet me een reisje te binnen met mijn familie toen ik klein was. Er was een rivier, en een aanlegplaats – het is dezelfde aanlegplaats als de aanplaats die ik net voor me zag. (300)

Het is dezelfde aanlegplaats die altijd in hem opkomt als het in een boek gaat over een rivier, boten, werven, pakhuizen…

Iets soortgelijks gebeurt er in mijn hoofd als het gaat om het paradijs, de zondeval en later vermoordt Kaïn zijn broer Abel in die buurt. Het speelt zich allemaal in de nabijheid af waar ik de verhalen voor het eerst hoorde: op en rond het speelplein van de kleuterschool.

Een aspect waar Peter Mendelsund jammergenoeg geen aandacht aan schenkt, maar de plek waar je de verhalen hoort spelen minstens zo’n belangrijke rol als de associaties die verhalen oproepen. Het luisteren als kind naar de bijbelverhalen van de juf uit een bijbel met een geel-groen kaft. Het boek dat ze omhoog houdt tijdens het voorlezen.

Vanzelfsprekend liepen Adam en Eva naakt rond op het grasveld achter de kleuterschool. En vermoordde Kaïn in de buurt van de zandbak zijn broer Abel.

Ik heb ze nooit meer uit mijn verbeelding weten te krijgen. Deze verhalen blijven in mijn hoofd spelen op deze plekken. Ze willen niet verdrongen worden, al weet ik beter. Het zijn de plekken waar ik deze verhalen voor het eerst hoorde, waar ze nog altijd spelen in mijn verbeelding.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn zesde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

08 oktober 2015

Nabokovs kever

image

Het is extra leuk om te lezen hoe schrijvers zelf tekeningen maken van personages van andere schrijvers. Nabokov maakte bijvoorbeeld schetsjes bij Kafka’s ‘Die Verwandlung’. De kever die Gregor Samsa is geworden, staat geschetst bovenin Nabokovs exemplaar van ‘The Metamorphosis’.

Een bijzonder idee dat schrijvers zelf ook de verbeelding proberen te schetsen van andermans verhalen. Het is daarmee nog interessanter als Peter Mendelsund in zijn boek opmerkt over Kafka die figuurtjes tekent. Als de Tjechische dichter Gustav Janouch vervolgens aan Kafka vraagt wat hij tekent, dan zegt Kafka dat het gewoon maar wat figuurtjes zijn, ‘persoonlijke, niet te ontcijferen hiërogliefen’. Mendelsund citeert de Tjechische dichter die op zijn beurt weer Kafka citeert:

‘Mijn figuurtjes hebben geen goede, ruimtelijke proporties. Ze hebben geen eigen horizon. Het perspectief van de figuren, wier omtrek ik tracht vast te leggen, ligt vóór het papier, aan de andere, botte, kant van het potlood – in mijzelf.’ (179)

Die typering van zijn eigen schetjes geldt ook voor de personages van Kafka in zijn boeken, stelt Peter Mendelsund. Zou Kafka het ook gevonden hebben voor zijn eigen literaire werk en daarom zijn vriend Max Brod opdracht hebben het werk te vernietigen na zijn dood?

Buiten het feit dat ik vind dat als een schrijver wil dat zijn werk vernietigd wordt, hij het zelf moet doen, is het een interessante gedachte. De nietszeggende figuurtjes op het papier, zijn daarmee de afspiegeling van de figuurtjes in Kafka’s hoofd. Het potlood is de brug tussen hoofd en papier.

Wat Nabokov bij het verhaal ‘The Metamorphosis’ van Kafka doet, is precies het omgekeerde. Hij neemt het verhaal in zich op, een kever doemt in zijn gedachten op, waarna hij de kever probeert toe te vertrouwen aan hetzelfde papier waarop het verhaal staat.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn vijfde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

07 oktober 2015

Anna Karenina en locatie

station_trapani
foto wikimedia

Lezen mag zich dan wel in de verbeelding afspelen, een belangrijke factor die Peter Mendelsund in zijn boek overslaat, is de locatie waar je het boek leest. Zo is voor mij Anna Karenina voor altijd verbonden met het treinstation van Trapani op Sicilië.

Wel gunstig dat het een treinstation is, in het boek vormt de (stoom)trein een belangrijke hekkensluiter. Ik had het boek bij me op mijn reis door Italië in 2001. Een maand lang trok ik door Italië met een grote stapel boeken in mijn rugzak. Volgens een Canadese rugzaktoerist en organist zou meer dan de helft van mijn rugzoek uit boeken bestaan.

De lange reizen vergezelde ik met de dikke boeken. Lev Tolstojs Anna Karenina behoorde tot de bagage. Onderweg las ik het boek met ontzettend veel plezier. Iets eerder had ik nog een medestudent gewezen op de invloed van Anna Karenina op Couperus’ roman Eline Vere. Ze ging daarna dapper aan de slag met een vergelijking waarvan ik de scriptie helaas nooit gelezen heb.

Daar onderweg op het perron van het station Trapani wachtte ik een ochtend op de trein naar Palermo. Ik zat daar heerlijk in het zonnetje te wachten tot de trein zou arriveren en mij mee zou nemen naar de hoofdstad van het eiland. In de verte zag ik een stelletje met een baby lopen. Het leken wel verlopen hippies. Ik arriveerde gelijktijdig met hen in Trapani en we vertrokken ook tegelijk.

Daar moet ik altijd aan denken als ik over Anna Karenina lees. Het lijkt wel dat ik daar de laatste scène las en het boek dichtsloeg. Als ik mijn vakantiedagboek lees, weet ik dat het niet klopt, maar voor de verbeelding is het alleen maar mooi.

Dat een boek onlosmakelijk verbonden is met de plek waar je het leest, vergeet Peter Mendelsund. Voor mij is het een extra essentie van het lezen. De geuren en de geluiden van de plek waar je het las, samen met het heerlijke zonnetje dat ik daar op dat station had. Onlosmakelijk verbonden met Tolstojs Anna Karenina.

06 oktober 2015

Anna Karenina

image

In zijn boek Wat we zien als we lezen schrijft Peter Mendelsund veel over Lev Tolstojs roman Anna Karenina. Net dat hij over een paar andere klassiekers veelvuldig schrijft: Naar de vuurtoren van Virginia Woolf, Het grauwe huis van Charles Dickens en Ulysses van James Joyce.

Het zijn passages uit de boeken die door het hele boek van Peter Mendelsund zijn verweven. Hij spint de draden zorgvuldig door het boek heen in de zoektocht naar de beelden die deze boeken uit de wereldliteratuur bij hem oproepen.

Zo is hij op zoek naar het gezicht van Anna Karenina. Hoe ziet ze eruit in je hoofd? De schrijver mag dan misschien wel een heel zorgvuldige fysieke beschrijving geven van het hoofdpersonage, wat doe je als lezer ermee? Het blijft een onhandige ratjetoe aan verdwaalde lichaamsdelen, stelt Peter Mendelsund. De lezer mag de rest doen, wat hij overigens met liefde doet:

Wij vullen de leemtes op. We kleuren ze in. We verbloemen ze. We slaan dingen over. Anna: haar haren, haar gewicht – dit zijn slechts facetten en creëren geen getrouw beeld van een persoon. Ze creëren een lichaamstype, een haarkleur… Hoe ziet Anna eruit? We weten het niet – onze mentale schetsen en personages zijn nog slechter dan compositietekeningen. (19)

De verbeelding van de lezer komt nooit overeen met het beeld van de schrijver, stelt Mendelsund. Alle beelden van lezers van Anna Karenina bij elkaar genomen, zijn nooit de Anna die Tolstoj bij het schrijven in zijn hoofd had. Toch is er een grote gemene deler van alle ingebeelde Anna’s:

Ze zijn niet een en dezelfde, maar ze zijn wél aan elkaar verwant. (258)

Hetzelfde geldt voor de ogen van de hoofdpersoon uit de Russische roman. Ze staan symbool voor iets en juist die metafoor maakt dat het verhaal kracht wint. De beelden maken het verhaal. Alle beelden zijn persoonlijk, maar de beleving van het verhaal door die beelden, is universeel.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn vierde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

05 oktober 2015

Snellezen

image

Afgelopen week behandelde het televisieprogramma De kennis van nu een interessant fenomeen: snellezen. Binnen het programma lieten ze zelfs een heuse wedstrijd zien. Wie het snelste een hoofdstuk uit een boek kon lezen en naderhand ook het beste de inhoudelijke vragen uit de tekst kon beantwoorden.

De tips voor snellezen: zorgen dat je je vinger goed bij de regel houdt. De omliggende regels zorgen dat je oog minder goed gericht is op de regel die je leest. Daarnaast moet je het stemmetje dat je bij het lezen gebruikt proberen te negeren. De vocalisatie van de tekst zorgt voor een onnodige vertaalslag die de hersenen moeten gebruiken, zo stelt de snelleestrainer Mark Tigchelaar in het programma.

Natuurlijk is het voor studiedoeleinden handig om te kunnen snellezen en ik heb het bij mijn studie Nederlands veelvuldig ingezet, maar ik zou niet alles willen snellezen. Juist het plezier in het lezen is die vocalisatie van stemmen, wisseling van stemmen in je hoofd als iemand anders spreekt, visualisatie van beelden die de tekst oproept en het wegdromen in het verhaal zelf. Allemaal dingen waar Peter Mendelsund op wijst in zijn boek Wat we zien als we lezen.

Zoals het vooruit- of juist teruglezen van een tekst. Hoe heerlijk is het om in een roman stiekem een paar bladzijden vooruit te kijken en daar al dingen tegen te komen die je pas straks echt kunt begrijpen. Dan weer terug te gaan en de eerder gelezen scène weer te vinden.

Of wanneer je op een raadselachtig kruispunt bent terechtgekomen en je voor de keus staat: doorlezen of teruggaan en eerdere passages opnieuw doornemen?

Het is die keuze die lezen zo leuk maakt: je mag zelf de dingen verbeelden zoals je wilt, maar je mag ook beslissen wat je doet met lezen: doorlezen, teruglezen, vooruitlezen.

In deze gevallen kunnen we besluiten dat we een cruciaal element hebben gemist, een gebeurtenis of uitleg die eerder in het boek langskwam. En dan bladeren we terug in een poging de ontbrekende componenten van het verhaal te achterhalen. (119)

Dit zijn juist de dingen die je bij het economische snellezen voorbijraast. Er is bij snellezen geen tijd voor de verbeelding, alleen voor het begrip.

Volgens Peter Mendelsund kun je lezen zonder te zien, maar ook lezen zonder te begrijpen. Je laat je voortstuwen door de beelden, maar begrijpt geen snars van de zinnen. Een interessante vraag wat je in zulke gevallen doet bij het snellezen. Ik denk dat je het spoor bijster bent, zonder in de gaten te hebben dat je het spoor bijster bent.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

04 oktober 2015

Mist

image

In zijn boek Wat we zien als we lezen heeft Peter Mendelsund het over het visuele effect van mist in fictie. Op de pagina waarin hij hierover spreekt kiest hij het begin van Charles Dickens roman Het grauwe huis. Over de pagina trekt een mist, net als over de afbeelding van de London Bridge.

De opening van de roman begint heel poëtisch over de mist:

Mist overal. Mist op de rivier, waar hij drijft tussen groene eilandjes en weilanden; mist lager op de rivier, waar hij verontreinigd voortrolt tussen de rijen schepen en de smerigheden van een grote (en vuile) stad. Mist over de moerassen van Essex, mist over de heuvels van Kent. Mist, die in de kombuizen van kolenbrikken kruipt; mist, die op dr eas ligt uitgespreid en rondhangt tussen het tuig van grote schepen; mist, die neerhangt op het dolboord van lichters en bootjes. Mist in de ogen en kelen van stokoude gepensionneerden van Greenwich Hospital, die daar zitten te hijgen bij de haard op hun zalen mist in het roer en de kop van het middagpijpje van de woedende schipper, di eonder in zijn benauwde kajuit zit; mist, welke op wrede wijze de tenen en nagels prikt van de huivenerende kleine leerjongen op het dek. Mensen die zomaar eens op de brug staan en die over de leuningen gluren naar het lager hangend wolkendek van mist, met mist rondom hen heen, als waren zij in een ballon opgestegen en hingen zij in mistige wolken. (Dickens: Het grauwe huis vertaald door Karel Luberti, pag. 5)

Een prachtige, poëtische beschrijving die laat zien dat romanschrijvers zich weldegelijk in de bewoordingen kunnen uitdrukken die we vaak dichters toedichten.

De mist staat volgens Peter Mendelsund metafoor voor het systeem van het Engelse gerechtshof. De roman van Dickens is een aanklacht tegen het hele sociale systeem van zijn tijd. Hij weet dit heel treffend te verwoorden in de opening van zijn roman. Het klinkt als de opening van een overtuigende symfonie. Waarbij de beelden – of juist het gebrek eraan door de mist – heel mooi de juiste sfeer oproepen in de roman. Peter Mendelsund speelt hier mooi op in:

Ik heb deze mist net gebruikt als een visuele metafoor voor de manier waarop boeken doorgaans beginnen. (65)

Zo roept hij treffend de vraag op wat het visuele effect van deze mist voor het verhaal zelf betekent.

Jaren later bedient de Engelse schrijfster zich ook van de mist-metafoor in haar 7-delige reeks over Harry Potter. De mist in het land staat symbool voor de duistere macht van Voldemort. De duistere tovenaar spreidt bewust een dikke mistlaag over het land om aan macht te winnen.

Het zou mij niet verbazen als de schrijfster J.K. Rowling haar inspiratie voor deze mist uit het Het grauwe huis van Charles Dickens heeft gehaald.

image

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

03 oktober 2015

De hele Harry Potter voorgelezen

image

Een levensgroot project is het geweest: het voorlezen van alle 7 delen Harry Potter. Achter elkaar. Elke avond lees ik Doris voor. Heel soms lukt het niet en dan zijn we allebei een beetje teleurgesteld. We lazen Jip & Janneke, Winnie de Poeh, Roald Dahl, Jacques Vriens, Paul Biegel en Tonke Dragt.

Bijna allemaal boeken die ik nooit gelezen heb. Ik ben opgegroeid met de stichtelijke verhalen van W.G. van der Hulst, Piet Prins en K. Norel. Daarom stelde Inge voor om een ander boek te gaan lezen, dat ik niet kende: de 7-delige reeks over Harry Potter van J. K. Rowling.

Ik was er een beetje huiverig voor. Harry Potter staat bekend als spannend en zeker de boeken van Tonke Dragt zijn soms ook heel spannend, het kon niet opwegen tegen de avonturen van de Engelse jongen op de tovernaarkostschool Zweinstein. Veel te spannend voor mij.

Ik ben er toch aan begonnen. Gewoon proberen en alle andere boeken waren op. we zijn ergens begin dit jaar begonnen en zouden stoppen als het te gortig werd. Het is nooit te gortig geworden, maar ik vond het soms wel iets te spannend worden.

Als ik het te spannend vond, liet ik mij delen van het plot verklappen door Inge of speurde op internet naar de antwoorden op mijn vragen. Ik heb namelijk veel meer plezier bij het lezen zonder de spanning van het plot.

Ik probeerde elke avond een hoofdstuk te lezen, maar soms was dat echt te lang. Toch las ik snel een halfuur voor. Zo maakten we samen kennis met een verhaal en een held die we allebei niet kenden. Nu zijn we allebei liefhebber en sluiten het laatste deel met weemoed.

Op naar het volgende boek. De toekomstboeken van Tonke Dragt liggen klaar. Of heeft iemand tips voor een ander boek om verder lezen?

02 oktober 2015

Leve de historische roman - #50books

image

Geen groter plezier dan het lezen van een historische roman. Mijn grote liefde voor geschiedenis en verhalen, maakte dat ik in mijn pubertijd Thea Beckman helemaal ontdekte.

Haar verhalen rond historische gebeurtenissen en personen, de kinderkruistocht, Jan van Schaffelaar, het rampjaar 1674, de storm in Utrecht waarbij het middenschip van de Domkerk instortte en de 100-jarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk. Geschiedenis die voor mij begon te leven in de verhalen van Thea Beckman.

Later verschoof de historische roman een beetje naar de achtergrond van mijn interesse. Voor en tijdens mijn studie Nederlands genoot ik voornamelijk van de moderne, Nederlandse literatuur. Ik las alles wat los en vast zat, maar geen historische romans.

Dat kwam pas later, maar wel al tijdens mijn studie in Leiden. Samen met 2 andere studenten begonnen we een studentenblaadje met de naam Putdeksel. We schreven de uitgeverijen van Nederland aan om boeken te bespreken. Tot onze verbazing kregen we wat toegestuurd van Prometheus. Het was de uitnodiging voor de presentatie van de debuutroman van Jan van Aken.

Het bleek vooral een incrowd-feestje te zijn waarbij Hafid Bouazza grapjes maakte die alle aanwezigen begrepen, maar ik niet. Later schreef ik mijn eerste recensie over de historische roman van Jan van Aken. We noemden hem de enige schrijver in Nederland die dit genre nog beoefende op de stokoude Teun de Vries na.

Ik besprak het boek en merkte op dat er niet zoveel over de vrouw geschreven werd. Jan van Aken klom in de pen en schreef een mailtje waarin hij vond dat ik mijn politiek correct aanstelde. Hij had een hekel aan politieke correctheid. Voor hem stond het gelijk aan hypocrisie.

Daarna verdween mijn aandacht, totdat ik aan het einde van mijn studie de nieuwe roman van Jan van Aken las, De valse dageraad. Een geweldig verhaal dat het midden hield tussen een avonturenroman, reisverhaal en fantasieverhaal. Het dikke boek ging mee op mijn fietsvakantie en ik hield het in mijn hand als teken van herkenning bij een date met een meisje uit Almelo.

Daarna ben ik hem actief gaan volgen. Het verleden dat hij op een intrigerende wijze weet te vermengen met het verhaal, waardoor het verleden tot bloei komt. De grapjes die de verteller uithaalt met het verleden en waarmee hij de geschiedschrijving op de hak neemt. Ik kan daar erg van genieten.

Afgelopen zomer waagde ik mij aan een andere historische roman. Eentje uit de negentiende eeuw van Jacob van Lennep. De roman Ferdinand Huyck is van een heel ander kaliber dan het werk van Jan van Aken, maar toch proef je ook hier het spel met het verleden. De historische roman is in de 19e eeuw een geliefd genre.

Schrijvers beschikken over een grote fantasie en de beschreven historische werkelijkheid is niet zoals deze geweest is, maar zoals deze geweest zou kunnen zijn. Het is een poging tot reconstructie waarin de beleving belangrijker is dan de feiten. Historici zien het andersom, maar een geschiedenis gebaseerd op feiten en net zomin de werkelijkheid als het verhaal in een historische roman.

De historische roman heeft daarmee een voorsprong op het algemene geschiedenisverhaal. Bij het lezen van een boek van Jan van Aken krijg je een verhaal zoals dat in de beschreven periode zou kunnen zijn geweest. Daarbij gaat de geschiedenis leven bij een goed verhaal. En zo maak je kennis met een periode zonder er erg in te hebben. Als je het niet zo nauw neemt met de historische feiten, heb je er nog veel meer plezier aan.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  37 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

01 oktober 2015

De vogelvanger

image

Bij de tentoonstelling in het uitvaartmuseum Tot zover rond zelfmoord, De vogelvanger, maakte ik kennis met het Papageno-effect. Dit verwijst naar de opera Zauberflöte van Mozart uit 1791. Het andere effect,het Werther-effect, refereert naar Goethes Die Leiden des jungen Werther uit 1774.

In de opera wil de vogelvanger Papageno een eind aan zijn leven maken als hij teleurgesteld is in de liefde. Precies op dat moment komen er 3 jongens langs. Ze weten hem alternatieven aan te bieden en weerhouden hem een eind aan zijn leven te maken. Daarom heet dit het Papageno-effect als tegenhanger van het Werther-effect. Het laatste effect zou mensen juist stimuleren zelfmoord te plegen.

De tentoonstelling in het uitvaartmuseum bestaat uit een fotoserie van een New Yorkse fotograaf. Hij fotografeerde mensen op de foto die een eind aan hun leven wilden maken, maar toch werden gered door omstanders of hulpverleners. Soms met gevaar voor eigen leven.

De pogers staan op de rand van hoge flatgebouwen, op de pijlers van bruggen of proberen op een andere manier een eind aan hun leven te maken. Het zijn indringende portretten waarbij hulpverleners halsbrekende toeren moeten uithalen om deze wanhopige mensen te redden.

image

De fotoserie laat mensen zien die ten einde raad zijn en aan hun gezichtsuitdrukkingen is niet goed te zien of ze nu ook blij zijn dat ze gered zijn. Sommige zelfmoordpogers laten weten dat niets erger is om te ontwaken uit een zelfmoordpoging die mislukt.

In de hal hangen biografieën van mensen die een einde aan hun leven maakte vanwege de economische crisis. Het is een innemend portret van mensen die ten einde raad zijn doordat hun financiële zekerheid is verdwenen, of voor wie een grote straf in het vooruitzicht is gesteld door hun bedriegerspraktijken.

Ook is er een zaal waarbij je opnames hoort van gesprekken tussen hulpverleners en mensen die het leven niet meer zien zitten. Het zijn gesprekken waarbij de hulpverleners de wanhopigen proberen te weerhouden een eind aan hun leven te maken. Soms zonder effect. Andere keren juist heel bemoedigend.

Het roept bij mij wel de vraag op of iemand die een eind aan zijn leven wil maken inderdaad altijd te overreden is om het niet te doen. Of dat pillen en gesprekken voldoende zijn iemand van zijn wanhoopsdaad te genezen. Is het inderdaad kortsluiting in de hersenen dat mensen zelfmoord plegen of ligt er meer achter.

image

Het Papageno-effect heeft daarmee evenveel nuance nodig als het Werther-effect. Het is niet allemaal zo zwartwit. De dingen liggen soms gecompliceerder. Wel is het een feit dat achterblijvers vaak onthutst achterblijven.

Ook wisselt de publieke opinie sterk. Zo viel mij op dat de sprong van Herman Brood van het Hilton bijna een heldendaad werd, terwijl iedereen totaal verbijsterd was over de zelfmoord van Antonie Kamerling.

Joost Zwagermans dood roept eveneens veel vertwijfeling op. De achterblijvers worstelen met de waarom-vraag. Niemand heeft het zien aankomen en ineens was het er. Of zou het bezigzijn met het onderwerp genoeg zijn om tot deze daad over te gaan? Daarmee lijken Papageno-effect en Werther-effect elkaar af te wisselen, te beïnvloeden en soms tegen te werken.

Tot zover

De tentoonstelling De vogelvanger is tot en met zondag 4 oktober te zien in het uitvaartmuseum Tot Zover in Amsterdam. Museum Tot Zover is gevestigd op begraafplaats, crematorium en gedenkpark De Nieuwe Ooster.