06 juni 2015

De ring en het leren zakje

image

Bij het lezen van Andrus Kivirähks roman De mand die de taal van de slangen sprakmoest ik vaak aan de boeken van de schrijver Jan van Aken denken. De wereld die Jan van Aken oproept in zijn historische romans, heeft grote overeenkomst met de roman van deze Estlandse schrijver. Het personage van de dronkaard Meeme zou bijvoorbeeld zo uit een roman van Jan van Aken kunnen binnenstappen.

Leemet heeft vrijwel vanaf de eerste bladzijde al de sleutel in handen om de oerkikker te kunnen zien. Hij denkt dat het de ring is die hij krijgt, maar als je goed leest, weet je dat het wat anders is.

   ‘Hou hem in het zakje,’ zei Meene. ‘En hang dat zakje om je nek, dat zei ik al.’
Ik stopte de ring weer in het zakje. Wat was dat van wonderlijk leer gemaakt: dun als het blad van een boom. Als je het niet goed vasthield zou de wind het meteen meenemen. Het past natuurlijk dat een dure ring in een fijn en voornaam hoesje zit. (12)

Tevergeefs probeert Leemet met de ring de Oerkikker op te roepen. Hij zit ernaast, maar Meene helpt hem niet om het antwoord te vinden. Daarvoor moet de zesjarige Leemet nog teveel leren. Het verhaal volgt de jonge Leemet en de ring. Het is een sprookjesachtig verhaal waarin hij de slangentaal leert spreken, de vis Ahteneumion tegenkomt en zijn oude grootvader ziet vliegen.

Dubbelzinnigheid

De dubbelzinnigheid zit hem in het gevecht tegen het geloof in allerlei dingen die je niet ziet, terwijl het verhaal zelf in een wereld speelt waarin mensen met de dieren praten en allerlei mythische wezens zien als de oerkikker en de vis Ahteneumion. Die dingen gelooft de verteller wel, terwijl hij zich fel verzet tegen de verhalen over bosgeesten of Jezus.

Die dubbelzinnigheid maakt je alleen maar nieuwsgierig naar de verteller. Is hij wel zo betrouwbaar als hij suggereert. Hij verheerlijkt het leven in het bos op zijn manier. Hij zal zich uiteindelijk moet neerleggen bij het idee dat hij de laatste bosbewoner is en hij de laatste is die met de dieren kan praten. De tijd verandert en daarna zal de tijd ook wel weer veranderen.

Niet slechter dan nu

Wat ik vooral mooi vind in het verhaal van Andrus Kivirähk is dat hij laat zien dat het vroeger niet slechter was dan nu. Dat de mensen in de tijd dat ze nog jaagden minstens zo tevreden waren als de mensen nu. Sterker nog, het lijkt of de verteller wil suggereren dat het vroeger beter was.

De humor waar hij zich van bedient, maakt de roman De man die de taal van de slangen sprak nog veel vrolijker. Dat is nog een overeenkomst met Jan van Aken. Het spel met de geschiedenis, het verhaal en de mythe. Zo weten allebei de schrijvers een verleden te vertellen alsof het vandaag gebeurt.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

Geen opmerkingen: