05 november 2008

Prater

Ik ben blij met Obama. Niet dat ik veel van de veranderingen verwacht, maar wat ik vurig hoop is dat hij zo mooi blijft praten. De speeches van Obama roepen soms herinneringen aan de toespraken van de groten in het verre verleden.
Hij gebruikte in de campagne iets teveel 'change', maar toespraken blijven bij zoals de verwijzing naar de droom van Martin Luther King bij de acceptatiespeech op 28 augustus. Of het moment dat hij bij de Brandenburger Tor alleen al door er te staan naar een voorganger van hem verwees.
Ik hoop dat hij de woorden en de daden bij elkaar blijft voegen. Een spreker is iets anders dan een doener, maar al blijft hij zo praten en maakt er een potje van, ik ben helemaal over met een gelikte toespraak.

Televisie

We vonden het toestel op Marktplaats en Inge belde haar op. De verkoopster wilde 75 euro voor het toestel hebben en wij vonden dat teveel. Gisteren belde ze terug en mochten we hem ophalen voor 50. Er hadden meer mensen hetzelfde bedrag geboden, maar wij waren de eerste. Inge waarschuwde me dat het best een oudere mevrouw kon zijn.
Ik reed naar Huizen en zette hem keurig neer bij nummer 46. Een hond blafte toen ik de bel indrukte. Even voelde ik mij als Frans Bromet die zoekt naar de verhalen achter de advertenties. De vrouw deed open, met de hond onder haar arm. Onhandig gaf ik haar een verkeerde hand, want de hond hing daar zo op de rechterarm. 'Hij doet niks, maar hij is zo enthousiast.' Ze mocht hem van mij op de grond zetten en het dier landde met zijn voorpootjes op mijn bovenbeen.
De televisie stond al klaar onderaan de trap. 'Ik heb hem de buurjongen naar beneden laten tillen, het leek me zo rot als je dat alleen moest doen.' Ik vond het jammer dat ik nu het beeld niet kon zien, maar het zou echt zeurderig zijn als ik nu vroeg om het ding aan te zetten. 'U heeft een nieuwe gekocht?' vroeg ik. 'Ja, kom maar mee. Wil je een kopje koffie?' 'Nee, dank u. Ik moet gelijk weer verder straks.' Ik vreesde gedoe met in een pannetje roeren, een vliesje over de melk en een bruingele tint in het kopje. Achter haar aan liep ik, de woonkamer in. 'Ik ben maar alleen, ziet u. Mijn man is overleden.'
Een gelikte flatscreen stond er op een groot eiken televisiemeubel. De letters 'LG' waren keurig in het midden, onder het reuzenscherm, zichtbaar. 'Ik heb hem zondag in Almere gehaald. Alleen lukt het mij niet om digitale televisie te krijgen. Het kastje van Ziggo doet het niet.' De televisie flikkerde aan en ze rommelde wat met het kastje. 'Kijk, het lampje moet rood branden, maar het brandt alleen maar groen.'
Ik voelde mij even een Ziggo-monteur, maar besefte dat dat uren kon duren en het lampje groen zou blijven branden. Mijn ogen en onwetendheid konden daar niets aan oplossen. 'Tja', zei ik al verontschuldigend. 'Ik heb daar echt geen verstand van, maar wordt u een beetje netjes geholpen door Ziggo?' 'Ik heb gisteren een kwartier moeten wachten aan de telefoon en toen werd hij erop gegooid.' Ze had pas de oude computer van haar dochter gekregen, maar kon er nog niet zo goed mee overweg dat ze het probleem aan internet kon vragen. Ze wees naar de laptop die dichtgeklapt op de eiken eetkamertafel lag. Een draadje stak aan de achterkant uit en snoerde over de tafel heen, tussen twee stoelen weg naar beneden.
Of de monteur van het televisietoestel haar niet geholpen had bij de installatie, vroeg ik. 'Nee, ik heb hem zondag met mijn schoonzoon in Almere gehaald, het scheelde honderdvijftig euro.'
We tilden het loodzware televisietoestel naar de auto. De hond was in de kamer opgesloten vanwege de loopse teven in de buurt. Zij droeg mee. 'Denk je aan je rug?' Ik vreesde meer voor de afstapjes en dat zij zou struikelen. 'Nee, hoor', antwoordde ze. 'Ik ben nog heel fit hoor.' Ze hield na mijn waarschuwende taal over de autoklep die ieder moment naar beneden kon vallen, de klep vast. 'Ik heb zelf ook een auto en rij nog hoor.'
Ik liep weg met de afstandbediening, de gebruiksaanwijzingen in de tien wereldtalen en het Nederlands. 'Weet u wanneer ik ze ga bellen, zondagmorgen.' 'Zou dat helpen?' vroeg ik. 'Zeker weten, dan hebben ze wel tijd voor me. Rij je wel voorzichtig?', vervolgde ze. Ik kon geen antwoord geven, want zij gaf het al: 'O natuurlijk, je vrouw had het al aan de telefoon gezegd dat je heel voorzichtig zou rijden.'

04 november 2008

De kwelling van herfst en winter

Als hardlopen alleen maar uit rennen in de zomer bestond, dan was hardlopen geen sport geweest. De kwelling van herfst en winter maken van het hollen de prestatie. Dat besefte ik vanavond toen ik mijn rondje rende.
Mistlagen flarden over weg en land, de duisternis slokte de witte sluier op en at er al het zicht bij op. Het vocht van de mist, beet zich in mijn shirt vast en elke hap adem leek een rookwolk die naar binnen joeg.
Toen ik buiten adem thuis kwam, wist ik het weer. Hardlopen is in de winter geen feest, maar als je het in de winter niet doet, dan wordt het in de zomer evenmin feest.

Mijlenver

De aandacht voor de Amerikaanse verkiezingen verbaast me wel. Voor vele miljoenen zendt de publieke omroep vannacht de stand van zaken van minuut tot minuut uit, de kranten blijven niet achter. Dat terwijl we geen enkele invloed hebben op de uitslag en het directe effect op ons leven minimaal zal zijn.
In zekere zin drijven de televisiewagens mee op de golf van het Amerikaanse verkiezingscircus. Deels omdat het zo lekker hapklaar wordt voorgeschoteld. De verkiezingen in Rusland, Japan of Suriname krijgen minder aandacht, hooguit een paar minuten in het journaal.
Menig Nederlandse verkiezing, waar het gebrek aan opkomst tergend laag is, zou jaloers zijn op de aandacht en batterij dure presentatoren dat naar de electorale plek des onheils is getrokken. De Europese verkiezingen en de verkiezingen voor de Provinciale Staten zijn niet de minste, maar de verslaglegging in tijd en aandacht is slechts een fractie van wat nu door de prairie trekt. Voor de provinciehuizen in Middelburg of Assen staat hooguit een uitzendkracht. De waterschapverkiezingen worden alleen genoemd in de reclamespotjes rond het journaal.
Misschien is het de ver van mijn bed show die heer en meester is bij deze verkiezingen. Elke keer probeert een presentator die er zelf nauwelijks iets van begrijpt, het kiessysteem uit te leggen. Dan stuit hij op de grap, die de grootste grap van het geheel is, de verkiezingen zijn helemaal geen verkiezingen. Er worden alleen een paar mannetjes aangewezen die in december de nieuwe president kiezen. Een oneerlijker systeem om je leider te kiezen, op een dictator en het koningshuis na, bestaat er niet.
Het verschil tussen de Amerikaanse verkiezingen en een dikke soap is dat de kijkers denken dat dit echt is. De werkelijkheid is echter ver te zoeken, zelfs mijlenver over zee.

03 november 2008

Kleur bekennen

De wereld kleurde geel. De televisie is kapot en niet zo'n beetje ook. We staarden al een week naar een geel scherm. Wat zwart hoorde te zijn was geel en wat wit hoorde zijn was eveneens geel.
Soms veranderde de kleur, dan veranderde alles in een groene tint. Ook Noraly Beyer bekende groen. Alles zagen we door dezelfde bril.
We hebben de strijd opgegeven, het kleine televisietje van zolder gehaald. Nu zien we alles helder, maar klein.
Een nieuwe zit er niet in, het geld is op.

02 november 2008

Retegoed

De broek hangt op de knieën, tenminste het lijkt of de broek daar hangt. De jongen die erbij loopt, draagt de broek op precies dezelfde hoogte. De klep van zijn petje wijst naar links, terwijl de klep van zijn vriend naar achteren staart. De broek bestaat vooral uit zakken, waar niks in lijkt te zetten.
'Retegoed man', hoor ik de jongen tegen de andere jongen zeggen. Het meisje dat bij hen loopt, draagt niet zo'n vreemde pofbroek. Zij praat zo snel dat ik geen woord uit de korte zinnen kan opvangen.

01 november 2008

Protestantse rokken

Het irriteert als iemand iets beweert dat niet juist is. Zo staat er vandaag in het maandblad M bij de NRC een artikel over koepelkerken. Protestanten zouden niet van koepels houden, beweert de schrijver Bernard Hulsman. Koepels zouden refereren naar de rokken van de Maagd Maria, en daar houden de protestanten niet van.
Pure onzin, vlak na de reformatie schoten ongelooflijk veel koepelkerken in Nederland uit de grond. Niks Maria, deze bouwvorm stelde juist de kansel centraal. Die grote paapse kathedralen waren vooral onpraktisch voor de hervormden en opnieuw geformeerden.
Ik geef Bernard Hulsman die over architectuur en popmuziek zou schrijven voor NRC, een paar voorbeelden van protestantse koepelkerken: de Marekerk in Leiden (waarvan de prachtige facade sterk aan een Italiaans gebedshuis doet denken), de Koepelkerk in Middelburg, de Koepelkerk in Arnhem (een negentiende eeuws voorbeeld), de Koepelkerk van Willemstad, de Koepelkerk te Leeuwarden (een negentiende eeuws gerefomeerd godshuis), de Koepelkerk in Smilde en tot slot de Koepelkerk in Purmerend. Allemaal van oorsprong Protestants kerken (de laatste is zelfs later katholiek geworden).

Plaatjesboek

Een week om ruim 380 pagina's met de beschrijvingen van 148 orgels te lezen is bijna onmogelijk. Zeker in zo'n drukke week als de afgelopen week. Het dertiende deel van de orgelencyclopedie Het Historische Orgel in Nederland ligt sinds zondag op mijn leestafel. Het bestrijkt de jaren 1894 tot en met 1901.
Voor mij is de encyclopedie een plaatjesboek, een atlas en een zoekboek. Zo bladerend door de pagina's vind ik nieuwe orgels en nieuwe dingen over bekende instrumenten. Of ik zie het plaatje bij het verhaal, zoals het Pereboom & Leijser-orgel in de katholieke kerk van Apeldoorn.
Een instrument dat vanuit Groningen via Tilburg uiteindelijk in Apeldoorn is terechtgekomen. Ik hoorde een paar jaar terug het verhaal van de organist van de Onze Lieve Vrouwekerk. Ze hadden gespaard en dit bijzondere instrument gevonden. Nu moest het nog in elkaar gezet worden en dan had Apeldoorn eindelijk het orgel dat het verdiende. In het dertiende deel staat het instrument, het telt twintig stemmen en stamt uit 1897.
Het boek vertelt een bijzonder verhaal over die instrumenten van rond de vorige eeuwwisseling. Onbegrip en ook woede heeft vaak in de jaren zestig en zeventig voor ingrijpende veranderingen van deze instrumenten gezorgd. Woede, omdat de bouwers van deze orgels vaak de instrumenten van oude en respectabele bouwers als Duyschot en Schnitger hadden aangetast. Onbegrip, omdat de zachte en lieflijke klanken als achterhaald werden ervaren en omdat de opvatting was dat de orgelbouw van rond de eeuwwisseling in een dieptepunt verkeerde.
Het lot vertelt dat de woede voor de daden van deze bouwers voor nieuwe even schaamtevolle daden heeft gezorgd. Nieuwe inzichten, verdriet en spijt laten zien dat in de jaren negentig en nu in de nul-jaren de wandaden van de twintigste eeuw worden hersteld.
De geschiedenis gaat in een voortdurende golfbeweging vooruit. Toch vind ik dat de wandaden van de jaren zestig en zeventig zeker niet altijd hersteld moeten worden. Dat verleden ligt te dicht bij ons. Bovendien is er nu de uitdaging van de hedendaagse bouwers om de instrumenten van de jaren zestig en zeventig respectvol te behandelen. Iets dat nog te weinig gebeurt.

Kijk, dat leer ik van de encyclopedie. Wat ik nog veel meer leer is dat hoe dichter de delen het heden nadert hoe uitvoeriger de beschrijvingen en documentatie worden. Alles komt aan de orde, soms zelfs kleine daden als een schoonmaakbeurt of een intonatie.
Bovendien staan er veel meer instrumenten uit de negentiende eeuw in ons land, dan van de voorgaande eeuwen. In delen uitgedrukt. Het eerste deel bestrijkt bijna 250 jaar orgelgeschiedenis. Voor de resterende 200 jaar zijn twaalf delen nodig.
Jammer dat de twintigste eeuw vrijwel nauwelijks aan de orde komt, daar zijn slechts twee delen voor gereserveerd en die bevatten slechts een selectie van de vele instrumenten die toen gebouwd zijn.

Kijk voor meer informatie en achtergronden over de encyclopedie op: www.nationaalinstituutorgelkunst.nl

31 oktober 2008

kattengejank

Hoe schattig klonk de miauwende kat die mijn aandacht vroeg eergisteren. Ik had net gehold en hing zittend tegen de muur aan. De poes naderde mijn in kringelende bewegingen, de staart alert in de lucht. Ik aaide haar en ze knorde en spon tevreden.
Hoe ergelijk klonk vannacht het kattengejank van een krolse kat. Ze hield me met haar gekrijs door het nachtelijk duister uit de slaap.
Ik zag haar net, een kater hing aan haar kont. Ik deed maar of ik het niet zag.

30 oktober 2008

Serviceflat De Keizershof

De auto's razen langs de andere kant van het perron. De sneltram van het transferium naar de binnenstad staat stil. Ik kijk omhoog naar de hoge flat, mijn ogen glijden over de ramen zoals een koppensneller alle koppen van de krant voorbij raast.
Ze stoppen bij een grote harp die voor het raam hangt. Ik probeer mij het uitzicht voor te stellen van de kamer op de op één na laatste verdieping. Alles vervormt door vier snaren, de gebogen onderkant en de twee accolades aan weerszijden. De Dom verandert in een harp. Wat brengt iemand zo'n ding voor het raam te hangen, zeker als je zo'n mooi uitzicht hebt van die hoogte.
'Serviceflat De Keizershof' staat boven de ingang beneden. De tram vertrekt en ik voel hoe de harp nog snel knipoogt.