Er zijn deze week twee nieuwe artikelen van mij verschenen op Litnet. Een korte necrologie over Jan Wolkers en een artikel dat niet eens niet de Nederlandse literatuur gaat. Ik bespreek de eerste twee afleveringen van de nieuwe televisieserie Stellenbosch. Een indrukwekkend familieverhaal dat voor een gedeelte in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch speelt. Veel clichés, maar tegelijkertijd mooi filmwerk. De beelden laten zien hoe mooi Zuid-Afrika is. Het verhaal zelf is ook de moeite waard.
Voor de rest, lees mijn essay op Litnet, neerlandinet. Als je zelf wilt kijken en oordelen: het eerste deel van de serie is te zien op 4 november.
25 oktober 2007
24 oktober 2007
Handel, handel, handel, spraken de oogjes
Staat het handelsbelang boven de principes of niet? Het staatsbezoek van de vorstin aan India, is er een sprekend voorbeeld van.
Zojuist zag ik het NOS-journaal met Bernard Wientjes (VNO-NCW) die vertelde hoe hevig geëmotioneerd de Indiase minister van Economische Zaken was over de Nederlandse aantijgingen rond kinderarbeid. Ze begonnen er zelf over en Wientjes ging voor een groot gedeelte mee met de Indiase minister. 'Als de feiten niet kloppen', mompelde hij. Onze eigen EZ-minister Maria van der Hoeven verloor eveneens haar kritische houding en sprak over feiten, die wel moesten kloppen.
Even zag ik onze zeventiende-eeuwse voorvaderen met spiegels en kralen de opperhoofden overhalen vooral die duizenden slaven mee te geven. Handel, handel, handel, spraken de ogen van Wientjes en Van der Hoeven zij verloren hun kritiek. Niet de feiten of de emotie overheerste, maar de hebberigheid en gretigheid waar we al eeuwen last van hebben.
Overigens alle kritiek ten spijt: ik vind het vreemd dat zulke dingen hoogstens aangestipt worden, terwijl de oplossing altijd achterwege blijft. Kritiek is makkelijk en je eigen principes wegwuiven voor geld, ook. De enige oplossing kost ons vooral geld en daar willen we het vooral niet over hebben.
Zojuist zag ik het NOS-journaal met Bernard Wientjes (VNO-NCW) die vertelde hoe hevig geëmotioneerd de Indiase minister van Economische Zaken was over de Nederlandse aantijgingen rond kinderarbeid. Ze begonnen er zelf over en Wientjes ging voor een groot gedeelte mee met de Indiase minister. 'Als de feiten niet kloppen', mompelde hij. Onze eigen EZ-minister Maria van der Hoeven verloor eveneens haar kritische houding en sprak over feiten, die wel moesten kloppen.
Even zag ik onze zeventiende-eeuwse voorvaderen met spiegels en kralen de opperhoofden overhalen vooral die duizenden slaven mee te geven. Handel, handel, handel, spraken de ogen van Wientjes en Van der Hoeven zij verloren hun kritiek. Niet de feiten of de emotie overheerste, maar de hebberigheid en gretigheid waar we al eeuwen last van hebben.
Overigens alle kritiek ten spijt: ik vind het vreemd dat zulke dingen hoogstens aangestipt worden, terwijl de oplossing altijd achterwege blijft. Kritiek is makkelijk en je eigen principes wegwuiven voor geld, ook. De enige oplossing kost ons vooral geld en daar willen we het vooral niet over hebben.
Arme sloebers
Tot voor kort dacht ik dat schrijvers arme sloebers waren en voor elke habbekrats zouden gaan. Hoe groot was mijn verbazing toen ik las dat Jeroen Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren weigert omdat het geldbedrag een schijntje zou zijn. Voor 16.000 euro komt de schrijver zijn huis niet uit. 'Je wordt naar de Parnassus getild en afgescheept met een aalmoes', aldus de weigeraar.
Wat verwacht Brouwers? Dat hij tonnen krijgt toebedeeld en vanaf dat moment nooit meer een boek hoeft te schrijven. Hij zal juist moeten blijven schrijven, vind ik. Geld of geen geld, schrijven staat los van materie. De vraag of je schrijft voor de eer of het geld, is overigens niet nieuw. De schrijver van de Beatrijs opent er zelfs zijn verhaal mee:
Van dichten comt mi cleine bate.
Die liede raden mi dat ict late
Ende minen sin niet en vertare.
Hij schrijft omdat hij dit verhaal moet vertellen. Het is een van de mooiste stukjes uit de Middelnederlandse literatuur. Iets waar Brouwers een voorbeeld aan moet stellen, ophalen die prijs en de habbekrats van 16 mille geven aan een goed doel. Desnoods voor de zeehondjes.
Wat verwacht Brouwers? Dat hij tonnen krijgt toebedeeld en vanaf dat moment nooit meer een boek hoeft te schrijven. Hij zal juist moeten blijven schrijven, vind ik. Geld of geen geld, schrijven staat los van materie. De vraag of je schrijft voor de eer of het geld, is overigens niet nieuw. De schrijver van de Beatrijs opent er zelfs zijn verhaal mee:
Van dichten comt mi cleine bate.
Die liede raden mi dat ict late
Ende minen sin niet en vertare.
Hij schrijft omdat hij dit verhaal moet vertellen. Het is een van de mooiste stukjes uit de Middelnederlandse literatuur. Iets waar Brouwers een voorbeeld aan moet stellen, ophalen die prijs en de habbekrats van 16 mille geven aan een goed doel. Desnoods voor de zeehondjes.
23 oktober 2007
Fietscaravan
De sleurhut en de fiets. Deze twee 'typical dutch'-elementen zijn gecombineerd in de ultieme Nederlandse uitvinding: de fietscaravan.
Onlangs presenteerde ene Thijs bij Het beste idee van Nederland zijn fietscaravan. Gecombineerd met de fietscaravan van je partner, heb je een prachtig plaatsje voor de nacht. Nooit meer een lek matras en het geploeter met een pompje in het holst van de nacht.
Het ziet er allemaal heel aardig uit, maar de presentatie laat veel te wensen over. Een heel zenuwachtige man die het ding samen met zijn 'Martine' heeft ontwikkeld. De man is het prototype 'nerd', die zich verschuilt achter een hippe bril. Een vindingrijke man, dat wel.
Ik zie ze al fietsen door het Hollandse landschap, over de dijken in een lange rij, traag door oneindig laagland gaan. Zijn het niet hun collega's achter de mobiel dan is het wel de uitvinding van Thijs en zijn 'Martien'.
Onlangs presenteerde ene Thijs bij Het beste idee van Nederland zijn fietscaravan. Gecombineerd met de fietscaravan van je partner, heb je een prachtig plaatsje voor de nacht. Nooit meer een lek matras en het geploeter met een pompje in het holst van de nacht.
Het ziet er allemaal heel aardig uit, maar de presentatie laat veel te wensen over. Een heel zenuwachtige man die het ding samen met zijn 'Martine' heeft ontwikkeld. De man is het prototype 'nerd', die zich verschuilt achter een hippe bril. Een vindingrijke man, dat wel.
Ik zie ze al fietsen door het Hollandse landschap, over de dijken in een lange rij, traag door oneindig laagland gaan. Zijn het niet hun collega's achter de mobiel dan is het wel de uitvinding van Thijs en zijn 'Martien'.
22 oktober 2007
Armando de fik erin
Een hevige brand woedt in het centrum van Amersfoort en brengt prachtige kunst van de ene moleculaire samenstelling in de andere. Alles wordt tot as gereduceerd, makkelijk in het transport, maar lastig om met het oog nog een schoonheidsbeleving op te wekken.
Voor de kunstenaar Armando een rampdag. Een groot deel van de vaste collectie is er niet meer en de kunstenaar overleeft zijn eigen kunst. Dat terwijl kunstenaars kunst scheppen om hen te overleven.
In het interview dat ik zojuist zag op Een vandaag, toonde hij zich zeer verdrietig en verslagen.Nu moest de dood maar snel komen, want hier viel niet tegen op te boksen. Daarnaast was Armando vooral bedroefd om de vele schilderijen die rond het thema 'In het woud, op zoek naar betekenis'. Hier zijn schilderijen van ondermeer Jacob van Ruisdael en Albrecht Dürer tot een hoopje as geworden.
Er zijn geen slachtoffers gevallen, maar er deze brand is een groot verlies. Geen doden, maar wel veel gewonden, mensen bij wie het hart ineen krimpt bij het horen van deze slechte tijding.
Jan Wolkers die vrijdag stierf, sprak dit weekend in één van de vele herhaalde interviewfragmenten over de tijdelijkheid van dit aardse. Zelfs een Rembrandt was volgens hem over een half millennium niet meer dan een hoopje verpulverd materiaal. Hij had gelijk. Gaat de fik er niet in, dan slaat de tijd er wel een gat in. Alles is tijdelijk, zelfs de pogingen van kunstenaars om het eeuwig leven te behalen met de kunst.
Voor de kunstenaar Armando een rampdag. Een groot deel van de vaste collectie is er niet meer en de kunstenaar overleeft zijn eigen kunst. Dat terwijl kunstenaars kunst scheppen om hen te overleven.
Er zijn geen slachtoffers gevallen, maar er deze brand is een groot verlies. Geen doden, maar wel veel gewonden, mensen bij wie het hart ineen krimpt bij het horen van deze slechte tijding.
Jan Wolkers die vrijdag stierf, sprak dit weekend in één van de vele herhaalde interviewfragmenten over de tijdelijkheid van dit aardse. Zelfs een Rembrandt was volgens hem over een half millennium niet meer dan een hoopje verpulverd materiaal. Hij had gelijk. Gaat de fik er niet in, dan slaat de tijd er wel een gat in. Alles is tijdelijk, zelfs de pogingen van kunstenaars om het eeuwig leven te behalen met de kunst.
21 oktober 2007
De laatste uienoogst
Bij het hardlopen vanmiddag liep het volgende gedicht mij tegemoet:
De laatste uienoogst
Het versleten karrenspoor
trekt mij een maand geleden
als uien vers dobberen opDe laatste uienoogst
Het versleten karrenspoor
trekt mij een maand geleden
wagens met zachte banden
Ze brommen van mij weg
ik hol er rustig achter
de gele kleur vervaagt
in de horizon
Voor hij de bocht neemt
slingert nu een zandpad
door het gerooide veld
slippen de strepen dicht
De oogst verwaait in
de klodders klei
met de droge wind
van nieuwe machines
Ze stampen een nieuwe wijk
boven de scherpe geur van oma's
kastje groeien de groene bladeren
bruin uit de ringen
Elke ring schilfert verder
de stad uit en rent voor
de hardloper uit, maar verdwijnt
verderop met de horizon mee
Almere, 21 oktober 2007
Een terugkeer van het gedicht van de week? Ik durf het niet te beloven, maar er vaker een gedicht tegemoet loopt, zal ik hem zeker mee naar huis nemen, opschrijven en voor mij uit lispelen op het blog.
Ze brommen van mij weg
ik hol er rustig achter
de gele kleur vervaagt
in de horizon
Voor hij de bocht neemt
slingert nu een zandpad
door het gerooide veld
slippen de strepen dicht
De oogst verwaait in
de klodders klei
met de droge wind
van nieuwe machines
Ze stampen een nieuwe wijk
boven de scherpe geur van oma's
kastje groeien de groene bladeren
bruin uit de ringen
Elke ring schilfert verder
de stad uit en rent voor
de hardloper uit, maar verdwijnt
verderop met de horizon mee
Almere, 21 oktober 2007
Een terugkeer van het gedicht van de week? Ik durf het niet te beloven, maar er vaker een gedicht tegemoet loopt, zal ik hem zeker mee naar huis nemen, opschrijven en voor mij uit lispelen op het blog.
Labels:
gedicht,
gedicht van de week,
hardlopen,
karrenspoor,
literatuur,
uien
20 oktober 2007
Muizen in de frituur
Waar muizen zijn, is voer. Deze vuistregel geldt als je muizen hebt. Sinds enige tijd zwermt een groepje in onze schuur. Op het aanrechtblad van onze oude keuken, die in de schuur staat, ligt een grindpad aan korreltjes poep.
Alleen raken ze het hele eten in de schuur niet aan. De aardappels blijven onaangeroerd en aan de zak met hondenbrokken wordt niet geknaagd. Misschien dat de oorzaak ergens zou liggen, waar ik wat aan zou kunnen doen.
Daarom heb ik vanmiddag eens de schuur uitgeruimd. Daar ontdekte ik dat de frituurpan die er staat, heel geliefd is bij de kleine knagers. Onder de frituurpan lag een complete berg van keuteltjes. Daarnaast lag zelfs in de bakken poep. Bovendien bleek dat bij het opwarmen van het vet, om het goed af te kunnen voeren, de pan een geur van pies verspreidde.
Waarschijnlijk is de frituurbak het voer voor de kleine dieren. Nu verdwijnt de pan uit de schuur en moeten we voor een portie friet de pan onder de afzuigkap zetten. Jammer, want het zo lekker om dat geurtje buiten de deur te houden. Natuurlijk is hij helemaal schoongeboend en in een warme vaatwasser grondig verschoond. Zo houden we ook de keutels ook buiten de deur.
Alleen raken ze het hele eten in de schuur niet aan. De aardappels blijven onaangeroerd en aan de zak met hondenbrokken wordt niet geknaagd. Misschien dat de oorzaak ergens zou liggen, waar ik wat aan zou kunnen doen.
Daarom heb ik vanmiddag eens de schuur uitgeruimd. Daar ontdekte ik dat de frituurpan die er staat, heel geliefd is bij de kleine knagers. Onder de frituurpan lag een complete berg van keuteltjes. Daarnaast lag zelfs in de bakken poep. Bovendien bleek dat bij het opwarmen van het vet, om het goed af te kunnen voeren, de pan een geur van pies verspreidde.
Waarschijnlijk is de frituurbak het voer voor de kleine dieren. Nu verdwijnt de pan uit de schuur en moeten we voor een portie friet de pan onder de afzuigkap zetten. Jammer, want het zo lekker om dat geurtje buiten de deur te houden. Natuurlijk is hij helemaal schoongeboend en in een warme vaatwasser grondig verschoond. Zo houden we ook de keutels ook buiten de deur.
Labels:
afzuigkap,
buiten de deur,
frietjes,
frituurbak,
keuteltjes,
muizen,
schuur opruimen,
vieze luchtjes
19 oktober 2007
De dijen van Sophie Hilbrand
Maarten 't Hart mocht je net lezen, maar Jan Wolkers ging echt te ver. In het onderwijs op gereformeerde grondslag waarin ik opgegroeid ben, was dit de centrale boodschap. Met Maarten 't Hart begon voor mij als zestienjarige de literatuur, Jan Wolkers kwam pas veel later.
Voor mij was het eerste optreden van Jan Wolkers in de populaire televisieserie Prettig geregeld met Anne Wil Blankers en Peter Faber. In de serie van het onderwijsechtpaar speelde elke week een bekende Nederlander mee. Die was dan te gast in de klas van Hanna (Anne Wil Blankers). Joris (Peter Faber) ontdekte dat zijn boekenkast geen enkel boek van Wolkers bezat en de grote schrijver zou zo langskomen. Bij een bevriende boekhandelaar leende hij het hele oeuvre van de schrijver.
De leerlingen in de klas vroegen de schrijver wat zijn mooiste boek was. 'De bijbel', zei hij resoluut. Ik twijfelde aan de oprechtheid van deze mening voor een NCRV-serie. Hoe kon iemand die zoveel vunzigheid schreef, de bijbel het mooiste boek vinden. Ik vergat dat de bijbel niet alleen een vroom boek is, maar soms ook heel expliciet kan zijn.
Erg leuk was dat de geleende boeken door Jan Wolkers uitvoerig werden gesigneerd. 'Ja, ik vond ze er veel te nieuw uitzien', reageerde de schrijver. Daarna kwam de grootste hilariteit toen Jan Wolkers de koeienpoep, die voor de tuin bedoeld was, op de muur in de hal smeerde, bij gebrek aan verf voor het kunstwerk dat hij de familie wilde aanbieden.
Pas veel later ging ik Jan Wolkers lezen toen hij in 1995 het boekenweekessay 'Zwarte bevrijding' schreef. Een essay waarin hij verbanden legt, zoals hij die ook in zijn romans kan leggen, maar met een veel sterkere intellectuele verdieping. Als ik bij dodenherdenking de Last Post hoor, denk ik altijd aan die zinsnede uit dit essay. Wolkers trekt de wereld van Laurel en Hardy zijn verhaal binnen als hij bij de dodenherdenking staat: 'En iedere keer had ik de neiging om met de tranen over mijn wangen te roepen, zoals Oliver Hardy in Saps at Sea, 'Blow the horn, Stan, blow the horn.'
Daarna volgde snel de wereld van de romans. Terug naar Oegstgeest, Kort Amerikaans, Groeten van Rottumerplaat met de naaktfoto van Wolkers achterop en Een roos van vlees, ik las ze allemaal. Het best is mij de roman bijgebleven over de politionele acties in Nederlands-Indië: De walgvogel. De wereld die hij oproept in zijn romans, maakte voor mij een nieuwe wereld open: de wereld van de echte literatuur. Compleet met vieze woorden, gevoelige scènes, de natuur en de dood.
Afgelopen juli kocht ik eindelijk de verzamelde essays De schuimspaan van de tijd van Jan Wolkers. Het summum van de Nederlandse essayistiek. Wolkers maakt van het essay een verhaal, waarin hij het intellectualisme naar binnen haalt. Ergens laten de essays een andere Wolkers zien, in een andere stijl. Net zoiets als De achtertuin, waarin Wolkers laat zien dat hij ook kinderen kan aanspreken.
Het is jammer dat hij niet meer onder ons is. Al merkte ik sinds zijn tachtigste verjaardag dat het kaarsje langzaam uitdoofde. Hij was op en dat merkte je in zijn hele verschijning.
Tegelijk gebeurde dat ook met zijn literatuur, het boekenweekgeschenk Zomerhitte tien jaar na het boekenweekessay viel mij enigzins tegen. De verfilming van dit boek, is helaas te laat voor Jan Wolkers. Hij was wel heel enthousiast over de dijen van Sophie Hilbrand tijdens de opnames vorige zomer.
De leerlingen in de klas vroegen de schrijver wat zijn mooiste boek was. 'De bijbel', zei hij resoluut. Ik twijfelde aan de oprechtheid van deze mening voor een NCRV-serie. Hoe kon iemand die zoveel vunzigheid schreef, de bijbel het mooiste boek vinden. Ik vergat dat de bijbel niet alleen een vroom boek is, maar soms ook heel expliciet kan zijn.
Erg leuk was dat de geleende boeken door Jan Wolkers uitvoerig werden gesigneerd. 'Ja, ik vond ze er veel te nieuw uitzien', reageerde de schrijver. Daarna kwam de grootste hilariteit toen Jan Wolkers de koeienpoep, die voor de tuin bedoeld was, op de muur in de hal smeerde, bij gebrek aan verf voor het kunstwerk dat hij de familie wilde aanbieden.
Pas veel later ging ik Jan Wolkers lezen toen hij in 1995 het boekenweekessay 'Zwarte bevrijding' schreef. Een essay waarin hij verbanden legt, zoals hij die ook in zijn romans kan leggen, maar met een veel sterkere intellectuele verdieping. Als ik bij dodenherdenking de Last Post hoor, denk ik altijd aan die zinsnede uit dit essay. Wolkers trekt de wereld van Laurel en Hardy zijn verhaal binnen als hij bij de dodenherdenking staat: 'En iedere keer had ik de neiging om met de tranen over mijn wangen te roepen, zoals Oliver Hardy in Saps at Sea, 'Blow the horn, Stan, blow the horn.'
Daarna volgde snel de wereld van de romans. Terug naar Oegstgeest, Kort Amerikaans, Groeten van Rottumerplaat met de naaktfoto van Wolkers achterop en Een roos van vlees, ik las ze allemaal. Het best is mij de roman bijgebleven over de politionele acties in Nederlands-Indië: De walgvogel. De wereld die hij oproept in zijn romans, maakte voor mij een nieuwe wereld open: de wereld van de echte literatuur. Compleet met vieze woorden, gevoelige scènes, de natuur en de dood.
Afgelopen juli kocht ik eindelijk de verzamelde essays De schuimspaan van de tijd van Jan Wolkers. Het summum van de Nederlandse essayistiek. Wolkers maakt van het essay een verhaal, waarin hij het intellectualisme naar binnen haalt. Ergens laten de essays een andere Wolkers zien, in een andere stijl. Net zoiets als De achtertuin, waarin Wolkers laat zien dat hij ook kinderen kan aanspreken.
Tegelijk gebeurde dat ook met zijn literatuur, het boekenweekgeschenk Zomerhitte tien jaar na het boekenweekessay viel mij enigzins tegen. De verfilming van dit boek, is helaas te laat voor Jan Wolkers. Hij was wel heel enthousiast over de dijen van Sophie Hilbrand tijdens de opnames vorige zomer.
18 oktober 2007
Achter het net
De vissenstorie houdt niet op met één bezoek aan De Rifwachter in Hilversum. Er ontbraken nog drie garnalen aan ons assortiment en de kempvis mocht ook wel een vriendinnetje. Genoeg reden om vanmiddag weer naar Hilversum af te reizen. We kennen de route al uit ons hoofd.
Zojuist heb ik even een halfuur naar de bewegende beelden van het levend schilderij zitten staren. Wat een pracht al die kleurtjes en visjes die achter elkaar aanzitten. De kempvis heeft twee vriendinnetjes gekregen en pronkt de hele tijd zijn vinnen naar de twee nieuwe dames. Die vluchten nog weg voor de enge man met zijn trillende vinnen. De garnalen houden zich schuil en de drie nieuwe bodemwoelers houden zich intensief bezig met hun spiegelbeeld in het aquariumglas.
Helaas moesten wij vandaag een ongeval betreuren. Garnalen zijn heel beweeglijk en eentje wist te ontsnappen bij het vangen in het netje. In het kunstlicht hebben wij het weggesprongen dier niet meer kunnen vinden. We visten achter het net. De drie overgebleven garnalen laten zich sinds het incident niet meer zien. Ze houden zich schuil onder het houtblok. Dat een aquarium zo spannend kan zijn, heb ik nooit geweten.
Zojuist heb ik even een halfuur naar de bewegende beelden van het levend schilderij zitten staren. Wat een pracht al die kleurtjes en visjes die achter elkaar aanzitten. De kempvis heeft twee vriendinnetjes gekregen en pronkt de hele tijd zijn vinnen naar de twee nieuwe dames. Die vluchten nog weg voor de enge man met zijn trillende vinnen. De garnalen houden zich schuil en de drie nieuwe bodemwoelers houden zich intensief bezig met hun spiegelbeeld in het aquariumglas.
Helaas moesten wij vandaag een ongeval betreuren. Garnalen zijn heel beweeglijk en eentje wist te ontsnappen bij het vangen in het netje. In het kunstlicht hebben wij het weggesprongen dier niet meer kunnen vinden. We visten achter het net. De drie overgebleven garnalen laten zich sinds het incident niet meer zien. Ze houden zich schuil onder het houtblok. Dat een aquarium zo spannend kan zijn, heb ik nooit geweten.
Labels:
aquarium,
garnalen,
hilversum,
kempvis,
levend schilderij,
rifwachter,
vissen
De trots van Nederland
De trots van Nederland. Het is niet een vlaggenschip, ook niet een fotomodel die fier de lens in kijkt, of een bouwwerk dat uit de voegen barst. Nee, de trots van Nederland is Rita Verdonk. Op de cover van DAG tuurt met haar enigszins slome ogen, die meer aan koeienogen doen denken, dan aan de ogen van een pauw.
Kun je eigenlijk trots zijn op Nederland, vraag ik mij de hele dag al af. Is het de VOC-mentaliteit, of de tolerantie? De mateloze tolerantie waar we zo trots op waren, heeft plaatsgemaakt voor een lege angst voor alles wat vreemd is. Ik vind dat jammer, maar ik heb makkelijk praten en woon niet in een achterstandswijk waar meer dan de helft van de mensen niet in Nederland geboren is. Alhoewel de Stedenwijk in Almere niet positief bekend staat. Tenminste ik moet aan anderen altijd uitvoerig uitleggen hoe leuk mijn straat wel niet is.
Verdonk stevent als een VOC-schip recht door de zee op haar doel af, maar als ze in de buurt van het doel komt, laveert ze doelloos weg. Net zoiets als Geert Wilders. Deze mensen benoemen het probleem verkeerd. Niet de islam is de schuldige, maar de sociale en materiële achterstelling van deze mensen. Het ontbreekt helaas aan een overtuigende tegenargumenten. De oplossing van het probleem ligt niet in een immigratiestop, maar in armoedebestrijding. Het jammere is dat het kabinet waarin Verdonk minister was, aan het eerste uitvoerig aandacht besteedde en het tweede vergat. Armoede is een grotere bedreiging dan de islam, denk ik. Bestrijd je het eerste, dan win je het tweede.
Kun je trots op zijn in Nederland? Op wijken waar mensen wonen die niet weten wie naast hen woont. Op mensen die elkaar het licht niet in de ogen gunnen. Op mensen die zelfs in de file nog voor iemand anders piepen omdat ze zichzelf vijf meter meer voelen dan de auto die ze inhalen.
Trots van Nederland zou voor mij eerder een ideaal zijn, mooi verwoord in een toespraak die bekijft. Woorden die niet alleen iets zeggen, maar een echt doel voor ogen hebben. Helaas vind ik die niet bij Verdonk.
Kun je eigenlijk trots zijn op Nederland, vraag ik mij de hele dag al af. Is het de VOC-mentaliteit, of de tolerantie? De mateloze tolerantie waar we zo trots op waren, heeft plaatsgemaakt voor een lege angst voor alles wat vreemd is. Ik vind dat jammer, maar ik heb makkelijk praten en woon niet in een achterstandswijk waar meer dan de helft van de mensen niet in Nederland geboren is. Alhoewel de Stedenwijk in Almere niet positief bekend staat. Tenminste ik moet aan anderen altijd uitvoerig uitleggen hoe leuk mijn straat wel niet is.
Verdonk stevent als een VOC-schip recht door de zee op haar doel af, maar als ze in de buurt van het doel komt, laveert ze doelloos weg. Net zoiets als Geert Wilders. Deze mensen benoemen het probleem verkeerd. Niet de islam is de schuldige, maar de sociale en materiële achterstelling van deze mensen. Het ontbreekt helaas aan een overtuigende tegenargumenten. De oplossing van het probleem ligt niet in een immigratiestop, maar in armoedebestrijding. Het jammere is dat het kabinet waarin Verdonk minister was, aan het eerste uitvoerig aandacht besteedde en het tweede vergat. Armoede is een grotere bedreiging dan de islam, denk ik. Bestrijd je het eerste, dan win je het tweede.
Kun je trots op zijn in Nederland? Op wijken waar mensen wonen die niet weten wie naast hen woont. Op mensen die elkaar het licht niet in de ogen gunnen. Op mensen die zelfs in de file nog voor iemand anders piepen omdat ze zichzelf vijf meter meer voelen dan de auto die ze inhalen.
Trots van Nederland zou voor mij eerder een ideaal zijn, mooi verwoord in een toespraak die bekijft. Woorden die niet alleen iets zeggen, maar een echt doel voor ogen hebben. Helaas vind ik die niet bij Verdonk.
Abonneren op:
Posts (Atom)